Gelelectroforese is een standaardtechniek in het moleculaire en biochemische laboratorium waarmee DNA-, RNA- en eiwitfragmenten worden gescheiden op basis van grootte en lading in een gelmatrix onder invloed van een elektrisch veld. De techniek vormt de ruggengraat van moleculaire biologie: van het controleren van PCR-producten en het scheiden van eiwitten voor Western blot tot het analyseren van restrictiepatronen en het bepalen van DNA-fragmentgroottes voor klonering. Afhankelijk van de te scheiden moleculen worden agarosegels (voor DNA en RNA) of polyacrylamidegels (voor eiwitten en kleine DNA-fragmenten) gebruikt.
Nucleïnezuren en SDS-gedenatureerde eiwitten zijn negatief geladen en bewegen in een elektrisch veld naar de positieve pool (anode). De gelmatrix werkt als een moleculaire zeef: kleine moleculen bewegen sneller door de poriën dan grote moleculen. Na afloop van de elektroforese worden de gescheiden fragmenten zichtbaar gemaakt met een kleurstof en vergeleken met een ladder (DNA-ladder of molecuulgewicht-marker) met bekende groottes.
Een standaard agarosegel-elektroforese voor DNA verloopt in vijf stappen:
De DNA-ladder bevat fragmenten van bekende grootte (bijv. 100, 200, 300, 500, 1000, 2000 bp). Bandgrootte bepalen gaat als volgt:
In de praktijk doet gelsoftware (bijv. ImageJ, Bio-Rad Image Lab) deze berekening automatisch na het instellen van de ladderposities. Handmatige schatting is mogelijk door de band te vergelijken met de naastgelegen ladderband: een band die precies halverwege twee ladderbanden migreert, heeft een grootte tussen die twee waarden in. Let op: het verband is logaritmisch, niet lineair — halverwege in migratie-afstand is niet halverwege in bp.
De agaroseconcentratie bepaalt de poriëngrootte en daarmee het optimale scheidingsbereik:
TAE-buffer (Tris-acetaat-EDTA) is de standaard voor analytische agarosegels; geeft scherpe banden maar heeft lagere buffercapaciteit dan TBE. TBE-buffer (Tris-boraat-EDTA) heeft hogere buffercapaciteit en is beter voor langdurige elektroforese. EDTA in de buffer chelateert Mg²⁺ en remt DNase-activiteit. Gebruik altijd verse of goed bewaarde buffer; uitgeputte buffer geeft brede, diffuse banden.
SDS-PAGE is de standaardmethode voor scheiding van eiwitten op molecuulmassa. SDS (natriumdodecylsulfaat) is een detergens dat eiwitten denatureert en uniform negatief laadt in verhouding tot hun massa. Alle eiwitten migreren daardoor op basis van grootte, ongeacht hun native lading of structuur. De scheidingsgel (resolving gel) heeft een hogere acrylamideconcentratie dan de stapelgel (stacking gel) bovenaan die alle eiwitten eerst concentreert in een scherpe startband.
Bij native PAGE wordt geen SDS gebruikt; eiwitten behouden hun native lading en structuur. Scheiding is gebaseerd op lading, grootte én vorm. Gebruikt voor bepaling van enzymactiviteit na elektroforese (zymografie), eiwitcomplexen en conformationele studies. Banden worden zichtbaar gemaakt met Coomassie of zilverkleuring.
Tweedimensionale gelelectroforese scheidt eiwitten eerst op iso-elektrisch punt (IEF, eerste dimensie) en vervolgens op massa (SDS-PAGE, tweede dimensie). Dit geeft een tweedimensionaal patroon van honderden tot duizenden eiwitten in één gel en is de klassieke methode voor proteomics. Spots worden geïdentificeerd via uitsnijden, in-gel digestie met trypsine en massaspectrometrie (LC-MS/MS).
