Geluidssnelheid meten: echo-methode, resonantie en foutenanalyse

Alledaagse materialen
Naast de Phyphox-app op twee smartphones heeft u een meetlint, een open gang of buitenruimte naast een muur, en klaphoutjes nodig. Voor de tweede methode gebruikt u PVC-buizen van bekende lengte (zie het panfluit-practicum) en de module Audio Spectrum.

Niveauaanduiding: VWO 4 of 5 — passend bij het domein Golven (geluidssnelheid, resonantie, foutenanalyse, temperatuurafhankelijkheid).
Opmerking VMBO-T: de methode via tijdverschilmeting vereist een nauwkeurigheid (±1 ms) die op VMBO-T niet haalbaar is met de beschikbare middelen. Voor VMBO-T is het panfluit-practicum meer geschikt.

Inleiding

De geluidssnelheid in lucht is geen constante: zij hangt af van de temperatuur via de relatie v = √(γRT/M). In dit practicum bepaalt u v op twee volledig onafhankelijke manieren — een directe tijdmeting via echo en een indirecte methode via resonantiefrequenties van een gesloten buis — en vergelijkt u de resultaten via een gecombineerde foutenanalyse.

Leerdoelen

Na afloop van dit practicum kunt u:

  • de geluidssnelheid bepalen via de echo-methode (tijdmeting) en via resonantie in een gesloten buis (frequentiemeting);
  • voor beide methoden een foutenpropagatie uitvoeren;
  • de twee resultaten combineren tot een gewogen gemiddelde;
  • de fysische oorzaak van de temperatuurafhankelijkheid verklaren vanuit de kinetische gastheorie;
  • de eindcorrectie in de buismethode kwantificeren en corrigeren.

Achtergrondinformatie

De geluidssnelheid in een ideaal gas is:

v = √(γ · R · T / M)

met γ = 1,40 voor lucht, R = 8,314 J/(mol·K), M = 0,0290 kg/mol, T in Kelvin. Bij 20°C (T = 293 K): v = √(1,40 × 8,314 × 293 / 0,0290) ≈ 343 m/s.

De lineaire benadering v ≈ 331 + 0,6·T (°C) is verkregen via Taylorontwikkeling rond 0°C en is geldig tot op ±0,2% voor T = 0–30°C.

Methode 1 — Echo: één klapsignaal wordt opgenomen door een telefoon; het tijdsverschil Δt tussen het directe geluid en de echo van een muur op afstand d geeft v = 2d/Δt.

Methode 2 — Resonantie: uit de grondtoonfrequentie f₁ van een eenzijdig gesloten buis volgt v = 4·Leff·f₁ (zie panfluit-practicum).

De foutenpropagatie voor methode 1:

(σv/v)² = (σd/d)² + (σΔt/Δt)²

Voor methode 2:

(σv/v)² = (σL/Leff)² + (σf/f₁)²

Benodigde laboratoriumapparatuur

  • twee smartphones met Phyphox-app;
  • meetlint (±1 mm);
  • klaphoutjes;
  • 5 PVC-buizen (lengtes 5–25 cm, binnendiameter 10–15 mm) met gesloten onderkant;
  • schuifmaat;
  • thermometer;
  • open gang of buitenruimte naast een muur van minimaal 15 meter.

Veiligheid

Geen gevaren. Klap niet naast het oor van een klasgenoot. Gebruik een stanleymes met snijmat voor het knippen van PVC-buizen.

Werkwijze

Methode 1 — Echo

  1. Meet de afstand d van uw opstelling tot een vlakke muur nauwkeurig (±5 mm). Gebruik minimaal 10 meter.
  2. Open Phyphox → Acoustic Stopwatch. Stel de detectiedrempel in zodat de klap maar niet het achtergrondgeluidsknuis gedetecteerd wordt.
  3. Start de meting. Klap eenmalig scherp met de klaphoutjes.
  4. De stopwatch registreert twee pieken: het directe geluid en de echo. Lees Δt af.
  5. Bereken v = 2d/Δt. Herhaal minimaal tien keer. Bereken gemiddelde en σv.
  6. Herhaal voor d = 15 en 20 meter.

Methode 2 — Resonantiebuizen

  1. Gebruik dezelfde buizen als in het panfluit-practicum (of maak nieuwe). Meet L en d nauwkeurig.
  2. Open Phyphox → Audio Spectrum (16384 samples). Blaas in elke buis en noteer f₁.
  3. Bereken v = 4·(L + 0,3d)·f₁ voor elke buis.
  4. Maak een grafiek van v versus L als consistentiecheck.

Dataverwerking

  1. Bereken voor beide methoden v ± σv.
  2. Bereken het gewogen gemiddelde: vgew = (v₁/σ₁² + v₂/σ₂²)/(1/σ₁² + 1/σ₂²).
  3. Vergelijk met vth = √(γRT/M). Valt vth binnen het gecombineerde onzekerheidsinterval?

