In dit practicum voor klas 2 HAVO maak je kennis met het mol-begrip via weging en berekening. Je bepaalt de massa van één mol van verschillende stoffen, oefen de formule n = m/M, en pas je dit toe in een eenvoudige stoichiometrische berekening.
Na dit practicum kun je de formule n = m / M toepassen, de molaire massa berekenen uit de atoommassa’s in het periodiek systeem, en een eenvoudige stoichiometrische berekening uitvoeren om te bepalen hoeveel reactant of product bij een reactie hoort.
Niveau: HAVO klas 2 | Vak: Scheikunde | Domein: C2 Chemisch rekenen | Mol, molaire massa, n = m/M, stoichiometrie, Avogadro, concentratie
Het mol is de eenheid van hoeveelheid stof: 1 mol = 6,022 × 10²³ deeltjes (getal van Avogadro). Molaire massa M: de massa per mol stof, in g/mol (= numeriek gelijk aan de molecuulmassa in u). Formule: n = m / M, dus m = n × M en M = m / n. Voorbeeld: M(NaCl) = 23,0 + 35,5 = 58,5 g/mol → 1 mol NaCl weegt 58,5 g.
V1: CuSO₄·5H₂O: M = Cu + S + 4O + 5(2H + O) = 63,5 + 32,1 + 64,0 + 5(18,0) = 63,5 + 32,1 + 64,0 + 90,0 = 249,6 g/mol.
V2: n = c × V = 2,00 × 0,250 = 0,500 mol. m = n × M = 0,500 × 58,5 = 29,3 g NaCl.
V3: n(Mg) = 2,40 / 24,3 = 0,0988 mol. Verhouding Mg:MgO = 2:2 = 1:1 → n(MgO) = 0,0988 mol. m(MgO) = 0,0988 × 40,3 = 3,98 g ≈ 4,00 g.
Labvakhandel levert analytische balansen, maatkolven en weegbootjes voor molberekening-practika in het voortgezet scheikundeonderwijs.
Bekijk het assortiment of neem contact op voor advies.
Ontdek alle practica in de Labvakhandel kennisbank — voor biologie, scheikunde en natuurkunde.
Inloggen
Wachtwoord vergeten
Account aanmaken
Uw winkelwagen is leeg.