Alledaagse materialen: Twee gewone grafietpotloden HB (supermarkt/kantoorwinkel) • tafelzout (keuken) • water • glas of bekerglas • batterijen (AA of 9 V blokbatterij) • krokodillenbekdraden
Niveau: Scheikunde VMBO-T klas 3 (kwalitatief) / HAVO klas 3–4 (kwantitatief met halfreacties)
Twee potloodstiften, een batterij, wat tafelzout en water: met deze vier ingrediënten is elektrolyse van een zoutoplossing uitvoerbaar. Aan de elektroden ontstaan belletjes gas — waterstof aan de minpool, chloor aan de pluspool. Het experiment maakt het principe van elektrolyse concreet en zichtbaar, en legt de verbinding met industriële toepassingen zoals de chloor-alkalielectrolyse, die wereldwijd miljoenen tonnen chloor per jaar produceert.
De potloodstift bestaat uit grafiet (koolstof) — een goede elektrische geleider die niet reageert met de oplossing, waardoor hij als inerte elektrode fungeert. Goed geslepen potloden zijn voldoende; speciale koolstofelektroden zijn niet nodig.
Niveau: Scheikunde VMBO-T klas 3 / HAVO klas 3–4
Niveau: Scheikunde HAVO klas 3–4 (halfreacties, elektrolyse); kwalitatief ook geschikt voor VMBO-T klas 3
Bij elektrolyse wordt een niet-spontane redoxreactie gedwongen via een externe spanningsbron. De elektroden staan in contact met de elektrolytoplossing; ionen migreren naar de tegengesteld geladen elektrode.
In een natriumchloride-oplossing (pekel) zijn Na⁺, Cl⁻, H⁺ en OH⁻ ionen aanwezig. Bij elektrolyse treden de volgende halfreacties op:
Kathode (−): 2 H⁺ + 2 e⁻ → H2 (reductie; waterstofgas)
Anode (+): 2 Cl⁻ → Cl2 + 2 e⁻ (oxidatie; chloorgas)
Netto: 2 NaCl + 2 H2O → H2 + Cl2 + 2 NaOH
In de praktijk — bij lagere concentraties NaCl en kamertemperatuur — concurreert de oxidatie van water (tot O2) met de oxidatie van Cl⁻. Bij lage zoutconcentratie kan er daardoor aan de anode ook zuurstof ontstaan in plaats van chloor. Dit is een interessante complicatie om te bespreken.
Het gevormde NaOH maakt de oplossing basisch — aantoonbaar met universeel indicatorpapier of een druppel broomthymolblauw.
Niveau: alle niveaus
Niveau: alle niveaus — zie veiligheidsopmerking over chloor bij hogere concentraties
Bij elektrolyse van een geconcentreerde NaCl-oplossing ontstaat chloorgas aan de anode — een giftig, groenig gas met een scherpe lucht. Werk in een goed geventileerd lokaal of voer het experiment uit in een zuurkast. Beperk de hoeveelheid oplossing (max. 100–150 mL) en gebruik niet meer dan 9 V spanning. Bij een lage NaCl-concentratie (minder dan 1 % zout) ontstaat voornamelijk zuurstof in plaats van chloor, wat veiliger is. Laat leerlingen bij de versie met geconcentreerd zout het experiment achter glas uitvoeren. Vermijd inademen van de dampen boven de oplossing.
Niveau: Scheikunde VMBO-T klas 3 (vragen 1 en 3) / HAVO klas 3–4 (alle vragen)
Waterstof ontstaat aan de kathode (minpool). H⁺-ionen migreren naar de negatieve elektrode en nemen daar elektronen op: 2 H⁺ + 2 e⁻ → H2. Dit is reductie — het ion neemt elektronen op en wordt gereduceerd tot moleculair waterstofgas.
2 Cl⁻ → Cl2 + 2 e⁻ Lading: links 2×(−1) = −2; rechts 0 + (−2) = −2. ✓ Atomen: 2 Cl links, 2 Cl rechts. ✓ Dit is oxidatie: Cl⁻ verliest een elektron en wordt geoxideerd tot Cl2.
In zuiver water zijn nauwelijks vrije ionen aanwezig (alleen H⁺ en OH⁻ in concentraties van 10−7 mol/L). Stroom wordt in oplossingen geleid door bewegende ionen — dus zonder ionen geen noemenswaardig stroomtransport. In zoutoplossing zijn Na⁺ en Cl⁻ in ruime mate aanwezig; zij migreren onder invloed van het elektrisch veld naar de elektroden en sluiten zo het circuit.
Bij de kathode worden H⁺-ionen verbruikt. Dit verschuift het evenwicht richting meer OH⁻ (de oplossing wordt basisch). Tegelijk stapelt het gevormde NaOH zich op nabij de kathode. Broomthymolblauw kleurt blauw bij pH > 7,6 — de blauw-kleuring treedt dus op bij de kathode.
Oxidatie van water aan de anode: 2 H2O → O2 + 4 H⁺ + 4 e⁻. Bij lage Cl⁻-concentratie zijn er minder chloride-ionen beschikbaar voor oxidatie. De standaardpotentiaal van de oxidatie van water is iets hoger dan die van chloride, maar bij hoge Cl⁻-concentratie "wint" de chloor-oxidatie door de concentratie-afhankelijkheid van de elektrodepotenties (Nernst-vergelijking). Bij lage concentratie kantelt de balans naar zuurstofvorming — veiliger, maar minder spectaculair.
Chloor (Cl2): drinkwaterdesinfectie, productie van PVC-plastic, bleekpoeder en geneesmiddelen. Natriumhydroxide (NaOH, loog): zeepproductie, papier- en pulpindustrie, drain-ontstopper, productie van aluminium (bauxietverwerking).
De industriële elektrolyse van zoutoplossing — het chloor-alkali-proces — is een van de grootste elektrolytische processen ter wereld. Jaarlijks wordt circa 70 miljoen ton chloor geproduceerd, grotendeels via de membraancelcel of de kwikcelcel (tegenwoordig grotendeels uitgefaseerd vanwege milieuproblemen). Het gevormde NaOH is een van de meest gebruikte basische stoffen in de chemische industrie. Achter dit industriële proces schuilt hetzelfde experiment als twee potloodstiften in een glas zoutwater.
Bekijk het volledige assortiment onderwijsmaterialen voor scheikunde in onze webshop, of neem contact op voor advies over geschikte practica voor uw situatie.
Inloggen
Wachtwoord vergeten
Account aanmaken
Uw winkelwagen is leeg.