Fluorescentiemicroscopie is een uitbreiding van de conventionele lichtmicroscopie waarbij specifieke moleculen, celstructuren of eiwitten zichtbaar worden gemaakt via fluorescentie. In plaats van doorvallend wit licht als belichting gebruikt de fluorescentiemicroscoop een krachtige lichtbron die fluorescentielabels exciteert; het emitteerde licht van een andere, langere golflengte wordt gescheiden van het excitatielicht en vormt het uiteindelijke beeld. Fluorescentiemicroscopie maakt het mogelijk om specifieke eiwitten, DNA-sequenties, organellen en levende cellen met hoge specificiteit in één of meerdere kleuren gelijktijdig te visualiseren. De techniek is onmisbaar in de celbiologie, immunologie, oncologie, microbiologie en farmaceutisch onderzoek.
Fluorescentie berust op het Stokes-verschuivingsprincipe. Een fluorofoor absorbeert een foton met een bepaalde golflengte (excitatiegolflengte) en emitteert vervolgens een foton met een langere golflengte (emisiegolflengte). Het energieverschil gaat verloren als warmte. Doordat excitatie- en emisiegolflengte van elkaar gescheiden zijn, kan met optische filters het excitatielicht worden geblokkeerd terwijl het emisslicht naar de detector wordt doorgelaten. Dit maakt extreem gevoelige detectie mogelijk: zelfs één enkel fluorofoormolecuul is in principe detecteerbaar.
Fluorescentie is een subtype van luminescentie. Luminescentie is de overkoepelende term voor alle vormen van lichtuitstoot die niet het gevolg zijn van verhitting (thermische straling). Binnen luminescentie worden drie vormen onderscheiden op basis van het mechanisme en de tijdsduur van de lichtuitstoot:
Het praktische verschil voor microscopie: fluorescentie stopt direct zodra de lichtbron wordt uitgeschakeld; fosforescentie straalt na. Dit maakt fosforescentie ongeschikt als label in fluorescentiemicroscopie omdat het achtergrondsignaal niet te elimineren is door de lichtbron uit te schakelen.
Naast excitatiegolflengte en emisiegolflengte zijn twee parameters bepalend voor de helderheid van een fluorofoor:
De meest gebruikte configuratie is de epifluorescentiemicroscoop, waarbij het excitatielicht via hetzelfde objectief op het preparaat valt als het emisslicht dat wordt opgevangen. Dit is mogelijk via het filterblok, dat drie optische componenten bevat:
Traditioneel worden kwikdamplampen (HBO, 100 W) of xenonlampen gebruikt die breed spectrum UV/Vis-licht produceren. Moderne microscopen zijn vrijwel volledig overgegaan op LED-lichtbronnen: licht-emitterende dioden zijn beschikbaar in specifieke golflengtebanden (365, 385, 470, 530, 590, 625, 740 nm), hebben een lange levensduur (> 10.000 uur), produceren weinig warmte, zijn direct instelbaar in intensiteit en bevatten geen kwik. Laserlichtbronnen worden gebruikt in confocale en TIRF-microscopie (zie hieronder).
Een fluorofoor is een molecule dat fluorescentie vertoont. De keuze van de fluorofoor hangt af van de beschikbare excitatiegolflengten op het instrument, de gewenste spectrale scheiding bij multiplexing, de helderheid (extinctiecoëfficiënt × kwantumopbrengst) en de fotostabiliteit:
Immunofluorescentie (IF) koppelt de specificiteit van antilichamen aan fluorescentiedetectie. Primaire antilichamen binden het doeleiwit; fluorofoor-geconjugeerde secundaire antilichamen (anti-rabbit-FITC, anti-mouse-Cy3, enz.) maken het complex zichtbaar. Bij directe IF is het primaire antilichaam zelf gelabeld; bij indirecte IF geeft het secundaire antilichaam signaalversterking.
Preparaatvoorbereiding voor IF: cellen of weefsels worden gefixeerd (formaldehyde 4 % of methanol bij −20 °C), gepermeabiliseerd (Triton X-100 0,1 % voor intracellulaire targets), geblokkeerd (BSA, normale serum) en vervolgens geïncubeerd met antilichamen. Montagemedium met antifade-reagens (DABCO, Vectashield, ProLong Gold) verlengt de fotostabiliteit en blokkeert bleking.
Bij conventionele epifluorescentie draagt licht uit boven en onder het scherpstellingsvlak bij aan het beeld, wat leidt tot achtergrondwaas (out-of-focus blur). Confocale microscopie lost dit op via een puntbron (laser) en een pinholeapertuur vóór de detector die buiten-focus licht fysiek blokkeert. Alleen licht uit een nauwkeurig gedefinieerd optisch vlak (z-vlak) bereikt de detector. Door het preparaat in z-stappen te scannen wordt een reeks optische secties verkregen die via beeldverwerkingssoftware worden gereconstrueerd tot een 3D-weergave.
Moderne confocale systemen zijn uitgerust met meerdere laserlijnen (405, 488, 561, 633 nm) en spectrale detectoren die simultane multi-kleurendetectie mogelijk maken. De laterale resolutie bedraagt ca. 200 nm (vergelijkbaar met conventionele microscopie); de axiale resolutie is ca. 500–800 nm — aanzienlijk beter dan de ca. 2–3 μm bij conventionele epifluorescentie.
