Kinematica in de praktijk: bewegingsanalyse met de smartphone

Alledaagse materialen
Naast de Phyphox-app en een smartphone heeft u een practicumkarretje of skateboard nodig, een elastiekje of touw voor de trekkracht, een meetlint en een langere vlakke tafel of gang. Voor het GPS-gedeelte volstaat een open buitenruimte.

Niveauaanduiding: VWO 3 of 4 — passend bij het domein Beweging (kinematica, s-t- en v-t-diagram, eenparig versnelde beweging, vectoriële beschrijving, foutenrekening).

Inleiding

De kinematica beschrijft beweging via de wiskundige relaties tussen positie, snelheid en versnelling als functies van de tijd. De versnellingssensor en het GPS-systeem van een moderne smartphone bieden een uitzonderlijke kans om deze abstracte relaties rechtstreeks meetbaar te maken: de sensor levert een tijdserie van de versnelling, die geïntegreerd kan worden naar snelheid en positie, en die kan worden vergeleken met onafhankelijke positiemetingen via GPS.

In dit practicum analyseert u zowel eenparige als versnelde beweging via twee onafhankelijke meetmethoden, voert u een foutenpropagatie uit en beoordeelt u de consistentie tussen de datasets.

Leerdoelen

Na afloop van dit practicum kunt u:

  • de kinematische vergelijkingen voor eenparige en eenparig versnelde beweging toepassen en grafisch interpreteren;
  • versnelling afleiden als de helling van een v-t-diagram en als de tweede afgeleide van de positie;
  • de versnellingssensor van een smartphone benutten voor een kwantitatieve bewegingsanalyse;
  • de versnelling bepalen via twee onafhankelijke methoden en de resultaten vergelijken;
  • een foutenpropagatie uitvoeren en de dominante onzekerheidsbron identificeren.

Achtergrondinformatie

De kinematische vergelijkingen voor een eenparig versnelde beweging vanuit beginsnelheid v0 zijn:

v(t) = v0 + a · t

s(t) = v0·t + ½ · a · t²

v² = v0² + 2 · a · s

De versnelling a is de eerste afgeleide van de snelheid en de tweede afgeleide van de positie naar de tijd.

De Phyphox-app biedt via het experiment Acceleration without g een tijdserie van de versnelling met sampling rate tot 100 Hz. Door numerieke integratie (∫a dt) kan hieruit de snelheid worden bepaald. Door dubbele integratie (∫∫a dt²) volgt de positie — maar cumulatieve integratiefouten (driftcorrectie) treden op bij langere tijdvensters.

Voor de foutenpropagatie in a = Δv/Δt geldt:

σa/a = √[(σΔv/Δv)² + (σΔt/Δt)²]

Benodigde laboratoriumapparatuur

  • smartphone met Phyphox-app;
  • practicumkarretje met lagers;
  • weegschaal (voor massabepaling karretje + telefoon);
  • elastiekjes of ophangmassa via katrol voor constante trekkracht;
  • meetlint met millimeterindeling;
  • laptop voor dataverwerking in Excel.

Veiligheid

Er zijn geen chemische gevaren. Begren het loopvlak van het karretje zodat het niet van de tafel kan vallen. Bevestig de smartphone stevig. Bij het GPS-gedeelte: niet op de openbare weg meten.

Werkwijze

Deel 1 — Eenparige beweging (referentiemeting)

  1. Duw het karretje handmatig met zo constant mogelijke snelheid over 1,5 meter. Open Acceleration without g in Phyphox en start de meting net voor het duwen.
  2. Exporteer de data. Bereken in Excel de gemiddelde versnelling over het rijdende gedeelte. Verwacht: dicht bij 0 m/s².
  3. Integreer het a-t-signaal numeriek (cumulatieve optelling in Excel: vn = vn−1 + an·Δt) om een v-t-grafiek te reconstrueren.
  4. Bepaal de gemiddelde snelheid uit de v-t-grafiek. Vergelijk met s/t (uit meetlint en stopwatch).

Deel 2 — Versnelde beweging

  1. Trek het karretje met een constant uitgerekt elastiekje over 1,5 meter. Start Phyphox net voor het trekken.
  2. Exporteer de data. Bepaal a via de helling van de gereconstrueerde v-t-grafiek (lineaire fit over het versnellende gedeelte).
  3. Bepaal a ook direct als het gemiddelde van het a-t-signaal over het versnellende interval.
  4. Herhaal de meting drie keer. Bereken het gemiddelde en de standaardafwijking σa.

