Practicum: Reactiesnelheid – invloedsfactoren – Scheikunde Klas 3 HAVO

In dit practicum voor klas 3 HAVO onderzoek je systematisch hoe concentratie, temperatuur en deeltjesgrootte de reactiesnelheid beïnvloeden. Je gebruikt de reactie van natriumthiosulfaat met zoutzuur en meet de tijd totdat een zwavelneeerslag het zicht op een zwart kruis belemmert.

Leerdoel

Na dit practicum kun je de reactiesnelheid uitdrukken als v = 1/t, de invloed van concentratie, temperatuur en deeltjesgrootte verklaren via de botsingstheorie, en de vuistregel toepassen dat de reactiesnelheid verdubbelt per 10°C temperatuurstijging.

Cursusniveau en vakgebied

Niveau: HAVO klas 3 | Vak: Scheikunde | Domein: C4 Reactiekinetiek | Reactiesnelheid, botsingstheorie, concentratie, temperatuurafhankelijkheid, deeltjesgrootte, activeringsenergie

Benodigdheden

  • Na₂S₂O₃-oplossing (0,15 mol/L), HCl (2 mol/L)
  • maatcilinders (25 mL, 10 mL), bekerglazen (100 mL), stopwatch
  • Thermostaat of waterbaden (10°C, 20°C, 30°C, 40°C)
  • Zwart kruis op wit papier (onder het bekerglas)
  • Marmerstukjes (groot en fijngemalen) + HCl voor oppervlakteproef

Achtergrondinformatie

Reactie: Na₂S₂O₃ + 2 HCl → 2 NaCl + SO₂ + S↓ + H₂O. Het vrijkomende zwavel (S) maakt de oplossing troebel. Meting: t = tijd totdat het kruis onzichtbaar is; reactiesnelheid v ∝ 1/t. Botsingstheorie: reactie vereist energetische, effectieve botsingen. Hogere concentratie → meer deeltjes/volume → meer botsingen per seconde. Hogere temperatuur → hogere kinetische energie → meer botsingen met E ≥ Eact. Groter oppervlak → meer contactpunten per tijdseenheid.

Werkwijze – Deel A: Invloed concentratie (T = 20°C)

ProefV(Na₂S₂O₃) mLV(H₂O) mLc relatiefV(HCl) mL
15001,005
240100,805
330200,605
420300,405
510400,205

Meettabel

Proefc relatiefT (°C)t (s)v = 1/t
11,0020  
20,8020  
30,6020  
40,4020  
50,2020  
6 (T-proef)1,0030  
7 (T-proef)1,0040  

Verwerkingsvragen

  1. Als t bij c = 1,00 gelijk is aan 18 s en bij c = 0,50 gelijk is aan 36 s: toon aan dat v en c recht evenredig zijn.
  2. Bij 20°C duurt de reactie 18 s; bij 30°C duurt het 9 s. Wat is de verhouding in reactiesnelheid? Is dit consistent met de vuistregel?
  3. Verklaar met de botsingstheorie waarom fijngemalen marmer sneller reageert dan grote stukken.

Uitwerking

V1: v(c=1,00) = 1/18 = 0,056 s⁻¹; v(c=0,50) = 1/36 = 0,028 s⁻¹. Verhouding v = 0,056/0,028 = 2 = verhouding c (1,00/0,50 = 2). Conclusie: v ∝ c.

V2: v(30°C)/v(20°C) = (1/9)/(1/18) = 18/9 = 2. De reactie is 2× zo snel bij 10°C hogere temperatuur. Dit klopt precies met de vuistregel (“per 10°C verdubbelt de reactiesnelheid”).

V3: Fijngemalen marmer heeft een veel groter totaal contactoppervlak met het zoutzuur. Per tijdseenheid kunnen meer HCl-deeltjes botsen op meer CaCO₃-oppervlak → meer effectieve botsingen per seconde → hogere reactiesnelheid.

Benodigde laboratoriumapparatuur van Labvakhandel

Labvakhandel levert maatcilinders, stopwatches, waterbaden en reagensoplossingen voor reactiesnelheidspraktika in het voortgezet scheikundeonderwijs.

Bekijk het assortiment of neem contact op voor advies.

Meer practicumopdrachten

Ontdek alle practica in de Labvakhandel kennisbank — voor biologie, scheikunde en natuurkunde.

Bestellijst

Uw winkelwagen is leeg.