Practicum: Osmose en plasmolyse – Biologie Klas 1 VMBO-T

In dit practicum voor klas 1 VMBO-T onderzoek je osmose: de beweging van water door een semipermeabel membraan. Je meet massaverandering van aardappelblokjes in oplossingen en observeert plasmolyse van ui-epidermiscellen onder de microscoop.

Leerdoel

Na dit practicum kun je osmose beschrijven als waterbeweging van laag naar hoog opgeloste-stofconcentratie via een semipermeabel membraan, de begrippen hypotonisch, isotonisch en hypertonisch uitleggen, plasmolyse verklaren op celniveau, en turgorzwelling en verwelking van planten koppelen aan osmose.

Cursusniveau en vakgebied

Niveau: VMBO-T klas 1 | Vak: Biologie | Domein: K/4 Cellen / K/8 Transport | Osmose, semipermeabel membraan, hypotonisch, isotonisch, hypertonisch, plasmolyse, turgor

Benodigdheden

Achtergrondinformatie

Osmose: diffusie van water door een semipermeabel membraan naar de kant met hogere opgeloste-stofconcentratie. In een hypotonische oplossing (laag zout buiten) stroomt water de cel in → cel zwelt. In een hypertonische oplossing (hoog zout buiten) verliest de cel water → cel krimpt. Bij een isotonische oplossing is er geen netto waterbeweging. Plasmolyse: het celmembraan trekt los van de celwand bij wateruitstroom in hypertonische omgeving.

Werkwijze

Deel A – Massaverandering aardappelblokjes

  1. Snijd 4 aardappelcilinders (≈2 cm lang). Weeg elk en noteer m0 (g).
  2. Leg elk blokje in een andere NaCl-concentratie (0,0 / 0,2 / 0,5 / 1,0 mol/L). Wacht 30 min.
  3. Haal blokjes eruit, dep droog en weeg: mna. Bereken Δm = mna − m0.

Deel B – Plasmolyse onder de microscoop

  1. Maak een preparaat van ui-epidermis in water. Bekijk bij 400×. Zijn celmembraan en celwand aaneengesloten?
  2. Vervang water door 1,0 mol/L NaCl (druppel via dekglaasrand). Observeer na 2 min: trekt het membraan los van de celwand?

Meettabel Deel A

Concentratie (mol/L)m0 (g)mna (g)Δm (g)Hypo/iso/hyper
0,0    
0,2    
0,5    
1,0    

Verwerkingsvragen

  1. Bij welke concentratie is er geen massaverandering? Wat zegt dit over de aardappelcelconcentratie?
  2. Verklaar waarom sla slap wordt als je er zout op strooit.
  3. Verklaar plasmolyse op celniveau: wat gebeurt er precies met het water in de cel?

Uitwerking

V1: Bij de concentratie waarbij Δm = 0 is de oplossing isotonisch met de aardappelcellen: de concentratie van celoplossing = concentratie van de buitenoplossing. Voor aardappel ligt dit typisch rond 0,3–0,4 mol/L NaCl.

V2: Zout (hypertonisch) op de sla trekt water via osmose uit de slacellen naar buiten. De vacuole in de slacellen raakt leeg → de turgordruk daalt → de cel krimpt → de sla wordt slap (verliesgt stevigheid door verminderde turgor).

V3: In 1,0 mol/L NaCl (hypertonisch) is de concentratie buiten hoger dan in de cel. Water stroomt via osmose door het celmembraan naar buiten. Het celvolume krimpt; het celmembraan (flexibel) trekt los van de stijve celwand → plasmolyse. De vacuole wordt kleiner en het protoplast schrompelt.

Benodigde laboratoriumapparatuur van Labvakhandel

Labvakhandel levert microscoopsets, bekerglazen en NaCl-oplossingen voor osmose-praktika in het voortgezet biologieonderwijs.

Bekijk het assortiment of neem contact op voor advies.

Meer practicumopdrachten

Ontdek alle practica in de Labvakhandel kennisbank — voor biologie, scheikunde en natuurkunde.

Bestellijst

Uw winkelwagen is leeg.