Adembescherming in het laboratorium: codes, typen en normen uitgelegd

Op de verpakking of het masker zelf staan termen als FFP2 NR D, Type IIR, EN 149, FFA1P2 RD of (EU) 2017/745. Voor wie er niet dagelijks mee werkt, is het lastig om snel te zien welk masker geschikt is voor welke toepassing. In dit artikel leggen we alle codes en normen voor adembescherming stap voor stap uit, zodat u als laborant, docent of inkoopverantwoordelijke altijd het juiste masker kiest.

Twee hoofdcategorieën adembescherming

Adembeschermingsmiddelen vallen uiteen in twee fundamenteel verschillende categorieën, met elk een eigen doel, normering en toepassingsgebied.

Chirurgische maskers (medische gezichtsmaskers) zijn bedoeld om de omgeving te beschermen tegen druppels en spatten van de drager — denk aan de operatiekamer, microbiologisch laboratorium of zorgcontext. Ze filteren de uitgeademde lucht en voorkomen overdracht van micro-organismen van de drager naar het werkoppervlak of de patiënt. Ze bieden geen of beperkte bescherming voor de drager zelf tegen ingeademde gevaarlijke stoffen.

FFP-maskers (ademhalingsbeschermingsmaskers) zijn persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) die de drager beschermen tegen het inademen van deeltjes, aerosolen, rook of biologische agentia uit de omgeving. Ze sluiten strak aan op het gezicht en filteren de ingeademde lucht.

Beide typen maskers hebben hun eigen Europese normering en bijbehorende codes.

Wat zijn persoonlijke beschermingsmiddelen en welke eisen gelden er?

Adembescherming valt onder de bredere categorie van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM's) — ook wel individuele beschermingsmiddelen (IPB) genoemd. PBM's zijn alle uitrustingsstukken die een werknemer draagt of bij zich heeft om zich te beschermen tegen risico's voor zijn veiligheid of gezondheid. In het laboratorium vallen hieronder adembescherming, veiligheidsbrillen, handschoenen, labjassen en gehoorbescherming.

Verordening (EU) 2016/425 stelt vier algemene eisen waaraan elk PBM moet voldoen:

  1. Doeltreffendheid — het PBM moet het risico waartegen het beschermt daadwerkelijk neutraliseren of tot een aanvaardbaar niveau terugbrengen.
  2. Ergonomie — het PBM moet zo zijn ontworpen dat het de gebruiker zo weinig mogelijk hindert bij het uitvoeren van zijn werkzaamheden en comfortabel draagbaar is gedurende de gehele blootstellingsperiode.
  3. CE-markering — elk PBM dat in de EU op de markt wordt gebracht moet een CE-markering dragen. Voor categorie III PBM's (waaronder adembescherming) is bovendien het identificatienummer van een aangemelde instantie vereist, bijv. CE 0598.
  4. Gebruikersinformatie — de fabrikant is verplicht een gebruiksaanwijzing te leveren in de taal van het land van gebruik, met informatie over opslag, reiniging, onderhoud en vervangingstermijnen.

Bij de keuze van adembescherming geldt daarnaast de hiërarchie van beheersmaatregelen: PBM's zijn altijd de laatste verdedigingslinie, nadat bronmaatregelen (vervanging van gevaarlijke stoffen), technische maatregelen (zuurkast, afzuiging) en organisatorische maatregelen (werkprocedures, blootstellingsduur) zijn overwogen en ontoereikend bevonden.

Chirurgische maskers: EN 14683 en de typen I, II en IIR

Chirurgische maskers — in de regelgeving aangeduid als medische gezichtsmaskers — vallen onder de Europese norm EN 14683. Deze norm stelt eisen aan de bacteriële filtratie-efficiëntie (BFE), de ademweerstand, de spatweerstand en de microbiële reinheid van het masker. Chirurgische maskers worden geclassificeerd als medisch hulpmiddel klasse I onder Verordening (EU) 2017/745 (de Medical Device Regulation, MDR) en moeten een CE-markering dragen.

