Ionselective elektroden (ISE): principe, membraantypen en toepassingen

Een ionselectieve elektrode (ISE) is een elektrochemische sensor die selectief reageert op de activiteit van één specifiek ion in een oplossing. Het meetprincipe berust op de Nernst-vergelijking: een iongevoelig membraan genereert een potentiaal die logaritmisch evenredig is met de ionactiviteit in het monster. ISE-metingen zijn snel, destructievrij en geschikt voor een breed concentratiebereik, van spoorniveau tot geconcentreerde matrices. De techniek vindt toepassing in drinkwateranalyse, klinische chemie, milieumonitoring, de levensmiddelenindustrie en de farmaceutische kwaliteitscontrole.

Schematisch overzicht van een ionselectieve elektrode: membraanopbouw, referentie-elektrode, Nernst-potentiaal en meetcel

Werkingsprincipe en de Nernst-vergelijking

Een ionselectieve elektrode (ISE) berust op hetzelfde fundamentele principe als de pH-glaselektrode: een membraan met selectieve ionpermeabiliteit scheidt het interne referentiecompartiment van het te meten monster. Aan het grensvlak van membraan en oplossing stelt zich een Donnan-evenwicht in: ionen die het membraan preferentieel binden of doorlaten, veroorzaken een potentiaalverschil (de membraanpotentiaal) dat afhankelijk is van de activiteit van het doelion.

De relatie tussen membraanpotentiaal en ionactiviteit wordt beschreven door de Nernst-vergelijking in ISE-vorm:

E = E0 + (RT / zF) · ln(ai)

Hierin is E de gemeten celspanning (in mV), E0 de standaardpotentiaal (elektrodeconstante), R de gasconstante (8,314 J·mol−1·K−1), T de absolute temperatuur (K), z de lading van het te meten ion (inclusief teken), F de constante van Faraday (96 485 C·mol−1) en ai de activiteit van het doelion. Bij 25 °C vereenvoudigt de factor RT/F tot 25,69 mV; per decade activiteitsverandering bedraagt de theoretische potentiaalverandering 59,16/z mV. Voor eenwaardige ionen (z = 1) is dat 59,16 mV per decade; voor tweewaardige ionen (z = 2) is dat 29,58 mV per decade.

Een complete ISE-meetopstelling bestaat uit drie onderdelen. De ionselectieve elektrode zelf vormt de indicatorelektrode; een referentie-elektrode — doorgaans een zilver/zilverchloride-elektrode (Ag/AgCl) in een KCl-elektrolyt — levert een stabiel, concentratie-onafhankelijk referentiepotentiaal; een ionometer of pH-meter met hoge ingangsimpedantie (ten minste 1012 Ω) meet het millivoltsignaal tussen beide elektroden. Het geheel vormt een galvanische cel waarvan de celspanning uitsluitend afhangt van de activiteit van het doelion.

Membraantypen

De selectiviteit van een ISE wordt volledig bepaald door de samenstelling van het membraan. Er zijn vier hoofdklassen van membraantypen, elk met eigen toepassingsgebieden en selectiviteitsprofielen.

Kristalmembranen

Kristalmembranen zijn opgebouwd uit een iongeleidende vaste stof: ofwel een homogeen monokristal of een polykristallijne gepresperste pellet, ofwel een heterogeen membraan waarbij de kristallen zijn ingebed in een inerte polymeermatrix. Het meest bekende voorbeeld is de fluoride-ISE met een lanthaanfluoride (LaF3)-kristal, gedoteerd met europium(II) om de iongeleidbaarheid te verhogen. Transport door het membraan verloopt via kristaldefecten (Schottky- en Frenkel-defecten): fluoride-ionen springen van roosterplaats naar roosterplaats. Alleen ionen met de juiste ionstraal en lading voor het kristalrooster kunnen via dit mechanisme transporteren, wat de exceptionele selectiviteit van de fluoride-ISE voor F verklaart. De enige significante interferent is OH, dat bij pH > 8 in het kristal kan worden ingebouwd; dit probleem wordt opgelost door de TISAB-buffer (zie paragraaf over kalibratie).

