Gasslang: soorten, normen, levensduur en aansluiten

Een gasslang lijkt een eenvoudige verbinding, maar het is een veiligheidsonderdeel. Een slang die verhard is, een verkeerde maat of een aansluiting zonder slangklem kan een gaslek veroorzaken dat u niet altijd direct ruikt. Daarom gelden voor gasslangen eigen normen, eigen keuringen en een eigen vervangingsregime. Een gewone waterslang of laboratoriumslang is daarvoor geen alternatief.

Dit artikel legt uit wat een gasslang is, welke soorten er bestaan, waaraan een gasslang voor laboratoriumbranders moet voldoen, hoe u een slang kiest, aansluit, loskoppelt en controleert en wanneer u hem vervangt. Ook de vragen die vaak buiten het laboratorium worden gesteld, over het gasfornuis, de camping en de drukregelaar van 30 mbar, komen aan bod. Voor de volledige uitleg over branders en de dagelijkse werkwijze verwijzen we naar het artikel over laboratoriumbranders en voor gasflessen en drukregelaars naar het artikel over werken met gasflessen in het laboratorium.

Wat is een gasslang?

Een gasslang is een flexibele verbinding tussen een gasbron en een gasverbruiker: een gaskraan, een drukregelaar op een gasfles of een vaste leiding aan de ene kant, en een brander, fornuis of ander toestel aan de andere kant. De slang voert brandbaar gas onder lage druk. Dat onderscheidt hem van andere slangen in een laboratorium, die water, lucht of vacuüm voeren.

Een gasslang moet aan drie eisen voldoen die een gewone slang niet stelt:

  • Hij moet gasdicht zijn voor het gas dat hij voert, ook na jaren en bij temperatuurwisselingen.
  • Het materiaal mag niet aangetast worden door het gas en moet bestand zijn tegen veroudering.
  • Hij moet zijn getest en geregistreerd volgens een norm voor gasslangen, zodat de maximale werkdruk en de gassoorten vaststaan.

De slang in een gasinstallatie hoort altijd achter een drukregelaar of een lagedrukaansluiting te zitten. Een gasslang voor laboratoriumbranders is volgens de catalogus van D&N bedoeld voor een bedrijfsdruk tot 100 mbar. Een gasfles staat onder een veelvoud van die druk en mag dus nooit rechtstreeks op zo'n slang worden aangesloten.

Soorten gasslangen

In de praktijk komen vier soorten gasslangen voor. De tabel vat ze samen. De vervangingstermijnen zijn adviezen van fabrikanten en leveranciers en geen wettelijke termijnen; de datum en de documentatie van de slang zelf gaan altijd voor.

SoortUitvoeringTypisch gebruikGangbaar vervangingsadvies
Rubberen gasslang zonder ommanteling (DIN 30664 deel 1)Chloropreen, roodbruin, 10 × 14 mm, per meterLaboratoriumbranders op aardgas of vloeibaar gasRubber: doorgaans 5 jaar na de productiedatum
Veiligheidsgasslang (DIN 30665)Vaste lengtes van 500 tot 3000 mm volgens de catalogusLaboratoriumbranders (volgens de catalogus)Volgens de documentatie van de fabrikant
Gegolfde RVS-gasslangMetaal, vaak met een gele mantel, met vaste aansluitingenGasfornuis, kookplaat en andere huishoudelijke toestellenRVS: doorgaans 10 jaar na de productiedatum
Gasslang met koppelingenRubber of kunststof met aangebrachte koppelingenCamping, caravan, barbecue en bootVerschilt per toepassing; vaak korter dan bij een vaste installatie

Rubberen gasslang voor branders

De rubberen gasslang voor laboratoriumbranders is de slang die u op een bunsenbrander of teclubrander schuift. Volgens de catalogus is hij vervaardigd zonder ommanteling en bewapening, conform DIN 30664 deel 1, geschikt voor alle gassen volgens DVGW-arbeidsblad G 260, DVGW-getest en geregistreerd, met een bedrijfsdruk van 100 mbar. De standaardmaat is 10 mm binnendiameter en 14 mm buitendiameter, met een wanddikte van 2 mm. Labvakhandel levert de gasslang voor branders per meter, in roodbruin chloropreen.

