Een veiligheidsinformatieblad (VIB) — in het Engels Safety Data Sheet (SDS) — is een gestandaardiseerd document dat alle relevante veiligheidsinformatie over een gevaarlijke chemische stof of mengsel bevat. Het VIB is wettelijk verplicht voor leveranciers van gevaarlijke stoffen en vormt de basis voor veilig werken, risicobeoordeling en noodprocedures in het laboratorium en de industrie. Dit artikel beschrijft de opbouw, de 16 verplichte rubrieken, de wettelijke eisen en het verschil tussen SDS en MSDS.
Een veiligheidsinformatieblad (VIB) is een gestructureerd document met informatie over de risico's van een gevaarlijke stof of mengsel en aanbevelingen voor het veilig gebruik ervan op het werk. Het bevat alle relevante eigenschappen van het product: van de gevaren en chemische samenstelling tot informatie over beschermingsmiddelen, veilig gebruik, opslag, transport en afvoer.
Het VIB wordt opgesteld door de fabrikant of importeur van de stof en verstrekt aan professionele afnemers. Het is een B2B-document: consumenten ontvangen geen VIB maar een geëtiketteerde verpakking conform de CLP-verordening (EU) 1272/2008 (EUR-Lex).
In Nederland is het VIB wettelijk verankerd via:
Meer informatie over de wettelijke achtergrond van het VIB is beschikbaar via het Arboportaal — Veiligheidsinformatieblad (VIB).
In de praktijk worden drie afkortingen door elkaar gebruikt:
De term MSDS stamt uit het pre-REACH tijdperk en werd gebruikt onder de vroegere EU-richtlijnen 91/155/EEG en 2001/58/EG. Toen REACH in 2007 van kracht werd, is “MSDS” in de EU vervangen door “SDS” (in het Nederlands: VIB). In de VS gebruikt OSHA (Occupational Safety and Health Administration) in het kader van HazCom 2012 de term SDS conform het GHS-systeem. Een VIB ontvangen van een leverancier buiten de EU kan nog de opmaak van OSHA of een ander nationaal systeem volgen, maar moet bij import in de EU worden aangepast aan de REACH-bijlage II-eisen.
Een leverancier is verplicht een VIB te verstrekken voor:
Voor de volgende producten is geen VIB verplicht: geneesmiddelen voor menselijk gebruik (vallen onder geneesmiddelenwetgeving), voedingsmiddelen en diervoeding, cosmetica voor consumenten en radioactieve stoffen. Voor niet-gevaarlijke mengsels zonder SVHC is een VIB vrijwillig maar op verzoek van de professionele afnemer alsnog verplicht te verstrekken.
Conform REACH-bijlage II (zoals gewijzigd door Verordening (EU) 2020/878) bestaat een VIB altijd uit exact zestien genummerde rubrieken in een vaste volgorde. Elke rubriek heeft een verplichte titel en bevat verplichte en aanbevolen subrubrieken.
Bevat de productnaam (zoals op het etiket), relevante geïdentificeerde toepassingen en toepassingen die worden ontraden, de naam en het adres van de leverancier en een telefoonnummer voor noodgevallen (24/7 bereikbaar, bijv. het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum (NVIC), tel. 030 274 8888).
Beschrijft de CLP-indeling van de stof of het mengsel: gevarenklasse, gevarencategorie, signaalwoord (Gevaar of Waarschuwing), gevarenpictogrammen, H-zinnen (gevarenaanduidingen) en EUH-zinnen. Ook worden niet-CLP-gevaren beschreven die relevant zijn voor arbeidsomstandigheden of milieu. Dit is de meest gelezen rubriek bij incidenten.
Voor stoffen: de chemische identiteit (CAS-nummer, EG-nummer, REACH-registratienummer, IUPAC-naam). Voor mengsels: alle bestanddelen die gevaarlijk zijn ingedeeld boven drempelwaarden, met concentratiebereik en eigen CLP-indeling. Vertrouwelijke bestanddelen mogen worden vervangen door een generieke chemische aanduiding mits een vertrouwelijkheidsverzoek is ingediend bij het ECHA.
