Fotometrische en colorimetrische bepalingen

Fotometrie en colorimetrie zijn analytische technieken waarbij de concentratie van een stof wordt bepaald aan de hand van de mate waarin een oplossing licht absorbeert. Ze behoren tot de meest toegepaste methoden in het laboratorium: snel, nauwkeurig en geschikt voor een breed scala aan stoffen — van fosfaat en nitraat in water tot eiwitten in biologische monsters en kleurstoffen in levensmiddelen. De basis van beide technieken is de wet van Lambert-Beer.

Principe van fotometrische bepaling: lichtbron, cuvet met oplossing, detector en Lambert-Beer wet

Wat is fotometrie?

Fotometrie is het meten van de intensiteit van licht dat door een oplossing wordt geabsorbeerd of doorgelaten. In de analytische chemie gaat het specifiek om absorptiefotometrie: het bepalen van de concentratie van een stof op basis van de hoeveelheid licht die de oplossing absorbeert bij een specifieke golflengte.

Afhankelijk van het gebruikte golflengtebereik spreekt men van:

  • UV-fotometrie: meting bij golflengten van 190–400 nm. Geschikt voor stoffen die zelf UV-licht absorberen, zoals aromatische verbindingen, nucleïnezuren (260 nm) en eiwitten (280 nm).
  • Zichtbaar licht (VIS-fotometrie): meting bij 400–700 nm. Wordt toegepast bij gekleurde oplossingen of na een kleurreactie met een reagens.
  • UV/VIS-spectrofotometrie: een instrument dat beide bereiken dekt en een volledig absorptiespectrum kan opnemen. Dit is de meest veelzijdige uitvoering voor laboratoriumgebruik.
  • IR-fotometrie: meting in het infraroodbereik, vooral toegepast in de organische chemie en bij olieanalyse.

Wat is colorimetrie?

Colorimetrie is een specifieke vorm van fotometrie waarbij de meting plaatsvindt in het zichtbare bereik (400–700 nm), op basis van de kleur van een oplossing. De term wordt in twee contexten gebruikt:

  • Analytische colorimetrie: het bepalen van de concentratie van een stof door de kleurintensiteit van de oplossing te meten, al dan niet na een kleurreactie met een specifiek reagens. Dit is de meest voorkomende betekenis in het laboratorium.
  • Kolorimetrie (kleurmeting): het objectief vastleggen van kleur in CIE-kleurruimtes (L*a*b*, XYZ), toegepast in de industrie voor kleurcontrole van producten, verfmenging en kwaliteitsbewaking.

In dit artikel gaat het over analytische colorimetrie. Het onderscheid met fotometrie is gradueel: colorimetrie werkt altijd met zichtbaar licht en een gekleurde oplossing; fotometrie is de bredere term die ook UV en IR omvat.

De wet van Lambert-Beer

Het theoretische fundament van zowel fotometrie als colorimetrie is de wet van Lambert-Beer (ook: Beer-Lambert wet). Deze wet beschrijft het verband tussen de concentratie van een stof in oplossing en de hoeveelheid licht die wordt geabsorbeerd:

A = ε × c × l

Waarbij:

  • A = absorptie (ook: extinctie of optische dichtheid, dimensieloos)
  • ε = extinctiecoëfficiënt (L·mol⁻¹·cm⁻¹), stofspecifiek en golflengte-afhankelijk
  • c = concentratie van de stof (mol/L)
  • l = weglengte van het licht door de oplossing (cm), bepaald door de breedte van de cuvet

De absorptie A is gerelateerd aan de transmissie T (het aandeel doorgelaten licht) via: A = −log(T) = −log(I/I₀), waarbij I₀ de instraalintensiteit is en I de doorgaande intensiteit. Bij A = 1 wordt 90% van het licht geabsorbeerd; bij A = 2 is dat 99%.

De wet is alleen geldig binnen bepaalde concentratiegrenzen. Bij te hoge concentraties treden afwijkingen op door moleculaire interacties. Een ijklijn (kalibratiecurve) over het lineaire bereik is daarom altijd noodzakelijk.

Hoe werkt een fotometrische bepaling?

