Spijkers en koperdraad: de elektromagneet zelf bouwen en onderzoeken

Alledaagse materialen: IJzeren bout of grote staafspijker (bouwmarkt) • geëmailleerd koperdraad 0,3–0,6 mm (bouwmarkt of elektrotechniekwinkel) • AA- of D-batterijen of labvoeding max. 6 V • krokodillenbekdraden • paperclips als testlast

Inleiding

Niveau: Natuurkunde VMBO-T klas 3 (kwalitatief) / HAVO klas 4 (kwantitatief)

Een ijzeren bout uit de bouwmarkt, een rol geëmailleerd koperdraad en een batterij zijn voldoende om een werkende elektromagneet te bouwen. Door het aantal windingen en de stroomsterkte te variëren, is te meten hoe sterk de magneet wordt. Dit practicum combineert ambacht met kwantitatief onderzoek en legt direct de verbinding met toepassingen als luidsprekers, relais, MRI-scanners en elektromotoren.

Het experiment is toegankelijk voor VMBO-T (kwalitatief, vergelijkend) en uitbreidbaar naar HAVO/VWO (kwantitatief met formules en grafieken).

Leerdoelen

Niveau: Natuurkunde VMBO-T klas 3–4 / HAVO klas 4

  • De leerling begrijpt dat een stroomdraad een magnetisch veld opwekt en dat dit veld versterkt wordt door wikkelingen om een ijzeren kern.
  • De leerling onderzoekt experimenteel het effect van het aantal windingen en de stroomsterkte op de sterkte van de elektromagneet.
  • De leerling past de wet van Ohm toe om de stroomsterkte in het circuit te bepalen.
  • De leerling (HAVO/VWO) kent de formule voor het magnetisch veld in een solenoïde: B = μ0 × n × I.

Achtergrondinformatie

Niveau: Natuurkunde HAVO klas 4 / VWO klas 3–4 (formule B = μ0nI); kwalitatief ook geschikt voor VMBO-T klas 3

Een elektrische stroom in een draad wekt een cirkelvormig magnetisch veld op rondom de draad (wet van Ampère). Wanneer de draad in een spoel wordt gewikkeld, versterken de velden van alle windingen elkaar langs de as van de spoel. Wordt een ijzeren kern in de spoel geplaatst, dan wordt het materiaal gemagnetiseerd en wordt het veld nogmaals sterk versterkt — dit is het principe van de elektromagneet.

Het magnetisch veld binnen een lange solenoïde (ideale spoel) is:

B = μ0 × n × I

  • B = magnetische fluxdichtheid (T, tesla)
  • μ0 = permeabiliteit van vacuüm = 4π × 10−7 T·m/A
  • n = aantal windingen per meter (m−1)
  • I = stroomsterkte (A)

In de praktijk is de versterking door de ijzeren kern enorm: zachte ijzersoorten hebben een relatieve permeabiliteit (μr) van 100–10 000, wat betekent dat het veld met die factor wordt vergroot ten opzichte van een lege spoel. Dit maakt de elektromagneet onmisbaar in toepassingen waar sterke, schakelbare magneetvelden nodig zijn.

Benodigdheden

Niveau: alle niveaus

  • Een ijzeren bout of grote staafspijker, diameter circa 8–12 mm, lengte circa 8–12 cm (bouwmarkt)
  • Circa 3–5 meter geëmailleerd koperdraad (lacquerdraad), diameter 0,3–0,6 mm (bouwmarkt of elektrotechniekwinkel)
  • Twee of drie AA- of D-batterijen (of een regelbare gelijkspanningsbron, max. 6 V)
  • Korte draden met krokodillenbekjes
  • Kleine ijzeren voorwerpen om als testlast te gebruiken: paperclips, spijkertjes, ijzervijlsel
  • Een weegschaal (indien beschikbaar) om de optillende kracht te meten
  • Plakband of een stukje schuimrubber om de wikkelingen op de bout te fixeren
  • Optioneel: een amperemeter of multimeter om de stroomsterkte te meten
  • Optioneel: een weerstand (bijv. 10 Ω) om de stroom te beperken bij meerdere batterijen

Veiligheid

Niveau: alle niveaus

Gebruik uitsluitend lage spanning (max. 6–9 V, batterijen of een veilige labvoeding). Sluit de spoel nooit kortdurig rechtstreeks op een hoge spanning aan — de draadweerstand beperkt de stroom, maar bij te lage weerstand warmt de draad op. Voer de elektromagneet niet te lang stroom zonder pauze (thermisch: de weerstand stijgt, de isolatielak kan beschadigen bij extreme verhitting). Dit experiment is veilig uitvoerbaar zonder specifieke beschermingsmiddelen.

Werkwijze

Niveau: alle niveaus

  1. Wikkel 50 windingen geëmailleerd koperdraad strak en regelmatig om de bout. Laat aan beide uiteinden circa 10 cm draad vrij. Fixeer de windingen met een stukje plakband.
  2. Schuur de laklaag van de uiteinden van de draad met fijn schuurpapier of een mes, zodat goed contact mogelijk is.
  3. Verbind de uiteinden met een batterij via krokodillenbekdraden. De stroom vloeit door de wikkelingen.
  4. Test de kracht van de elektromagneet: hoe veel paperclips kan de bout optillen? Noteer het aantal.
  5. Verdubbel het aantal windingen (wikkel nog eens 50 windingen bij, in dezelfde wikkelrichting). Test opnieuw hoeveel paperclips worden opgetild.
  6. Varieer de spanning door batterijen in serie te schakelen (1 → 2 → 3 batterijen) en meet telkens de tilkracht.
  7. Optioneel: gebruik een amperemeter om de werkelijke stroomsterkte te meten bij elke configuratie. Bereken de draadweerstand met de wet van Ohm (R = U / I).
  8. Zet de resultaten in een tabel: aantal windingen, spanning, stroom, aantal paperclips.

