In dit practicum voor klas 1 HAVO bepaal je de pH van alledaagse vloeistoffen met behulp van pH-papier, universele indicator en rode koolsap als zelfgemaakte indicator. Je koppelt de resultaten aan zuren en basen in het dagelijks leven.
Na dit practicum kun je de pH-schaal (0–14) beschrijven, vloeistoffen indelen als zuur (pH < 7), neutraal (pH = 7) of basisch (pH > 7), uitleggen wat een indicator is en hoe die werkt, en een neutralisatiereactie in woorden beschrijven.
Niveau: HAVO klas 1 | Vak: Scheikunde | Onderwerp: Zuren, basen, pH | Zuur, base, pH-schaal, indicator, neutralisatie, H⁺-ionen
De pH-schaal loopt van 0 (sterk zuur) tot 14 (sterk basisch). Neutraal = pH 7. Zuren geven H⁺-ionen af in water; basen geven OH⁻-ionen af of nemen H⁺ op. Een indicator is een stof die van kleur verandert afhankelijk van de pH (bijv. rode kool: rood in zuur, groen/geel in base). Neutralisatie: zuur + base → zout + water (H⁺ + OH⁻ → H₂O).
V1: Rode kool bevat anthocyanen, gekleurde moleculen die van structuur veranderen bij wisselende H⁺-concentraties. Bij lage pH (veel H⁺) worden de moleculen rood/roze; bij hoge pH (weinig H⁺, veel OH⁻) worden ze groen/geel. De kleur is dus een maat voor de pH.
V2: Zoutzuur (HCl) en natriumhydroxide (NaOH) reageren met elkaar in een neutralisatiereactie: zoutzuur + natriumhydroxide → natriumchloride (keukenzout) + water. De zure en basische eigenschappen heffen elkaar op; het product is neutraal (pH ≈ 7).
V3: Zuur: citroensap (pH ≈ 2–3); cola (pH ≈ 2,5); azijn (pH ≈ 3). Basisch: zeep (pH ≈ 9–10); baking soda-oplossing (pH ≈ 8–9); ammoniak (pH ≈ 11).
Labvakhandel levert pH-papier, universele indicators en reageerbuisrekken voor zuur-base-practika in het voortgezet scheikundeonderwijs.
Bekijk het assortiment of neem contact op voor advies.
Ontdek alle practica in de Labvakhandel kennisbank — voor biologie, scheikunde en natuurkunde.
Inloggen
Wachtwoord vergeten
Account aanmaken
Uw winkelwagen is leeg.