Binnen EN 14683 bestaan drie typen:

Type I

Het laagste beschermingsniveau. Type I maskers hebben een bacteriële filtratie-efficiëntie van minimaal 95% en zijn niet spatresistent. Ze zijn bedoeld voor gebruik door patiënten of bezoekers — niet als primaire bescherming voor zorgprofessionals of laboranten. In een laboratoriumcontext zijn ze geschikt als hygiënemaatregel bij laagrisicowerkzaamheden.

Type II

Een hoger beschermingsniveau met een BFE van minimaal 98%. Type II maskers zijn bedoeld voor gebruik door medewerkers, maar zijn evenals type I niet spatresistent. Ze beschermen de omgeving goed tegen druppeluitstoot bij spreken, hoesten of niezen, maar bieden geen barrière tegen vloeistofspatten.

Type IIR

De letter R staat voor Resistant — spatresistent. Type IIR maskers hebben dezelfde hoge BFE (>98%) als type II, maar beschikken bovendien over een vloeistofwerende laag die de maskers bestand maakt tegen spatten van bloed en andere lichaamsvloeistoffen. Ze moeten hiervoor de zogenoemde blood pressure resistance-test doorstaan. Type IIR is de aangewezen keuze bij handelingen waarbij spatrisico bestaat, en is de standaard in operatiekamers en bij microbiologisch werk met infectieus materiaal.

In de praktijk: u kunt aan een chirurgisch masker zelf niet zien welk type het is. Het type staat altijd op de verpakking vermeld. Veel instellingen kiezen daarom bewust voor uitsluitend één type — veelal IIR — om verwarring te voorkomen.

FFP-maskers: EN 149 en de klassen FFP1, FFP2 en FFP3

FFP staat voor Filtering Face Piece. FFP-maskers zijn PBM en vallen onder Europese norm EN 149:2001+A1:2009 en de PBM-verordening (EU) 2016/425. Ze beschermen de drager tegen het inademen van deeltjes, aerosolen, rook en biologische agentia. De beschermingsgraad wordt bepaald door twee factoren: de filterdoorlaatbaarheid en de randlekkage (lekkage langs het gezicht).

Het filtermateriaal in FFP-maskers werkt op vergelijkbare principes als HEPA- en ULPA-filters in cleanroom-luchtbehandeling: diffusie, impact en interceptie zorgen samen voor deeltjesafvang.

FFP1

Het laagste beschermingsniveau. Een FFP1-masker filtert minimaal 80% van de deeltjes en heeft een maximale inwaartse lekkage van 22%. Het is geschikt voor bescherming tegen niet-toxisch, niet-fibrogeen stof — denk aan hout- of papierstof of als bescherming bij hinderlijke maar niet gevaarlijke stoffen. In een laboratoriumcontext heeft FFP1 een beperkte toepassing.

FFP2

Het middelste beschermingsniveau. Een FFP2-masker filtert minimaal 94% van de deeltjes en heeft een maximale inwaartse lekkage van 8%. Het wordt ingezet bij gezondheidsschadelijke en mutagene stoffen. In de zorg is FFP2 het geadviseerde masker bij aerosolvormende handelingen zoals bronchoscopie, intubatie en het werken met tuberculosepatiënten. In het laboratorium is FFP2 geschikt bij werk met biologische aerosolen, fijnstof of matig schadelijke chemicaliën.

FFP3

Het hoogste beschermingsniveau. Een FFP3-masker filtert minimaal 99% van de deeltjes en heeft een maximale inwaartse lekkage van 2%. Het biedt bescherming tegen giftige, kankerverwekkende en radioactieve deeltjes, asbest, schimmelsporen en hoogrisico-biologische agentia. In een laboratoriumcontext is FFP3 aangewezen bij werken met cytostatica, gevaarlijke poeders of bijzonder fijne biologische of chemische aerosolen.

Wat is beter: FFP2 of FFP3?

Technisch gezien biedt FFP3 een hogere filtercapaciteit, maar in de arbeidshygiëne geldt het principe: zo zwaar als nodig, niet zwaarder dan nodig. FFP3-maskers hebben doorgaans een hogere ademweerstand, waardoor langdurig dragen fysiek belastender is. Als een risicobeoordeling aantoont dat FFP2 voldoende bescherming biedt — dat wil zeggen dat de blootstelling maximaal tien keer de MAC-waarde bedraagt — is FFP3 niet vereist. FFP3 is aangewezen wanneer de concentratie van gevaarlijke deeltjes tot vijftig keer de MAC-waarde kan oplopen, of wanneer wordt gewerkt met bijzonder toxische of kankerverwekkende stoffen.

