Een refractometer meet de brekingsindex van een vloeistof en leidt er concentratie- of zuiverheidswaarden uit af — van suikergehalte in °Brix tot absolute nD-waarden van zuivere stoffen. Hoe het meetprincipe werkt, leest u uitgebreid in het kennisbankartikel over refractometrie. Deze keuzewijzer richt zich op de praktische vraag welk uitvoeringstype bij uw omgeving en toepassing past: van het compacte analoge handmodel dat u bij de fruitpers gebruikt, tot de nauwkeurige Abbe-refractometer voor farmacopee-controles of de inline sensor die continu een processtroomlijn bewaakt.
De eerste vraag is waar u meet. Handrefractometers — zowel analoge als digitale — zijn compact, werken zonder stroomaansluiting en geven met één à twee druppels monster direct een aflezing. Ze zijn geschikt voor procescontrole langs een productielijn, keuring bij inname of veldwerk buiten het lab. Benchtopmodellen staan vast opgesteld, hebben een grotere monsteropening, een verlichte display en bieden doorgaans een hogere nauwkeurigheid en herhaalbaarheid. Voor toepassingen waarbij het monster naar het instrument komt — farmacopee-controles, QC-lab, onderzoek — is een benchtopmodel vrijwel altijd de betere keuze.
De brekingsindex is sterk temperatuurafhankelijk: bij waterige oplossingen veroorzaakt al een verschil van 5 °C een afwijking van circa 0,5 °Bx. Analoge handrefractometers zijn om die reden standaard voorzien van passieve ATC via een bimetaalstrip, die werkt van doorgaans 10 tot 30 °C. Digitale modellen meten de temperatuur elektronisch en herrekenen de waarde naar 20 °C; hun compensatiebereik is ruimer. Voor omgevingstemperaturen buiten het ATC-bereik — en voor alle nauwkeurigheidsklassen waar de temperatuuronzekerheid groter is dan de gewenste meetfout — is tempereren van het monster of gebruik van een benchtopmodel met actieve thermostaat vereist. Meet u uitsluitend bij kamertemperatuur en volstaat een nauwkeurigheid van ±0,5 °Bx, dan is een analoge handrefractometer zonder extra voorzieningen toereikend.
Analoge handrefractometers dekken een vast bereik — typisch 0–32 °Bx of 0–80 °Bx — met een afleesnauwkeurigheid van ±0,5 °Bx. Digitale handmodellen werken met CCD- of CMOS-detectie en bieden een nauwkeurigheid van ±0,1 tot ±0,2 °Bx. Digitale benchtoprefractometers halen ±0,03 °Bx of beter en combineren dat met een breed bereik en instelbare schalen (Brix, saliniteit, specifiek gewicht). De Abbe-refractometer is de referentiemethode voor absolute brekingsindexbepaling: met een nauwkeurigheid tot ±0,0001 nD is hij geschikt voor stofidentificatie en zuiverheidscontrole conform farmacopee-monografieën. Heeft u dus absolute nD-waarden nodig en niet alleen een Brix-concentratie, dan is de Abbe de aangewezen keuze.
Het beoogde meetdoel bepaalt de instrumentklasse. Voor het bepalen van suikergehalte, saliniteit, koelvloeistofconcentratie of soortgelijke toepassingen waarbij een Brix- of concentratieschaal voldoet, zijn hand- en benchtoprefractometers geschikt. Voor het meten van de absolute brekingsindex van zuivere stoffen — denk aan kwalitatieve identiteitscontrole van chemicaliën of oplosmiddelen, zoals ook beschreven in het artikel over dichtheidsmeting als aanpalende methode — is de Abbe-refractometer de standaard. Procestoepassingen waarbij de brekingsindex van een vloeistofstroom continu en in real-time moet worden gevolgd, vragen om een inline of procesrefractometer: een sensor die direct in de leiding of tank is gemonteerd, doorgaans zonder monsteronttrekking of -behandeling.
Imkers en producenten van honing, ahornsiroop of suikerstropen hebben te maken met concentraties die ver buiten het bereik van een standaard handrefractometer vallen. Waar een gebruikelijke Brix-refractometer doorgaans tot 32 of 80 °Bx meet, bevat rijpe honing 75 tot 85 °Bx — een waarde die een standaard model niet kan aflezen of zelfs buiten zijn schaalverdeling valt. Speciaal hiervoor zijn honingrefractometers beschikbaar met een bereik van circa 58 tot 90 °Bx; sommige modellen tonen het vochtgehalte direct op een tweede schaal (Water Content, WC%) naast de Brix-waarde.
Een bijkomend verschil bij honingrefractometers is de kalibratieprocedure: vanwege het hoge suikergehalte van honing is gedestilleerd water als ijkvloeistof niet altijd toereikend. Voor modellen met een schaal die niet bij nul begint, wordt daarom geijkt met een gecertificeerde ijkolie of met extra vierge olijfolie, waarvan de brekingsindex bekende waarden heeft. Controleer bij aanschaf of de kalibratievloeistof wordt meegeleverd of los verkrijgbaar is. Lees meer over het werkingsprincipe en de kalibratie in het artikel refractometrie.
Elk refractometertype vraagt om periodieke kalibratie, maar de benodigde vloeistof en het gemak verschilt per uitvoering — en dat speelt mee in de aanschafkeuze.
Als u de refractometer in een omgeving gebruikt waar kalibratievloeistoffen niet standaard voorhanden zijn — veldwerk, productielijn, imkerij — verdient het aanbeveling bij aanschaf te controleren welke kalibratievloeistof vereist is en of die meegeleverd wordt of makkelijk verkrijgbaar is.
Als leidraad per gebruikssituatie:
Het assortiment handrefractometers, digitale benchtopmodellen en Abbe-refractometers vindt u in de productcategorie optisch onderzoek. Staat uw specifieke toepassing er niet bij of heeft u behoefte aan een toepassingsadvies, neem dan contact op met onze productspecialisten.
Geschreven door Labvakhandel, specialist in laboratoriumbenodigdheden voor bedrijven en instellingen.
Disclaimer: De informatie in dit artikel is bedoeld als algemene technische toelichting. Canidae Seal B.V. / Labvakhandel.nl aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de toepassing van deze informatie in specifieke analytische, klinische of industriële situaties. Raadpleeg voor uw eigen toepassing altijd de geldende normen, vakliteratuur en de documentatie van fabrikant en apparatuur.
Inloggen
Wachtwoord vergeten
Account aanmaken
Uw winkelwagen is leeg.