Deze standaard werkprocedure (SOP) beschrijft de correcte handelwijze voor manueel pipetteren met een enkelvoudige luchtverdringing pipet. De procedure is merk- en type-onafhankelijk en is gebaseerd op de eisen uit ISO 8655-6:2022. Gebruik de procedure als basis voor uw labspecifieke SOP; pas de toleranties aan op basis van de specificaties van uw pipet en de eisen van uw methode.
Verwante onderwerpen in de kennisbank: SOP-kennisbank overzicht, SOP-structuur en opbouw, SOP-beheer.
Deze SOP borgt dat manueel pipetteren reproduceerbaar en traceerbaar wordt uitgevoerd, binnen de systematische en toevallige afwijkingen die voor de betrokken methode zijn geaccepteerd. De procedure is van toepassing op alle medewerkers die met variabele of vaste enkelvoudige luchtverdringing pipetten werken in het laboratorium.
ISO 8655-1:2022 — Begrippen en eisen voor piston-operated volumetric apparatus (POVA). ISO 8655-2:2022 — Eisen voor enkelvoudige luchtverdringing pipetten. ISO 8655-6:2022 — Gravimetrische methode voor de verificatie van nauwkeurigheid en precisie; tabel 3 geeft maximale systematische fout (Es) en maximale coëfficiënt van variatie (CV) per nominaal volume en instelling.
Systematische fout (Es): afwijking van het gemiddeld afgegeven volume ten opzichte van het ingestelde volume, uitgedrukt als percentage. Coëfficiënt van variatie (CV): standaarddeviatie van herhaalde afleveringen gedeeld door het gemiddelde, uitgedrukt als percentage. Nominaal volume: het maximale volume dat de pipet kan afleveren. Gravimetrische verificatie: het wegen van het afgegeven volume gedestilleerd water op een analytische balans en omrekening naar volume via de dichtheid van water bij gemeten temperatuur conform ISO 8655-6:2022 bijlage A.
Enkelvoudige luchtverdringing pipet (gecalibreerd, geldig kalibratielabel aanwezig). Pipetpunten geschikt voor het pipettype (conform fabrikantspecificatie). Vloeistof op kamertemperatuur (20 ± 2 °C). Persoonlijke beschermingsmiddelen conform de risicobeoordeling van de te pipetteren stof.
Stap 5.1 — Controleer of het kalibratielabel aanwezig is en de vervaldatum niet verstreken is. Is de vervaldatum verstreken: pipet buiten gebruik stellen en aanmelden voor herkalibratie. Ga niet verder met stap 5.2.
Stap 5.2 — Controleer de pipet visueel op zichtbare beschadiging van de schacht, de zuigerstang en de aanslagmechaniek. Beschadiging aanwezig: pipet uit gebruik nemen, labelen als "defect" en melden bij verantwoordelijke. Ga niet verder.
Stap 5.3 — Stel het volume in op de gewenste waarde door de instelling met de volumeregelaar te wijzigen. Draai nooit voorbij het maximale volume van de pipet; dit beschadigt de zuiger.
Stap 5.4 — Monteer een nieuwe pipetpunt door de pipet recht naar beneden op de punt te drukken en licht te draaien. Trek niet; dit vervormt de kraag. Controleer of de punt recht zit en geen zichtbare spleet vertoont.
Stap 5.5 — Laat de pipet en de te pipetteren vloeistof ten minste 15 minuten op kamertemperatuur (20 ± 2 °C) acclimatiseren voordat u begint. Vloeistof buiten dit temperatuurbereik leidt tot systematische volumeafwijkingen.
Stap 6.1 — Voorwetten: dompel de pipetpunt 2–4 mm onder het vloeistofoppervlak. Druk de zuigerstang langzaam tot de eerste aanslag in. Laat langzaam los zodat vloeistof in de punt wordt opgezogen. Druk nogmaals in tot de eerste aanslag en laat los. Verwijder de vloeistof door de punt tegen de wand van het reservoir te houden. Herhaal dit driemaal voor eenzelfde vloeistof om temperatuurevenwicht in de punt te bereiken. Sla dit bij waterige oplossingen niet over; volumefouten van 1–2 % zijn anders mogelijk.