Extra codes op FFP-maskers verklaard

Naast de FFP-klasse staan op elk masker aanvullende letters die extra informatie geven over het gebruik. Deze codes zijn vastgelegd in EN 149.

NR — Not Reusable

Het masker is bedoeld voor éénmalig gebruik, maximaal één werkdag. Dit is de meest voorkomende aanduiding op wegwerpmaskers. Na gebruik weggooien.

R — Reusable

Het masker mag meerdere werkdagen worden hergebruikt, mits het masker intact en niet vervuild is en de fabrikant dit toestaat. Herbruikbare maskers zijn doorgaans voorzien van verwisselbare filters.

D — Dolomiet

Het masker heeft de dolomiettest doorstaan. Bij deze test wordt het masker belast met dolomietstof om te bepalen of het filter zijn beschermende werking behoudt bij langdurig gebruik. Een D-markering betekent dat het masker ook bij meerdere uren gebruik of over meerdere shifts zijn filtercapaciteit behoudt. Belangrijk: D verlengt de gebruiksduur maar heft de NR- of R-classificatie niet op.

V — Ventiel

Het masker is voorzien van een uitademventiel. Dit verlaagt de ademweerstand en verhoogt het draagcomfort, vooral bij langdurige werkzaamheden. Let op: een masker met uitademventiel filtert de ingeademde lucht wél, maar de uitgeademde lucht niet of nauwelijks — het is dus geen chirurgisch masker en beschermt de omgeving niet. In steriele omgevingen of bij infectiepreventie is een geventileerd FFP-masker daarom niet geschikt.

Een volledige markering ziet er zo uit: FFP2 NR D — een wegwerpmasker van klasse 2 dat de dolomiettest heeft doorstaan. Of FFP3 R D V — een herbruikbaar klasse 3-masker met ventiel en dolomiettest.

Wat betekent P1, P2 en P3 bij ademhalingsbescherming?

De aanduidingen P1, P2 en P3 verwijzen naar de deeltjesfilterklasse van herbruikbare half- en volgelaatsmaskers met verwisselbare filters. Ze komen functioneel overeen met de beschermingsniveaus van respectievelijk FFP1, FFP2 en FFP3, maar gelden voor filteronderdelen in plaats van voor wegwerpmaskers als geheel. Een P2-filter in een halfgelaatsmasker filtert minimaal 94 % van de deeltjes — hetzelfde niveau als een FFP2-wegwerpmasker. Een P3-filter filtert minimaal 99,95 % en geeft daarmee een iets hogere filtercapaciteit dan FFP3 (99 %), omdat bij een gelaatsmasker de afdichting door het masker zelf wordt geborgd en het filter de volledige filterlast draagt. De P-klassen zijn genormeerd in EN 143 en EN 12083. In de codering van combinatiefilters ziet u P altijd gecombineerd met een gasfiltercode, bijv. A2P3 (organische dampen + hoogst deeltjesfilter) of A1B1E1K1P3 (breed inzetbaar multifunctioneel filter).

Hoe lang mag u een FFP-masker dragen?

FFP-maskers zijn ontworpen voor gebruik gedurende één werkshift. Dat betekent echter niet dat een masker automatisch een volledige werkdag van acht uur kan worden gebruikt. De daadwerkelijke draagduur hangt af van de werkomstandigheden en de conditie van het masker. Vervang het masker zodra de ademweerstand merkbaar toeneemt — een teken dat het filter verzadigd raakt — of zodra het masker vochtig wordt door uitgeademde lucht. Ook bij zichtbare beschadiging of vervorming van de neusbeugel of het filtermateriaal moet het masker direct worden vervangen. Maskers met de NR-aanduiding zijn voor éénmalig gebruik per werkdag; hergebruik is niet toegestaan, ook niet als het masker er intact uitziet. Ongebruikte maskers hebben een houdbaarheidsdatum — doorgaans drie tot vijf jaar na productie — die op de verpakking staat vermeld. Na die datum is de filtercapaciteit niet langer gegarandeerd.

