Een gasslang lijkt een eenvoudige verbinding, maar het is een veiligheidsonderdeel. Een slang die verhard is, een verkeerde maat of een aansluiting zonder slangklem kan een gaslek veroorzaken dat u niet altijd direct ruikt. Daarom gelden voor gasslangen eigen normen, eigen keuringen en een eigen vervangingsregime. Een gewone waterslang of laboratoriumslang is daarvoor geen alternatief.
Dit artikel legt uit wat een gasslang is, welke soorten er bestaan, waaraan een gasslang voor laboratoriumbranders moet voldoen, hoe u een slang kiest, aansluit, loskoppelt en controleert en wanneer u hem vervangt. Ook de vragen die vaak buiten het laboratorium worden gesteld, over het gasfornuis, de camping en de drukregelaar van 30 mbar, komen aan bod. Voor de volledige uitleg over branders en de dagelijkse werkwijze verwijzen we naar het artikel over laboratoriumbranders en voor gasflessen en drukregelaars naar het artikel over werken met gasflessen in het laboratorium.
Een gasslang is een flexibele verbinding tussen een gasbron en een gasverbruiker: een gaskraan, een drukregelaar op een gasfles of een vaste leiding aan de ene kant, en een brander, fornuis of ander toestel aan de andere kant. De slang voert brandbaar gas onder lage druk. Dat onderscheidt hem van andere slangen in een laboratorium, die water, lucht of vacuüm voeren.
Een gasslang moet aan drie eisen voldoen die een gewone slang niet stelt:
De slang in een gasinstallatie hoort altijd achter een drukregelaar of een lagedrukaansluiting te zitten. Een gasslang voor laboratoriumbranders is volgens de catalogus van D&N bedoeld voor een bedrijfsdruk tot 100 mbar. Een gasfles staat onder een veelvoud van die druk en mag dus nooit rechtstreeks op zo'n slang worden aangesloten.
In de praktijk komen vier soorten gasslangen voor. De tabel vat ze samen. De vervangingstermijnen zijn adviezen van fabrikanten en leveranciers en geen wettelijke termijnen; de datum en de documentatie van de slang zelf gaan altijd voor.
De rubberen gasslang voor laboratoriumbranders is de slang die u op een bunsenbrander of teclubrander schuift. Volgens de catalogus is hij vervaardigd zonder ommanteling en bewapening, conform DIN 30664 deel 1, geschikt voor alle gassen volgens DVGW-arbeidsblad G 260, DVGW-getest en geregistreerd, met een bedrijfsdruk van 100 mbar. De standaardmaat is 10 mm binnendiameter en 14 mm buitendiameter, met een wanddikte van 2 mm. Labvakhandel levert de gasslang voor branders per meter, in roodbruin chloropreen.
De veiligheidsgasslang is de tweede uitvoering in het D&N-programma. De catalogus noemt hem geschikt voor gasbranders volgens DIN 30665 en voor alle gassen volgens DVGW-arbeidsblad G 260, met een bedrijfsdruk tot 100 mbar, DVGW-getest en geregistreerd. Hij wordt geleverd in vaste lengtes van 500, 600, 750, 1000, 1250, 1500, 2000 en 3000 mm. De catalogus vermeldt daarbij dat de Duitse voorschrift BGI / GUV-I 850-0 onder 5.2.5 voor gasbranders het gebruik van DVGW-geteste slangen voorschrijft.
Buiten het laboratorium vindt u twee andere uitvoeringen. De gegolfde RVS-gasslang wordt gebruikt op huishoudelijke gastoestellen, zoals een gasfornuis. Een gasslang met koppelingen is bedoeld voor gasflessen bij camping, caravan en barbecue. Deze soorten vallen buiten het assortiment van Labvakhandel; ze staan hier omdat de vragen erover veel worden gesteld en omdat de vuistregels voor controle en vervanging grotendeels overeenkomen.
Een rode laboratoriumslang van natuurrubber, een transparante siliconenslang, een PVC-slang of een vacuümslang is geen gasslang. Deze slangen zijn niet getest en geregistreerd voor brandbaar gas en hebben een andere bestendigheid. Gebruik ze nooit als noodoplossing voor een brander. Het artikel over laboratoriumslangen beschrijft waarvoor die slangen wel geschikt zijn.