Verwerkingsvragen

Niveau: Natuurkunde VMBO-T klas 3 (vragen 1–2 en 5–6) / HAVO klas 4 (alle vragen)

  1. Wat is het effect van het verdubbelen van het aantal windingen op de sterkte van de elektromagneet? Is dit verband lineair?
  2. Wat is het effect van het verdubbelen van de spanning (en daarmee de stroom)? Vergelijk met de invloed van het aantal windingen.
  3. Bereken met de formule B = μ0 × n × I het magnetisch veld in uw spoel (bij 100 windingen over 10 cm lengte en I = 1 A). Druk het antwoord uit in tesla.
  4. Waarom versterkt een ijzeren kern het magnetisch veld zo sterk? Beschrijf wat er op atomair niveau gebeurt in het ijzer.
  5. U vervangt de ijzeren bout door een houten stok. Wat verwacht u? Voer het experiment uit en verklaar het resultaat.
  6. Noem drie praktische toepassingen van elektromagneten en beschrijf in elk geval kort welke eigenschap (schakelbaar, sterk, variabel) wordt benut.

Uitwerkingen verwerkingsvragen

Niveau: Natuurkunde VMBO-T klas 3–4 / HAVO klas 4

1. Effect van het aantal windingen

Het magnetisch veld B is evenredig met het aantal windingen per meter (n). Bij verdubbeling van het aantal windingen (bij gelijkblijvende draadlengte dus verdubbeling van n) verdubbelt theoretisch het veld — en daarmee de tilkracht. In de praktijk is het verband bij kleine aantallen windingen lineair; bij grotere aantallen speelt verzadiging van de ijzerkern een rol.

2. Effect van verdubbeling van spanning/stroom

B is ook evenredig met de stroomsterkte I. Verdubbeling van de spanning geeft (bij dezelfde weerstand) verdubbeling van de stroom en daarmee verdubbeling van het veld. Dit effect is identiek aan het verdubbelen van het aantal windingen — beide factoren zijn equivalent in de formule B ∝ n × I (ook wel uitgedrukt als ampèrewikkelingen: A·W = I × N).

3. Berekening van het magnetisch veld

100 windingen over 0,10 m → n = 100 / 0,10 = 1000 m−1. B = μ0 × n × I = 4π × 10−7 × 1000 × 1 = 4π × 10−41,26 × 10−3 T = 1,26 mT. Ter vergelijking: een sterke permanente magneet haalt circa 0,1–1 T; een MRI-scanner 1,5–3 T.

4. Ijzeren kern op atomair niveau

IJzer is ferromagnetisch. Op atomair niveau zijn er magnetische domeinen — kleine gebieden waarin alle atoomdipooltjes parallel zijn georiënteerd. Zonder extern veld wijzen de domeinen in willekeurige richtingen en heffen ze elkaar op. Het magnetisch veld van de spoel richt de domeinen op in dezelfde richting — het materiaal wordt gemagnetiseerd. Dit intern veld voegt zich bij het spoelveld en versterkt het totale veld met een factor μr (relatieve permeabiliteit, voor zacht ijzer: 1000–5000).

5. Houten stok als kern

Hout is niet ferromagnetisch en heeft een relatieve permeabiliteit van vrijwel 1 (zoals vacuüm). Het magnetisch veld wordt daardoor niet versterkt — de elektromagneet is net zo sterk als een spoel zonder kern. Er worden aanzienlijk minder paperclips opgetild dan met de ijzeren kern.

6. Toepassingen van elektromagneten

Voorbeelden: (a) Relais — elektromagneet schakelt een groot vermogen via een kleine stroom aan/uit; de schakelbaarheid is de sleuteleigenschap. (b) MRI-scanner — supergeleide elektromagneet genereert een uiterst sterk en homogeen veld van 1,5–7 T; de variabele gradièntmagneten laten plaatsspecifieke meting toe. (c) Elektromagneet in sloopkraan — trekt ton zwaar schroot op met een schakelbare kracht; zodra de stroom uitvalt, laat de magneet los. (d) Elektromotor / generator — wisselende elektromagneten oefenen kracht uit op een rotor.

Achtergrond: van telegrafie tot MRI

De elektromagneet werd in 1824 uitgevonden door William Sturgeon en verfijnd door Joseph Henry, die aantoonde dat wikkelingen van geïsoleerde draad het veld dramatisch konden versterken. Dit legde de basis voor de telegraaf, de elektromotor en uiteindelijk de MRI-scanner. De bouwmarktversie uit dit practicum is in principe identiek aan Sturgeon's originele apparaat — alleen de precisie van de winding en de kwaliteit van het staal verschilt.

Bekijk het volledige assortiment onderwijsmaterialen voor natuurkunde in onze webshop, of neem contact op voor advies over geschikte practica voor uw situatie.

Bestellijst

Uw winkelwagen is leeg.