Gelelektroforese

Gelelectroforese is een standaardtechniek in het moleculaire en biochemische laboratorium waarmee DNA-, RNA- en eiwitfragmenten worden gescheiden op basis van grootte en lading in een gelmatrix onder invloed van een elektrisch veld. De techniek vormt de ruggengraat van moleculaire biologie: van het controleren van PCR-producten en het scheiden van eiwitten voor Western blot tot het analyseren van restrictiepatronen en het bepalen van DNA-fragmentgroottes voor klonering. SDS-PAGE is daarnaast de standaard-zuiverheidscontrole na elke stap in een eiwitzuivering-workflow. Afhankelijk van de te scheiden moleculen worden agarosegels (voor DNA en RNA) of polyacrylamidegels (voor eiwitten en kleine DNA-fragmenten) gebruikt.

Principe

Nucleïnezuren en SDS-gedenatureerde eiwitten zijn negatief geladen en bewegen in een elektrisch veld naar de positieve pool (anode). De gelmatrix werkt als een moleculaire zeef: kleine moleculen bewegen sneller door de poriën dan grote moleculen. Na afloop van de elektroforese worden de gescheiden fragmenten zichtbaar gemaakt met een kleurstof en vergeleken met een ladder (DNA-ladder of molecuulgewicht-marker) met bekende groottes.

Schematisch overzicht van DNA-agarosegel (links) en SDS-PAGE eiwitgel (rechts) met ladders, banden en migratierichting
Figuur 1 — Links: DNA-agarosegel met ladder en PCR-producten in basenparen (bp). Rechts: SDS-PAGE met eiwitbanden in kilodalton (kDa).

Wat is het verschil tussen agarosegel en polyacrylamidegel?

Agarose en polyacrylamide zijn de twee gelmatrices die in de elektroforese worden gebruikt, en de keuze hangt af van het type molecuul en de gewenste resolutie. Agarosegel wordt bereid uit een polysacharide (gewonnen uit zeewier) en is geschikt voor DNA- en RNA-fragmenten vanaf circa 50 basenparen; de gel wordt horizontaal gegoten en is eenvoudig en snel te bereiden, maar biedt een grovere porositeit dan polyacrylamide. Polyacrylamidegel bestaat uit een chemisch vernet polymeer van acrylamide en bisacrylamide, wordt verticaal gegoten en biedt een fijnere, beter instelbare porositeit. Dit maakt polyacrylamide geschikt voor de scheiding van eiwitten (SDS-PAGE) en voor zeer kleine DNA-fragmenten (tot op het niveau van één basenpaar verschil), zoals bij sequencing-gels. Polyacrylamide vereist wel zorgvuldige omgang: ongepolymeriseerd acrylamide is neurotoxisch, terwijl agarose in vaste vorm geen vergelijkbaar risico met zich meebrengt.

Stap-voor-stap protocol: hoe voer je gelelektroforese uit?

Een standaard agarosegel-elektroforese voor DNA verloopt in vijf stappen:

  1. Gel gieten — los agarose op in TAE- of TBE-buffer (bijv. 1 g agarose in 100 ml buffer voor een 1 % gel) door kort te verhitten. Koel af tot ca. 60 °C, voeg kleurstof toe (GelRed of SYBR Safe) en giet in de gelhouder met kam. Laat minimaal 30 minuten stollen bij kamertemperatuur.
  2. Monster laden — meng het monster met laadbuffer (6× loading dye: glycerol voor density, kleurstof als loopfront-indicator). Pipetteer voorzichtig in de wells: typisch 5–20 μl per well. Laad de DNA-ladder in de eerste of laatste lane.
  3. Elektroforese laten lopen — sluit de elektrodes aan (DNA loopt naar de anode, de rode pool) en stel spanning in op 80–100 V. Laat lopen tot het loopfront (blauwe kleurstof in de laadbuffer) drie kwart van de gel heeft bereikt; typisch 30–60 minuten.
  4. Visualiseren — bekijk de gel onder UV (302 nm) of blauwlicht (voor SYBR Safe/GelRed). DNA-banden lichten op als oranje of groene strepen. Fotografeer direct — fluorescentie vervaagt bij langdurige UV-blootstelling.
  5. Bandgrootte bepalen via de ladder — zie de uitleg hieronder.

Hoeveel tijd kost een gelelektroforese in totaal?

Een volledige agarosegel-elektroforese, van het gieten van de gel tot het visualiseren van de banden, duurt doorgaans tussen de anderhalf en twee uur. Het gieten en stollen van de gel neemt minimaal 30 minuten in beslag, het laden van de monsters enkele minuten, de elektroforese zelf 30 tot 60 minuten afhankelijk van gelconcentratie en spanning, en de visualisatie en beoordeling nog enkele minuten. Wanneer een voorgegoten gel beschikbaar is of wanneer met een hogere spanning wordt gewerkt, kan het totale proces worden bekort tot circa één uur. SDS-PAGE voor eiwitten neemt doorgaans iets langer in beslag door de extra stap van monstervoorbereiding (verhitten met SDS-laadbuffer) en kleuring na afloop.

Hoe bepaal je de bandgrootte via de ladder?

