Practicum: Nierfunctie en urineonderzoek – Biologie Klas 4 HAVO

In dit practicum voor klas 4 HAVO onderzoek je de werking van de nier via urineanalyse. Je test nagebootste urinemonsters op glucose, eiwit, pH en nitraten en koppelt de bevindingen aan nefronwerking, homeostase en pathologische condities zoals diabetes mellitus.

Leerdoel

Na dit practicum kun je de functie van de nier beschrijven (filtratie, terugresorptie, secretie), afwijkende urineparameters interpreteren, de rol van de nier in homeostase (water, zoutbalans, pH) uitleggen, en de link leggen tussen glucosurie en diabetes mellitus.

Cursusniveau en vakgebied

Niveau: HAVO klas 4 | Vak: Biologie | Domein: O (orgaan- en organismeniveau) (CE) | Nier, nefron, filtratie, terugresorptie, urine, homeostase, glucose, diabetes, osmose

Benodigdheden

  • Nagebootste urinemonsters A, B, C (gedestilleerd water + indicatieve stoffen)
  • Urine-teststrips (combistix of urinestickstoffen: glucose, eiwit, pH, nitriet)
  • Glucosetestoplossing (voor Fehling als alternatief)
  • Bekerglazen, pipetten

Achtergrondinformatie

De nier filtert bloed in het nefron: glomerulus filtreert water, glucose, ionen, ureum. Tubulus resorbeert selectief terug: glucose (normaal 100% teruggeresorb.), water, Na⁺. Normale urine: geen glucose, geen eiwit, pH 5–8, gering ureum. Diabetes mellitus: te hoge bloedglucose (≥10 mmol/L) → drempelwaarde nier overschreden → glucose in urine (glucosurie). Nefrotisch syndroom: beschadigde glomerulus → eiwit lekt door → proteïnurie.

Werkwijze

  1. Dompel een urinestick 1 s in monster A. Lees na 60 s af (kleurenschaal). Noteer glucose, eiwit, pH.
  2. Herhaal voor monsters B en C.
  3. Interpreteer: welk monster is normaal? Welk wijst op diabetes? Welk op nierschade?

Meettabel

ParameterMonster AMonster BMonster CNormaalwaarde
Glucose   Negatief
Eiwit   Spoor (negatief)
pH   5–8
Nitriet   Negatief

Verwerkingsvragen

  1. Monster B heeft glucose in de urine maar geen eiwit. Welke aandoening is waarschijnlijk? Verklaar.
  2. Verklaar waarom de tubulus glucose actief terugresorbeert, maar ureum (deels) niet.
  3. De nierfunctie daalt bij ouderen. Welk gevolg heeft dit voor de bloeddrukregulatie?

Uitwerking

V1: Glucose in urine zonder eiwit wijst op diabetes mellitus. Bij hoge bloedglucose (hyperglykemie ≥10 mmol/L) overschrijdt de glucoseconcentratie in het glomerulusfiltraat de maximale terugresorptiecapaciteit van de tubulus. Glucose verschijnt dan in de eindige (definitieve) urine.

V2: Glucose is een waardevolle energiebron; het lichaam wil niets verloren laten gaan. Actief transport (via SGLT-transporteiwitten) brengt glucose terug uit het filtraat naar het bloed. Ureum is een afvalproduct van eiwitafbraak; een deel wordt passief teruggeresorb. (osmo-regulatie) maar het grootste deel moet worden uitgescheiden (ontgifting).

V3: De nier regelt bloeddruk via het renine-angiotensine-aldosteronsysteem (RAAS) en via waterterugresorptie (ADH). Bij verminderde nierfunctie daalt het vermogen om natrium en water te reguleren → verhoogd bloedvolume en bloeddruk (renale hypertensie).

Benodigde laboratoriumapparatuur van Labvakhandel

Labvakhandel levert urine-teststrips, nagebootste urinemonstersets en bekerglazen voor nierfunctiepraktika in het voortgezet biologieonderwijs.

Bekijk het assortiment of neem contact op voor advies.

Meer practicumopdrachten

Ontdek alle practica in de Labvakhandel kennisbank — voor biologie, scheikunde en natuurkunde.

Bestellijst

Uw winkelwagen is leeg.