Veiligheidsgasslang

De veiligheidsgasslang is de tweede uitvoering in het D&N-programma. De catalogus noemt hem geschikt voor gasbranders volgens DIN 30665 en voor alle gassen volgens DVGW-arbeidsblad G 260, met een bedrijfsdruk tot 100 mbar, DVGW-getest en geregistreerd. Hij wordt geleverd in vaste lengtes van 500, 600, 750, 1000, 1250, 1500, 2000 en 3000 mm. De catalogus vermeldt daarbij dat de Duitse voorschrift BGI / GUV-I 850-0 onder 5.2.5 voor gasbranders het gebruik van DVGW-geteste slangen voorschrijft.

RVS-gasslang en gasslang met koppelingen

Buiten het laboratorium vindt u twee andere uitvoeringen. De gegolfde RVS-gasslang wordt gebruikt op huishoudelijke gastoestellen, zoals een gasfornuis. Een gasslang met koppelingen is bedoeld voor gasflessen bij camping, caravan en barbecue. Deze soorten vallen buiten het assortiment van Labvakhandel; ze staan hier omdat de vragen erover veel worden gesteld en omdat de vuistregels voor controle en vervanging grotendeels overeenkomen.

Wat is geen gasslang?

Een rode laboratoriumslang van natuurrubber, een transparante siliconenslang, een PVC-slang of een vacuümslang is geen gasslang. Deze slangen zijn niet getest en geregistreerd voor brandbaar gas en hebben een andere bestendigheid. Gebruik ze nooit als noodoplossing voor een brander. Het artikel over laboratoriumslangen beschrijft waarvoor die slangen wel geschikt zijn.

Normen en keuringen

Een gasslang draagt een aantal aanduidingen die u moet kunnen lezen. De catalogus van de fabrikant noemt de volgende:

AanduidingBetekenis
DIN 30664 deel 1Norm voor rubberen gasslangen zonder ommanteling en bewapening voor gasbranders
DIN 30665Norm waaraan de veiligheidsgasslang voor gasbranders volgens de catalogus voldoet
DVGW-arbeidsblad G 260Beschrijft de gassoorten waarvoor de slang geschikt is; aardgas en vloeibaar gas (propaan en butaan) vallen daaronder
DVGW-getest en geregistreerdDe slang is door de DVGW getest en heeft een registratie
100 mbarMaximale bedrijfsdruk van de slang

De DIN-normen worden uitgegeven door DIN. Een overzicht van de normen die in het laboratorium voorkomen, staat in het artikel overzicht van alle laboratoriumnormen.

Let op dat een slang die goed lijkt nog niet automatisch goed is. Controleer of de norm en de maximale werkdruk daadwerkelijk op de slang zijn opgedrukt of in de documentatie staan. Een slang zonder aanduidingen kunt u niet beoordelen en hoort niet in een gasopstelling thuis.

Materiaal: waarom chloropreen?

Gas voeren stelt andere eisen aan rubber dan water voeren. Propaan en butaan zijn koolwaterstoffen, en veel rubbers worden door koolwaterstoffen aangetast of laten ze doorlaten. De D&N-catalogus bevat een beoordeling van typische eigenschappen van gevulkaniseerd rubber op een schaal van 1 (zeer goed) tot 6 (zeer ongunstig). De onderstaande tabel toont de eigenschappen die voor een gasslang het meest van belang zijn. Benzine en minerale olie zijn daarbij een indicatie voor het gedrag tegenover koolwaterstoffen; het zijn geen gasmetingen.

Eigenschap (1 = zeer goed, 6 = zeer ongunstig)NRNBRCRVMQEPDM
Gasondoorlatendheid52364
Benzine62356
Minerale olie (bij 100 °C)61325
Weer en ozon45211
Warmtebestendigheid64414

Wat leest u eruit af?

  • Natuurrubber (NR) scoort slecht op gasdichtheid en koolwaterstoffen. Het is daarom geen goede keuze voor een gasslang.
  • Siliconenrubber (VMQ) is het meest gasdoorlatend (6) en daarom niet geschikt voor een gasslang, hoewel het op veel andere punten goed scoort.
  • NBR is het sterkst tegen koolwaterstoffen, maar minder bestand tegen weer en ozon.
  • Chloropreen (CR) zit in het midden: redelijk op gasdichtheid en koolwaterstoffen en goed tegen weer en ozon (2). Dat past bij een slang die jarenlang in een laboratorium of gebouw ligt.

