Niveauaanduiding: HAVO 3 of 4 — passend bij het hoofdstuk Kracht en Beweging (wet van Hooke) en Trillingen en golven (massa-veersysteem, periode).
Een veer biedt weerstand wanneer hij wordt uitgerekt of ingedrukt: hij trekt altijd terug naar zijn rustpositie. Voor kleine vervormingen is die terugveerkracht recht evenredig met de verlenging. Dit verband staat bekend als de wet van Hooke. De evenredigheidsconstante — de veerconstante k — is een maat voor de stijfheid van de veer.
Dezelfde veerconstante bepaalt ook hoe snel een massa die aan de veer hangt, op en neer trilt. In dit practicum bepaalt u k op twee onafhankelijke manieren: via statische rek-kracht-metingen en via de trillingsperiode van een massa-veersysteem. U vergelijkt beide resultaten en beoordeelt de overeenkomst.
Na afloop van dit practicum kunt u:
De wet van Hooke beschrijft de veerkracht F bij een verlenging Δx:
F = k · Δx
De veerconstante k heeft de eenheid N/m: een stijve veer heeft een hoge k-waarde, een slappe veer een lage k-waarde. De grafiek van F tegen Δx is een rechte lijn door de oorsprong; de richtingscoëfficiënt is k.
Wanneer een massa m aan een veer hangt en een kleine uitslag krijgt, trilt het systeem harmonisch. De periode T van die trilling is:
T = 2π · √(m / k)
Herschreven naar k:
k = 4π² · m / T²
Als T en m bekend zijn, kan k dus ook via de trillingsmethode worden bepaald.
Er zijn geen chemische gevaren. Hang de veer niet zwaarder dan de elastische grens toelaat. Leg een opvangkussen onder de opstelling. Zorg dat de smartphone stevig vast zit aan de massa voordat u het systeem laat trillen.
De wet van Hooke geldt niet alleen voor metalen spiraalveren, maar ook voor elastische materialen zoals rubber, beton en menselijk botweefsel — zolang de vervorming klein genoeg is. In de bouwkunde wordt het principe gebruikt om te berekenen hoe gebouwen doorbuigen onder belasting. Bij aardbevingen of stormen wordt de elasticiteit van constructiematerialen bewust ingezet als dempingsmechanisme.
De trillingsperiode T = 2π√(m/k) is wiskundig volledig analoog aan de slingerperiode T = 2π√(L/g): in beide gevallen is er een terugstelvende kracht evenredig met de uitwijking, en in beide gevallen levert dat een harmonische oscillator op. Het enige verschil is de oorsprong van de terugstelvende kracht: veerkracht versus zwaartekrachtcomponent.
Inloggen
Wachtwoord vergeten
Account aanmaken
Uw winkelwagen is leeg.