Capillaire elektroforese voert de scheiding uit in een dun glazen capillair (25–100 µm binnendiameter) gevuld met gel of buffer. De voordelen ten opzichte van gel-slab-elektroforese zijn: volledig geautomatiseerd, hoge resolutie, kwantitatief via UV-detectie, en geschikt voor biofarmatica-kwaliteitscontrole (CE-SDS voor molecuulgewicht en zuiverheid van biologica conform ICH Q6B). Capillaire agarose-elektroforese wordt ingezet voor genotypering via STR-analyse (forensisch, vaderschapstest).
Kwaliteitscontrole van PCR-producten (zie PCR en SNP-genotypering), restrictieanalyse, verificatie van kloneringen, RNA-integriteitsbeoordeling (RIN-waarde via bioanalyzer of conventionele gel).
SDS-PAGE als eerste stap voor Western blot, controle van eiwitexpressie en -zuivering, molecuulgewichtsbepaling, zuiverheidscontrole van recombinante eiwitten en analyse van post-translationele modificaties (glykosylering, fosforylering).
CE-SDS en SDS-PAGE voor characterisering van monoklonale antilichamen, bepaling van aggregaatgehalte en fragmentatieproducten conform ICH Q6B en farmacopeerichtlijnen. Capillaire zone-elektroforese (CZE) voor zuiverheidscontrole van kleine moleculen en peptiden.
PCR (polymerasekettingreactie) en gelelektroforese zijn twee verschillende technieken die in de moleculaire biologie routinematig worden gecombineerd, maar fundamenteel van elkaar verschillen:
PCR komt altijd eerst. De standaardwerkwijze is:
Gelelektroforese na PCR dient vier doelen:
De combinatie PCR + gel is ook de basis voor RFLP-analyse (restrictie-fragmentlengte- polymorfisme): PCR-product wordt behandeld met restrictie-enzymen die op specifieke DNA-sequenties knippen; het resulterende bandpatroon op de gel is karakteristiek voor een bepaald genotype. Zo kan in één experiment worden vastgesteld of iemand homozygoot of heterozygoot is voor een bepaalde genetische variant.
SDS-PAGE is de verplichte eerste stap voor Western blot. Voor immunologische kwantificering van eiwitten zonder voorafgaande elektroforese is ELISA de aangewezen methode. Absolute molecuulmassabepaling van macromoleculen in oplossing gaat via SEC/GPC. PCR-producten worden gecontroleerd via agarosegel vóór SNP-genotypering. Celoppervlakte-analyse van eiwitexpressie na isolatie van gesorteerde populaties gaat via flowcytometrie.
Scheve banden worden veroorzaakt door een ongelijkmatig elektrisch veld (beschadigd elektrode-systeem, ongelijke contactpunten) of door agarose die niet goed is gestold. Diffuse banden ontstaan door te lange elektroforese (oververhitting, uitgeputte buffer), te hoge spanning, of te laag DNA-gehalte per band. Controleer ook of de gel voldoende bedekt is met buffer en of de spanning niet te hoog is (80–100 V aanbevolen voor standaard agarose).
Een DNA-ladder bestaat uit fragmenten van bekende grootte in basenparen (bp) voor gebruik op agarosegels. Een molecuulgewichtmarker (MW-marker of protein ladder) bestaat uit eiwitten met bekende massa in kilodalton (kDa) voor gebruik op SDS-PAGE. Pre-stained markers zijn direct zichtbaar tijdens elektroforese; unstained markers vereisen kleuring na afloop.
Gelelektroforese is in meerdere klinische en diagnostische contexten een primaire of aanvullende methode:
Een correcte interpretatie van een PCR-gel verloopt als volgt:
Deze pagina is onderdeel van de Labvakhandel kennisbank. Canidae Seal B.V. / Labvakhandel.nl is niet aansprakelijk voor de toepassing van deze informatie in specifieke analytische situaties.
Inloggen
Wachtwoord vergeten
Account aanmaken
Uw winkelwagen is leeg.