In dit practicum voor klas 4 vwo meet je systolische en diastolische bloeddruk en hartfrequentie in rust en na lichamelijke inspanning. Je analyseert het herstel en koppelt dit aan homeostase en de regulatie van de bloedsomloop.
Na dit practicum kun je bloeddruk en hartfrequentie meten en interpreteren, de begrippen systolisch en diastolisch verklaren, de regulatie van de hartslag via het zenuwstelsel en hormonen (adrenaline) beschrijven, en het herstelproces na inspanning uitleggen.
Niveau: VWO klas 4 | Vak: Biologie | Domein: O-niveau – orgaan/organisme – transport, homeostase, regulatie
Bloeddruk = de druk die bloed uitoefent op de vaatwand. Systolisch (bovendruk): druk bij contractie van de linkerkamer. Diastolisch (onderdruk): druk bij ontspanning. Normaalwaarden: ≈120/80 mmHg. Bij inspanning neemt de hartfrequentie toe (sinus- atriale knoop versneld door sympathicus + adrenaline) en de slagvolume stijgt — het hartminuutvolume (HMV = hartfrequentie × slagvolume) neemt sterk toe.
V1: Bij inspanning hebben spieren meer zuurstof nodig voor aeroëbe ademhaling en meer ATP. Het hart moet meer bloed rondpompen → hogere hartfrequentie (via sympathisch zenuwstelsel) en groter slagvolume → hoger hartminuutvolume.
V2: Adrenaline (epinefrine) — vrijgegeven door het bijniermerg bij stress/inspanning — versnelt de sinoatriale knoop en vergroot de contractiekracht van het hart.
V3: HMV = HF × SV = 70 × 0,070 = 4,9 L/min ≈ 5 L/min.
Labvakhandel levert digitale bloeddrukmeters (klinische kwaliteit), stopwatches en ergometrische hulpmiddelen voor fysiologie-practika in het voortgezet biologieonderwijs.
Bekijk het assortiment voor biologie of neem contact op voor advies.
Ontdek alle practica in de Labvakhandel kennisbank — voor biologie, scheikunde en natuurkunde.
Inloggen
Wachtwoord vergeten
Account aanmaken
Uw winkelwagen is leeg.