De catalogus benadrukt dat deze beoordeling richtinggevend is en dat de eigenschappen van een afzonderlijke mengsel kunnen afwijken. Een uitgebreide vergelijking van rubbers staat in het artikel over laboratoriumslangen.

Afmetingen en pasvorm

De meest gebruikte gasslang voor laboratoriumbranders heeft een binnendiameter van 10 mm en een buitendiameter van 14 mm; de wanddikte is 2 mm. Die maten passen strak over de gekartelde slangpilaar (slangaansluiting) van een brander of gaskraan. Het artikel over laboratoriumslangen legt uit hoe u de maataanduiding van een slang leest.

Een goede pasvorm voldoet aan drie punten:

  • De slang sluit strak om de pilaar, zonder dat u hem met kracht hoeft te forceren of dat hij er los omheen zit.
  • De slang zit volledig over de ribbels van de pilaar, en niet er net overheen.
  • Een slangklem borgt de verbinding aan beide uiteinden.

Houd de slang zo kort als praktisch mogelijk. Een lange slang vergroot het vrije gasvolume bij een lek, is een struikelrisico en kan in aanraking komen met warme oppervlakken. De volledige richtlijnen voor lengte en bevestiging staan in het artikel over laboratoriumbranders, onder gasslangen.

Gasslang aansluiten

Schema van een gasaansluiting: gasbron, gasslang 10 x 14 mm met een slangklem aan beide uiteinden en brander, bedrijfsdruk tot 100 mbar

Het aansluiten van een gasslang voor een laboratoriumbrander gaat in vaste stappen:

  1. Sluit de gaskraan en controleer dat de brander koud is en uit staat.
  2. Controleer de slang op haarscheurtjes, verharding en verkleuring. Knik of buig hem daarvoor licht.
  3. Schuif de slang volledig over de slangpilaar van de gaskraan en van de brander.
  4. Zet aan beide uiteinden een slangklem.
  5. Open de gaskraan langzaam en controleer alle verbindingen met zeepwater of lekdetectiespray. Gebruik nooit een vlam.
  6. Steek de brander pas aan als er geen bellen verschijnen.

Aansluiten op een drukregelaar

Voor een brander op een gasfles is een drukregelaar nodig die de flesdruk verlaagt tot de werkdruk van het toestel. De slang wordt op de uitgang van de regelaar gemonteerd, met een slangklem of een geschroefde koppeling. Een regelaar op een fles met brandbaar gas heeft vaak linkse schroefdraad, die alleen op de bijbehorende flesaansluiting past. Maak nooit zelf een adapter: zie het artikel over schroefdraden BSP, NPT en metrisch. De aansluitprocedure van de regelaar zelf, inclusief de lektest, staat in het artikel over gasflessen.

Een gasslang loskoppelen

Sluit eerst de gaskraan of het flesventiel en laat de brander afkoelen. Draai daarna de slangklem los en draai de slang met een lichte draaibeweging van de pilaar. Is de slang vastgekoekt, verwarm het uiteinde dan even met warm water en nooit met een open vlam. Een slang die zich niet laat losmaken zonder kracht is meestal verouderd: vervang hem liever dan hem te forceren. Bij een geschroefde koppeling op brandbaar gas draait u vaak linksom.

Levensduur, datum en vervanging

Rubber veroudert: de slang wordt harder, krijgt scheurtjes en verliest gasdichtheid, ook als hij niet wordt gebruikt. Daarom staat op een gasslang een datum. Dat is meestal de productiedatum, in de vorm van kwartaal en jaar (3/24 betekent het derde kwartaal van 2024) of maand en jaar, of een expliciete uiterste datum, bijvoorbeeld een tekst als vervangen vóór. Het artikel over laboratoriumbranders beschrijft de opdruk en de aanbevolen maximale gebruiksduur van vijf jaar voor rubberen laboratoriumgasslangen.

