Zoutzuur (informeel: zoutgeest) is de benaming voor de waterige oplossing van het gas waterstofchloride.
Het is een veelgebruikt reagens in de scheikunde. Zoutzuur is een sterk anorganisch zuur dat corrosief is.
Zoutzuur werd in de tijd van de alchemie ook wel geest van zout (esprit de sel of acidum salis) genoemd, omdat het in zuivere vorm een gas is dat ontwijkt wanneer natriumchloride bewerkt wordt met een geconcentreerd sterk zuur als zwavelzuur.
Waterstofchloride is bij kamertemperatuur een gas, maar het wordt vaak aangetroffen als waterige oplossing. De oplosbaarheid van waterstofchloride in water is bijzonder groot, maar neemt bij verhoging van de temperatuur af.
Een geconcentreerde oplossing heeft een molaire concentratie van ongeveer 12 mol/L, maar vormt bij verhitting een azeotroop met water (concentratie: 6 mol/L). De hoge oplosbaarheid kan verklaard worden door de zuur-basereacties die optreden wanneer waterstofchloride en water met elkaar in contact worden gebracht
Zoutzuur is in tegenstelling tot salpeterzuur of zwavelzuur geen sterke oxidator. In combinatie met salpeterzuur ontstaat wel een bijzonder sterke oxidator: koningswater. De actieve gevormde component in deze oplossing is nitrosylchloride.
Zoutzuur wordt vaak gebruikt in allerlei omstandigheden. In het laboratorium wordt het gebruikt om de pH van een oplossing aan te passen, als zure titrant (0,1 mol/L) bij zuur-basetitraties, als uitgangsproduct tijdens de productie van anorganische stoffen en in de organische synthese.
Meer praktische toepassingen zijn het looien van leer, het zuiveren van staal, het etsen van printplaten en als zuurteregelaar (E507) in de voedingsindustrie. In zeer kleine hoeveelheden wordt het in het zwemwater in zwembadengemengd. Zoutzuur heeft ook een biologische rol: in de maag is het de belangrijkste component van maagzuur, dat instaat voor de afbraak van opgenomen voedingsstoffen.
Zoutzuuroplossingen worden in de huishouding als schoonmaakmiddel toegepast.