Andere kristalmembraan-ISE's zijn de chloride-, bromide- en jodide-ISE (AgCl/Ag2S of AgBr/Ag2S mengkristallen) en de lood-ISE (PbS/Ag2S). De aanwezigheid van Ag2S verlaagt de elektrische weerstand van het membraan en verhoogt de mechanische sterkte. Sulfide-ionen zijn een universele interferent voor alle zilversulfide-membranen en dienen in het monster afwezig te zijn of te worden gemaskeerd.

Vloeibare membranen en polymeermatrixmembranen

Vloeibare membranen bevatten een selectieve ionophore oplossing in een niet met water mengbaar oplosmiddel (mediator), gedragen door een poreus polymeer (celluloseacetaat, PVC). In de praktijk worden vrijwel altijd PVC-matrixmembranen gebruikt: de ionophore en de mediator zijn samen met een weekmaker (plasticizer) in een PVC-film gedispergeerd, wat een hanteerbaarder en duurzamer membraan oplevert dan een vloeistoffase.

De ionophore is de werkzame selectieve component: een molecuul dat het doelion met hoge affiniteit en selectiviteit complexeert. Bekende ionophores zijn:

  • Valinomycine — een cyclisch polypeptide met exceptionele selectiviteit voor K+ boven Na+ (selectiviteitscoëfficiënt KK,Na ≈ 10−4); het meest toegepaste ionophore in de analytische chemie en klinische bloedgasanalysatoren.
  • ETH 1001 (calcium-ionophore) — selectief voor Ca2+; breed ingezet in drinkwateranalyse en melkcontrole.
  • Quaternaire ammoniumverbindingen — voor anionen zoals nitraat (NO3), chloride (Cl) en perchloraat (ClO4). De selectiviteitsvolgorde van anionenwisselaars volgt de Hofmeister-reeks: ClO4 > I > Br > NO3 > Cl > SO42−.
  • Nonactin — voor ammonium (NH4+); interferentie van K+ vereist kalibratie of monstervoorbereiding.

Glasmembranen

Het bekendste glasmembraan is het pH-gevoelige lithiumglas van de pH-elektrode. Door aanpassing van de glassamenstelling (verhouding SiO2, Al2O3, Na2O) kunnen ook natrium-ISE's en lithium-ISE's worden gemaakt. Glasmembraan-ISE's zijn robuust, chemisch inert en goed te reinigen, maar breekbaar en beperkt tot kationische doelionen.

Enzymmembranen en biosensors

Een bijzondere categorie zijn ISE's gecombineerd met een immobiliseerde enzymenlaag. Het enzym zet het doelanalyt om in een ion dat de onderliggende ISE detecteert. De bekendste toepassing is de ureumsensor: urease katalyseert de hydrolyse van ureum tot ammonium en bicarbonaat, waarna de ammonium-ISE het ammoniumsignaal meet als maat voor de ureumconcentratie. Vergelijkbare opstellingen bestaan voor glucose (glucose-oxidase met zuurstof- of peroxide-elektrode), aminozuren en creatinine. Deze enzymelektroden combineren de biochemische specificiteit van het enzym met de eenvoud en snelheid van de ISE-meting.

De Nikolsky-Eisenman-vergelijking: selectiviteit en interferentie

Geen enkele ISE is volmaakt selectief voor één ionsoort. De invloed van interfererende ionen wordt beschreven door de Nikolsky-Eisenman-vergelijking:

E = E0 + (RT / ziF) · ln(ai + Σ Ki,j · ajzi/zj)

Hierin is Ki,j de potentiometrische selectiviteitscoëfficiënt voor het doelion i ten opzichte van interferent j. Hoe lager Ki,j, hoe selectiever de elektrode: Ki,j = 10−3 betekent dat de interferent 1000 maal minder bijdraagt aan het signaal dan het doelion bij gelijke activiteit. Bekende interferenties per membraantype:

