Veiligheid in het scheikundelokaal begint bij kennis. Of u nu als TOA practica voorbereidt, als lesassistent leerlingen begeleidt of als docent experimenten uitvoert — wie de regels kent, voorkomt ongelukken. Dit artikel geeft een praktisch overzicht van de belangrijkste veiligheidsregels, de betekenis van GHS-symbolen en H&P-zinnen, en de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen voor in het scheikundelokaal.
Een veilig scheikundelokaal staat of valt met een aantal basisregels die altijd gelden, ongeacht het practicum. Deze regels gelden voor leerlingen én begeleiders.
Deze regels vormen de basis van elke veiligheidskaart scheikunde en zijn vastgelegd in de Arbo-wetgeving die ook voor scholen geldt.
Een vraag die regelmatig gesteld wordt: waarom mag u eigenlijk nooit alleen werken in een scheikundelokaal? De reden is dat bij een ongeluk — denk aan een chemicaliënmorsel, een brand of plotseling onwel worden — direct hulp beschikbaar moet zijn. Wie alleen werkt, kan bij bewusteloosheid of letsel geen alarm slaan. De Arbowet en de Arbocatalogus VO schrijven voor dat er altijd minimaal een tweede persoon aanwezig of bereikbaar is wanneer er met gevaarlijke stoffen wordt gewerkt.
Hoewel verschillende scholen en curricula eigen indelingen hanteren, worden in de Nederlandse scheikunde-onderwijspraktijk de volgende vijf regels het meest als kernregels onderscheiden:
Deze vijf regels vormen samen de basis van elke veiligheidskaart scheikunde. Aanvullende regels — zoals het opbinden van lang haar, het verbod op eten en drinken en het grondig handen wassen na een practicum — zijn net zo essentieel maar worden in schoolcontexten doorgaans als aanvullende gedragsregels naast de gouden vijf gepresenteerd.
De juiste persoonlijke beschermingsmiddelen zijn niet optioneel — ze zijn verplicht. Welke PBM's u nodig hebt, hangt af van de stoffen en handelingen die bij het practicum horen.
Voor de juiste labjas, veiligheidsbril en handschoenen is het belangrijk om te weten met welke stoffen u werkt. Het veiligheidsinformatieblad (VIB) van elke stof geeft aan welk beschermingsniveau vereist is.
Een standaard veiligheidsbril met zijwaartse bescherming volstaat voor de meeste practica. Brillendragers kunnen een overzetbril gebruiken — een ruimere veiligheidsbril die over de eigen bril past. Voor handelingen met bijtende stoffen of bij verhoogd spatrisico verdient een spatbril (gesloten model, ventilatieopeningen met filter) de voorkeur. De bril moet voldoen aan EN 166 en mag nooit worden vervangen door een gewone bril of zonnebril.
De keuze van handschoenen hangt af van de stoffen waarmee u werkt. Nitrielhandschoenen zijn de meest gebruikte keuze in het onderwijs: ze bieden goede weerstand tegen een breed scala aan zuren, basen en organische oplosmiddelen, en zijn geschikt voor mensen met een latex-allergie. Latexhandschoenen zijn beperkt chemisch bestendig en worden steeds minder ingezet vanwege allergierisico. Voor sterk oxiderende zuren of geconcentreerde oplosmiddelen raadpleegt u altijd het VIB voor de aanbevolen handschoenstof en -dikte. Handschoenen zijn eenmalig gebruik; trek ze na het experiment direct uit en gooi ze als chemisch afval weg.
Lang haar moet altijd worden opgebonden of samengebonden voordat u aan een practicum begint, in het bijzonder wanneer er met een bunsenbrander of teclubrander wordt gewerkt. Los haar kan in een vlam terechtkomen of in contact komen met chemicaliën. Dezelfde voorzorgsmaatregel geldt voor sjaals en loshangende kleding: bind of stop ze weg zodat ze niet in de weg hangen boven werkoppervlakken of branders.
Naast de labjas, veiligheidsbril en handschoenen is ook het juiste schoeisel een verplicht onderdeel van de persoonlijke bescherming. Open schoenen en sandalen zijn niet toegestaan in het scheikundelokaal: bij morsen van chemicaliën of het vallen van glaswerk bieden ze geen enkele bescherming voor de voeten. Draag altijd gesloten schoenen die de gehele voet bedekken, bij voorkeur van dik leer of een vergelijkbaar materiaal dat vloeistofmorsen weerstaat.
Hoge hakken zijn eveneens af te raden, omdat ze de stabiliteit bij het werken met opstelwerk of het hanteren van zware vloeistoffen verminderen. Raadpleeg voor een volledig overzicht van de eisen aan persoonlijke beschermingsmiddelen het kennisbankartikel Persoonlijke bescherming in het laboratorium.
