Practicum: Populatiedynamica – prooi-predator-model – Biologie Klas 3 VWO

In dit practicum voor klas 3 vwo simuleer je prooi-predator-interacties met een kaartjesmodel en analyseer je de oscillaties in populatieomvang over de tijd. Je koppelt dit aan het Lotka-Volterra-model en begrenzende factoren.

Leerdoel

Na dit practicum kun je populatieoscillaties bij prooi en predator beschrijven en verklaren, de begrippen draagkracht, geboorte- en sterftecijfer toepassen, en de invloed van de predator op de prooipopulatie grafisch weergeven.

Cursusniveau en vakgebied

Niveau: VWO klas 3 | Vak: Biologie | Domein: Interactie (P-niveau) – populaties, ecosystemen, voedselrelaties

Benodigdheden

  • 100 witte kaartjes (= prooidieren)
  • 20 gekleurde kaartjes (= predatoren)
  • Grote tafel of vloer (= leefgebied)
  • Millimeterpapier voor grafiek
  • Stopwatch (optioneel)

Achtergrondinformatie

In ecosystemen oscilleren prooi- en predatorpopulaties. Als de prooipopulatie stijgt, groeit de predatorpopulatie (meer voedsel). Door meer predatie daalt de prooipopulatie, waarna ook de predatorpopulatie daalt (voedseltekort). Dit zijn gekoppelde oscillaties (Lotka-Volterra). Begrenzende factoren (draagkracht) bepalen de maximale populatieomvang.

Spelregels simulatie

  1. Start: 50 prooikaartjes en 5 predatorkaartjes verspreid over de tafel.
  2. Ronde 1: elke predator ‘vangt’ 3 prooien (verwijder die kaartjes). Elke 2 gevangen prooien leveren 1 nieuwe predator op. Elke 5 overblijvende prooien leveren 2 nieuwe prooien op (voortplanting). Maximum prooien: 120 (draagkracht).
  3. Doe 15 rondes. Noteer na elke ronde het aantal prooien en predatoren.
  4. Teken beide populatiecurven in één grafiek (tijd op x-as).

Rondetabel

RondeProoi (n)Predator (n)
0 (start)505
1  
2  
  
15  

Verwerkingsvragen

  1. Beschrijf het verband tussen de twee populatiecurven: wat loopt voor op wat?
  2. Wat gebeurt er met de prooipopulatie als de predatorpopulatie zijn maximum bereikt?
  3. Noem twee begrenzende factoren die de prooipopulatie in de werkelijkheid ook beïnvloeden naast predatie.

Uitwerking (typisch patroon)

De prooi-populatie stijgt eerst → predatorpopulatie volgt met vertraging → prooi daalt door predatiedruk → predator daalt door voedseltekort → cyclus herhaalt. De predatorcurve loopt ≈¼ periode achter op de prooicurve (faseverschuiving).

V1: De prooicurve loopt voor op de predatorcurve. Als prooiaantallen stijgen, neemt de predatorgroei toe (na vertraging). Als prooi daalt, daalt predator met vertraging.

V2: Als de predator zijn maximum bereikt, is de predatiedruk het grootst. De prooipopulatie daalt snel. Dit leidt uiteindelijk tot een daling van de predatorpopulatie.

V3: Voedselaanbod (vegetatie als voedselbron voor prooien), ziekte/parasieten, klimaatomstandigheden (droogte, strenge winter) of concurrentie met andere soorten.

Benodigde laboratoriumapparatuur van Labvakhandel

Labvakhandel levert simulatiekaarten en ecologie-bepakkingspakketten voor populatiedynamica-modellen in het biologieonderwijs.

Bekijk het assortiment voor biologie of neem contact op voor advies.

Meer practicumopdrachten

Ontdek alle practica in de Labvakhandel kennisbank — voor biologie, scheikunde en natuurkunde.

Bestellijst

Uw winkelwagen is leeg.