Beschrijft de te nemen maatregelen per blootstellingsroute: inademing, huidcontact, oogcontact en inslikken. Vermeldt of onmiddellijk medisch advies vereist is en welke symptomen kunnen optreden. Dit is de rubriek waarnaar hulpverleners en het NVIC direct verwijzen bij een incident.
Geschikte blusmiddelen, ongeschikte blusmiddelen, bijzondere gevaren bij brand (bijv. giftige verbrandingsgassen) en speciale beschermingsmiddelen voor brandweerlieden (zelfstandig ademhalingsapparaat, volledig beschermend pak).
Persoonlijke voorzorgsmaatregelen, beschermingsmiddelen en noodprocedures bij lekkage of morsen. Milieuvoorzorgsmaatregelen (bijv. voorkomen dat stof in riolering of oppervlaktewater terechtkomt). Reinigingsmethoden en materialen. Verwijzing naar rubriek 8 (persoonlijke bescherming) en rubriek 13 (afvalverwijdering).
Aanbevelingen voor veilige hantering: ventilatie, vermijden van ontstekingsbronnen, maatregelen ter voorkoming van aerosol- of stofvorming. Opslagcondities: temperatuurbereik, licht- en vochtgevoeligheid, onverenigbare stoffen, maximale hoeveelheid per opslagruimte. Specifieke eindtoepassingen waarvoor aparte hanteringsaanbevelingen gelden.
Grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling (OEL): wettelijke MAC-waarden (Nederland conform de Arbeidsomstandighedenregeling, bijlage XIII) en door fabrikant afgeleide DNEL/DMEL-waarden. Maatregelen voor procesbeheersing. Persoonlijke beschermingsmiddelen: type ademhalingsbescherming, handschoenen (materiaal en doorbraaktijd), oogbescherming, huidbescherming. Dit is de rubriek waarop de RI&E en het arbobeleid worden gebaseerd.
Uiterlijk (aggregatietoestand, kleur, geur), pH, smelt-/vriespunt, kookpunt, vlampunt, ontvlambaarheid, explosiegrenzen (LEL/UEL), dampspanning, dampsdichtheid, oplosbaarheid, verdelingscoëfficiënt n-octanol/water (log Kow), ontbrandingstemperatuur, viscositeit, explosieve en oxiderende eigenschappen.
Reactiviteit, chemische stabiliteit, te vermijden omstandigheden (hitte, licht, vocht, schokken), onverenigbare materialen en gevaarlijke ontledingsproducten. Cruciaal voor de beoordeling van opslag naast andere chemicaliën en voor de beoordeling van brandrisico's.
Informatie over de toxicologische effecten op basis van beschikbare gegevens: acute toxiciteit (LD50, LC50), huid- en oogirritatie, sensibilisering, mutageniteit, carcinogeniteit, reproductietoxiciteit, STOT (specifieke doelorgaantoxiciteit bij eenmalige of herhaalde blootstelling) en aspiratiegevaar. Vermeld worden de blootstellingsroutes, symptomen en dosis-effectrelaties.
Toxiciteit voor het aquatisch milieu (LC50 vis, EC50 dafnia, ErC50 algen), persistentie en afbreekbaarheid (biologische afbreekbaarheid), bioaccumulatiepotentieel (BCF, log Kow), mobiliteit in de bodem en resultaten van de PBT/vPvB-beoordeling. Vermeld ook of de stof op de SVHC-kandidatenlijst staat.
Methoden voor afvalverwerking van de stof of het mengsel en verontreinigde verpakking. Verwijzing naar relevante nationale of regionale wet- en regelgeving. Vermelding van gevaarlijk afvalcode (EURAL-code) indien van toepassing.
VN-nummer, officiële vervoersnaam, transportgevarenklasse, verpakkingsgroep en milieugevaren conform de relevante transportregelgeving: ADR (wegvervoer), RID (spoorvervoer), IMDG (zeetransport) en ICAO-TI / IATA-DGR (luchttransport). Vermelding of de stof een zeeverontreiniging is (marine pollutant).