Stap 6.2 — Opzuigen: houd de pipet verticaal (afwijking maximaal 20° van verticaal). Dompel de punt 2–4 mm onder het vloeistofoppervlak. Druk de zuigerstang langzaam en gelijkmatig tot de eerste aanslag in. Laat de zuigerstang langzaam los in circa 2–3 seconden. Wacht één seconde na het bereiken van de startpositie. Trek de punt langzaam langs de wand omhoog en controleer visueel of er geen luchtbelletjes of druppel aan de buitenkant van de punt zitten. Luchtbel aanwezig: vloeistof legen in afvalbeker, punt vervangen en herhaal stap 6.2.
Stap 6.3 — Afleveren (forward pipetting): houd de pipet verticaal. Raak de punt aan de binnenwand van het doelrecipiënt (hoek circa 30°). Druk de zuigerstang langzaam tot de eerste aanslag in gedurende circa 1 seconde. Wacht één seconde. Druk vervolgens door naar de tweede aanslag (blaasstap) en houd aan. Trek de punt langs de wand omhoog terwijl u de tweede aanslag vasthoudt. Laat de zuigerstang pas los nadat de punt de vloeistof heeft verlaten.
Stap 6.4 — Documentatie: noteer in het werkblad: datum, tijdstip, pipetID/serienummer, ingesteld volume, vloeistof, lot/chargenummer van de vloeistof, operatornaam en eventuele bijzonderheden.
De onderstaande waarden zijn ontleend aan ISO 8655-6:2022, tabel 3, voor enkelvoudige luchtverdringing pipetten klasse A bij waterige vloeistof op 20 °C. Bij gebruik van vloeistoffen met afwijkende viscositeit, dichtheid of oppervlaktespanning gelden fabrikantspecificaties.
Go: gemeten Es en CV liggen binnen bovenstaande grenswaarden bij gravimetrische verificatie. No-go: één of beide waarden overschrijden de grens. Actie bij no-go: pipet buiten gebruik stellen, labelen als "in afwachting van kalibratie" en aanmelden bij de kalibratieverantwoordelijke. Resultaten van metingen uitgevoerd met deze pipet na de laatste succesvolle verificatie evalueren op impact.
Voer gravimetrische verificatie uit conform ISO 8655-6:2022 op de frequentie vastgelegd in uw kalibratieplan, minimaal jaarlijks. Pipetten die dagelijks worden gebruikt voor kritische volumebepalingen: verificatie minimaal eens per zes maanden of na elke val of zichtbare beschadiging. Resultaten vastleggen in het kalibratieregister met datum, operator, meetwaarden, referentiebalansID en conclusie (goed/afgekeurd).
Werk conform de risicobeoordeling van de betrokken stof (GHS-pictogrammen, veiligheidsinformatieblad (SDS/VIB)). Verwijder gebruikte pipetpunten door de ejectieknop te gebruiken; neem de punt nooit met de hand af. Gooi besmette punten in de daarvoor bestemde afvalstroom (scherp afval, chemisch afval of biologisch afval conform uw labprocedure).
Afwijking 1 — Luchtbel in punt na opzuigen: vloeistof teruggieten in afvalbeker (niet terug in het uitgangsreservoir), punt vervangen, opzuigen herhalen. Noteer de afwijking in het werkblad.
Afwijking 2 — Druppel aan buitenkant punt: punt langs wand aftrekken. Herhaal stap 6.2 indien druppelvorming aanhoudt. Noteer.
Afwijking 3 — Pipet levert aantoonbaar te laag of te hoog volume (buiten tolerantie bij gravimetrische check): pipet onmiddellijk buiten gebruik stellen. Analyseer of de afwijking is ontstaan door onjuiste techniek (opnieuw trainen operator) of door mechanische slijtage (aanmelden voor reparatie en herkalibratie).
Afwijking 4 — Kalibratiedatum verstreken, maar pipet is reeds gebruikt: onmiddellijk alle resultaten die met deze pipet zijn verkregen na de vervaldatum identificeren. Beoordeel de impact. Documenteer de non-conformiteit conform uw kwaliteitssysteem.
Disclaimer: De informatie in dit artikel is bedoeld als algemene technische en regulatoire toelichting. Canidae Seal B.V. / Labvakhandel.nl aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de toepassing van deze informatie in specifieke situaties. Raadpleeg voor uw eigen toepassing altijd de geldende wet- en regelgeving, de relevante normen en de uitvoerende autoriteiten of toezichthouders (zoals ECHA, Nederlandse Arbeidsinspectie, ILT of de bevoegde accreditatie-instantie).
Inloggen
Wachtwoord vergeten
Account aanmaken
Uw winkelwagen is leeg.