Een fotometrische meting verloopt in de volgende stappen:

  1. Monstervoorbereiding: het monster wordt indien nodig verdund, gefilterd of chemisch voorbehandeld. Bij colorimetrische bepalingen wordt een kleurreagens toegevoegd dat selectief reageert met de te bepalen stof.
  2. Blanco-meting: een referentieoplossing (reagens zonder analyt, of zuiver oplosmiddel) wordt gemeten. Het instrument stelt hierop de nulabsorptie in (transmissie = 100%).
  3. Absorptiemeting: het monster wordt in een cuvet geplaatst en belicht met licht van de gekozen golflengte. De detector meet de doorgaande lichtintensiteit en berekent de absorptie.
  4. Concentratiebepaling: de gemeten absorptie wordt vergeleken met een ijklijn die is opgesteld met oplossingen van bekende concentratie (standaardreeksen). Hieruit volgt de concentratie van de analyt.

Apparatuur: van colorimeter tot spectrofotometer

De keuze van het instrument hangt af van de vereiste nauwkeurigheid, het golflengtebereik en de toepassing:

Instrument Golflengteselectie Bereik Toepassing
Colorimeter Kleurfilters (vaste golflengten) VIS (400–700 nm) Routinecontrole, onderwijs, wateranalyse
Fotometer Interferentiefilters VIS, soms UV Klinische chemie, eenvoudige laboratoriumbepalingen
UV/VIS-spectrofotometer Monochromator (continu instelbaar) 190–900 nm Onderzoek, farmaceutica, milieuanalyse
Microplaatlezer Filters of monochromator UV/VIS High-throughput biochemische assays (ELISA, eiwitbepaling)

Een colorimeter is de eenvoudigste uitvoering: een vaste lichtbron, een kleurfilter dat de gewenste golflengte doorlaat, een cuvethouder en een detector. Een spectrofotometer beschikt over een monochromator (prisma of tralie) waarmee elke gewenste golflengte nauwkeurig in te stellen is en een volledig absorptiespectrum opgenomen kan worden.

Cuvetten

De cuvet is de houder voor de te meten oplossing. De weglengte is doorgaans 1 cm (standaard), maar ook 0,5 cm, 2 cm en 5 cm cuvetten zijn beschikbaar voor resp. geconcentreerde of verdunde monsters. Het materiaal bepaalt het bruikbare golflengtebereik:

  • Optisch glas: geschikt voor VIS (350–900 nm), niet voor UV
  • Kwarts (SiO₂): geschikt voor UV én VIS (190–900 nm); duurder maar onmisbaar bij UV-metingen
  • Polystyreen / PMMA (wegwerp): geschikt voor VIS; niet herbruikbaar, praktisch voor routinematige analyses

Cuvetten moeten schoon, krasvrij en aan de buitenkant droog zijn. Vingerafdrukken op de optische vlakken verstoren de meting.

Kleurreacties bij colorimetrische bepalingen

Veel stoffen absorberen zelf weinig of geen zichtbaar licht. Om ze toch colorimetrisch te kunnen bepalen, wordt een kleurreactie uitgevoerd: een selectief reagens reageert met de te bepalen stof en vormt een gekleurd product dat wel sterk absorbeert. De golflengte van maximale absorptie (λmax) van dit product is de meetgolflengte.

Voorbeelden van veelgebruikte colorimetrische bepalingen:

Analyt Kleurreagens Kleur product λmax (nm) Toepassing
Fosfaat (PO₄³⁻) Ammoniummolybdaat + ascorbinezuur Blauw (molybdeenblauw) 880 Wateranalyse, bodem
Nitraat (NO₃⁻) Salicylzuur (na reductie nitriet) Geel 415 Drinkwater, afvalwater
Ammonium (NH₄⁺) Nessler-reagens of indofenol Geel-bruin / blauw 425 / 630 Wateranalyse, klinisch
Totaal eiwit Bradford (Coomassie) of BCA Blauw / paars 595 / 562 Biochemie, life science
Glucose GOD-PAP methode Rood 505 Klinische chemie, voeding
Vitamine C (ascorbinezuur) DCPIP Ontkleuring blauw 524 Voedingsanalyse, onderwijs
COD (chemisch zuurstofverbruik) Dichromaat (Cr₂O₇²⁻) Groen (Cr³⁺) 620 Afvalwateranalyse

Ijklijn en kwantificatie

Een betrouwbare fotometrische of colorimetrische bepaling vereist een ijklijn (kalibratiecurve): een reeks standaardoplossingen met bekende concentraties wordt onder identieke omstandigheden gemeten. De absorptiewaarden worden uitgezet tegen de concentraties. In het lineaire bereik van de wet van Lambert-Beer levert dit een rechte lijn door de oorsprong. De concentratie van het onbekende monster wordt hieruit afgelezen of berekend via regressie.

