Deze standaard werkprocedure beschrijft de kalibratie en routinecontrole van een analytische balans of precisiebalans in een laboratoriumomgeving. De procedure is merk- en type-onafhankelijk en is gebaseerd op OIML R 111-1:2004 (gewichten voor verificatie van balansen; klassen E1–M3), EURAMET cg-18 versie 4 (2015) (guidelines on the determination of uncertainty in gravimetric measurement) en de relevante eisen uit ISO/IEC 17025:2017 §6.4 en §6.5 voor meetmiddelen in geaccrediteerde laboratoria.
Verwante onderwerpen: SOP-kennisbank overzicht, SOP-structuur en opbouw, SOP-beheer.
Deze SOP borgt dat weegresultaten traceerbaar zijn aan de internationale massa-eenheid (kilogram) en dat systematische afwijkingen en herhaalbaarheid van de balans aantoonbaar binnen de voor de betrokken methode geaccepteerde grenzen blijven. De procedure is van toepassing op alle medewerkers die analytische balansen (d ≤ 0,1 mg) en precisiebalansen (d = 1 mg tot 0,1 g) in gebruik hebben voor kwantitatief werk.
OIML R 111-1:2004 + Amendment 2025 — Weights of classes E1 to M3; part 1: metrological and technical requirements. EURAMET cg-18 v.4 (2015) — Guidelines on the determination of uncertainty in gravimetric measurement. ISO/IEC 17025:2017 §6.4 — Equipment; §6.5 — Metrological traceability. OIML R 76-1:2006 — Non-automatic weighing instruments; metrological and technical requirements (relevante verificatieprocedure voor wettelijk gecontroleerde balansen).
Afleesbaarheid (d): kleinste schaalverdeling van de balans. Herhaalbaarheid (s): standaarddeviatie van tien opeenvolgende wegingen van hetzelfde gewicht; acceptabel s ≤ 0,41 × d voor analytische balansen (EURAMET cg-18). Lineariteitsafwijking: maximale afwijking van de balansaanwijzing ten opzichte van de gecertificeerde waarde van het gewicht, gemeten over het werkbereik. Uitmiddeling (tarra): de nullering van de balans met een leeg recipiënt om het nettogewicht te wegen. Excentriciteitsafwijking: verschil in aanwijzing bij plaatsing van hetzelfde gewicht op de hoeken en het midden van de weegschaal.
Gecertificeerde gewichten klasse E2 of beter voor analytische balansen; klasse F1 voor precisiebalansen; traceerbaar aan nationale of internationale meetstandaard (DAkkS, VSL, NMi). Certificaat van de gewichten aanwezig en geldig. Anti-statisch pincet of handschoenenset voor hanteren van gewichten (vingerafdrukken beïnvloeden de massa). Apparatuurlogboek en kalibratieformulier.
Stap 5.1 — Laat de balans minimaal 30 minuten ingeschakeld zijn vóór kalibratie (warmte-stabilisatie). Noteer de omgevingstemperatuur (18–26 °C, maximale variatie 2 °C/uur) en de relatieve luchtvochtigheid (40–70 % RV) in het kalibratieformulier. Omgeving buiten deze grenzen: kalibratie uitstellen. Noteer de reden.
Stap 5.2 — Controleer of de balans waterpas staat: de luchtbel in de waterpasmal moet volledig gecentreerd zijn. Balans bijstellen via de instelvoetjes tot de bel gecentreerd is. Als bijstelling niet mogelijk is: melden bij verantwoordelijke.
Stap 5.3 — Controleer of de weegkamer vrij is van stof, resten of vloeistof. Reinig indien nodig met een penseeltje of perslucht. Verwijder elektrostatisch geladen objecten uit de nabijheid van de weegkamer.
Stap 5.4 — Sluit de weegkamerdeuren (bij analytische balansen). Tara de balans (druk Tare of Zero). Wacht tot de aanwijzing stabiel is op 0,0000 g (of 0,0 g afhankelijk van de afleesbaarheid).
Stap 6.1 — Interne kalibratie (indien aanwezig): activeer de interne kalibratiefunctie (AutoCal of equivalent). De balans voert zelfstandig een kalibratie uit met het ingebouwde kalibratiegewicht. Controleer na afloop of de aanwijzing 0,0000 g toont. Noteer het resultaat en de datum in het apparatuurlogboek.