  • Fluoride-ISE — OH bij pH > 8; opgelost door TISAB-buffer die pH op 5,5 brengt en metaalionen (Al3+, Fe3+) complexeert die fluoride kunnen binden.
  • Nitraat-ISE — sterke interferentie van ClO4, I, Br en organische anionen (sorbaat, benzoaat).
  • Chloride-ISE — Br, I, S2− en CN interfereren bij lage chlorideconcentraties.
  • Ammonium-ISE — K+ heeft een relatief hoge selectiviteitscoëfficiënt (KNH4,K ≈ 0,1); bij hoge kaliumconcentraties (mest, effluent) dient te worden gecorrigeerd of een voorbewerkingsstap te worden uitgevoerd.
  • Calcium-ISE — Mg2+ interfereert beperkt; bij hoge magnesiumgehalten kan de totale-ionenmethode of de enkelvoudige-additiemethode worden toegepast.

Bij verwachte significante interferentie zijn drie strategieën beschikbaar: monstervoorbereiding (filtratie, destillatie, maskering met complexvormers zoals EDTA of citroenzuur), aanpassing van de ISA/TISAB-buffer of keuze voor een alternatiefmethode (ionenchromatografie bij hoge anionencomplexiteit).

Ionsterkte en ionactiviteit: het belang van ISA- en TISAB-buffers

ISE's meten de ionactiviteit ai, niet de molariteit ci. De relatie tussen activiteit en concentratie is gegeven door ai = γi · ci, waarbij γi de activiteitscoëfficiënt is. Bij lage ionsterkte (< 0,01 mol/l) is γi ≈ 1 en zijn activiteit en concentratie nagenoeg gelijk. Bij hogere ionsterkte — zoals in zeewater, afvalwater of bloedplasma — kan γi aanzienlijk afwijken van 1, waardoor de ISE-potentiaal niet direct kan worden omgezet naar een concentratie zonder correctie.

De standaardoplossing voor dit probleem is de toevoeging van een ionensterkte-aanpassingsbuffer (ISA): een inert, sterk ioniserend zout (doorgaans natriumnitraat of kaliumnitraat) dat in zowel monster als standaard wordt toegevoegd in ruimschoots overschot. Hiermee worden de activiteitscoëfficiënten van monster en standaard gelijk getrokken, zodat het ISE-signaal lineair met de concentratie varieert. Bij fluoride-bepaling heet de bijzondere ISA-buffer TISAB (Total Ionic Strength Adjustment Buffer): TISAB bevat naast het ionsterkte-aanpassende zout ook een pH-buffer (pH ≈ 5,5) die OH-interferentie voorkomt, en een complexeer-agens (natriumcitraat of CDTA) dat metaalionen maskeert die anders fluoride zouden binden en de meting zouden storen.

Kalibratiestrategieën

Er zijn vier gangbare kalibratiestrategieën voor ISE-metingen, elk met eigen nauwkeurigheids- en toepassingsprofiel.

Directe kalibratie (ijklijn)

De meest gebruikte methode: de ISE wordt gemeten in een reeks standaardoplossingen van bekende concentratie (met gelijke ISA-buffer). De resulterende regressielijn van mV versus log(c) wordt als ijklijn gebruikt voor de omrekening van het monstersignaal naar de ionconcentratie. Vereist minimaal vijf kalibratieniveaus die het verwachte monsterconcentratiebereik omvatten. Nauwkeurigheid: 1–3% relatieve standaardafwijking bij goede elektrode en stabiele temperatuur.

Enkelvoudige-standaardadditie (standard addition method, SAM)

Een bekende hoeveelheid standaardoplossing wordt direct aan het monster toegevoegd; de potentiaalverandering geeft de concentratie van het doelion in het monster. SAM is de voorkeursmethode wanneer de matrixsamenstelling van het monster onbekend of complex is, omdat eventuele matrixeffecten automatisch worden meegenomen. De methode vereist nauwkeurige kennis van de elektrodehelling (Nernst-factor) en een enkelvoudige toevoeging van ten minste een verdubbeling van de verwachte ionactiviteit.

