Niveauaanduiding: HAVO 3 of 4 — passend bij het hoofdstuk Trillingen en golven (periode, frequentie, eenvoudige harmonische beweging).
Een wisselende beweging die zichzelf steeds herhaalt, heet een trilling. Een slinger is een van de eenvoudigste voorbeelden van een trillend systeem: mits de uitslag klein blijft, verloopt de slingering bij benadering harmonisch. De periode van die trilling hangt af van de slingerlengte en de valversnelling g — en opmerkelijk genoeg niet van de massa van de bob.
In dit practicum bepaalt u de periode van een slinger bij verschillende lengtes en leidt u de waarde van g af uit uw meetresultaten. U gebruikt hiervoor de Phyphox-app, die via de versnellingssensor van de smartphone de slingerperiode automatisch registreert.
Na afloop van dit practicum kunt u:
Voor een wiskundige slinger met kleine uitslagen (kleiner dan circa 15°) geldt de volgende betrekking voor de periode T:
T = 2π · √(L / g)
waarin L de lengte van de slinger is (van ophangpunt tot het zwaartepunt van de bob) en g de valversnelling (9,81 m/s² op zeeniveau). Door deze vergelijking te kwadrateren, ontstaat:
T² = (4π² / g) · L
Dit is een lineaire betrekking: T² is recht evenredig met L. Een grafiek van T² tegen L levert een rechte lijn door de oorsprong met richtingscoëfficiënt 4π²/g. Uit deze richtingscoëfficiënt volgt g direct.
De formule geldt alleen bij kleine uitslagen. Bij grote uitslagen neemt de periode iets toe. Voor uitslagen kleiner dan 15° is de afwijking ten opzichte van de formule minder dan 0,5% en daarmee verwaarloosbaar voor schoolmetingen.
Dit practicum heeft geen chemische of elektrische gevaren. Zorg dat het ophangpunt stevig is vastgemaakt zodat de bob niet kan losschieten. Houd de uitslag klein (maximaal 15°). Bij gebruik van een bezemsteel over stoelen: zet de stoelen stevig neer en controleer voor elke meting of het ophangpunt niet is verschoven.
Galileo Galilei observeerde al rond 1583 dat een slingerende lamp in de Dom van Pisa steeds even lang over zijn beweging deed, ongeacht de uitslag. Christiaan Huygens (1629–1695) legde dit later wiskundig vast en paste het principe toe in zijn slingerklok. Tot in de twintigste eeuw was de slingerklok het nauwkeurigste tijdmeetinstrument ter wereld.
De slingerformule T = 2π√(L/g) geldt strikt genomen alleen voor een ideale wiskundige slinger met een massaloze draad en een puntvormige bob. In werkelijkheid heeft de draad massa en heeft de bob een eindige omvang, waardoor de effectieve slingerlengte iets afwijkt van de gemeten draadlengte. Bij nauwkeurige metingen wordt hiervoor gecorrigeerd.
De Phyphox-app is ontwikkeld aan de RWTH-universiteit Aken en gratis beschikbaar voor Android en iOS.
Inloggen
Wachtwoord vergeten
Account aanmaken
Uw winkelwagen is leeg.