Verwerkingsvragen

  1. Leid v = √(γRT/M) af vanuit de wetten van de kinetische gastheorie. Welke grootheid bepaalt de snelheid van de gasmoleculen?
  2. Voer de foutenpropagatie volledig uit voor beide methoden bij uw gemeten waarden. Welke methode geeft de kleinste relatieve onzekerheid?
  3. Bereken het gewogen gemiddelde van v₁ en v₂. Vergelijk met vth.
  4. Hoe groot is de eindcorrectie (in procenten van L) voor de kleinste en de grootste buis in methode 2? Wat zou er met v gebeuren als u de eindcorrectie verwaarloost?
  5. De echo-methode heeft een systematische fout als de muur niet vlak is of het geluid niet loodrecht weerkaatst. Beschrijf de richting van dit effect op v.
  6. Bereken de geluidssnelheid bij −10°C (buiten in de winter) en bij 35°C (warme zomerdag). Wat is het relatieve verschil?
  7. De geluidssnelheid in water is ≈ 1480 m/s. Bereken via v = √(γRT/M) hoe hoog de 'effectieve temperatuur' van water zou moeten zijn om dit te verklaren. Wat leert dit over het model?

Uitwerkingen

  1. Afleiding v = √(γRT/M):
    Uit de kinetische gastheorie volgt dat de gemiddelde kwadratische molecuulsnelheid vrms = √(3RT/M). De geluidssnelheid hangt samen met de isentropische compressibiliteit van het gas. Voor een ideaal gas is v = √(γp/ρ) = √(γRT/M). De grootheid die de molecuulsnelheid bepaalt is de temperatuur T: warmere moleculen bewegen sneller, waardoor drukverstoringen sneller worden doorgegeven.
  2. Foutenpropagatie en vergelijking:
    Echo: σv,1/v₁ = √((σd/d)² + (σΔt/Δt)²) ≈ √(0,05%² + 7%²) ≈ 7%. Resonantie: σv,2/v₂ = √((σL/L)² + (σf/f)²) ≈ √(0,1%² + 1,1%²) ≈ 1,1%. De resonantiemethode is aanzienlijk nauwkeuriger.
  3. Gewogen gemiddelde:
    vgew = (v₁/σ₁² + v₂/σ₂²)/(1/σ₁² + 1/σ₂²). Doordat σ₂ ≪ σ₁ domineert de resonantiemethode het gewogen gemiddelde sterk. Het resultaat zal dicht bij v₂ liggen.
  4. Eindcorrectie en verwaarlozing:
    Voor de kleinste buis (L = 0,05 m, d = 0,012 m): Δ = 0,0036 m → 7,2% van L. Voor de grootste buis (L = 0,25 m): Δ/L = 1,4%. Verwaarlozing leidt tot een te kleine Leff en dus een systematisch te lage v.
  5. Niet-vlakke muur:
    Als de muur niet loodrecht staat op de verbinding tussen klapper en telefoon, kaatst het geluid op een hoek terug. De echo reist dan een iets langere weg terug naar de telefoon. Het gevolg is een grotere gemeten Δt bij dezelfde werkelijke afstand: de berekende v wordt systematisch te laag.
  6. v bij −10°C en 35°C:
    v(−10°C) = 331 + 0,6·(−10) = 325 m/s. v(35°C) = 331 + 0,6·35 = 352 m/s. Relatief verschil: (352−325)/343 × 100% ≈ 7,9%.
  7. Water en het model:
    v = √(γRT/M) = 1480 → T = 1480²·M/(γR) = 1480²·0,0180/(1,40·8,314) = circa 340 000 K. Dit onrealistische getal toont aan dat de formule voor ideale gassen niet van toepassing is op vloeistoffen. In water is de geluidssnelheid bepaald door de elasticiteitsmodulus en de dichtheid, niet door de thermische molecuulsnelheid.

Achtergrond

De geluidssnelheid speelt een centrale rol in de akoestiek, de meteorologie en de navigatie. Sonarsystemen (Sound Navigation And Ranging) gebruiken de bekende geluidssnelheid in zeewater om afstanden te meten — dezelfde echo-methode als in dit practicum, maar dan in een vloeistof. In de meteorologie bepaalt de geluidssnelheid de Machnumergrens voor vliegtuigen, en in de medische diagnostiek is echografie gebaseerd op de terugkaatsing van ultrageluid in weefsel.

De Phyphox Acoustic Stopwatch detecteert geluidspieken via een drempelalgoritme in de audiobuffer. De nauwkeurigheid is typisch ±2–5 ms, wat bij een afstand van 15 meter een onzekerheid geeft van ±2·343·0,005/1 ≈ 3,4 m/s in v (circa 1%). De resonantiemethode haalt bij nauwkeurige buismetingen een onzekerheid van 0,5–1%.

Benodigde laboratoriumapparatuur van Labvakhandel

Labvakhandel levert PVC-buisjes, schuifmaten, meetlinten en statiefmateriaal voor geluids- en golfpractica in het voortgezet onderwijs.

Bekijk het assortiment natuurkunde artikelen of neem contact op voor advies.

Meer practicumopdrachten

Ontdek alle practica in de Labvakhandel kennisbank — voor biologie, scheikunde en natuurkunde.

Bestellijst

Uw winkelwagen is leeg.