Dubbele-standaardadditie en standaard-substractiemethode

Verfijning van SAM met twee toevoegingen voor hogere nauwkeurigheid, of het verwijderen van een bekende ionhoeveelheid via neerslag of complexering (substractiemethode). Toepasselijk bij lage concentraties of wanneer de helling onvoldoende stabiel is.

Directe meting op basis van bloedgasanalysatoren (klinische chemie)

In moderne bloedgasanalysatoren en point-of-care-instrumenten worden ISE's gekalibreerd met gecertificeerde kalibratievloeistoffen van bekende samenstelling. Twee-punts-kalibratie (laag en hoog niveau) levert de helling en het intercept van de Nernst-lijn. Kalibratiecyclus: elke 30–60 minuten automatisch, of na elke elektrode-vervanging. Ionenwaardes (Na+, K+, Cl, Ca2+) worden direct in mmol/l gerapporteerd, gecorrigeerd voor de ISA-buffer.

Veelgebruikte ionselectieve elektroden en hun toepassingen

De volgende ISE-typen zijn in het analytische laboratorium het meest gangbaar. Per type worden de membraanopbouw, het meetbereik, de voornaamste interferenten en de typische toepassingen samengevat.

Fluoride-ISE

Membraan: LaF3-monokristal. Meetbereik: 0,02–19 000 mg/l F (10−6–100 mol/l). Interferenten: OH bij pH > 8; metaalionen (Al3+, Fe3+, Ca2+) die fluoride-complexen vormen. Kalibratiebuffer: TISAB I, II of III afhankelijk van de matrixcomplexiteit. Normmethode: ISO 10359-1 voor fluoride in drinkwater (norm 1,5 mg/l conform EU-drinkwaterrichtlijn 2020/2184). Toepassingen: drinkwatermonitoring, tandpastacontrole, industrieel afvalwater, bodemextracten, aluminiumindustrie (fluoride als component van het cryoliet-smeltbad).

Nitraat-ISE

Membraan: PVC-matrix met quaternaire ammoniumzout-ionophore. Meetbereik: 1–14 000 mg/l NO3. Interferenten: ClO4 (sterkst), I, Br, organische anionen; Cl beperkt bij concentraties < 10 × [NO3]. ISA: natriumsulfaatoplossing. Toepassingen: drinkwateranalyse (norm 50 mg/l conform EU-richtlijn), landbouwbodemextracten, mestcontrole, vleeswaren (nitraatgehalte E251/E252), fermentatieprocessen.

Ammonium-ISE

Membraan: PVC-matrix met nonactin als ionophore. Meetbereik: 0,01–14 000 mg/l NH4+. Interferenten: K+ (KNH4,K ≈ 0,1); bij K+ > 10 mg/l is correctie noodzakelijk. Ammoniakgas-elektrode (gasdiffusie-ISE): ammoniak uit alkalisch gemaakte monsters diffundeert door een hydrofobe gasdiffusiemembraan naar een intern NH4+-ISE; volledig vrij van ioneninterferenties. Toepassingen: afvalwatermonitoring (norm voor NH4+ in effluent), mestanalyse, klinische diagnostiek (ammonium in bloed bij leveraandoeningen), voedingsmiddelen.

Calcium-ISE

Membraan: PVC-matrix met ETH 1001 of analoog calcium-ionophore. Meetbereik: 0,4–40 000 mg/l Ca2+. Interferenten: Mg2+ (beperkt), Zn2+, Fe2+. ISA: ionensterkte-aanpassingsbuffer. Toepassingen: drinkwater (hardheidscomponent), melkanalyse, bloedserum (ionisch calcium; norm 1,12–1,32 mmol/l), bodemanalyse, calciumgehalte in voedingsmiddelen.

Chloride-ISE

Membraan: homogeen AgCl/Ag2S-kristalpellet of AgCl-heterogeen. Meetbereik: 1–35 000 mg/l Cl. Interferenten: Br, I, S2−, CN. Toepassingen: drinkwater (norm 250 mg/l), zweet-chloridebepaling bij mucoviscidosediagnostiek (norm > 60 mmol/l), voedingsmiddelen (zoutgehalte), farmaceutisch productieproceswater.