Een gasslang draagt een aantal aanduidingen die u moet kunnen lezen. De catalogus van de fabrikant noemt de volgende:
De DIN-normen worden uitgegeven door DIN. Een overzicht van de normen die in het laboratorium voorkomen, staat in het artikel overzicht van alle laboratoriumnormen.
Let op dat een slang die goed lijkt nog niet automatisch goed is. Controleer of de norm en de maximale werkdruk daadwerkelijk op de slang zijn opgedrukt of in de documentatie staan. Een slang zonder aanduidingen kunt u niet beoordelen en hoort niet in een gasopstelling thuis.
Gas voeren stelt andere eisen aan rubber dan water voeren. Propaan en butaan zijn koolwaterstoffen, en veel rubbers worden door koolwaterstoffen aangetast of laten ze doorlaten. De D&N-catalogus bevat een beoordeling van typische eigenschappen van gevulkaniseerd rubber op een schaal van 1 (zeer goed) tot 6 (zeer ongunstig). De onderstaande tabel toont de eigenschappen die voor een gasslang het meest van belang zijn. Benzine en minerale olie zijn daarbij een indicatie voor het gedrag tegenover koolwaterstoffen; het zijn geen gasmetingen.
Wat leest u eruit af?
De catalogus benadrukt dat deze beoordeling richtinggevend is en dat de eigenschappen van een afzonderlijke mengsel kunnen afwijken. Een uitgebreide vergelijking van rubbers staat in het artikel over laboratoriumslangen.
De meest gebruikte gasslang voor laboratoriumbranders heeft een binnendiameter van 10 mm en een buitendiameter van 14 mm; de wanddikte is 2 mm. Die maten passen strak over de gekartelde slangpilaar (slangaansluiting) van een brander of gaskraan. Het artikel over laboratoriumslangen legt uit hoe u de maataanduiding van een slang leest.
Een goede pasvorm voldoet aan drie punten:
Houd de slang zo kort als praktisch mogelijk. Een lange slang vergroot het vrije gasvolume bij een lek, is een struikelrisico en kan in aanraking komen met warme oppervlakken. De volledige richtlijnen voor lengte en bevestiging staan in het artikel over laboratoriumbranders, onder gasslangen.
Het aansluiten van een gasslang voor een laboratoriumbrander gaat in vaste stappen:
Voor een brander op een gasfles is een drukregelaar nodig die de flesdruk verlaagt tot de werkdruk van het toestel. De slang wordt op de uitgang van de regelaar gemonteerd, met een slangklem of een geschroefde koppeling. Een regelaar op een fles met brandbaar gas heeft vaak linkse schroefdraad, die alleen op de bijbehorende flesaansluiting past. Maak nooit zelf een adapter: zie het artikel over schroefdraden BSP, NPT en metrisch. De aansluitprocedure van de regelaar zelf, inclusief de lektest, staat in het artikel over gasflessen.
Sluit eerst de gaskraan of het flesventiel en laat de brander afkoelen. Draai daarna de slangklem los en draai de slang met een lichte draaibeweging van de pilaar. Is de slang vastgekoekt, verwarm het uiteinde dan even met warm water en nooit met een open vlam. Een slang die zich niet laat losmaken zonder kracht is meestal verouderd: vervang hem liever dan hem te forceren. Bij een geschroefde koppeling op brandbaar gas draait u vaak linksom.
Rubber veroudert: de slang wordt harder, krijgt scheurtjes en verliest gasdichtheid, ook als hij niet wordt gebruikt. Daarom staat op een gasslang een datum. Dat is meestal de productiedatum, in de vorm van kwartaal en jaar (3/24 betekent het derde kwartaal van 2024) of maand en jaar, of een expliciete uiterste datum, bijvoorbeeld een tekst als vervangen vóór. Het artikel over laboratoriumbranders beschrijft de opdruk en de aanbevolen maximale gebruiksduur van vijf jaar voor rubberen laboratoriumgasslangen.
De productpagina van de gasslang voor branders voegt daaraan toe dat de slang bij elk gebruik moet worden gecontroleerd op haarscheurtjes, verharding en verkleuring, en dat vervangen bij zichtbare beschadiging noodzakelijk is. Vervang de slang dus niet alleen na de termijn, maar ook eerder als hij er slecht uitziet.