Aandachtspunten bij de ijklijn:

  • Zorg dat de monsterconcentratie binnen het lineaire bereik van de ijklijn valt. Verdun indien nodig.
  • Bereid standaarden en monster op dezelfde manier voor, inclusief kleurreagens en incubatietijd.
  • Meet de blanco altijd mee als nulpunt van de ijklijn.
  • Controleer de ijklijn regelmatig, zeker bij gebruik van instabiele reagentia.

Toepassingsgebieden

Wateranalyse en milieu

Fotometrische en colorimetrische bepalingen zijn de ruggengraat van de wateranalyse. Fosfaat, nitraat, ammonium, COD, chlor, ijzer en mangaan worden routinematig bepaald via kleurreacties en absorptiemeting. Normmethoden (NEN, ISO, APHA Standard Methods) schrijven exact voor welk reagens, welke golflengte en welk concentratiebereik van toepassing zijn. Compacte fotometers met voorgeprogrammeerde methoden zijn hiervoor in gebruik bij drinkwaterbedrijven, gemeentelijke laboratoria en industrie.

Biochemie en life science

Eiwitbepalingen (Bradford, BCA, Lowry), DNA/RNA-kwantificatie bij 260 nm, enzymactiviteitmetingen en ELISA-uitlezing zijn vrijwel allemaal gebaseerd op absorptiemeting. De microplaatlezer (plate reader) maakt het mogelijk tientallen tot honderden monsters tegelijk te meten in 96- of 384-wells platen.

Voedingsmiddelenindustrie

Kleurmeting (colorimetrie in de CIE-zin) voor kleurconsistentie van producten, maar ook analytische colorimetrie voor gehaltebepalingen van suikers, vitamines, conserveermiddelen en kleurstoffen.

Farmaceutica

UV/VIS-spectrofotometrie is een referentiemethode in de Europese Farmacopee (Ph. Eur.) voor identiteits- en zuiverheidscontrole van werkzame stoffen. De extinctiecoëfficiënt (E¹%₁cm) is voor veel farmaceutische stoffen gestandaardiseerd.

Onderwijs

Colorimetrische bepalingen zijn uitstekend geschikt voor het laboratoriumonderwijs: de kleurreactie is visueel waarneembaar, de meetmethode is begrijpelijk en de apparatuur is toegankelijk. Bepalingen van fosfaat in water, glucose of vitamine C zijn gangbare practica op mbo- en hbo-niveau.

Veelgemaakte fouten

  • Meting buiten het lineaire bereik: bij te hoge absorptiewaarden (A > 1,5–2) wijkt de wet van Lambert-Beer af. Verdun het monster tot een absorptie bij voorkeur tussen 0,1 en 1,0.
  • Vervuilde of beschadigde cuvetten: krassen, vingerafdrukken of neerslag op de cuvet verstoren de meting. Reinig cuvetten altijd voor gebruik en controleer ze op beschadigingen.
  • Verkeerde golflengte: meet altijd bij of nabij λmax van het te bepalen systeem voor maximale gevoeligheid. Raadpleeg de methodespecificatie.
  • Instabiele kleurreacties: sommige kleurproducten zijn tijdsafhankelijk (bijv. fosfaatblauw). Meet altijd na een vaste incubatietijd en binnen de opgegeven stabiliteitstijd.
  • Geen blanco meegenomen: de blanco corrigeert voor absorptie door het reagens zelf of het oplosmiddel. Zonder blanco zijn meetwaarden niet betrouwbaar.
  • Troebele monsters: zwevende deeltjes verstrooien licht en leiden tot schijnbaar hogere absorptiewaarden. Filtreer of centrifugeer monsters voor meting.

Verwante kennisbankartikelen

Labvakhandel levert UV/VIS-spectrofotometers, colorimeters, cuvetten en kleurreagentia voor fotometrische en colorimetrische bepalingen in professionele laboratoria en het onderwijs. Bekijk het assortiment spectrofotometers of neem contact op voor advies.

Bestellijst

Uw winkelwagen is leeg.