Kalium-ISE

Membraan: PVC-matrix met valinomycine. Meetbereik: 0,04–3 900 mg/l K+. Selectiviteitscoëfficiënt KK,Na ≈ 10−4. Toepassingen: serumelektrolytmeting (norm 3,5–5,0 mmol/l K+), bodembemestingsadvies, afvalwatermonitoring, farmaceutisch proceswater.

Natrium-ISE

Membraan: glasmembraan (speciale glassamenstelling) of PVC-matrix met natriumselective ionophore. Selectiviteitscoëfficiënt KNa,H is laag; hoge H+-concentratie (pH < 4) geeft positieve fout. Toepassingen: serumnatrium (norm 135–145 mmol/l; meest bepalende parameter in bloedgasanalyse), drinkwater, zuiverings- en ontziltingsinstallaties.

ISE in directe potentiometrie en in potentiometrische titratie

ISE's worden ingezet in twee principieel verschillende meetopstellingen. Bij directe potentiometrie wordt de celspanning van één meting omgezet naar een concentratie via een eerder opgestelde ijklijn. Dit is de methode achter de ionometer en bloedgasanalysator: snel (resultaat in seconden), geschikt voor routine en automatisering, maar gevoelig voor matrixeffecten en ionensterktevariaties. Bij potentiometrische titratie fungeert de ISE als indicatorelektrode die het eindpunt aanwijst via de steilste potentiaalverandering op het equivalentiepunt. De ISE hoeft niet absoluut nauwkeurig gekalibreerd te zijn; het inflectiepunt van de titratiecurve is het eindpunt. Dit principe wordt toegepast bij de geautomatiseerde EDTA-titratie (calcium-ISE of koper-ISE als indicatorelektrode) en bij neerslagtitraties (Ag/AgCl-elektrode voor chloridebepaling via Mohr-methode).

ISE in klinische chemie: bloedgasanalysatoren en point-of-care

In de klinische laboratoriumpraktijk zijn ISE's de dominante methode voor de bepaling van bloedelektrolyten. Moderne bloedgasanalysatoren (zoals de systemen van Radiometer, Siemens, Roche en Abbott) bevatten een geïntegreerde ISE-array voor de gelijktijdige meting van Na+, K+, Cl, ionisch calcium (Ca2+), pH, pCO2 en pO2 in 70–100 µl volbloed. De pH-elektrode is in feite de oudste vorm van een ionselectieve elektrode (selectief voor H+, met een glasmembraan). De meting duurt 60–90 seconden; de resultaten zijn direct beschikbaar voor klinische besluitvorming.

Het verschil tussen totaal calcium (fotometrisch bepaald na eiwitprecipitatie: totale calcium inclusief eiwitgebonden fractie) en ionisch (vrij) calcium (direct ISE-meting: alleen het fysiologisch actieve ongebonden calcium) is klinisch relevant: hypocalciëmie wordt gedefinieerd op basis van ionisch calcium (< 1,12 mmol/l), niet van totaalcalcium. ISE-meting van ionisch calcium is hiervoor de gouden standaard.

ISE in drinkwateranalyse en milieu

In de drinkwateranalyse is de fluoride-ISE de referentiemethode voor fluoridebepaling conform ISO 10359-1. De norm voor fluoride in drinkwater is 1,5 mg/l (EU-drinkwaterrichtlijn 2020/2184); ISE biedt een eenvoudige, snelle en normaconforme meetmethode zonder de interferentieproblemen van fotometrische methoden bij ijzer- of aluminiumrijke matrices. De nitraat-ISE is een routinemethode voor veldinspecties; voor laboratoriumanalyse conform ISO 10304-1 is ionenchromatografie echter nauwkeuriger en minder interferentiegevoelig. ISE voor ammonium (of gasdiffusie-elektrode voor ammoniak) is genormeerd in ISO 11732 voor wateranalyse.

