Het bepalen van het asgehalte en de gloeirest zijn gravimetrische analysetechnieken waarbij een monster wordt verhit tot alle organische stof volledig verbrandt. Wat overblijft is het anorganische residu: de as. Deze methoden worden breed toegepast in de voedingsmiddelenindustrie, farmaceutica, polymeeranalyse, milieulaboratoria en materiaalonderzoek. De bepaling geeft inzicht in de minerale samenstelling van een monster en is een maatstaf voor kwaliteit, zuiverheid of vervuiling.
De termen worden in de praktijk soms door elkaar gebruikt, maar er is een technisch onderscheid:
In de meeste laboratoriumnormen geldt: asgehalte ≈ gloeirest bij organische monsters. Bij anorganische monsters (bijv. cement, grond) is er juist sprake van gloeiverlies door carbonaatafbraak.
De bepaling verloopt gravimetrisch: het massaverschil vóór en na verassing wordt nauwkeurig bepaald. De stappen zijn:
De formule voor het asgehalte (op droge basis) is:
Bij bepaling op natte basis (vers monster, zonder vooraf drogen) wordt de droogmassa vervangen door de oorspronkelijke inweging. Normen specificeren welke basis van toepassing is.
De verassingstemperatuur heeft grote invloed op het resultaat. Kies altijd de temperatuur die overeenkomt met de toepasselijke norm:
Let op: bij te lage temperaturen verbrandt organische stof onvolledig; bij te hoge temperaturen kunnen vluchtige anorganische verbindingen (bijv. kaliumchloride, bepaalde sulfaten) verloren gaan en het resultaat vertekenen.
Voor een betrouwbare asgehalte- of gloeirestbepaling is de juiste uitrusting essentieel:
Labvakhandel levert moffelovens, analytische balansen, keramische kroezen en exsiccatoren die geschikt zijn voor asgehalte- en gloeirestbepalingen in professionele laboratoria. Bekijk het assortiment laboratoriumapparatuur of neem contact op voor advies.
Het asgehalte van meel en bloem is een directe maatstaf voor de uitmalingsgraad: hoe hoger het asgehalte, hoe meer zemelen aanwezig zijn. Tarwebloem type 405 heeft een laag asgehalte (ca. 0,45%), volkorenmeel aanzienlijk meer (ca. 1,7%). Normen zoals ISO 2171 en NEN 3329 zijn leidend bij kwaliteitscontrole in de graanverwerkende industrie. Ook in vlees-, zuivel- en sportvoedingsanalyse wordt het asgehalte bepaald als onderdeel van de Weende-analyse (proximaatanalyse).
De Europese Farmacopee (Ph. Eur.) schrijft voor verschillende grondstoffen een maximaal sulfaatasgehalte voor. De bepaling (sulfaatasgehalte, met toevoeging van zwavelzuur vóór verassing) geeft inzicht in de zuiverheid van farmaceutische werkzame stoffen en hulpstoffen.
Bij glasvezel- of mineraalvulstof-gevulde kunststoffen geeft het asgehalte (ISO 3451) inzicht in het vulstofgehalte. Dit is relevant voor kwaliteitscontrole van composietmaterialen en recyclaat.
In wateranalyse wordt onderscheid gemaakt tussen totale droogrest (TDS) en gloeirest. Het verschil (gloeiverlies) geeft een indicatie van het organisch stofgehalte in water of slib. Bij bodem- en sedimentanalyse is gloeiverlies (LOI) een gangbare maat voor organische stof.
Bij cement, kalk en kalksteen wordt gloeiverlies bij 950 °C bepaald. Hierbij ontleedt calciumcarbonaat (CaCO₃ → CaO + CO₂), wat onderdeel uitmaakt van de chemische samenstelling. De LOI is een standaardparameter in de EN 196-2 norm voor cementen.
De asgehalte- en gloeirestbepaling maakt deel uit van een bredere familie van gravimetrische technieken. Zie ook:
Het asgehalte en de gloeirest zijn fundamentele parameters in kwaliteitscontrole en materiaalanalyse. De bepaling is gravimetrisch, normgebonden en vereist een nauwkeurige weegprocedure en een goed gecontroleerde moffeloven. Door de brede toepasbaarheid — van voedingsmiddelen tot geochemie — is de methode aanwezig in vrijwel elk analytisch laboratorium. Zorg voor de juiste kroezenuitvoering, een gecalibreerde balans en strikte naleving van de gloeicondities uit de toepasselijke norm.
Bekijk moffelovens en thermische apparatuur | Vraag advies aan
Inloggen
Wachtwoord vergeten
Account aanmaken
Uw winkelwagen is leeg.