Practicum: Elektrische schakelingen – spanning en stroom meten – Klas 1 HAVO/VWO

In dit practicum voor klas 1 havo/vwo bouw je eenvoudige serie- en parallelschakelingen met lampjes en meet je spanning en stroom. Je leert de voltmeter en amperemeter correct aansluiten en verifieert de wet van Ohm (U = I × R).

Leerdoel

Na dit practicum kun je de wet van Ohm formuleren en toepassen (U = I × R), een voltmeter (parallel) en amperemeter (in serie) correct aansluiten, het gedrag van spanning en stroom in serie- en parallelschakelingen beschrijven, en een schakelschema tekenen met de juiste symbolen.

Cursusniveau en vakgebied

Niveau: HAVO/VWO klas 1 | Vak: Natuurkunde | Onderwerp: Elektriciteit – spanning, stroom, weerstand, wet van Ohm

Benodigdheden

  • Regelbare voeding (0–6 V DC)
  • Twee identieke lampjes (of weerstanden 100 Ω)
  • Digitale voltmeter en amperemeter (of multimeters)
  • Verbindingsdraden, broodbord of schakelplankje
  • Schakelaar

Achtergrondinformatie

Spanning U (volt, V) is de elektrische “druk” die elektronen door een geleider duwt. Stroom I (ampère, A) is de hoeveelheid lading die per seconde door een dwarsdoorsnede stroomt. Weerstand R (ohm, Ω) geeft de tegenstand aan die de stroom ondervindt. De wet van Ohm: U = I × R. In een serieschakeling is de stroom overal gelijk; de spanningen tellen op. In een parallelschakeling is de spanning overal gelijk; de stromen tellen op.

Werkwijze

Deel A – Wet van Ohm (U-I-karakteristiek)

  1. Sluit één weerstand (100 Ω) aan op de voeding. Voeg voltmeter parallel en amperemeter in serie toe.
  2. Stel de spanning achtereenvolgens in op 1, 2, 3, 4 en 5 V. Noteer I bij elke U.
  3. Teken het U-I-diagram. De helling = R.

Deel B – Serieschakeling (twee lampjes)

  1. Schakel twee lampjes in serie. Stel Ubron = 6 V in.
  2. Meet U over lampje 1, U over lampje 2 en I door de schakeling.

Deel C – Parallelschakeling (twee lampjes)

  1. Schakel twee lampjes parallel. Stel Ubron = 6 V in.
  2. Meet U over elk lampje, I door elk lampje en de totale I.

Meettabel – Wet van Ohm (Deel A)

U (V)I (mA)R = U/I (Ω)
1  
2  
3  
4  
5  

Verwerkingsvragen

  1. Een lamp heeft een weerstand van 48 Ω en staat op 6,0 V. Bereken de stroom.
  2. Twee weerstanden (elk 100 Ω) staan in serie aan 9,0 V. Bereken de stroom en de spanning over elk.
  3. Verklaar waarom lampen in een huis parallel geschakeld zijn en niet in serie.

Uitwerking

V1: I = U / R = 6,0 / 48 = 0,125 A = 125 mA.

V2: Rtot = 100 + 100 = 200 Ω. I = U / Rtot = 9,0 / 200 = 0,045 A = 45 mA. Spanning per weerstand: U = I × R = 0,045 × 100 = 4,5 V (elk de helft van de bronspanning).

V3: In een parallelschakeling staat over elk stopcontact/lampje de volle netspanning (230 V). Elke lamp werkt onafhankelijk: als één lamp uitvalt branden de anderen gewoon door. In een serieschakeling zou één defecte lamp alle lichten uitzetten.

Benodigde laboratoriumapparatuur van Labvakhandel

Labvakhandel levert broodbordsets, multimeters, lamphouders en regelbare voedingen voor elektriciteits-praktika in het voortgezet onderwijs.

Bekijk het assortiment elektriciteit of neem contact op voor advies.

Meer practicumopdrachten

Ontdek alle practica in de Labvakhandel kennisbank — voor biologie, scheikunde en natuurkunde.

Bestellijst

Uw winkelwagen is leeg.