Nominale protectiefactor en de relatie met de MAC-waarde

Om te bepalen welk masker voldoende bescherming biedt voor een specifieke stof, wordt de nominale protectiefactor (NPF) gebruikt. De NPF geeft aan hoeveel keer de concentratie buiten het masker hoger mag zijn dan de MAC-waarde (maximaal aanvaarde concentratie), terwijl de blootstelling binnen het masker nog aanvaardbaar blijft. Voor FFP-maskers gelden de volgende NPF-waarden:

  • FFP1 — NPF 4: beschermt tot viermaal de MAC-waarde
  • FFP2 — NPF 10: beschermt tot tienmaal de MAC-waarde
  • FFP3 — NPF 50: beschermt tot vijftigmaal de MAC-waarde

In de praktijk: als de gemeten of geschatte concentratie van een gevaarlijke stof vijf keer de MAC-waarde bedraagt, is FFP2 in principe toereikend (NPF 10 > overschrijdingsfactor 5). Bedraagt de concentratie twintig keer de MAC-waarde, dan is FFP3 vereist. De uiteindelijke keuze wordt vastgelegd in de RI&E en het arbeidshygiënisch programma van de instelling.

Wegwerpmasker of herbruikbaar halfgelaatsmasker?

Naast FFP-wegwerpmaskers bestaat er een tweede categorie afhankelijke adembescherming: herbruikbare half- en volgelaatsmaskers met verwisselbare filters. Bij een halfgelaatsmasker worden alleen de filters vervangen; het masker zelf blijft in gebruik. De filterklassen P1, P2 en P3 komen overeen met het beschermingsniveau van FFP1, FFP2 en FFP3. Voor incidenteel werk met beperkte stofbelasting volstaat een FFP2- of FFP3-wegwerpmasker. Werkt u dagelijks en langdurig met gevaarlijke stoffen, dan kan een halfgelaatsmasker met verwisselbaar P2- of P3-filter comfortabeler en economisch voordeliger zijn, omdat alleen de filters periodiek worden vervangen. Een volgelaatsmasker biedt bovendien bescherming aan de ogen en is geschikt bij stoffen die ook schade kunnen veroorzaken via het oogslijmvlies.

Combinatiemaskers: FFA1P2 en vergelijkbare coderingen

Wanneer een masker zowel deeltjes als gassen of dampen filtert, combineert de codering de twee normeringen. De letters voor de cijfers geven het type gasfilter aan; de P-code geeft de deeltjesfilterklasse weer.

De gasfiltertypes zijn gebaseerd op EN 14387 en worden aangeduid met letters:

  • A — organische gassen en dampen met een kookpunt boven 65 °C (bijv. oplosmiddelen)
  • B — anorganische gassen en dampen (bijv. chloor, waterstofsulfide)
  • E — zwaveldioxide en andere zure gassen
  • K — ammoniak en organische aminederivaten
  • Hg — kwikdamp
  • NO — stikstofoxide
  • P — deeltjesfilter (P1, P2 of P3 — overeenkomend met FFP1/2/3-niveau)

Het cijfer achter de letter geeft de capaciteitsklasse aan: 1 (laag), 2 (middel) of 3 (hoog).

De code FFA1P2 RD op een combinatiemasker betekent dus: een filtererend halfmasker (FF) voor organische gassen (A) van capaciteitsklasse 1 (1), gecombineerd met een deeltjesfilter van klasse 2 (P2), herbruikbaar (R) en dolomietgetest (D). Dit type masker wordt ingezet bij werk met vluchtige organische verbindingen én deeltjes — een combinatie die in analytisch-chemische laboratoria regelmatig voorkomt.

Europese norm versus internationale equivalenten: FFP2, N95 en KN95

In internationale context worden andere aanduidingen gebruikt voor vergelijkbare beschermingsniveaus. De Amerikaanse norm NIOSH 42 CFR 84 hanteert de aanduiding N95 voor maskers die minimaal 95% van niet-olieachtige deeltjes filteren — een beschermingsniveau dat vergelijkbaar is met FFP2 onder EN 149. De Chinese norm GB2626 gebruikt de aanduiding KN95, eveneens vergelijkbaar met FFP2 voor niet-olieachtige deeltjes. Voor gebruik in de EU zijn uitsluitend maskers met CE-markering en een geldig EN 149-certificaat rechtsgeldig als PBM. Maskers met alleen een N95- of KN95-aanduiding voldoen formeel niet aan de Europese PBM-verordening (EU) 2016/425 en mogen in EU-arbeidsomstandigheden niet worden ingezet als gecertificeerde bescherming, tenzij de fabrikant tevens EN 149-certificering kan overleggen.

