Akoestische fysiologie: audiometrie, decibel en gehoordynamiek

Alledaagse materialen
Naast de Phyphox-app heeft u gehoorbescherming, een tweede smartphone als toonbron en eventueel een koptelefoon nodig. Voor de uitbreiding: een online audiometrie-tool voor een ruwe gehoordrempelbepaling.

Niveauaanduiding: VWO 4 of 5 — passend bij het domein Zintuigen (cochlea, tonotopie, geluidsintensiteit, gehoordrempel, decibel, foutenanalyse).

Inleiding

Het menselijk gehoor is een buitengewoon gevoelig en dynamisch systeem: het kan geluiden detecteren van 0 dB (gehoordrempel) tot 130 dB (pijndrempel), een intensiteitsverhouding van 10¹³. De gevoeligheid verschilt sterk per frequentie — het oor is het gevoeligst rond 3–4 kHz, de frequentie van de menselijke spraak. In dit practicum kwantificeert u geluidsintensiteiten, bepaalt u de dempende werking van gehoorbescherming als functie van de frequentie en berekent u de cumulatieve geluidsblootstelling.

Leerdoelen

Na afloop van dit practicum kunt u:

  • de decibeldefinitie L = 10·log(I/I₀) toepassen en intensiteiten optellen via logaritmische additie;
  • de frequentieafhankelijke demping van gehoorbescherming bepalen en vergelijken met fabrieksspecificaties;
  • de cumulatieve dagdosis berekenen via het NIOSH-model (D = Σ tᵢ/tmax,i);
  • de tonotope organisatie van de cochlea beschrijven en de relatie met frequentiespecifiek gehoorverlies uitleggen;
  • een foutenanalyse uitvoeren voor de gemeten dB-waarden.

Achtergrondinformatie

De geluidsintensiteitsniveau:

L = 10 · log₁₀(I / I₀)   (I₀ = 10⁻¹² W/m²)

Logaritmische optelling van twee geluidsbronnen met niveaus L₁ en L₂:

Ltot = 10 · log₁₀(10^(L₁/10) + 10^(L₂/10))

Twee gelijke bronnen geven dus Ltot = L + 3 dB, niet 2L.

De maximale dagelijkse blootstellingsduur (NIOSH-model, 85 dB-grens):

tmax (uur) = 8 / 2^((L − 85)/3)

De cumulatieve dagdosis: D = Σ tᵢ/tmax,i. Bij D > 1 wordt de grens overschreden.

De A-weging (dB(A)) corrigeert de ruwe geluidsniveaus voor de frequentiegevoeligheid van het oor: hoge en lage frequenties worden minder zwaar gewogen dan middentonen. Phyphox meet ongewogen of A-gewogen, afhankelijk van de instelling.

Benodigde laboratoriumapparatuur

  • smartphone met Phyphox-app;
  • tweede smartphone met Tone Generator (voor frequentieafhankelijke dempingsbepaling);
  • schuimoordopjes of gehoorkappen (SNR-waarde bekend);
  • meetlint.

Veiligheid

Houd geluidsniveaus boven 90 dB maximaal 30 minuten per meting. Draag gehoorbescherming bij metingen boven 85 dB. Houd de toonbron minimaal 30 cm van het oor bij hoge volumes.

Werkwijze

Deel 1 — Omgevingsmetingen en dagdosis

  1. Meet de geluidsniveaus op vijf locaties gedurende 60 seconden elk. Noteer L (dB(A)) en de typische verblijfsduur per dag op die locatie.
  2. Bereken voor elke locatie tmax en de bijdrage aan de dagdosis tᵢ/tmax,i.
  3. Bereken de totale dagdosis D = Σ tᵢ/tmax,i.

Deel 2 — Frequentieafhankelijke demping

  1. Stel telefoon B in op 250, 500, 1000, 2000, 4000 en 8000 Hz (steeds hetzelfde volume).
  2. Meet voor elke frequentie L zonder en met de schuimoordopjes (op vaste afstand 30 cm).
  3. Bereken ΔL(f) = demping als functie van frequentie.
  4. Vergelijk met de fabrieksspecificatie (ORL-waarden op de verpakking of datasheet).

Foutenanalyse

  1. Herhaal de meting bij 1000 Hz tien keer. Bereken gemiddelde en σL.
  2. Bereken de fout in I via σI/I = (ln 10/10) × σL.