Gangbare adviezen voor andere soorten lopen uiteen. Voor rubber noemen leveranciers doorgaans vijf jaar, voor RVS-slangen doorgaans tien jaar. Bij camping en boot hanteren keurders vaak een kortere termijn. Dit zijn adviezen en geen wettelijk vastgelegde termijnen; de fabrikant van uw slang bepaalt de termijn die voor u geldt.
Het vervangen van een rubberen gasslang op een laboratoriumbrander is werk dat in veel laboratoria en scholen door de eigen technische dienst of docent wordt gedaan. Sluit de gastoevoer, gebruik een slang met dezelfde maat en norm, volg de stappen onder het kopje aansluiten en voer altijd een lektest uit. Volg daarbij de interne procedure van uw organisatie. Bij een vaste gasleiding, een nieuw aansluitpunt of twijfel laat u het werk doen door een erkend installateur.
Een drukregelaar verlaagt de druk van de gasfles tot de constante werkdruk van het toestel. Bij gasflessen voor camping en huishouden wordt die werkdruk vaak uitgedrukt in mbar: de meeste regelaars zijn 30 of 50 mbar en het toestel bepaalt welke druk nodig is. Regelaar en toestel moeten dus op elkaar zijn afgestemd. De vereiste druk staat op het typeplaatje van het toestel. Een regelaar van 30 mbar is niet zomaar te vervangen door een van 50 mbar.
Ook een drukregelaar is onderhevig aan veroudering. Het productiejaar staat op de behuizing. Leveranciers en fabrikanten adviseren vaak vervanging na vijf tot tien jaar, of eerder bij corrosie, slijtage of beschadiging.
Tekenen dat een drukregelaar mogelijk defect is:
Zet bij twijfel de gastoevoer dicht en laat de regelaar vervangen. De werking van een drukregelaar, het verschil tussen enkeltraps en tweetraps en de procedure bij een gaslek staan in het artikel over werken met gasflessen.
Buiten het laboratorium gelden dezelfde basisregels: een gekeurde slang, een goede aansluiting, een lektest en tijdige vervanging. De belangrijkste aandachtspunten per toepassing:
De keuze van een gasslang hangt af van de toepassing, het gas en de werkdruk:
Welke gasslang het beste is, hangt dus af van de toepassing. Voor laboratoriumbranders is dat een gekeurde rubberen gasslang of veiligheidsgasslang. Gebruik de gegevens van de brander, het gas en de drukregelaar om de keuze te onderbouwen.
Een gasslang is slechts één schakel in een veilige opstelling. Controleer de slang, voer een lektest uit na elke wijziging, houd de slang uit de buurt van warme oppervlakken en bedien de brander volgens de instructies. Bij gaslucht zonder vlam sluit u onmiddellijk de gastoevoer, verlaat u de ruimte en ventileert u. De procedure staat in het artikel over noodprocedures in het laboratorium. Voor het veilig werken in het scheikundelokaal, zie veilig werken in het scheikundelokaal. Algemene informatie voor werkgevers over gevaarlijke stoffen vindt u bij Arboportaal.
Een gasslang moet geschikt en gekeurd zijn voor het gas en de werkdruk waarvoor u hem gebruikt. Voor laboratoriumbranders is dat een slang conform DIN 30664 deel 1 of DIN 30665, DVGW-getest en geregistreerd, voor een bedrijfsdruk tot 100 mbar. Verder geldt: bevestig de slang met slangklemmen, houd hem zo kort mogelijk, controleer hem regelmatig en vervang hem op tijd. Raadpleeg voor uw situatie altijd de geldende regelgeving en de instructies van de fabrikant.
Dat hangt af van het type slang en de fabrikant. Voor rubberen laboratoriumgasslangen geldt doorgaans een aanbevolen maximale gebruiksduur van vijf jaar vanaf de productiedatum. Voor RVS-slangen noemen leveranciers doorgaans tien jaar. Dit zijn adviezen en geen wettelijke termijnen. Vervang de slang eerder bij haarscheurtjes, verharding of verkleuring.
Vervang een gasslang als de datum op de slang is verstreken, en altijd eerder bij haarscheurtjes, verharding, verkleuring, beschadiging of gasgeur bij de verbindingen. Controleer een rubberen slang bij elk gebruik. Vervangen na verloop van de termijn is ook nodig als de slang er nog goed uitziet, omdat veroudering van binnen niet altijd zichtbaar is.
