Eenparige cirkelbeweging: centripetaalversnelling en kracht kwantitatief

Alledaagse materialen
Naast de Phyphox-app heeft u een saladeschaal of draaischijf, plakband, liniaal, stopwatch en een weegschaal nodig. Voor de uitbreiding: een tweede opstelling waarbij de straal r wordt gevarieerd bij constante ω.

Niveauaanduiding: VWO 4 — passend bij het domein Kracht en beweging (eenparige cirkelbeweging, vectoriële beschrijving, gravitatiewet, foutenanalyse).

Inleiding

Eenparige cirkelbeweging is de eenvoudigste vorm van versnelde beweging met constante snelheidsgrootte. De versnelling is uitsluitend centripetaal — gericht naar het middelpunt — en heeft de grootte ac = ω²r. In dit practicum toetst u dit verband kwantitatief via twee onafhankelijke methoden, voert u een foutenpropagatie uit en past u de resultaten toe op de aardbaan om de zon.

Leerdoelen

Na afloop van dit practicum kunt u:

  • ac = ω²r afleiden als vectoriële richtingsafgeleide van de snelheidsvector;
  • het kwadratenverband ac ~ ω² experimenteel verifiëren via lineaire regressie;
  • de straal r bepalen uit de richtingscoëfficiënt en vergelijken met de gemeten waarde;
  • een foutenpropagatie uitvoeren voor ac en r;
  • de centripetaalversnelling van de aarde in haar baan om de zon berekenen en vergelijken met g.

Achtergrondinformatie

De positievector van een deeltje op een cirkelbaan met straal r en hoeksnelheid ω is r(t) = r·(cos ωt, sin ωt). De snelheid is ṙ(t) = rω·(−sin ωt, cos ωt) en de versnelling:

r̈(t) = −ω²r·(cos ωt, sin ωt) = −ω² · r(t)

De versnelling wijst dus altijd naar het middelpunt (negatieve r-richting) en heeft grootte |r̈| = ω²r.

De foutenpropagatie voor ac = ω²r bij gemeten ω = 2π/T en r:

(σac/ac)² = (2σT/T)² + (σr/r)²

De factor 2 bij σT laat zien dat de omlooptijdmeting kritisch is.

Benodigde laboratoriumapparatuur

  • smartphone met Phyphox-app;
  • saladeschaal of draaischijf;
  • plakband;
  • schuifmaat of liniaal;
  • stopwatch (meting over 10 omwentelingen);
  • weegschaal.

Veiligheid

Bevestig de smartphone stevig. Controleer de bevestiging bij elke nieuwe rotatiesnelheid. Voer de proef op een veilige ondergrond uit. Geen omstanders in de draaicirkel.

Werkwijze

Deel 1 — ac vs ω² bij constante r

  1. Bevestig de telefoon op r = 10 cm van het middelpunt.
  2. Open Phyphox → Centrifugal Acceleration.
  3. Draai met vijf verschillende rotatiesnelheden (T ≈ 4, 3, 2, 1,5, 1 s). Meet T over 10 omwentelingen. Lees ac af.
  4. Plot ac vs ω² en bepaal r uit de richtingscoëfficiënt.

Deel 2 — ac vs r bij constante ω

  1. Houd de rotatiesnelheid constant (T ≈ 2 s).
  2. Verplaats de telefoon naar r = 5, 8, 10, 12, 15 cm. Meet ac bij elke positie.
  3. Plot ac vs r. Bepaal ω² uit de richtingscoëfficiënt en vergelijk met de gemeten ω.

Foutenpropagatie

  1. Schat σT (standaardafwijking over drie metingen van T) en σr = 1 mm.
  2. Bereken σac/ac voor één meetpunt. Welke term domineert?

Verwerkingsvragen

  1. Leid ac = ω²r af via vectordifferentiatie van r(t) = r·(cos ωt, sin ωt).
  2. Bepaal r uit de fit van Deel 1 met onzekerheid. Vergelijk met de gemeten r.
  3. Bepaal ω uit de fit van Deel 2. Vergelijk met de gemeten ω.
  4. Voer de foutenpropagatie volledig uit. Welke term domineert: σT of σr?
  5. Bereken de centripetaalversnelling van de aarde in haar baan om de zon (r = 1,50 × 10¹¹ m, T = 365,25 d). Wat is de verhouding azon/g? Wat levert deze kracht?
  6. Een satellliet in een lage aardbaan (hoogte 400 km) heeft ac = g(R/r)² ≈ 8,7 m/s². Bereken de baansnelheid en de omlooptijd.

Uitwerkingen

  1. Vectordifferentiatie:
    r(t) = r(cos ωt, sin ωt). ṙ = rω(−sin ωt, cos ωt). r̈ = rω²(−cos ωt, −sin ωt) = −ω²r(t). De versnelling heeft grootte ω²r en wijst tegengesteld aan r(t), dus naar het middelpunt.
  2. r uit Deel 1:
    rfit = r.c. ± σr.c.. Vergelijking met gemeten r = 0,10 m geeft typisch een afwijking < 5%.
  3. ω uit Deel 2:
    ω²fit = r.c. → ωfit = √r.c. Vergelijking met gemeten ω = 2π/T geeft de consistentie van de twee methoden.
  4. Foutenpropagatie:
    Bij T = 2 s, σT = 0,05 s: 2σT/T = 5%. Bij r = 0,10 m, σr = 0,001 m: σr/r = 1%. De omlooptijdmeting domineert; σac/ac ≈ 5%.
  5. Aarde om de zon:
    T = 3,156 × 10⁷ s. ω = 1,99 × 10⁻⁷ rad/s. ac = ω²r = (1,99 × 10⁻⁷)² × 1,50 × 10¹¹ = 5,93 × 10⁻³ m/s². azon/g = 6,0 × 10⁻⁴. Deze kleine centripetaalversnelling wordt geleverd door de zwaartekracht van de zon.
  6. ISS-baan (h = 400 km):
    r = Raard + h = 6,37 × 10⁶ + 4 × 10⁵ = 6,77 × 10⁶ m. ac = 8,7 m/s². v = √(ac·r) = √(8,7 × 6,77 × 10⁶) = 7,67 × 10³ m/s ≈ 7,7 km/s. T = 2πr/v = 2π × 6,77 × 10⁶/7670 ≈ 5545 s ≈ 92 min.

Achtergrond

De vectoriële afleiding van centripetaalversnelling via differentiatie van de positievector is een van de eerste concrete toepassingen van vectorcalculus in de schoolfysica. Hetzelfde formalisme ligt ten grondslag aan de beschrijving van alle cirkelvormige bewegingen — van atoomkern tot planeetbaan — en vormt de brug naar de gravitatiewet en de Kepler-wetten.

Benodigde laboratoriumapparatuur van Labvakhandel

Labvakhandel levert rotatieopstellingen, centrifuges en statiefmateriaal voor practica in het voortgezet onderwijs.

Bekijk het assortiment natuurkunde artikelen of neem contact op voor advies.

Meer practicumopdrachten

Ontdek alle practica in de Labvakhandel kennisbank — voor biologie, scheikunde en natuurkunde.

Bestellijst

Uw winkelwagen is leeg.