Practicum: Microscopie – celstructuren – Biologie Klas 1 HAVO

In dit practicum voor klas 1 HAVO gebruik je de lichtmicroscoop om plant- en diercellen te bestuderen. Je herkent celorganellen, maakt biologische tekeningen en vergelijkt de bouw van een plantcel met die van een diercel.

Leerdoel

Na dit practicum kun je een lichtmicroscoop correct instellen en gebruiken, celorganellen (celwand, celmembraan, celkern, chloroplasten, vacuole, mitochondriën) herkennen en benoemen, een biologische tekening maken met schaallijntje en labels, en de verschillen tussen plant- en diercellen uitleggen.

Cursusniveau en vakgebied

Niveau: HAVO klas 1 | Vak: Biologie | Onderwerp: Celbiologie, microscopie | Celorganellen, plantcel, diercel, lichtmicroscoop, preparaat, celwand, vacuole, chloroplast

Benodigdheden

  • Lichtmicroscoop (met objectieven 4×, 10×, 40×)
  • Uitje (Allium cepa) – voor plantcel: epidermis binnenvlies
  • Eigen wangslijmvlies (tandenstoker en objectglaasje) – voor diercel
  • Methyleen-blauw-oplossing (0,1%), joodoplossing
  • Objectglaasjes, dekglaasjes, pipetten, absorberend papier
  • Tekenvel, potlood, liniaal

Achtergrondinformatie

De cel is de kleinste levenseenheid. Elke cel heeft een celmembraan (selectief doorlaatbare grens) en een celkern (DNA-opslag). Plantcellen onderscheiden zich van diercellen door de aanwezigheid van: een stevige celwand (cellulose), grote centrale vacuole (met celvloeistof) en chloroplasten (fotosynthese, met chlorofyl). Diercellen missen deze drie structuren. Beide celtypen bevatten mitochondriën (energieproductie).

Werkwijze

Preparaat A – Plantcel (uitjepit)

  1. Scheur een stukje binnenste vlies van een uitjepit. Leg op een objectglaasje.
  2. Voeg een druppel joodoplossing toe. Dek af met dekglaasje (kantelend om luchtbellen te vermijden).
  3. Stel scherp: eerst op 4×, dan 10×, tot slot 40×.
  4. Maak een gelabelde tekening van 3–5 cellen. Gebruik een potlood en liniaal.

Preparaat B – Diercel (wangslijmvlies)

  1. Strijk zacht over de binnenkant van je wang met een tandenstoker. Strijk af op objectglaasje.
  2. Voeg een druppel methyleen-blauw toe. Dek af met dekglaasje.
  3. Stel scherp en maak een gelabelde tekening.

Observatietabel

OnderdeelAanwezig in plantcel?Aanwezig in diercel?Functie
Celwand   
Celmembraan   
Celkern   
Vacuole   
Chloroplasten   
Mitochondriën   

Verwerkingsvragen

  1. Noem drie structuren die plantcellen hebben maar diercellen niet. Geef per structuur de functie.
  2. Waarom kleur je de wangcel met methyleen-blauw en de uitjecel met joodoplossing?
  3. De totale vergroting van de microscoop is 400×. De cel lijkt 2 mm groot. Hoe groot is de cel werkelijk?

Uitwerking

OnderdeelPlantcelDiercelFunctie
CelwandJaNeeStevigheid, cellulose
CelmembraanJaJaSelectief doorlaatbare grens
CelkernJaJaDNA-opslag, stuurcentrum
VacuoleJa (groot)Nee (of klein)Opslag celvloeistof, turgordruk
ChloroplastenJa (groene cellen)NeeFotosynthese
MitochondriënJaJaATP-productie (celademhaling)

V1: Celwand (stevigheid/vorm), vacuole (osmose/turgordruk/opslag), chloroplasten (fotosynthese/energievastlegging).

V2: Kleuring maakt celstructuren zichtbaar die anders kleurloos en transparant zijn. Methyleen-blauw kleurt de celkern blauw (DNA). Joodoplossing kleurt zetmeel bruinoranje en maakt de celwand en celkern zichtbaar in plantenweefsel.

V3: Werkelijke grootte = waargenomen grootte / vergroting = 2 mm / 400 = 0,005 mm = 5 μm.

Benodigde laboratoriumapparatuur van Labvakhandel

Labvakhandel levert lichtmicroscopen, objectglaasjes, dekglaasjes, kleuringsreagenten en compleet microscopiemateriaal voor biologiepractika in de onderbouw van het voortgezet onderwijs.

Bekijk het assortiment biologie of neem contact op voor advies.

Meer practicumopdrachten

Ontdek alle practica in de Labvakhandel kennisbank — voor biologie, scheikunde en natuurkunde.

Bestellijst

Uw winkelwagen is leeg.