Niveauaanduiding: VMBO-T, leerjaar 2 of 3 — passend bij het onderdeel Kracht en Krachten meten.
Veren zijn overal: in ballpennen, autoveren, trampelines en mattrassen. Elk veersysteem heeft één eigenschap gemeen: hoe verder u een veer uitrekt, hoe groter de kracht waarmee hij terugtrekt. Maar hoe zit dat verband precies in elkaar? Is de terugveerkracht altijd evenredig met de uitrekking, of wordt het lastiger bij grote uitslagen?
In dit practicum onderzoekt u hoe de uitrekking van een veer samenhangt met de kracht die erop werkt, door steeds zwaarder gewichten aan de veer te hangen en de uitrekking te meten.
Na afloop van dit practicum kunt u:
Een veer die aan een gewicht hangt, wordt uitgerekt door de zwaartekracht op dat gewicht. De kracht die de veer terugtrekt is de veerkracht. Zolang de veer niet te ver wordt uitgerekt, is de veerkracht recht evenredig met de uitrekking: twee keer zover uitrekken betekent twee keer zo veel terugveerkracht. Dit regelmatige gedrag heeft zijn naam gekregen naar de Engelse natuurkundige Robert Hooke (1635–1703), al hoeft u die naam op VMBO-T niet te kennen.
Wordt de veer te ver uitgerekt, dan verliest hij zijn veerkracht en veert hij niet meer terug naar zijn oorspronkelijke lengte. Dat punt heet de elastische grens.
De kracht van een hangend gewicht berekent u met:
F = m · g
waarbij m de massa is (in kg) en g de valversnelling (9,81 m/s²). Voor eenvoud kunt u ook gewoon de massa in gram noteren en die als maatstaf voor de kracht gebruiken.
Dit practicum heeft geen chemische gevaren. Hang de veer niet te zwaar: als de gewichten van de veer vallen, kunnen ze pijn doen of iets beschadigen. Zet de opstelling op een veilige hoogte en leg een kussen of doek onder het ophangpunt als opvangzone.
Robert Hooke (1635–1703) was een tijdgenoot van Isaac Newton. Hij formuleerde omstreeks 1660 zijn wet over veren als anagram — een gecodeerde zin waarmee hij zijn ontdekking kon claimen zonder de details prijs te geven. Pas later publiceerde hij de volledige wet. Het verband dat hij beschreef — hoe verder uitgerekt, hoe groter de terugveerkracht — geldt niet alleen voor metalen veren, maar ook voor elastische banden, menselijke spieren en zelfs botten, zolang de uitrekking niet te groot is.
Op HAVO en VWO wordt dit verband uitgedrukt in de formule F = k·Δx, waarin k de veerconstante is (in N/m). Op VMBO-T is het voldoende om het kwalitatieve verband te kennen: meer kracht betekent meer uitrekking, en dat verband is recht evenredig zolang de elastische grens niet wordt bereikt.
Labvakhandel levert materialen voor in het laboratorium en practicum.
Bekijk het assortiment practicum artikelen of neem contact op voor advies.
Ontdek alle practica in de Labvakhandel kennisbank — voor biologie, scheikunde en natuurkunde.
Inloggen
Wachtwoord vergeten
Account aanmaken
Uw winkelwagen is leeg.