In dit practicum voor klas 1 HAVO onderzoek je de eigenschappen van golven via een trillend koord en een rimpelbak. Je meet frequentie, golflengte en golfsnelheid en verifieert de golfrelatie v = f × λ.
Na dit practicum kun je de begrippen frequentie (f), golflengte (λ), periode (T) en amplitude definiëren, de golfrelatie v = f × λ toepassen, het onderscheid uitleggen tussen transversale en longitudinale golven, en staande golven verklaren (knooppunten en buiken).
Niveau: HAVO klas 1 | Vak: Natuurkunde | Domein: B1 Informatieoverdracht / Golven | Golf, frequentie, golflengte, periode, amplitude, transversaal, longitudinaal, staande golf
Een golf is de voortplanting van een trilling door een medium. Periode T (s): tijd voor één volledige trilling. Frequentie f = 1/T (Hz). Golflengte λ (m): afstand tussen twee opeenvolgende punten met gelijke fase. Golfrelatie: v = f × λ. Staande golf: superpositie van twee gelijke golven in tegengestelde richting; vormt knooppunten (geen beweging) en buiken (max. amplitude).
V1: λ = v / f = 12 / 3 = 4,0 m.
V2: De golfsnelheid wordt bepaald door de eigenschappen van het medium (spanning en massadichtheid van het koord), niet door de frequentie. Bij de tweede harmonische is f verdubbeld, maar de golfsnelheid v blijft gelijk. Uit v = fλ volgt λ = v/f = v/(2f₁) = λ₁/2: de golflengte halveert.
V3: λ = v / f = 343 / 440 = 0,780 m ≈ 78 cm.
Labvakhandel levert elastische koorden, functiegeneratoren, rimpelbakken en stroboscopen voor golfpraktika in het voortgezet onderwijs.
Bekijk het assortiment natuurkunde of neem contact op voor advies.
Ontdek alle practica in de Labvakhandel kennisbank — voor biologie, scheikunde en natuurkunde.
Inloggen
Wachtwoord vergeten
Account aanmaken
Uw winkelwagen is leeg.