Meestal staat er de productiedatum op, in kwartaal en jaar (3/24 is het derde kwartaal van 2024) of in maand en jaar. Sommige slangen dragen een uiterste datum, bijvoorbeeld met de tekst vervangen vóór. Tel bij een productiedatum de aanbevolen gebruiksduur van de fabrikant erbij op om te zien wanneer u moet vervangen.
Op een bestaand toestel of een laboratoriumbrander is dat voor veel mensen uitvoerbaar: sluit de gastoevoer, gebruik een slang met dezelfde maat en norm, zet slangklemmen aan beide uiteinden en voer een lektest uit met zeepwater. Volg in een laboratorium of school de interne procedure. Bij een vaste gasleiding, een nieuw aansluitpunt of twijfel laat u het doen door een erkend installateur.
De gangbare soorten zijn de rubberen gasslang zonder ommanteling (DIN 30664 deel 1), de veiligheidsgasslang (DIN 30665) in vaste lengtes, de gegolfde RVS-gasslang voor huishoudelijke toestellen en de gasslang met koppelingen voor camping en barbecue. Voor laboratoriumbranders gebruikt u de eerste twee.
Kijk naar het gas (aardgas of vloeibaar gas), de werkdruk, de aansluiting op de brander of het toestel en de lengte. Voor een bunsenbrander op een wandkraan is een gekeurde rubberen gasslang 10 × 14 mm de standaard. Bij een gasfles hoort een drukregelaar tussen fles en slang. Controleer altijd de norm en de maximale werkdruk op de slang.
Er is geen algemeen beste gasslang; de beste slang is de slang die is gekeurd voor uw toepassing, gas en druk. Voor laboratoriumbranders is dat een DVGW-geteste rubberen gasslang of veiligheidsgasslang. Natuurrubber en siliconenrubber zijn op basis van de catalogusbeoordeling minder geschikt voor gas dan chloropreen.
De kosten hangen af van het type slang, de lengte en of u het zelf doet of een installateur inschakelt. Bij Labvakhandel wordt de gasslang per meter geleverd en vindt u de actuele prijs op de productpagina. Voor werk door een installateur vraagt u een offerte aan. Neem contact op voor advies over de juiste slang.
Schuif de slang volledig over de gekartelde slangpilaar en zet een slangklem aan elk uiteinde. Open daarna de gaskraan langzaam en controleer de verbindingen met zeepwater of lekdetectiespray. Gebruik nooit een vlam voor een lektest en bevestig een gasslang nooit alleen door hem over de aansluiting te schuiven.
Sluit de gastoevoer, laat de brander afkoelen, draai de slangklem los en draai de slang met een lichte draaibeweging van de pilaar. Verwarm een vastgekoekt uiteinde met warm water en nooit met een open vlam. Laat hij zich alleen met kracht losmaken, vervang hem dan: de slang is waarschijnlijk verouderd.
Sluit eerst het flesventiel. Bevestig de slang op de uitgang van de regelaar met een slangklem of een geschroefde koppeling, en sluit het andere uiteinde aan op het toestel. Open het flesventiel langzaam en controleer alle verbindingen met zeepwater. Een regelaar op een fles met brandbaar gas heeft vaak linkse schroefdraad.
Een gasdrukregelaar verlaagt de hoge druk van de gasfles tot een lage, constante werkdruk voor het toestel. De instelling gebeurt met een veerbelaste membraan. Bij laboratoriumregelaars laat een manometer de flesdruk zien en een tweede de ingestelde werkdruk. Elke regelaar is bedoeld voor een bepaald gas.
Vervang een drukregelaar bij corrosie, slijtage, beschadiging of een gaslek. Leveranciers en fabrikanten adviseren vaak vervanging na vijf tot tien jaar; het productiejaar staat op de behuizing. Ook een regelaar van 30 mbar valt onder dat advies. Laat een regelaar bij twijfel vervangen.
Gasgeur bij de regelaar, bellen bij een lektest met zeepwater, een onregelmatige of te hoge of lage vlam terwijl slang en brander in orde zijn, zichtbare corrosie en sissende geluiden wijzen op een defecte regelaar. Zet in dat geval de gastoevoer dicht en vervang de regelaar.