Deel 3 — Verificatie via kinematische vergelijkingen

  1. Meet de beginsnelheid v0 = 0 (karretje begint in rust) en de eindsnelheid veind via de v-t-grafiek.
  2. Bereken de verwachte afgelegde afstand via s = veind²/(2a).
  3. Vergelijk met de gemeten afstand s uit het meetlint.

Verwerkingsvragen

  1. Geef de drie kinematische vergelijkingen voor eenparig versnelde beweging vanuit stilstand en leid ze af via integratie.
  2. Licht toe waarom de directe a-t-meting en de helling van het gereconstrueerde v-t-diagram in principe dezelfde waarde van a geven, maar in de praktijk licht kunnen afwijken.
  3. Bereken a met onzekerheid uit de lineaire fit van Deel 2. Geef het resultaat als a = (… ± …) m/s².
  4. Voer de foutenpropagatie uit voor a = Δv/Δt. Welke term domineert?
  5. Vergelijk de verwachte en de gemeten afgelegde afstand (Deel 3). Bereken de procentuele afwijking en verklaar die.
  6. Bij numerieke integratie van het versnellingssignaal treden integratiedriftfouten op. Beschrijf het mechanisme en stel een correctiestrategie voor.
  7. Stel u meet bij constante versnelling de positie via GPS en vergelijkt dit met de dubbele integratie van het versnellingssignaal. Welke methode geeft bij lange meetduur een nauwkeuriger positie? Verklaar.

Uitwerkingen

  1. Kinematische vergelijkingen via integratie:
    Definitie: a = dv/dt → integreren: v(t) = v0 + ∫a dt = v0 + at (bij constante a). Definitie: v = ds/dt → integreren: s(t) = ∫v dt = v0t + ½at². Eliminatie van t: v² = v0² + 2as.
  2. Afwijking a-t vs helling v-t:
    Theoretisch geven beide methoden dezelfde a: de helling van v(t) is per definitie a(t). In de praktijk voegt numerieke integratie ruis op, doordat meetfouten in a cumuleren bij het integreren. Het gereconstrueerde v-t-diagram is daardoor gladder dan de ruwe a-data, maar bevat een systematische driftfout als de sensor een kleine offset heeft.
  3. Versnelling met onzekerheid:
    Uit de lineaire fit: a = r.c. ± σr.c. (m/s²). Typisch: (0,4 ± 0,03) m/s² voor een licht karretje met één elastiekje.
  4. Foutenpropagatie a = Δv/Δt:
    Bij Δv ≈ 0,6 m/s (σΔv ≈ 0,05 m/s → 8%) en Δt ≈ 1,5 s (σΔt ≈ 0,02 s → 1,3%) domineert de snelheidsonzekerheid: σa/a ≈ 8%.
  5. Vergelijking s berekend vs gemeten:
    Kleine afwijking (< 5%) is normaal. Oorzaken: de eindsnelheid is bepaald op het moment dat de meting stopt, niet precies op het eindpunt; wrijving verlaagt de werkelijke a; de afstand via meetlint heeft een fout van ±5 mm.
  6. Integratiedrift:
    Een kleine systematische offset in de versnellingssensor (bijv. 0,01 m/s²) leidt bij integratie tot een lineaire snelheidsdrift (v = 0,01·t m/s). Bij dubbele integratie groeit dit kwadratisch in de positie. Correctie: subtraer het gemiddelde van het a-signaal tijdens de rust vóór de meting als nullijncorrectie.
  7. GPS vs dubbele integratie:
    GPS geeft bij lange meetduur een nauwkeuriger absolute positie, omdat de GPS-fout niet cumuleert over de tijd (elke meting is onafhankelijk). Dubbele integratie van de versnellingssensor heeft een driftfout die kwadratisch groeit. Bij korte tijdvensters (< 1 s) is de versnellingssensor nauwkeuriger; bij langere tijdvensters wint GPS.

Achtergrond

De kinematica die in dit practicum wordt toegepast, ligt ten grondslag aan vrijwel alle moderne navigationssystemen. In vliegtuigen, schepen en ruimtevaartuigen worden inertiaalnavigatie-eenheden (IMU's) gebruikt die precies zoals de smartphone-versnellingssensor werken: ze integreren de versnelling om snelheid en positie te berekenen. Het driftprobleem dat in vraag 6 aan bod komt, is een reëel technisch vraagstuk in de navigatietechniek; in de praktijk wordt het gecorrigeerd door de IMU-data periodiek te kalibreren met GPS-positiedata — een methode die Kalman-filtering heet.

De Phyphox-app (RWTH Aken) maakt het mogelijk om dit integratieprobleem in een schoolomgeving direct te observeren en kwantitatief te analyseren, waarmee een brug wordt geslagen tussen schoolkinematica en professionele meettechniek.

Bestellijst

Uw winkelwagen is leeg.