Super-resolutie technieken doorbreken de Abbe-diffractiegrens van ca. 200 nm en bereiken resoluties van 20–100 nm:
Total Internal Reflection Fluorescence (TIRF) microscopie benut het evanescente veld dat ontstaat bij totale interne reflectie van een laserstraal aan het glas-water grensvlak. Het evanescente veld penetreert slechts 100–200 nm in het preparaat: alleen fluoroforen direct aan de celmembraan worden geëxciteerd. Dit geeft een extreem lage achtergrond en is de standaardmethode voor het bestuderen van membraandynamica, vesikelfusie, receptoractivering en enkelmoleculaire interacties.
Bekijk ons assortiment microscopie en optisch onderzoek voor een overzicht van beschikbare instrumenten.
De keuze van het objectief bepaalt de vergroting, het gezichtsveld en de numerieke apertuur (NA), die op zijn beurt de resolutie en de fluorescentieopbrengst bepaalt:
Visualisatie van subcellulaire structuren: celmembraan, cytoskelet (actine-FITC, tubuline-Cy3), mitochondriën (MitoTracker), lysosomen (LysoTracker), celkern (DAPI/Hoechst), endoplasmatisch reticulum. Co-lokalisatieanalyse van twee eiwitten via tweekanaal-imaging bepaalt functionele interacties.
Fluorescentie-immunohistochemie op weefselcoupes maakt gelijktijdige detectie van meerdere biomarkers in tumorweefsel mogelijk (bijv. Ki-67 voor proliferatie, CD3 voor T-cellen, PD-L1 voor checkpoint-expressie). Multiplex IF (Opal-technologie, Vectra-platform) detecteert 6–8 markers in één coupe.
Fluorescent gelabelde DNA-probes hybridiseren aan complementaire chromosomale sequenties. FISH visualiseert genkopie-aantallen, chromosomale translocaties (HER2-amplificatie, BCR-ABL-fusie bij CML) en microdeleties in tumordiagnostiek en prenatale genetica.
GFP-fusie-eiwitten en fluorescente celorganelkleurstoffen maken real-time visualisatie van cellulaire processen mogelijk: eiwittransport, mitose, apoptose, calciumsignalering (Fluo-4), membraanpotentiaal (DiBAC). Lage lichtintensiteit en korte belichtingstijden minimaliseren fototoxiciteit en bleking bij levende cellen.
Voor structuuranalyse op nanometerschaal is elektronenmicroscopie (SEM/TEM) de aanvullende methode. Flowcytometrische analyse van fluorescent gelabelde cellen in suspensie gaat via flowcytometrie. Detectie van fluorescentgelabelde eiwitten na elektroforese-scheiding wordt uitgevoerd via Western blot met fluorescente secundaire antilichamen. De basisopbouw van de lichtmicroscoop is beschreven onder de lichtmicroscoop: onderdelen en werking.
Minimaliseer de belichtingstijd en lichtintensiteit (gebruik de laagst mogelijke intensiteit voor detecteerbaar signaal), gebruik antifade-montagemedium met DABCO, Vectashield of ProLong Gold, bewaar preparaten donker bij 4 °C, en gebruik fotostabiele fluoroforen zoals Alexa Fluor-series of Cy-kleurstoffen die stabieler zijn dan FITC. Bij live cell imaging zijn JF-kleurstoffen (Janelia Fluor) en mNeonGreen fotostabielere alternatieven voor klassieke GFP.
Bij epifluorescentie wordt het volledige preparaat gelijktijdig belicht en draagt licht uit alle z-niveaus bij aan het beeld, wat out-of-focus waas geeft bij dikke preparaten. Confocale microscopie gebruikt een puntlaser en een pinhole die buiten-focus licht uitsluit; het beeld is scherper en optische doorsneden kunnen worden gemaakt voor 3D-reconstructie. Epifluorescentie is sneller en goedkoper; confocaal geeft hogere z-resolutie maar is trager bij levende cellen vanwege het punt-voor-punt scannen.
Dat hangt af van het virus en de microscopietechniek:
Voor klinische virusdiagnostiek wordt fluorescentiemicroscopie ingezet als directe immunofluorescentie (DIF): monsterafstrijken van luchtwegen worden behandeld met fluorescent gelabelde antilichamen gericht tegen virale oppervlakteeiwitten. Positieve cellen lichten op als appelgroene fluorescentieclusters. DIF wordt gebruikt voor snelle diagnose van influenza, RSV, parainfluenza en adenovirus in de acute setting — resultaat in 2–4 uur versus 24–72 uur voor viruskweek.
Dit zijn de twee meest gebruikte technieken voor biologische preparaten en ze dienen fundamenteel verschillende doelen:
In de praktijk worden beide technieken gecombineerd op moderne microscopen: fasecontrast of DIC (differentieel interferentiecontrast) toont de celcontour en algehele celmorfologie; fluorescentiekanalen tonen de specifiek gelabelde structuren. Overlay van beide beelden geeft de meest informatieve visualisatie.
Bekijk het assortiment microscopie en optisch onderzoek, of neem contact op voor advies bij de keuze van het juiste instrument voor uw toepassing.
Deze pagina is onderdeel van de Labvakhandel kennisbank. Canidae Seal B.V. / Labvakhandel.nl is niet aansprakelijk voor de toepassing van deze informatie in specifieke analytische situaties.
Inloggen
Wachtwoord vergeten
Account aanmaken
Uw winkelwagen is leeg.