GLP stelt strenge eisen aan alle apparatuur en materialen die worden ingezet bij niet-klinisch veiligheidsonderzoek. Het doel is te waarborgen dat meetresultaten betrouwbaar en reproduceerbaar zijn, en dat afwijkingen tijdig worden gesignaleerd en gedocumenteerd.
Alle meetapparatuur die wordt gebruikt in GLP-studies moet periodiek worden gekalibreerd. Kalibratie toont aan dat een instrument meet wat het beweert te meten, binnen vastgestelde toleranties. De eisen zijn:
Naast kalibratie moet complexere apparatuur — zoals HPLC-systemen, spectrofotometers of analysebalansen — worden gevalideerd: er moet worden aangetoond dat het systeem geschikt is voor het beoogde gebruik.
GLP vereist dat apparatuur regelmatig preventief wordt onderhouden. Storingen en reparaties moeten worden geregistreerd, inclusief de mogelijke impact op lopende studies. Apparatuur die buiten gebruik is gesteld of defect is, moet duidelijk worden gemarkeerd.
Naast apparatuur gelden ook eisen voor de gebruikte materialen, chemicaliën en reagentia:
Voor analytische studies zijn gecertificeerde referentiematerialen (CRM's) essentieel. Deze zijn traceerbaar naar nationale of internationale meetstandaarden en worden geleverd met een certificaat dat de onzekerheid van de waarde beschrijft.
Bij het gebruik van interne referentiestandaarden (zelf bereid) gelden vergelijkbare eisen: de bereiding, concentratie en geldigheid moeten worden gedocumenteerd.
In een GLP-omgeving waar gewerkt wordt met brandbare oplosmiddelen is het explosieveiligheidsdocument (EVD) een verplicht onderdeel van de RI&E. Het EVD beschrijft de ATEX-zoneclassificatie, de aanwezige ontstekingsbronnen en de getroffen maatregelen — waaronder de inzet van gecertificeerde explosieveilige apparatuur zoals ATEX-koelkasten en EX-vriezers. Lees meer in het kennisbankartikel ATEX in het laboratorium ›
Inloggen
Wachtwoord vergeten
Account aanmaken
Uw winkelwagen is leeg.