De productpagina van de gasslang voor branders voegt daaraan toe dat de slang bij elk gebruik moet worden gecontroleerd op haarscheurtjes, verharding en verkleuring, en dat vervangen bij zichtbare beschadiging noodzakelijk is. Vervang de slang dus niet alleen na de termijn, maar ook eerder als hij er slecht uitziet.

Gangbare adviezen voor andere soorten lopen uiteen. Voor rubber noemen leveranciers doorgaans vijf jaar, voor RVS-slangen doorgaans tien jaar. Bij camping en boot hanteren keurders vaak een kortere termijn. Dit zijn adviezen en geen wettelijk vastgelegde termijnen; de fabrikant van uw slang bepaalt de termijn die voor u geldt.

Zelf een gasslang vervangen

Het vervangen van een rubberen gasslang op een laboratoriumbrander is werk dat in veel laboratoria en scholen door de eigen technische dienst of docent wordt gedaan. Sluit de gastoevoer, gebruik een slang met dezelfde maat en norm, volg de stappen onder het kopje aansluiten en voer altijd een lektest uit. Volg daarbij de interne procedure van uw organisatie. Bij een vaste gasleiding, een nieuw aansluitpunt of twijfel laat u het werk doen door een erkend installateur.

Drukregelaar en de drukken 30 en 50 mbar

Een drukregelaar verlaagt de druk van de gasfles tot de constante werkdruk van het toestel. Bij gasflessen voor camping en huishouden wordt die werkdruk vaak uitgedrukt in mbar: de meeste regelaars zijn 30 of 50 mbar en het toestel bepaalt welke druk nodig is. Regelaar en toestel moeten dus op elkaar zijn afgestemd. De vereiste druk staat op het typeplaatje van het toestel. Een regelaar van 30 mbar is niet zomaar te vervangen door een van 50 mbar.

Ook een drukregelaar is onderhevig aan veroudering. Het productiejaar staat op de behuizing. Leveranciers en fabrikanten adviseren vaak vervanging na vijf tot tien jaar, of eerder bij corrosie, slijtage of beschadiging.

Tekenen dat een drukregelaar mogelijk defect is:

  • Gasgeur bij de regelaar of bij een lektest met zeepwater.
  • Een vlam die onregelmatig, te hoog of te laag brandt terwijl brander en slang in orde zijn.
  • Zichtbare corrosie, beschadiging of een verlopen productiejaar.
  • Sissen of een drukmeter die niet meer stabiel blijft.

Zet bij twijfel de gastoevoer dicht en laat de regelaar vervangen. De werking van een drukregelaar, het verschil tussen enkeltraps en tweetraps en de procedure bij een gaslek staan in het artikel over werken met gasflessen.

Gasslang bij fornuis, camping en caravan

Buiten het laboratorium gelden dezelfde basisregels: een gekeurde slang, een goede aansluiting, een lektest en tijdige vervanging. De belangrijkste aandachtspunten per toepassing:

  • Gasfornuis: kies een slang die geschikt is voor het toestel en voor de gassoort op uw aansluiting, en controleer de datum. Bij een vaste aansluiting of een nieuw toestel laat u de aansluiting doen door een erkend installateur.
  • Camping en caravan: gebruik bij vervanging dezelfde lengte als het origineel. Een te korte slang knikt, een te lange kan klem komen te zitten. Controleer met zeepwater of lekdetectiespray na elke vervanging.
  • Butaan of propaan: een gasfornuis is ingesteld op een bepaalde gassoort. Omzetten naar een andere gassoort vraagt om een ander mondstuk (injector) en een passende regelaar en staat in de handleiding van het toestel.

De juiste gasslang kiezen

De keuze van een gasslang hangt af van de toepassing, het gas en de werkdruk:

ToepassingGeschikte keuzeLet op
Bunsenbrander of teclubrander op aardgas via een wandkraanRubberen gasslang 10 × 14 mm conform DIN 30664 deel 1Slangklem aan beide uiteinden, slang zo kort mogelijk
Laboratoriumbrander waar een vaste lengte gewenst isVeiligheidsgasslang conform DIN 30665Kies de lengte uit de beschikbare maten
Brander op een gasflesGekeurde gasslang achter een drukregelaarWerkdruk van regelaar en slang op elkaar afstemmen, maximaal 100 mbar op de slang
GasfornuisRVS-gasslang of de slang die de fabrikant voorschrijftDatum en lengte controleren; bij twijfel installateur
Camping, caravanGasslang met koppelingen, gelijke lengte als origineelRegelaar 30 of 50 mbar conform toestel

Welke gasslang het beste is, hangt dus af van de toepassing. Voor laboratoriumbranders is dat een gekeurde rubberen gasslang of veiligheidsgasslang. Gebruik de gegevens van de brander, het gas en de drukregelaar om de keuze te onderbouwen.