Drie categorieën gevaarlijke stoffen en de bijbehorende adembescherming

De keuze van het juiste masker hangt direct samen met de categorie van de gevaarlijke stof waarmee gewerkt wordt. In de arbeidshygiëne worden drie hoofdcategorieën onderscheiden:

Wat zijn gevaarlijke stoffen en hoe worden ze ingedeeld?

Gevaarlijke stoffen zijn stoffen, mengsels of preparaten die door hun chemische, fysische of biologische eigenschappen een risico vormen voor de gezondheid van mensen of voor het milieu. In de arbeidshygiëne en het laboratorium wordt een gevaarlijke stof gedefinieerd als elke stof waarvoor een grenswaarde (MAC-waarde) is vastgesteld of waarvoor op basis van intrinsieke eigenschappen een gezondheidsrisico aanwezig is bij inademing, huidcontact of inslikken. De indeling volgt de CLP-verordening (Verordening (EG) 1272/2008), die stoffen indeelt op basis van gevaarklassen en -categorieën, en bepaalt welk gevarenpictogram en welke H- en P-zinnen op het etiket moeten staan. Voor adembescherming zijn drie hoofdcategorieën het meest relevant: CMR-stoffen (carcinogeen, mutageen, reproductietoxisch), sensibiliserende stoffen en biologische agentia — elk met eigen vereisten voor het type en de klasse van het ademmasker.

1. CMR-stoffen (carcinogeen, mutageen, reproductietoxisch)

CMR-stoffen zijn stoffen die kanker kunnen veroorzaken (carcinogeen), erfelijk genetisch materiaal kunnen beschadigen (mutageen) of de voortplanting kunnen schaden (reproductietoxisch). Voorbeelden in het laboratorium zijn formaldehyde, benzeen, ethidiumbromide en cytostatica. Voor CMR-stoffen in poeder- of aerosolvorm is minimaal FFP2 vereist; bij hoge concentraties of bijzonder toxische stoffen is FFP3 of een combinatiemasker aangewezen. CMR-stoffen die als gas of damp vrijkomen vereisen een gasfilterend masker (type A, B, E of K, afhankelijk van de stof).

2. Sensibiliserende stoffen

Sensibiliserende stoffen kunnen bij herhaalde blootstelling een allergische reactie veroorzaken — ook bij concentraties ruim onder de MAC-waarde. Eenmaal gesensibiliseerd reageert de medewerker bij elke volgende blootstelling, hoe laag ook. Voorbeelden zijn latexproteïnen, enzymen, isocyanaten en bepaalde metaalzouten. Voor sensibiliserende stoffen in aerosol- of stofvorm is een goed aansluitend FFP2 of FFP3 masker vereist, afhankelijk van de stof en het blootstellingsniveau.

3. Biologische agentia

Biologische agentia zijn micro-organismen, celculturen, endoparasieten en prionen die een infectie, allergie of toxisch effect kunnen veroorzaken. Ze worden ingedeeld in vier risicogroepen (1 t/m 4) conform Richtlijn 2000/54/EG. In het laboratorium zijn dit bacteriën, virussen, schimmelsporen en cellijnen. Bij werk met risicogroep 2-agentia (bijv. E. coli pathogene stammen, influenza) is minimaal FFP2 vereist bij aerosolvormende handelingen; bij risicogroep 3-agentia (bijv. Mycobacterium tuberculosis, hepatitis B) is FFP3 de norm.

PBM-categorieën en verordeningen

Alle persoonlijke beschermingsmiddelen in de EU vallen onder een van drie risicocategorieën, vastgelegd in Verordening (EU) 2016/425:

  • Categorie I — laag risico (bijv. werkhandschoenen voor licht werk, zonnebrillen)
  • Categorie II — middelhoog risico (bijv. veiligheidsbrillen, gehoorbescherming)
  • Categorie III — hoog risico, onomkeerbare of fatale gevaren (bijv. adembescherming, valbeveiliging)

FFP-maskers vallen altijd in categorie III. Dit betekent dat de fabrikant niet alleen een CE-markering moet aanbrengen, maar ook een viercijferig identificatienummer van een aangemelde instantie (Notified Body) die het kwaliteitssysteem of de productiecontrole periodiek auditeert. Dat identificatienummer staat direct achter de CE-markering op het masker: bijv. CE 0598.