Verwerkingsvragen

  1. Twee machines geven elk 80 dB. Bereken het gecombineerde geluidsniveau via logaritmische additie. Waarom is het niet 160 dB?
  2. Bereken de totale dagdosis D voor uw meetresultaten. Overschrijdt u de grens?
  3. Plot ΔL(f) vs frequentie. Dempen de oordopjes gelijkmatig over alle frequenties, of is er een frequentieafhankelijkheid?
  4. Beschrijf de tonotope organisatie van de cochlea. Welk deel reageert op hoge frequenties, welk deel op lage? Verklaar waarom 4 kHz-gehoorverlies typisch als eerste optreedt bij lawaaidoofheid.
  5. Voer de foutenpropagatie uit: hoe groot is σI/I bij σL = 1 dB? Wat betekent dit voor de nauwkeurigheid van de dagdosisberekening?

Uitwerkingen

  1. Logaritmische additie twee bronnen van 80 dB:
    Ltot = 10·log(10^8 + 10^8) = 10·log(2 × 10^8) = 10·(log 2 + 8) = 10·(0,301 + 8) = 83,0 dB. Het niveau stijgt met slechts 3 dB. 160 dB zou suggereren dat de intensiteiten optellen als getallen, maar decibel is een logaritmische schaal: intensiteiten (W/m²) tellen op, niet dB-waarden.
  2. Dagdosis:
    Afhankelijk van gemeten locaties. Typisch schoolscenario: klas 60 dB (tmax >> 8 uur, bijdrage ≈ 0), pauze gang 80 dB (tmax = 8 uur, bijdrage 0,5/8 = 0,06), sporthal gymles 90 dB (tmax = 1 uur, bijdrage 1,5/1 = 1,5). Totaal > 1: overschrijding bij gymles zonder bescherming.
  3. Frequentieafhankelijke demping:
    Schuimoordopjes dempen hoge frequenties (> 2 kHz) meer dan lage frequenties (< 500 Hz). Bij 4000 Hz kan de demping 35–40 dB zijn, bij 250 Hz slechts 15–20 dB. Dit is te zien in de ORL-specificatie op de verpakking (Octave band Real-world attenuation Level). Muzikale gehoorbescherming heeft een vlakkere dempingscurve.
  4. Tonotopie en 4 kHz-gat:
    De cochlea is tonotoop georganiseerd: hoge frequenties worden gedetecteerd bij de basis (ingang) van de cochleaspiraal, lage frequenties bij de apex. Bij lawaaidoofheid wordt de basale regio het eerst beschadigd. Door de akoestische resonantie van het gehoorkanaal (kwartgolfresonator van ≈ 2,5 cm: f = v/(4L) = 343/(4 × 0,025) = 3430 Hz ≈ 4 kHz) wordt geluid rondom 4 kHz versterkt en treffen beschadigingen die frequentie het eerst. Dit leidt tot het klassieke "4 kHz-gat" in het audiogram.
  5. Foutenpropagatie:
    L = 10·log(I/I₀) → I = I₀·10^(L/10). dI/dL = I·ln(10)/10. Dus σI/I = (ln 10/10)·σL = 0,2303·σL. Bij σL = 1 dB: σI/I = 23%. Een onzekerheid van 1 dB in het geluidsniveau leidt tot 23% onzekerheid in de intensiteit. Voor de dagdosisberekening (die van I afhangt) is dit significant.

Achtergrond

Het 4 kHz-gehoorverlies bij lawaaidoofheid is zo kenmerkend dat het als diagnostisch criterium wordt gebruikt bij audiologisch onderzoek. De kwartgolfresonantie van het gehoorkanaal is de fysische oorzaak: het kanaal versterkt geluid rond 3–4 kHz, waardoor de cochlea bij die frequentie de meeste akoestische energie ontvangt. Dit is evolutionair voordelig (gevoeligheid voor spraak), maar maakt het oor bij lawaai juist kwetsbaar voor schade op precies die frequenties die het belangrijkst zijn voor spraakverstaanbaarheid.

Benodigde laboratoriumapparatuur van Labvakhandel

Labvakhandel levert gehoorbescherming, geluidsmeters en fysiologisch onderwijsmateriaal voor practica in het voortgezet onderwijs.

Bekijk het assortiment gehoorbescherming of neem contact op voor advies.

Meer practicumopdrachten

Ontdek alle practica in de Labvakhandel kennisbank — voor biologie, scheikunde en natuurkunde.

Bestellijst

Uw winkelwagen is leeg.