Veilig werken met gas

Een gasslang is slechts één schakel in een veilige opstelling. Controleer de slang, voer een lektest uit na elke wijziging, houd de slang uit de buurt van warme oppervlakken en bedien de brander volgens de instructies. Bij gaslucht zonder vlam sluit u onmiddellijk de gastoevoer, verlaat u de ruimte en ventileert u. De procedure staat in het artikel over noodprocedures in het laboratorium. Voor het veilig werken in het scheikundelokaal, zie veilig werken in het scheikundelokaal. Algemene informatie voor werkgevers over gevaarlijke stoffen vindt u bij Arboportaal.

Veelgestelde vragen over gasslangen

Wat zijn de regels voor gasslangen?

Een gasslang moet geschikt en gekeurd zijn voor het gas en de werkdruk waarvoor u hem gebruikt. Voor laboratoriumbranders is dat een slang conform DIN 30664 deel 1 of DIN 30665, DVGW-getest en geregistreerd, voor een bedrijfsdruk tot 100 mbar. Verder geldt: bevestig de slang met slangklemmen, houd hem zo kort mogelijk, controleer hem regelmatig en vervang hem op tijd. Raadpleeg voor uw situatie altijd de geldende regelgeving en de instructies van de fabrikant.

Hoe oud mag een gasslang zijn?

Dat hangt af van het type slang en de fabrikant. Voor rubberen laboratoriumgasslangen geldt doorgaans een aanbevolen maximale gebruiksduur van vijf jaar vanaf de productiedatum. Voor RVS-slangen noemen leveranciers doorgaans tien jaar. Dit zijn adviezen en geen wettelijke termijnen. Vervang de slang eerder bij haarscheurtjes, verharding of verkleuring.

Wanneer moet een gasslang vervangen worden?

Vervang een gasslang als de datum op de slang is verstreken, en altijd eerder bij haarscheurtjes, verharding, verkleuring, beschadiging of gasgeur bij de verbindingen. Controleer een rubberen slang bij elk gebruik. Vervangen na verloop van de termijn is ook nodig als de slang er nog goed uitziet, omdat veroudering van binnen niet altijd zichtbaar is.

Welke datum staat er op een gasslang?

Meestal staat er de productiedatum op, in kwartaal en jaar (3/24 is het derde kwartaal van 2024) of in maand en jaar. Sommige slangen dragen een uiterste datum, bijvoorbeeld met de tekst vervangen vóór. Tel bij een productiedatum de aanbevolen gebruiksduur van de fabrikant erbij op om te zien wanneer u moet vervangen.

Kan ik een gasslang zelf vervangen?

Op een bestaand toestel of een laboratoriumbrander is dat voor veel mensen uitvoerbaar: sluit de gastoevoer, gebruik een slang met dezelfde maat en norm, zet slangklemmen aan beide uiteinden en voer een lektest uit met zeepwater. Volg in een laboratorium of school de interne procedure. Bij een vaste gasleiding, een nieuw aansluitpunt of twijfel laat u het doen door een erkend installateur.

Welke soorten gasslangen zijn er?

De gangbare soorten zijn de rubberen gasslang zonder ommanteling (DIN 30664 deel 1), de veiligheidsgasslang (DIN 30665) in vaste lengtes, de gegolfde RVS-gasslang voor huishoudelijke toestellen en de gasslang met koppelingen voor camping en barbecue. Voor laboratoriumbranders gebruikt u de eerste twee.

Hoe weet ik welke gasslang ik nodig heb?