Chirurgische maskers vallen als medisch hulpmiddel onder (EU) 2017/745 (Medical Device Regulation). Klasse I medische hulpmiddelen — waartoe chirurgische maskers doorgaans behoren — hoeven geen aangemelde instantie in te schakelen voor de CE-markering, maar moeten wel aan de technische documentatie- en prestatievereisten van de MDR voldoen.

Hoe herkent u een conform masker?

Op een conform FFP-masker staan de volgende aanduidingen vermeld: de CE-markering gevolgd door een viercijferig notified body-nummer (bijv. CE 0598), de norm inclusief jaar (EN 149:2001+A1:2009), de beschermingsklasse (FFP1, FFP2 of FFP3) en de gebruiksaanduiding (NR of R, eventueel gevolgd door D of V). Ontbreekt een van deze elementen, dan voldoet het masker formeel niet aan de Europese PBM-regelgeving. Let ook op de verpakking: de klasse-aanduiding van chirurgische maskers (type I, II of IIR) staat op de verpakking en niet op het masker zelf. Bij twijfel over de conformiteit van een partij maskers kunt u het productnummer nakijken in de NANDO-databank van de Europese Commissie, waar alle aangemelde instanties en gecertificeerde producten zijn geregistreerd.

Overzichtstabel: welk masker voor welke situatie?

Maskertype Norm Filtert Beschermt Typische toepassing laboratorium
Chirurgisch type I EN 14683 BFE ≥95% Omgeving Laagrisico hygiënemaatregel
Chirurgisch type II EN 14683 BFE ≥98% Omgeving Microbiologisch werk, celkweek
Chirurgisch type IIR EN 14683 BFE ≥98% + spatresistent Omgeving + spatresistentie Werk met infectieus materiaal, spatrisico
FFP1 EN 149 ≥80% / NPF 4 Drager Niet-toxisch stof, lage blootstelling
FFP2 EN 149 ≥94% / NPF 10 Drager Biologische aerosolen, fijnstof, TBC-risico
FFP3 EN 149 ≥99% / NPF 50 Drager Cytostatica, gevaarlijk fijnstof, hoog biologisch risico
Combinatiemasker (bijv. FFA1P2) EN 149 + EN 14387 Deeltjes + gassen Drager Vluchtige organische stoffen + deeltjes

Welke adembescherming is niet effectief — en wanneer is het verplicht?

Een veelgemaakte vergissing is het inzetten van het verkeerde maskertype voor de situatie. De volgende combinaties bieden geen of onvoldoende bescherming:

  • Chirurgisch masker bij blootstelling aan gevaarlijke stoffen — een chirurgisch masker (type I, II of IIR) filtert uitgeademde lucht en beschermt de omgeving, niet de drager. Het biedt geen enkele bescherming tegen het inademen van chemische dampen, fijnstof of biologische aerosolen. In een laboratorium waar gevaarlijke stoffen worden gebruikt, vervangt een chirurgisch masker nooit een FFP-masker.
  • FFP-masker met uitademventiel in steriele omgeving — een geventileerd FFP-masker (aanduiding V) filtert de ingeademde lucht wél, maar de uitgeademde lucht niet. In cleanrooms, laminaire vloeikastwerkzaamheden en bij infectiepreventiemaatregelen is een geventileerd masker daarom ongeschikt.
  • FFP1 bij toxische of biologische agentia — FFP1 filtert minimaal 80% van de deeltjes en is uitsluitend geschikt voor niet-toxisch stof. Bij gevaarlijke, mutagene of biologische stoffen is minimaal FFP2 vereist.

