Practicum: Reflexen en zenuwstelsel – Biologie Klas 5 HAVO

In dit examenpracticum voor klas 5 HAVO onderzoek je reflexen (kniepeesreflex, pupilreflex) en meet je de menselijke reactietijd. Je koppelt de resultaten aan de opbouw van de reflexboog en het onderscheid tussen het autonome en somatische zenuwstelsel.

Leerdoel

Na dit practicum kun je de onderdelen van een reflexboog benoemen (receptor, afferente zenuw, integratiecentrum, efferente zenuw, effector), het verschil uitleggen tussen aangeboren reflexen en aangeleerde reacties, de reactietijd meten en de invloed van oefening beschrijven, en het autonome zenuwstelsel (sympathisch/parasympathisch) koppelen aan de pupilreflex.

Cursusniveau en vakgebied

Niveau: HAVO klas 5 (examenjaar) | Vak: Biologie | Domein: O (Orgaan- en organismeniveau) | Reflexboog, kniepeesreflex, pupilreflex, autonome zenuwstelsel, reactietijd, receptor, efferent

Benodigdheden

  • Reflexhamer (neurologische hamer)
  • Zaklamp (voor pupilreflex)
  • Liniaal of reactietijdsapparaat (liniaalval-methode)
  • stopwatch

Achtergrondinformatie

De reflexboog: stimulus → receptor → afferente zenuwvezel → integratiecentrum (ruggenmerg of hersenstam) → efferente zenuwvezel → effector (spier/klier). Reflexen zijn niet afhankelijk van bewuste hersenactiviteit — ze zijn sneller. Kniepeesreflex: aanslaan kniepees → spierrek → monosynaptische reflex → quadriceps contraheert → onderbeen schiet omhoog. Pupilreflex: licht → retinasignaal → hersenstam → parasympathisch: pupilvernauwing (m. sphincter pupillae); sympathisch: pupilverwijding bij donker.

Werkwijze

Proef 1 – Kniepeesreflex

  1. Proefpersoon zit ontspannen met gekruiste benen. Sla de reflexhamer op de kniepees. Observeer de beenbeweging. Herhaal met gespannen been. Vergelijk.

Proef 2 – Pupilreflex

  1. Beschijn het ene oog met de zaklamp (3 s). Observeer de pupil van dat oog (direct reflex) en de andere pupil (consensuele reflex).

Proef 3 – Reactietijd (liniaalval)

  1. Houder laat liniaal onverwacht vallen; proefpersoon vangt zo snel mogelijk. Meet de afstand gevallen (d in cm). Bereken reactietijd: t = √(2d/g), g = 9,81 m/s².
  2. Herhaal 10× en bereken het gemiddelde. Herhaal na 10 oefenslagen. Vergelijk.

Meettabel Reactietijd

Metingd (cm)t (ms)Na oefening d (cm)t (ms)
1    
2    
    
Gem.    

Verwerkingsvragen

  1. Verklaar waarom een reflex sneller is dan een bewuste reactie.
  2. De liniaal valt 18 cm. Bereken de reactietijd.
  3. Verklaar via het autonome zenuwstelsel waarom de pupil van het andere oog ook samentrekt bij beschijnen van één oog (consensuele reflex).

Uitwerking

V1: Een reflex verloopt via het ruggenmerg (of hersenstam) als integratiecentrum — niet via de hersenschors (bewustzijn). Het zenuwsignaal hoeft een kortere weg af te leggen (receptor → ruggenmerg → effector) en er zijn minder synaptische overdrachten. Een bewuste reactie verloopt via: zintuig → hersenschors → motorische schors → spier → langere route → hogere reactietijd.

V2: t = √(2d/g) = √(2 × 0,18 / 9,81) = √(0,0367) = 0,191 s = ≈191 ms.

V3: Licht op één retina stuurt een signaal naar de Edinger-Westphal-kern in de hersenstam. Deze kern stuurt parasympathische signalen naar beide ogen (kruisende verbindingen via de optische chiasma en de hersenstam). Beide m. sphincter pupillae trekken samen, ongeacht welk oog belicht wordt — dit is de consensuele pupilreflex.

Benodigde laboratoriumapparatuur van Labvakhandel

Labvakhandel levert reflexhamers, zaklampen en reactietijdapparaten voor zenuwstelsel-practika in het voortgezet biologieonderwijs.

Bekijk het assortiment of neem contact op voor advies.

Meer practicumopdrachten

Ontdek alle practica in de Labvakhandel kennisbank — voor biologie, scheikunde en natuurkunde.

Bestellijst

Uw winkelwagen is leeg.