Practicum: Bodemonderzoek – biodiversiteit van bodemdieren – Biologie Klas 2 VWO

In dit practicum voor klas 2 vwo onderzoek je de biodiversiteit van bodemdieren. Met behulp van een Tullgren-trechter isoleer je kleine arthropoden uit grondmonsters en determineer je ze tot op klasseniveau. Je berekent een eenvoudige diversiteitsindex.

Leerdoel

Na dit practicum kun je biodiversiteit beschrijven als het aantal soorten plus hun relatieve abundantie, een Tullgren-trechter gebruiken om bodemdieren te verzamelen, bodemdieren determineren tot klasse/orde, en een eenvoudige diversiteitsindex berekenen en interpreteren.

Cursusniveau en vakgebied

Niveau: VWO klas 2 | Vak: Biologie | Onderwerp: Ecosysteem, biodiversiteit, bodemdieren, determinatie, ecologie

Benodigdheden

  • Tullgren-trechter (of zelf gebouwd: trechter + lamp + opvangbeker met alcohol 70%)
  • Grondmonsters (≈200 g) van twee verschillende locaties (bijv. bosgrond en gazon)
  • Loupe (10×) en petri-schalen
  • Determinatietabel bodemdieren (insecten, mijten, springstaarten, duizendpoten etc.)
  • Pincet en tellepeltje

Achtergrondinformatie

De Tullgren-trechter trekt bodemdieren weg van warmte en licht (positief thigmotaxis, negatief fototaxis). Een lamp boven de grond drijft dieren door de trechter in een opvangbeker met 70% alcohol. Biodiversiteit = soortenrijkdom + gelijkmatigheid verdeling. Een eenvoudige index: D = (N(N-1)) / Σ(nᵢ(nᵢ-1)), waarbij N = totaal aantal individuen en nᵢ = aantal individuen per soort (Simpsonindex).

Werkwijze

  1. Vul de Tullgren-trechter met ≈200 g grond. Zet de lamp aan (40 W). Wacht 24–48 uur.
  2. Schenk de opvangvloeistof in een petrischaal. Bekijk de dieren met de loupe.
  3. Determineer elk type dier tot klasse of orde. Tel per soort/type het aantal individuen.
  4. Bereken de Simpsonindex voor beide grondlocaties. Vergelijk de biodiversiteit.

Teltabel

GroepLocatie 1 (n)Locatie 2 (n)
Mijten (Acari)  
Springstaarten (Collembola)  
Insectenlarven  
Duizendpoten (Chilopoda)  
Overig  
Totaal N  

Verwerkingsvragen

  1. Bereken de Simpsonindex (D) voor locatie 1 met de gegeven data.
  2. Welke locatie heeft de hogere biodiversiteit? Wat kan dat zeggen over de bodempkwaliteit?
  3. Noem twee abiotische factoren die de soortensamenstelling van bodemdieren bepalen.

Uitwerking (voorbeelddata locatie 1)

Groepnn(n-1)
Mijten451980
Springstaarten30870
Insectenlarven12132
Duizendpoten856
Overig520
N = 100Σ = 3058

D = N(N-1) / Σnᵢ(nᵢ-1) = (100 × 99) / 3058 = 9900 / 3058 = 3,24.

V2: Een hogere D-waarde duidt op meer biodiversiteit. Bosgrond heeft doorgaans een hogere D dan gazon, omdat bosgrond meer structuur, organisch materiaal en ecologische niëches biedt.

V3: pH van de bodem (zuurgraad beïnvloedt soortsamenstelling) en bodemvochtigheid (droge grond heeft andere fauna dan vochtige grond).

Benodigde laboratoriumapparatuur van Labvakhandel

Labvakhandel levert Tullgren-trechters, petrischalen, loupes en pincetten voor bodemonderzoek en biodiversiteitsexperimenten in het voortgezet onderwijs.

Bekijk het assortiment voor biologie of neem contact op voor advies.

Meer practicumopdrachten

Ontdek alle practica in de Labvakhandel kennisbank — voor biologie, scheikunde en natuurkunde.

Bestellijst

Uw winkelwagen is leeg.