Specifieke veiligheids-, gezondheids- en milieuvoorschriften voor de stof of het mengsel: autorisatie- en beperkingsverplichtingen conform REACH-bijlagen XIV en XVII, nationale wetgeving (bijv. Wet milieubeheer, Arbeidsomstandighedenwet), vermelding of een Chemische veiligheidsbeoordeling (CSA) is uitgevoerd.
Lijst van alle H-zinnen en CLP-gevarenaanduidingen die elders in het VIB worden gebruikt (voluit geschreven). Datum van opstelling of laatste herziening. Vermelding van wijzigingen ten opzichte van de vorige versie. Afkortingenlijst. Bronnen van gebruikte gegevens. Naam en functie van de persoon die het VIB heeft opgesteld.
Het VIB moet worden opgesteld in de officiële taal of talen van de lidstaat(en) waar de stof op de markt wordt gebracht. In Nederland is dat Nederlands. Een Engelstalig VIB voldoet niet aan de REACH-eisen tenzij de Nederlandse taalversie apart beschikbaar is gesteld.
Het VIB moet leesbaar, overzichtelijk en duidelijk zijn. De zestien rubrieken moeten in de vaste volgorde worden gepresenteerd en genummerd conform REACH-bijlage II. Subrubrieken zijn eveneens genummerd (bijv. 8.1, 8.2). Elke rubriek moet worden ingevuld; is informatie niet beschikbaar of niet van toepassing, dan moet dat expliciet worden vermeld met een toelichting.
Er is geen vaste maximale geldigheidsduur voor een VIB vastgesteld in de wet. Wel geldt dat een VIB actueel moet zijn en bijgewerkt moet worden zodra:
In de praktijk wordt een VIB ouder dan drie jaar door de Nederlandse Arbeidsinspectie als mogelijk verouderd beschouwd. Bij de VIB-check van de NLA wordt ook de actualiteit van de gegevens beoordeeld. Werkgevers doen er verstandig aan bij de leverancier een actueel VIB op te vragen als het document ouder is dan drie jaar of als de CLP-regelgeving inmiddels is gewijzigd.
Het VIB moet worden verstrekt op papier of elektronisch vóór of bij de eerste levering van de stof of het mengsel, en kosteloos. Bij elke bijgewerkte versie moet het nieuwe VIB worden verstrekt aan alle afnemers die de stof in de afgelopen twaalf maanden hebben ontvangen. De werkgever is verplicht het VIB te bewaren en toegankelijk te maken voor alle werknemers die met de stof werken — dit is een directe Arbowet-verplichting.
Wanneer een stof door REACH-registratie een chemische veiligheidsbeoordeling (CSA) vereist, moeten blootstellingsscenario's (ES) als bijlage worden toegevoegd aan het VIB. Het uitgebreide VIB (eSDS) bevat dan naast de zestien rubrieken ook één of meer blootstellingsscenario's die de veilige gebruiksomstandigheden beschrijven (gebruikstitel, operationele condities, risicobeheersingsmaatregelen, emissies). Professionele gebruikers zijn verplicht te controleren of hun gebruik binnen het beschreven blootstellingsscenario valt.
VIB’s zijn op verschillende manieren te verkrijgen:
In het laboratorium is het VIB het startpunt voor elke risicobeoordeling van chemische stoffen. De verbinding met de dagelijkse laboratoriumpraktijk loopt via meerdere sporen:
De risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) van het laboratorium is gebaseerd op de gegevens uit rubriek 2 (gevaren), rubriek 8 (blootstellingsgrenswaarden en PBM) en rubriek 11 (toxicologie) van het VIB. De werkplekinstructiekaart (WIK) — een vereenvoudigde eenpaginasamenvatting voor de werkvloer — wordt opgesteld op basis van het VIB en is verplicht conform het Arbobesluit wanneer werknemers met gevaarlijke stoffen werken.