Adembescherming is in het laboratorium verplicht wanneer de blootstelling aan een gevaarlijke stof de MAC-waarde (maximaal aanvaarde concentratie, vastgesteld door de SER en gepubliceerd door het RIVM) overschrijdt of dreigt te overschrijden, en technische en organisatorische maatregelen onvoldoende zijn. De verplichting is verankerd in de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) en de bijbehorende Arbobeleidsregels. Een Risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) bepaalt welk type adembescherming voor welke werkzaamheid vereist is. Bij twijfel raadpleegt u de arbodienst of een gecertificeerde arbodeskundige.

Pasvorm en afdichtingstest: waarom dit bepalend is voor de bescherming

Een FFP-masker biedt alleen de gecertificeerde bescherming als het volledig aansluit op het gezicht. Randlekkage — lucht die ongefiltreerd langs de randen van het masker naar binnen stroomt — is de belangrijkste oorzaak van onvoldoende bescherming in de praktijk. Factoren die de afdichting kunnen verminderen zijn gezichtsbeharing (baard, snor), littekens op het gezicht en een afwijkende gezichtscontour. Bij het opzetten van een FFP-masker zijn twee stappen essentieel: druk de neusbeugel zorgvuldig aan op de neusbrug zodat er geen opening resteert, en voer een eenvoudige afdichtingscontrole uit door beide handen over het masker te leggen en kort krachtig in te ademen — als u lucht langs de randen voelt instromen, sluit het masker niet goed. Voor werknemers die regelmatig en intensief met adembescherming werken, is een formele face-fittest aan te raden. Daarbij wordt met meetapparatuur vastgesteld of een specifiek masker bij de gelaatsvorm van de drager een voldoende lage inwaartse lekkage realiseert. De NVvA (Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde) beschrijft de face-fittest als onderdeel van een volledig adembeschermingsprogramma.

Wat is de juiste volgorde voor het aan- en uittrekken van persoonlijke beschermingsmiddelen?

De volgorde van aan- en uittrekken is van direct belang voor de bescherming: bij een verkeerde volgorde kan contaminatie van het gezicht, de handen of de werkomgeving optreden. Aantrekken gebeurt van buiten naar binnen: trek eerst de labjas of beschermend bovenkleed aan, daarna de veiligheidsbril of het gelaatsscherm, dan het ademmasker (controleer daarna direct de afdichting) en tot slot de handschoenen — zodat de handschoenen de polsen van de labjas afdekken en de meest gecontamineerde beschermlaag als laatste wordt aangedaan. Uittrekken gebeurt in omgekeerde volgorde, van meest naar minst gecontamineerd: verwijder eerst de handschoenen (binnenstebuiten) zonder het masker of de bril aan te raken, daarna de bril (aan de zijstangen, niet aan het voorste vlak), dan het masker (aan de elastieken of bandjes, nooit aan het filteroppervlak) en tot slot de labjas. Was of desinfecteer de handen direct na het uittrekken van de handschoenen en na het volledig verwijderen van alle PBM's. Deze volgorde voorkomt dat gecontamineerde buitenoppervlakken in contact komen met het gezicht of de kleding.

Waar let u op bij aanschaf?

Bij het kiezen van adembescherming voor het laboratorium zijn de volgende punten van belang. Stel eerst vast waartegen beschermd moet worden: deeltjes, gassen, biologische agentia of een combinatie. Bepaal vervolgens de concentratie en het risico aan de hand van de MAC-waarde van de betrokken stof en de bijbehorende NPF die vereist is. Controleer daarna of het masker de juiste CE-markering draagt en of de bijbehorende norm (EN 149 of EN 14683) op het masker of de verpakking staat vermeld. Let ook op de NR- of R-aanduiding: een masker dat als NR is geclassificeerd mag niet worden hergebruikt, ook niet als het er nog intact uitziet. Controleer tot slot de pasvorm en voer een afdichtingscontrole uit zoals hierboven beschreven. Bekijk ons assortiment beschermingsmiddelen of neem contact op voor advies bij de juiste keuze.


Disclaimer: De informatie in dit artikel is bedoeld als algemene technische toelichting. Canidae Seal B.V. / Labvakhandel.nl aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de toepassing van deze informatie in specifieke analytische, klinische of industriële situaties. Raadpleeg voor uw eigen toepassing altijd de geldende normen, vakliteratuur en de documentatie van fabrikant en apparatuur.

Bestellijst

Uw winkelwagen is leeg.