ISE in de voedings- en farmaceutische industrie

In de levensmiddelenindustrie worden ISE's ingezet voor de routinebepaling van natriumchloride (zoutgehalte) in vleeswaren, kaas en groenten, en voor de nitraatcontrole in groenten conform EU-verordening 1881/2006 (maximumgehalten voor nitraat in bladgroenten). De fluoride-ISE is de referentiemethode voor fluoride-controle in tandpasta's conform ISO 11609. In de farmaceutische industrie worden ISE's ingezet voor elektrolytcontrole in infuusvloeistoffen en dialyseconcentraten, en voor de zuiverheidscontrole van farmaceutische zouten conform de Europese Farmacopee (Ph.Eur.).

ISE in de landbouw en bodemanalyse

Nitraat-ISE is een waardevolle veldsensor voor de monitoring van nitraatgehalten in bodemextracten en irrigatiewater, als aanvulling op laboratoriumanalyse. Ammonium-ISE of gasdiffusie-ammoniakelektrode wordt ingezet voor mestanalyse en effluentmonitoring. Mobiele ISE-systemen op basis van screen-printed elektroden (SPE) worden steeds meer ingezet voor precisielandbouw: real-time monitoring van de ionenstatus van bodem en gewas, draadloos gekoppeld aan databeheer.

Onderhoud, bewaring en levensduur

De levensduur van een ISE hangt sterk af van het membraantype en de gebruiksomstandigheden. Kristalmembraanelektroden (fluoride-ISE, chloride-ISE) hebben typisch een levensduur van één tot drie jaar bij regulier gebruik; het membraan kan beschadigd raken door sterk oxiderende media (chloor, ozon) of door mechanische beschadiging. PVC-matrixmembranen (nitraat-, ammonium-, calcium-ISE) zijn gevoeliger voor uitloging van de ionophore en de weekmaker; de typische levensduur is zes maanden tot twee jaar. Signalen voor veroudering zijn een verminderde helling (afwijkend van de theoretische Nernst-helling), een langere responstijd en een toegenomen drift.

Bewaring van kristalmembraanelektroden: bewaar droog of in een verdunde standaardoplossing van het doelion; nooit in gedemineraliseerd water (uitloging van membraancomponenten). PVC-matrixmembranen: bewaar in een verdunde oplossing van het doelionzout, of droog als de fabrikant dit voorschrijft. Controleer de membraanoppervlakte voor gebruik op krassen, afzettingen of aanslag; poets het membraan voorzichtig met een zachte poetsdoek als lichte aanslag zichtbaar is.

Vergelijking met alternatieve methoden

ISE-meting is snel, goedkoop en geschikt voor veld- en routineanalyse, maar kent beperkingen ten opzichte van andere technieken. Ionenchromatografie (IC) biedt hogere nauwkeurigheid voor multicomponentanalyse van anionen (F, Cl, NO3, SO42−) en kationen in één chromatografische run, met lagere interferentiegevoeligheid. ICP-OES en ICP-MS bieden detectiegrenzen in het µg/l-bereik voor een breed elementenpakket en zijn de referentiemethoden voor metaalanalyse in water en voedsel. Vlamfotometrie is voor natrium- en kaliumroutinemetingen in waterige matrices een eenvoudiger alternatief. De keuze tussen ISE en alternatieve methoden hangt af van het gewenste concentratiebereik, de matrixcomplexiteit, het gewenste aantal ionen per meting en de beschikbare apparatuur.

Veelgestelde vragen

Wat zijn ionselectieve elektroden?

Ionselectieve elektroden (ISE's) zijn elektrochemische sensoren die selectief de activiteit (effectieve concentratie) van één specifiek ion in een oplossing meten. Het membraan van de ISE genereert een potentiaalverschil dat via de Nernst-vergelijking evenredig is met de logaritme van de ionactiviteit. ISE's zijn de basis van pH-meters, ionometers en bloedgasanalysatoren.

Wat is het principe van de ISE-methode?

Een selectief membraan — kristallijn, vloeibaar of polymeer — scheidt het interne compartiment van de elektrode van het te meten monster. Aan het membraanoppervlak treedt ion-uitwisseling of complexering op. Het potentiaalverschil dat hierbij ontstaat is logaritmisch evenredig met de ionactiviteit in het monster (Nernst-vergelijking). Een referentie-elektrode levert een stabiele vergelijkingspotentiaal; de ionometer meet het millivoltverschil tussen beide elektroden.