Kijk naar het gas (aardgas of vloeibaar gas), de werkdruk, de aansluiting op de brander of het toestel en de lengte. Voor een bunsenbrander op een wandkraan is een gekeurde rubberen gasslang 10 × 14 mm de standaard. Bij een gasfles hoort een drukregelaar tussen fles en slang. Controleer altijd de norm en de maximale werkdruk op de slang.

Welke gasslang is het beste?

Er is geen algemeen beste gasslang; de beste slang is de slang die is gekeurd voor uw toepassing, gas en druk. Voor laboratoriumbranders is dat een DVGW-geteste rubberen gasslang of veiligheidsgasslang. Natuurrubber en siliconenrubber zijn op basis van de catalogusbeoordeling minder geschikt voor gas dan chloropreen.

Wat kost het om een gasslang te vervangen?

De kosten hangen af van het type slang, de lengte en of u het zelf doet of een installateur inschakelt. Bij Labvakhandel wordt de gasslang per meter geleverd en vindt u de actuele prijs op de productpagina. Voor werk door een installateur vraagt u een offerte aan. Neem contact op voor advies over de juiste slang.

Hoe bevestig ik een gasslang?

Schuif de slang volledig over de gekartelde slangpilaar en zet een slangklem aan elk uiteinde. Open daarna de gaskraan langzaam en controleer de verbindingen met zeepwater of lekdetectiespray. Gebruik nooit een vlam voor een lektest en bevestig een gasslang nooit alleen door hem over de aansluiting te schuiven.

Hoe krijg je een gasslang los?

Sluit de gastoevoer, laat de brander afkoelen, draai de slangklem los en draai de slang met een lichte draaibeweging van de pilaar. Verwarm een vastgekoekt uiteinde met warm water en nooit met een open vlam. Laat hij zich alleen met kracht losmaken, vervang hem dan: de slang is waarschijnlijk verouderd.

Hoe sluit ik een gasslang aan op een drukregelaar?

Sluit eerst het flesventiel. Bevestig de slang op de uitgang van de regelaar met een slangklem of een geschroefde koppeling, en sluit het andere uiteinde aan op het toestel. Open het flesventiel langzaam en controleer alle verbindingen met zeepwater. Een regelaar op een fles met brandbaar gas heeft vaak linkse schroefdraad.

Hoe werkt een gasdrukregelaar?

Een gasdrukregelaar verlaagt de hoge druk van de gasfles tot een lage, constante werkdruk voor het toestel. De instelling gebeurt met een veerbelaste membraan. Bij laboratoriumregelaars laat een manometer de flesdruk zien en een tweede de ingestelde werkdruk. Elke regelaar is bedoeld voor een bepaald gas.

Wanneer moet ik de gasdrukregelaar vervangen?

Vervang een drukregelaar bij corrosie, slijtage, beschadiging of een gaslek. Leveranciers en fabrikanten adviseren vaak vervanging na vijf tot tien jaar; het productiejaar staat op de behuizing. Ook een regelaar van 30 mbar valt onder dat advies. Laat een regelaar bij twijfel vervangen.

Hoe weet je of een gasdrukregelaar kapot is?

Gasgeur bij de regelaar, bellen bij een lektest met zeepwater, een onregelmatige of te hoge of lage vlam terwijl slang en brander in orde zijn, zichtbare corrosie en sissende geluiden wijzen op een defecte regelaar. Zet in dat geval de gastoevoer dicht en vervang de regelaar.

Wat is het verschil tussen 30 mbar en 50 mbar?

Het getal is de uitgangsdruk van de drukregelaar. Het toestel bepaalt welke druk nodig is: de meeste regelaars zijn 30 of 50 mbar. Regelaar en toestel moeten op elkaar zijn afgestemd; de vereiste druk staat op het typeplaatje van het toestel.

Hoe oud mag een oranje gasslang zijn?

De kleur zegt niets over de toegestane leeftijd. Lees de datum op de slang af en volg het advies van de fabrikant. Voor rubberen gasslangen is een aanbevolen maximale gebruiksduur van vijf jaar vanaf de productiedatum gebruikelijk. Vervang de slang eerder bij scheurtjes of verharding.

Wat is de levensduur van een RVS gasslang?

