Practicum: Mendelse erfelijkheid – monohybride kruising – Biologie Klas 3 HAVO

In dit practicum voor klas 3 HAVO voer je monohybride kruisingsschema’s uit en verifieer je de Mendelse verhoudingen (3:1 en 1:1) via kansberekening en een modelexperiment met gekleurde kralen of munten. Je koppelt de resultaten aan dominantie en recessiviteit.

Leerdoel

Na dit practicum kun je de begrippen genotype, fenotype, dominant, recessief, homozygoot en heterozygoot definiëren, kruisingsschema’s opstellen (Punnett-vierkant) en de verwachte fenotypeverhouding berekenen, de eerste en tweede wet van Mendel beschrijven, en chi-kwadraat of kansberekening toepassen om verwachte en gevonden verhoudingen te vergelijken.

Cursusniveau en vakgebied

Niveau: HAVO klas 3 | Vak: Biologie | Domein: M (Molecuul- en celniveau), Erfelijke eigenschap | Genotype, fenotype, dominant, recessief, homozygoot, heterozygoot, Punnett, segregatie

Benodigdheden

  • Gekleurde kralen (of papierlotjes): bijv. rood (allel B, dominant) en wit (allel b, recessief)
  • 2 zakjes (elk 50 rode + 50 witte kralen) = gesimuleerde gonaden van heterozygote ouder
  • Rekenmachine, tabel voor chi-kwadraattoets

Achtergrondinformatie

Mendel: elk individu heeft per kenmerk twee allelen (één per homoloog chromosoom). Bij vorming van geslachtscellen (gameten): allelen segregeren → elke gamet krijgt 1 allel. Dominant allel (B): altijd in het fenotype zichtbaar. Recessief allel (b): alleen zichtbaar bij bb (homozygoot). Bb × Bb → BB : Bb : bb = 1:2:1 (genotype); Rood : Wit = 3:1 (fenotype). Eerste wet van Mendel: segregatiewet (allelen scheiden bij meiosedeling).

Werkwijze

Model-experiment: Bb × Bb

  1. Gebruik zakje 1 (vader) en zakje 2 (moeder): elk 50 rode (B) + 50 witte (b) kralen.
  2. Trek zonder kijken 1 kraal uit zakje 1 en 1 uit zakje 2. Noteer de combinatie (BB, Bb, bB of bb). Leg terug. Herhaal 100 keer.
  3. Tel op: aantal BB, aantal Bb (= bB), aantal bb. Bereken de fenotypeverhouding (rood/wit).
  4. Vergelijk met de verwachte verhouding 3:1. Bereken de afwijking in %.

Resultaattabel

GenotypeGeteld (n)Verwacht (n)Fenotype
BB 25Rood
Bb 50Rood
bb 25Wit
Rood totaal 75 
Wit totaal 25 

Verwerkingsvragen

  1. Ouder 1 is BB (zwart haar) en ouder 2 is bb (blond haar). Stel het kruisingsschema op en geef de genotypen en fenotypen van de F1-generatie.
  2. Twee ouders met zwart haar krijgen een blond kind. Geef de genotypen van beide ouders. Verklaar met een Punnett-vierkant.
  3. Je vindt in het model 80 rode en 20 witte nakomelingen (in plaats van 75:25). Is deze afwijking te verwachten? Verklaar.

Uitwerking

V1: P: BB × bb. F1-gameten: B en b. Punnett: alle nakomelingen Bb. Genotype F1: 100% Bb; Fenotype: 100% zwart haar (B is dominant).

V2: Beide ouders zijn heterozygoot — genotype Bb. Punnett: BB (25%), Bb (50%), bb (25%). Blond kind = bb, is 25% kans. Zwart haar hebben beiden (Bb): zwart fenotype maar drager van het blond allel (recessief b verborgen).

V3: Ja, dit is te verwachten. Kansprocessen geven altijd enige afwijking van de theoretische verhouding, zeker bij n = 100. Pas bij erg grote steekproeven (n ≥ 1000) nader je 75:25. De chi-kwadraattoets geeft aan of de afwijking (80:20 vs. 75:25) statistisch significant is of door toeval kan zijn ontstaan.

Benodigde laboratoriumapparatuur van Labvakhandel

Labvakhandel levert erfelijkheidsmodelsets (gekleurde kralen), kruisingsschema-materialen en DNA-modelsets voor erfelijkheidsonderwijs in het voortgezet biologieonderwijs.

Bekijk het assortiment of neem contact op voor advies.

Meer practicumopdrachten

Ontdek alle practica in de Labvakhandel kennisbank — voor biologie, scheikunde en natuurkunde.

Bestellijst

Uw winkelwagen is leeg.