Wat is een andere naam voor een ionselectieve elektrode?

Ionselectieve elektroden worden ook aangeduid als ionselectieve sensor (ISS), membraanelektrode of — in de klinische chemie — als ionometrische sensor. Voor specifieke toepassingen bestaan specifieke namen: de fluoride-elektrode, nitraat-elektrode, ammonium-elektrode of chloride-elektrode. In de klinische chemie worden ISE-meetapparaten ionometers of bloedgasanalysatoren genoemd.

Wat zijn de twee soorten ionen en elektroden?

ISE's worden in twee hoofdgroepen ingedeeld op basis van de ionlading van het doelion. Kation-selectieve elektroden reageren op positief geladen ionen: natrium (Na+), kalium (K+), calcium (Ca2+), ammonium (NH4+), lithium (Li+), koper (Cu2+) en waterstof (H+, de pH-elektrode). Anion-selectieve elektroden reageren op negatief geladen ionen: fluoride (F), chloride (Cl), bromide (Br), jodide (I), nitraat (NO3), sulfaat (SO42−) en perchloraat (ClO4).

Wat is het verschil tussen ISE en pH-meting?

Een pH-elektrode is een speciale ISE met een glasmembraan dat selectief H+-ionen doorlaat. pH-meting is dus technisch een ISE-meting voor waterstofionen. Het meetprincipe is identiek: de Nernst-vergelijking koppelt de membraanpotentiaal aan de H+-activiteit. Het praktische verschil is dat pH-meters zijn afgestemd op het logaritmische pH-bereik (0–14), terwijl ionometers voor andere doelionen het signaal omrekenen naar concentratie in mg/l of mmol/l. Strikt genomen meet ook de ionometer een activiteit; de omrekening naar concentratie is geldig op voorwaarde dat monster en kalibratiestandaard dezelfde ionsterkte hebben (ISA/TISAB).

Hoe ver reikt het lineaire meetbereik van een ISE?

Het lineaire Nernst-bereik strekt zich voor de meeste ISE's uit van circa 10−6 tot 100 mol/l (zes decades concentratiebereik). Onder de detectiegrens — bepaald door de achtergrondconcentratie van het doelion in het interne referentiecompartiment en het membraan zelf — vlakt de Nernst-lijn af. Boven de bovenste lineariteitsgrens (verzadiging van ionophore of membraanweerstandsverschijnselen) treedt eveneens afwijking op. Moderne lage-detectiegrens-ISE's (low-detection-limit ISE's) met geoptimaliseerde interne vulvloeistof bereiken detectiegrenzen tot 10−9 mol/l voor bepaalde kationen.

Wanneer kies ik ISE en wanneer ionenchromatografie?

ISE is de betere keuze voor snelle single-ion metingen, veldmetingen, continue online monitoring, kleine monstervolumes en kosten-efficiënte routineanalyse. Ionenchromatografie is te verkiezen wanneer een volledig anionen- of kationenprofiel in één meting gewenst is, wanneer de nauwkeurigheidseisen streng zijn (conform ISO 10304-1 voor anionen in drinkwater), of wanneer de matrix meerdere interfererende ionen bevat die de ISE-meting verstoren.

Bekijk ons assortiment elektrochemie-apparatuur, ionometers en ISE-elektroden op de pagina Elektrochemie & pH, of neem contact op voor advies bij de keuze van de juiste elektrode en kalibratieprotocol voor uw toepassing.


Disclaimer: De informatie in dit artikel is bedoeld als algemene technische toelichting. Canidae Seal B.V. / Labvakhandel.nl aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de toepassing van deze informatie in specifieke analytische, klinische of industriële situaties. Raadpleeg voor uw eigen toepassing altijd de geldende normen, vakliteratuur en de documentatie van fabrikant en apparatuur.

Bestellijst

Uw winkelwagen is leeg.