Rubriek 7 (hantering en opslag) en rubriek 9 (fysische en chemische eigenschappen, inclusief vlampunt en explosiegrenswaarden) zijn de basis voor de opslaginrichting. Brandbare stoffen met een vlampunt onder 60 °C vereisen opslag in een gecertificeerde brandveiligheidsopslagkast (EN 14470-1) of explosieveilige koelkast. Zie ook het kennisbankartikel ATEX in het laboratorium voor de relatie tussen VIB-gegevens en zoneclassificatie.
Rubriek 8 van het VIB schrijft voor welke PBM’s vereist zijn: type handschoen (nitryl, butyl, neopreen) inclusief vereiste laagdikte en doorbraaktijd, type adembescherming (filtertype A, B, E, K of combinatie), oogbescherming (veiligheidsbril, spatbril of gelaatsscherm) en huidbescherming. Zie ook het kennisbankartikel persoonlijke bescherming in het laboratorium.
In een GLP-omgeving (Good Laboratory Practice) maakt het VIB deel uit van de verplichte documentatie. Lot-specifieke VIB’s of documenten waarnaar het VIB verwijst worden bewaard in het studiedossier. Wijzigingen in het VIB (bijv. herziene CLP-indeling) worden gedocumenteerd als onderdeel van de audittrail. Zie ook het kennisbankartikel Good Laboratory Practice (GLP).
Nee. Een DGD (ook: gevaarlijke-goederenverklaring of Shipper's Declaration) is een transportdocument dat verplicht is bij de luchtvrachtvervoer van gevaarlijke stoffen conform IATA-DGR. Het VIB is een veiligheidsdocument voor werknemers en afnemers. Beide documenten putten uit dezelfde gegevens (VN-nummer, gevarenklasse) maar hebben een compleet ander formaat en rechtsgrondslag. Rubriek 14 van het VIB bevat de transportgegevens die nodig zijn voor het invullen van een DGD.
Nee. Een Veiligheids- en Gezondheidsplan (V&G-plan) is een projectspecifiek document dat wordt opgesteld bij bouwwerkzaamheden conform het Arbobesluit (hoofdstuk 2, afdeling 5). Het V&G-plan beschrijft veiligheidsmaatregelen voor een specifiek bouwproject. Het VIB is een productspecifiek document van de leverancier over een chemische stof. Beide documenten kunnen naar elkaar verwijzen wanneer gevaarlijke stoffen worden gebruikt op een bouwlocatie, maar zijn juridisch en inhoudelijk volledig gescheiden.
Conform REACH-artikel 31 is geen VIB vereist voor: (1) geneesmiddelen voor menselijk of veterinair gebruik die onder Richtlijn 2001/83/EG of Richtlijn 2001/82/EG vallen; (2) cosmetische producten als bedoeld in Verordening (EG) 1223/2009; en (3) voedingsmiddelen of diervoeders als bedoeld in Verordening (EG) 178/2002. Radioactieve stoffen vallen eveneens buiten de REACH-VIB-plicht.
De leverancier — dat wil zeggen de fabrikant, importeur, distributeur of stroomafwaartse gebruiker die een stof of mengsel op de markt brengt — is verantwoordelijk voor de juistheid en volledigheid van het VIB. De werkgever die het VIB ontvangt is verantwoordelijk voor het gebruik ervan in de RI&E en voor het beschikbaar stellen aan werknemers. Bij een onjuist of onvolledig VIB kan de leverancier aansprakelijk worden gesteld voor schade die hieruit voortvloeit.
Het veiligheidsinformatieblad (VIB) beschrijft per stof de opslagvereisten, scheidingseisen en benodigde beschermingsmiddelen. Die informatie vormt de basis voor een PGS-15-conforme opslagindeling. In ons kennisbankartikel over PGS-15 leest u hoe u de opslagregelgeving toepast in de praktijk. Lees het artikel over PGS-15 en gevaarlijke stoffen opslag.
Inloggen
Wachtwoord vergeten
Account aanmaken
Uw winkelwagen is leeg.