Bekijk ons assortiment persoonlijke beschermingsmiddelen voor school en lab.
Alle chemicaliën in het scheikundelokaal zijn voorzien van een etiket met GHS-gevarenpictogrammen (Globally Harmonised System). Deze oranje-rode symbolen geven in één oogopslag aan welk gevaar een stof met zich meebrengt. Daarnaast staan op elk etiket H-zinnen (hazard statements, gevarenaanduidingen) en P-zinnen (precautionary statements, voorzorgsmaatregelen).
De H-zinnen beschrijven het gevaar van een stof, bijvoorbeeld H314 (veroorzaakt ernstige brandwonden aan de huid en oogletsel) of H225 (licht ontvlambare vloeistof en damp). De P-zinnen geven aan welke voorzorgsmaatregelen u moet nemen, zoals P280 (draag beschermende handschoenen/kleding/oogbescherming).
Het Globally Harmonised System (GHS) kent negen gestandaardiseerde gevarenpictogrammen. Elk pictogram bestaat uit een zwart symbool op een witte achtergrond met een rode ruitvormige rand. In het scheikundelokaal kunt u de volgende negen symbolen tegenkomen:
Een uitgebreide toelichting op alle pictogrammen en de bijbehorende etiketverplichtingen vindt u in het kennisbankartikel Chemicaliënetikettering op school en in het artikel over CLP-etikettering van gevaarlijke stoffen.
Deze informatie vindt u terug op het etiket én in het veiligheidsinformatieblad.
Op school is het verplicht om de H- en P-zinnen van alle gebruikte chemicaliën beschikbaar te hebben. Veel scholen drukken een overzicht uit en plastificeren dit voor in het practicumlokaal. Wil u snel een GHS-etiket aanmaken of controleren? Gebruik dan onze GHS-etiketgenerator.
Naast de juiste PBM's zijn er een aantal praktische regels voor het veilig omgaan met chemicaliën in het scheikundelokaal.
Stoffen die kanker kunnen veroorzaken, het erfelijk materiaal kunnen beschadigen of de voortplanting kunnen aantasten, vallen onder de zogenoemde CMR-stoffen: Carcinogeen (kankerverwekkend), Mutageen (erfelijk materiaal beschadigend) en Reprotoxisch (schadelijk voor de voortplanting). Op het etiket zijn deze stoffen te herkennen aan GHS08 (het pictogram met het uiteen vallende borststuk) in combinatie met H-zinnen als H350 (kan kanker veroorzaken) of H360 (kan de vruchtbaarheid schaden).
Voor CMR-stoffen gelden striktere regels dan voor andere gevaarlijke stoffen: gebruik is in schoolomgevingen aan aanvullende eisen gebonden en vervanging door minder gevaarlijke alternatieven is wettelijk verplicht als dat redelijkerwijs mogelijk is. Lees meer in het kennisbankartikel CMR-stoffen in het laboratorium.
Chemisch afval mag nooit via de gootsteen worden afgevoerd. De Arbocatalogus VO schrijft voor dat afvalchemicaliën naar soort worden gescheiden. In de praktijk betekent dit dat scholen doorgaans werken met aparte opvangvaten: één voor waterige oplossingen met zware metalen, één voor organische oplosmiddelen (zoals aceton of ethanol), en één voor anorganische stoffen zoals geconcentreerde zuren en basen. Filters, tissues en wegwerphandschoenen die in contact zijn geweest met chemicaliën worden als chemisch afval behandeld en apart verzameld. Kapot glaswerk met chemicaliënresten gaat in een aparte glasbak, niet bij het gewone afval.
Water is géén chemisch afval — verdunde, niet-schadelijke waterige oplossingen kunnen in overleg met de TOA via de gootsteen worden afgevoerd. Bij twijfel raadpleegt u altijd het VIB of de school-specifieke afvalprocedure.
De opslag van gevaarlijke stoffen op school is gebonden aan wettelijke limieten. De landelijke richtlijn PGS-15 stelt eisen aan de hoeveelheden die buiten een erkende opslagkast bewaard mogen worden. Als vuistregel geldt voor scholen dat de werkvoorraden in het scheikundelokaal zo klein mogelijk worden gehouden: uitsluitend de hoeveelheid die voor de eerstvolgende practica nodig is. Grotere voorraden horen thuis in een gecertificeerde chemicaliënkast die voldoet aan de eisen voor brandveilige opslag.