Het getal is de uitgangsdruk van de drukregelaar. Het toestel bepaalt welke druk nodig is: de meeste regelaars zijn 30 of 50 mbar. Regelaar en toestel moeten op elkaar zijn afgestemd; de vereiste druk staat op het typeplaatje van het toestel.
De kleur zegt niets over de toegestane leeftijd. Lees de datum op de slang af en volg het advies van de fabrikant. Voor rubberen gasslangen is een aanbevolen maximale gebruiksduur van vijf jaar vanaf de productiedatum gebruikelijk. Vervang de slang eerder bij scheurtjes of verharding.
Een RVS-gasslang gaat langer mee dan een rubberen slang. Leveranciers noemen doorgaans tien jaar vanaf de productiedatum, maar de fabrikant bepaalt de termijn. Controleer de aansluitingen en de datum, en vervang de slang bij beschadiging.
Dat hangt af van het toestel en de installatievoorschriften; een vaste maximale lengte volgt niet uit onze bronnen. Houd de slang zo kort als praktisch mogelijk. De veiligheidsgasslang in het D&N-programma wordt geleverd in lengtes van 500 tot 3000 mm. Bij camping en caravan gebruikt u bij vervanging dezelfde lengte als het origineel.
Sluit de gastoevoer, controleer de datum en de geschiktheid van de slang voor uw toestel en gassoort, bevestig de slang aan het toestel en de aansluiting volgens de handleiding en controleer alle verbindingen op lekkage met zeepwater. Bij een vaste aansluiting of een nieuw toestel laat u dit doen door een erkend installateur.
Dat hangt af van de situatie en van uw eigen deskundigheid. Wettelijke eisen en de instructies van de fabrikant gaan voor. Bij een vaste gasleiding, een nieuw aansluitpunt of twijfel is een erkend installateur de juiste keuze, omdat een fout een gaslek kan veroorzaken.
Een gasfornuis is ingesteld op een bepaalde gassoort. Omzetten naar butaan of propaan vraagt om een ander mondstuk (injector) en een passende drukregelaar en staat in de handleiding van het toestel. Laat dit doen door een erkend installateur.
Het gas zelf niet: zuivere gassen blijven in een goed gesloten, gekeurde fles in principe onbeperkt bruikbaar. De beperkende factor is de keuringsdatum van de fles, die in de flesschouder is geslagen. Een fles met een verlopen keuring wordt via de leverancier omgeruild.
Voor een vaste gasleiding geldt niet een uiterste leeftijd zoals bij een slang; de staat van de leiding en de aansluitingen is bepalend. Laat een leiding bij twijfel, bij gasgeur of bij verbouwing beoordelen door een erkend installateur.
Nee. Een rode laboratoriumslang, een siliconenslang of een PVC-slang is niet getest en geregistreerd voor brandbaar gas. Gebruik voor een brander altijd een gasslang conform DIN 30664 of DIN 30665.
DVGW is de Duitse organisatie die onder meer technische voorschriften voor gastoepassingen opstelt. Het DVGW-arbeidsblad G 260 beschrijft gassoorten, en een DVGW-geteste en geregistreerde gasslang is getest volgens die voorschriften. De D&N-gasslangen zijn DVGW-getest en geregistreerd.
Breng zeepwater of lekdetectiespray aan op alle verbindingen en op de slang en open het gas langzaam. Bellen wijzen op een lek. Gebruik nooit een vlam. De volledige werkwijze staat in het artikel over laboratoriumbranders.
Voor gasslang voor branders, slangklemmen en ander slangmateriaal kunt u terecht bij Labvakhandel. Bekijk het assortiment slangen en toebehoren, de bijbehorende branders en kookhulpmiddelen en het statiefmateriaal met bevestigingsklemmen voor gasflessen. Neem voor advies over de juiste gasslang voor uw opstelling gerust contact met ons op.
Disclaimer: De informatie in dit artikel is bedoeld als algemene technische toelichting. De genoemde temperaturen, drukken en bestendigheidsklassen zijn richtwaarden uit fabrikantinformatie en kunnen per uitvoering afwijken. Canidae Seal B.V. / Labvakhandel.nl aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de toepassing van deze informatie in specifieke analytische, klinische of industriële situaties. Raadpleeg voor uw eigen toepassing altijd de geldende normen, vakliteratuur en de documentatie van fabrikant en apparatuur.
Inloggen
Wachtwoord vergeten
Account aanmaken
Uw winkelwagen is leeg.