Stap 6.2 — Herhaalbaarheidscontrole (tien wegingen): tara de balans. Leg het referentiegewicht (bij voorkeur nominale waarde 10–20 % van de maximale weegcapaciteit) op de weegschaal met een anti-statisch pincet. Noteer de aanwijzing. Verwijder het gewicht. Tara opnieuw. Herhaal dit tien maal. Bereken de standaarddeviatie (s) van de tien meetwaarden. Acceptatiecriterium: s ≤ 0,41 × d (EURAMET cg-18 §6.2).
Stap 6.3 — Lineariteitscontrole (minimaal drie punten): weeg gecertificeerde gewichten die 20 %, 50 % en 100 % van de maximale weeglast dekken. Noteer per gewicht: gecertificeerde massa, gemeten massa, afwijking (gemeten − gecertificeerd). Acceptatiecriterium: zie §7.
Stap 6.4 — Excentriciteitscontrole: plaats hetzelfde gewicht (ca. 1/3 van het maximum) achtereenvolgens op de vier hoeken en het midden van de weegschaal. Tara na elk verwijderen. Noteer de vijf aanwijzingen. Maximale onderlinge afwijking: ≤ 1,5 × d (EURAMET cg-18 §6.4).
Stap 6.5 — Documentatie: noteer op het kalibratieformulier: datum, balansID/serienummer, afleesbaarheid (d), omgevingstemperatuur en RV, gewichtsklasse en lot/certificaatnummer, alle meetresultaten, berekende herhaalbaarheid (s), lineariteitsafwijkingen per punt, excentriciteitsresultaten, oordeel (goed/afgekeurd) en operatornaam. Voeg het ingevulde formulier toe aan het kalibratiedossier.
De grenzen hieronder zijn afgeleid van EURAMET cg-18 v.4 en dienen als minimumeis. Uw methode of accreditatieprogramma kan strengere eisen stellen; hanteer in dat geval de strengste eis.
Go: alle drie de parameters vallen binnen bovenstaande grenzen. No-go — herhaalbaarheid: balans reinigen, opwarming verlengen tot 60 minuten en herkalibreren. Bij aanhoudende overschrijding: balans naar onderhoud. Documenteer en stel balans buiten gebruik. No-go — lineariteit: interne kalibratie herhalen. Blijft de afwijking buiten de grens: externe kalibratie door geaccrediteerde instelling aanvragen. Balans buiten gebruik stellen. No-go — excentriciteit: weegschaal reinigen en herkalibreren. Aanhoudend buiten grens: onderhoud inschakelen.
Voer dagelijks, vóór de eerste weging, een beknopte routinecontrole uit: interne kalibratie activeren (indien aanwezig) en één verificatieweging met een controlemassa. Noteer de gemeten massa en de afwijking ten opzichte van de gecertificeerde massa in het daglogboek. Afwijking buiten de methodespecifieke limiet: volledige kalibratie uitvoeren conform deze SOP voordat u verdergaat. Controlemassa's minimaal jaarlijks herkalibreren.
Sluit de weegkamerdeuren bij elke weging. Laat het weegresultaat stabiliseren (stabiliteitsindicator aan). Lees het resultaat pas af wanneer de balans het stabiliteitssymbool toont. Noteer altijd het balansID bij het weegresultaat in uw werkblad zodat de traceerbaarheid aantoonbaar is.
Afwijking 1 — Drift van nulpunt tijdens weging: tara opnieuw. Controleer de omgevingstemperatuur en sluit de weegkamerdeuren. Indien aanhoudend: onderhoud inschakelen.
Afwijking 2 — Onverwacht negatieve waarde na tara: balans opnieuw tara en controleer of het weegplateau leeg en vrij van statische lading is. Elektrostatische storingen elimineren met een ionisator of door aarding van het recipiënt.
Afwijking 3 — Balans gebruikt buiten kalibratieperiode: alle weegresultaten verkregen na de vervaldatum identificeren. Documenteer als non-conformiteit. Beoordeel de impact op de analyseresultaten. Externe herkalibratie aanvragen.
Disclaimer: De informatie in dit artikel is bedoeld als algemene technische en regulatoire toelichting. Canidae Seal B.V. / Labvakhandel.nl aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de toepassing van deze informatie in specifieke situaties. Raadpleeg voor uw eigen toepassing altijd de geldende wet- en regelgeving, de relevante normen en de uitvoerende autoriteiten of toezichthouders (zoals ECHA, Nederlandse Arbeidsinspectie, ILT of de bevoegde accreditatie-instantie).
Inloggen
Wachtwoord vergeten
Account aanmaken
Uw winkelwagen is leeg.