Enkele basisregels voor opslag in het scheikundelokaal:
Een gedetailleerd overzicht van de opslagregels en de eisen aan opslagkasten vindt u in het kennisbankartikel PGS-15 en de opslag van gevaarlijke stoffen.
De zuurkast is onmisbaar bij het werken met vluchtige, giftige of corrosieve stoffen. Een veelgestelde vraag is of de zuurkast uit mag als hij niet in gebruik is. Het antwoord is: nee, niet volledig. De ventilatie blijft op minimaal een derde van het normale vermogen draaien, ook als er geen experiment gaande is. Dit is nodig omdat de afzuiging ook gekoppeld is aan de opslag van chemicaliën onder de zuurkast.
Tijdens het werken gelden de volgende regels:
Weet wat u moet doen bij een ongeluk, voordat het gebeurt. Zorg dat alle aanwezigen in het scheikundelokaal weten waar de nooduitrusting zich bevindt en hoe ze die gebruiken. Voor een uitgebreide toelichting op de vier scenarios verwijzen wij naar het artikel noodprocedures in het laboratorium.
De keuze van het type brandblusser hangt af van de brandklasse. Voor vloeistofbranden (brandbare oplosmiddelen, ethanol) is een CO₂-blusser geschikt: hij laat geen residu achter en beschadigt gevoelige apparatuur niet. Een schuimblusser is effectief voor vaste en vloeibare brandbare stoffen en is gebruiksvriendelijker voor minder geoefende gebruikers. Gebruik nooit water op een vloeistofbrand — dit kan de brand verspreiden. Bij branden in elektrische apparatuur is een CO₂-blusser eveneens de juiste keuze. Zorg dat er in elk scheikundelokaal minimaal één gecertificeerde brandblusser aanwezig is die jaarlijks wordt gekeurd, en dat alle begeleiders weten hoe ze die moeten bedienen.
Zorg ook dat de EHBO-doos altijd volledig gevuld is en dat de vervaldatum van materialen regelmatig gecontroleerd wordt.
Scholen zijn wettelijk verplicht een Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (RI&E) uit te voeren, ook voor het scheikundelokaal. Hierin worden risico's vastgelegd en worden maatregelen beschreven om die risico's te beheersen. Een veiligheidskaart scheikunde voor leerlingen is een praktische samenvatting van de belangrijkste regels en kan bij elk practicum worden uitgereikt.
Een veiligheidskaart scheikunde (ook wel practica-veiligheidskaart of leerlinginstructiekaart genoemd) is een beknopt, op het oog leesbaar overzicht van de regels die in het scheikundelokaal altijd gelden. De kaart is bedoeld om leerlingen snel en visueel te informeren — niet als vervanging van het volledige veiligheidsinformatieblad (VIB), maar als geheugensteun tijdens het practicum zelf.
Een goede veiligheidskaart bevat minimaal:
De kaart wordt bij elk practicum uitgedeeld of hangt zichtbaar in het lokaal. De school is op grond van de Arbocatalogus VO verplicht om deze informatie beschikbaar te stellen. De RI&E in het laboratorium legt vast welke risico's er zijn en welke veiligheidskaarten en instructies daarbij verplicht zijn.
Voor TOA's en lesassistenten die meer willen weten over veiligheid in het lab raden we ook aan om de kennisbankartikelen over ATEX in het laboratorium en persoonlijke bescherming te raadplegen.
Labvakhandel levert een compleet assortiment persoonlijke beschermingsmiddelen voor scholen en laboratoria. Van gecertificeerde veiligheidsbrillen en nitrielhandschoenen tot labjassen en nooduitrusting — alles snel leverbaar voor school en lab.
Veel stoffen die in het scheikundelokaal worden gebruikt zijn ook bekend uit de keuken of supermarkt. In ons artikel over bekende chemicaliën, triviale namen en E-nummers vindt u een overzicht van veelvoorkomende stoffen met hun systematische namen, formules en alledaagse toepassingen.
Bekijk ons assortiment veiligheidsbrillen en handschoenen of neem contact op voor advies over de juiste uitrusting voor uw scheikundelokaal.
Disclaimer: De informatie in dit artikel is bedoeld als algemene technische en regulatoire toelichting. Canidae Seal B.V. / Labvakhandel.nl aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de toepassing van deze informatie in specifieke situaties. Raadpleeg voor uw eigen toepassing altijd de geldende wet- en regelgeving, de relevante normen en de uitvoerende autoriteiten of toezichthouders (zoals ECHA, Nederlandse Arbeidsinspectie, ILT of de bevoegde accreditatie-instantie).
Inloggen
Wachtwoord vergeten
Account aanmaken
Uw winkelwagen is leeg.