Een RVS-gasslang gaat langer mee dan een rubberen slang. Leveranciers noemen doorgaans tien jaar vanaf de productiedatum, maar de fabrikant bepaalt de termijn. Controleer de aansluitingen en de datum, en vervang de slang bij beschadiging.

Wat is de maximale lengte van een gasslang?

Dat hangt af van het toestel en de installatievoorschriften; een vaste maximale lengte volgt niet uit onze bronnen. Houd de slang zo kort als praktisch mogelijk. De veiligheidsgasslang in het D&N-programma wordt geleverd in lengtes van 500 tot 3000 mm. Bij camping en caravan gebruikt u bij vervanging dezelfde lengte als het origineel.

Hoe sluit ik een gasslang aan op mijn fornuis?

Sluit de gastoevoer, controleer de datum en de geschiktheid van de slang voor uw toestel en gassoort, bevestig de slang aan het toestel en de aansluiting volgens de handleiding en controleer alle verbindingen op lekkage met zeepwater. Bij een vaste aansluiting of een nieuw toestel laat u dit doen door een erkend installateur.

Mag ik zelf een gasfornuis aansluiten?

Dat hangt af van de situatie en van uw eigen deskundigheid. Wettelijke eisen en de instructies van de fabrikant gaan voor. Bij een vaste gasleiding, een nieuw aansluitpunt of twijfel is een erkend installateur de juiste keuze, omdat een fout een gaslek kan veroorzaken.

Kan een gasfornuis op butaan?

Een gasfornuis is ingesteld op een bepaalde gassoort. Omzetten naar butaan of propaan vraagt om een ander mondstuk (injector) en een passende drukregelaar en staat in de handleiding van het toestel. Laat dit doen door een erkend installateur.

Kan een gasfles over datum zijn?

Het gas zelf niet: zuivere gassen blijven in een goed gesloten, gekeurde fles in principe onbeperkt bruikbaar. De beperkende factor is de keuringsdatum van de fles, die in de flesschouder is geslagen. Een fles met een verlopen keuring wordt via de leverancier omgeruild.

Hoe oud mag een gasleiding zijn?

Voor een vaste gasleiding geldt niet een uiterste leeftijd zoals bij een slang; de staat van de leiding en de aansluitingen is bepalend. Laat een leiding bij twijfel, bij gasgeur of bij verbouwing beoordelen door een erkend installateur.

Mag ik een gewone laboratoriumslang als gasslang gebruiken?

Nee. Een rode laboratoriumslang, een siliconenslang of een PVC-slang is niet getest en geregistreerd voor brandbaar gas. Gebruik voor een brander altijd een gasslang conform DIN 30664 of DIN 30665.

Wat is DVGW?

DVGW is de Duitse organisatie die onder meer technische voorschriften voor gastoepassingen opstelt. Het DVGW-arbeidsblad G 260 beschrijft gassoorten, en een DVGW-geteste en geregistreerde gasslang is getest volgens die voorschriften. De D&N-gasslangen zijn DVGW-getest en geregistreerd.

Hoe controleer ik een gasslang op lekkage?

Breng zeepwater of lekdetectiespray aan op alle verbindingen en op de slang en open het gas langzaam. Bellen wijzen op een lek. Gebruik nooit een vlam. De volledige werkwijze staat in het artikel over laboratoriumbranders.

Gasslangen in het assortiment

Voor gasslang voor branders, slangklemmen en ander slangmateriaal kunt u terecht bij Labvakhandel. Bekijk het assortiment slangen en toebehoren, de bijbehorende branders en kookhulpmiddelen en het statiefmateriaal met bevestigingsklemmen voor gasflessen. Neem voor advies over de juiste gasslang voor uw opstelling gerust contact met ons op.


Disclaimer: De informatie in dit artikel is bedoeld als algemene technische toelichting. De genoemde temperaturen, drukken en bestendigheidsklassen zijn richtwaarden uit fabrikantinformatie en kunnen per uitvoering afwijken. Canidae Seal B.V. / Labvakhandel.nl aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de toepassing van deze informatie in specifieke analytische, klinische of industriële situaties. Raadpleeg voor uw eigen toepassing altijd de geldende normen, vakliteratuur en de documentatie van fabrikant en apparatuur.

Bestellijst

Uw winkelwagen is leeg.