De DNA-ladder bevat fragmenten van bekende grootte (bijv. 100, 200, 300, 500, 1000, 2000 bp). Bandgrootte bepalen gaat als volgt:

  1. Meet de migratie-afstand (mm) van elke ladderband vanaf de startlijn (onderkant well).
  2. Plot de migratie-afstanden op de x-as en de log10 van de bekende fragmentgrootten (bp) op de y-as — dit geeft een nagenoeg rechte lijn (semilogaritmisch verband).
  3. Meet de migratie-afstand van de onbekende band en lees de bijbehorende fragmentgrootte af van de standaardlijn.

In de praktijk doet gelsoftware (bijv. ImageJ, Bio-Rad Image Lab) deze berekening automatisch na het instellen van de ladderposities. Handmatige schatting is mogelijk door de band te vergelijken met de naastgelegen ladderband: een band die precies halverwege twee ladderbanden migreert, heeft een grootte tussen die twee waarden in. Let op: het verband is logaritmisch, niet lineair — halverwege in migratie-afstand is niet halverwege in bp.

Agarosegel-elektroforese (DNA en RNA)

Gelconcentratie en scheidingsbereik

De agaroseconcentratie bepaalt de poriëngrootte en daarmee het optimale scheidingsbereik:

  • 0,5–0,8 % agarose — voor grote fragmenten (2–20 kb); gebruikt bij PFGE (pulsed-field) voor chromosomale DNA-analyse.
  • 1,0 % agarose — standaard voor PCR-producten van 200–5000 bp.
  • 1,5–2,0 % agarose — voor kleine fragmenten (50–1000 bp); betere resolutie bij nauwe bandverdeling.
  • 3,0 % of high-resolution agarose — voor zeer kleine fragmenten (< 200 bp) en SNP-analyse via CAPS of RFLP.

Buffer: TAE of TBE?

TAE-buffer (Tris-acetaat-EDTA) is de standaard voor analytische agarosegels; geeft scherpe banden maar heeft lagere buffercapaciteit dan TBE. TBE-buffer (Tris-boraat-EDTA) heeft hogere buffercapaciteit en is beter voor langdurige elektroforese. EDTA in de buffer chelateert Mg²⁺ en remt DNase-activiteit. Gebruik altijd verse of goed bewaarde buffer; uitgeputte buffer geeft brede, diffuse banden.

De keuze tussen TAE en TBE hangt vooral af van de fragmentgrootte en het vervolggebruik van het DNA. TAE verdient de voorkeur bij grote fragmenten (boven circa 1 kb) en wanneer het DNA na de elektroforese uit de gel moet worden geïsoleerd voor verdere toepassingen zoals klonering, omdat acetaat-ionen de DNA-extractie minder verstoren dan boraat-ionen. TBE is de betere keuze bij kleine fragmenten (onder circa 1,5 kb) en bij langere looptijden, doordat de hogere buffercapaciteit voorkomt dat de buffer tijdens een lange run uitgeput raakt en de banden gaan vervagen. Voor routinematige PCR-productcontrole, waarbij de gel niet wordt nagebruikt, is TAE in de meeste laboratoria de gangbare keuze vanwege de eenvoudige bereiding en lagere kostprijs.

DNA-kleurstoffen

  • Ethidiumbromide (EtBr) — intercaleert in dubbelstreng-DNA; detecteerbaar onder UV 302 nm (oranje fluorescentie). Hoge gevoeligheid (1–10 ng per band). Mutageen en vereist speciale afvalverwerking; vervangen door veiliger alternatieven in veel labs.
  • GelRed / GelGreen — veilige alternatieven voor EtBr; vergelijkbare gevoeligheid. GelRed kan worden toegevoegd aan het gel of in het laadbuffer; detecteerbaar onder UV of blauwlichtbron.
  • SYBR Safe — niet-mutageen, detecteerbaar met blauwe LED-transilluminator; geschikt voor labs zonder UV-apparatuur.
  • Cresyl violet / Crystal violet — kleurstof in laadbuffer die bands direct zichtbaar maakt zonder aparte kleurstap; gevoeligheid lager dan fluorescentie-kleurstoffen.

Is gelelektroforese gevaarlijk om uit te voeren?

Gelelektroforese kent een aantal specifieke veiligheidsaandachtspunten, maar is bij correcte werkwijze veilig uit te voeren. Ethidiumbromide is een bewezen mutageen en vereist handschoenen, een aparte werkplek en gescheiden afvalverwerking; veel laboratoria stappen daarom over op niet-mutagene alternatieven zoals GelRed of SYBR Safe. UV-transilluminatoren die worden gebruikt voor de visualisatie van EtBr-gekleurde gels brengen een risico op huid- en oogschade met zich mee, waardoor een UV-bescherm­scherm of -bril en blootstelling van zo kort mogelijke duur noodzakelijk zijn; blauwlicht-transilluminatoren voor GelRed of SYBR Safe vermijden dit risico grotendeels. Ongepolymeriseerd acrylamide, gebruikt bij het gieten van SDS-PAGE-gels, is neurotoxisch bij huidcontact of inademing van het poeder en vereist handschoenen en werken in een zuurkast tijdens de bereiding; de gepolymeriseerde gel zelf is niet langer gevaarlijk. Tot slot werkt elektroforese met spanningen tot enkele honderden volt, waardoor de elektrodebak nooit geopend mag worden zolang de stroom is ingeschakeld.

SDS-PAGE (natriumdodecylsulfaat-polyacrylamidegel)

SDS-PAGE is de standaardmethode voor scheiding van eiwitten op molecuulmassa. SDS (natriumdodecylsulfaat) is een detergens dat eiwitten denatureert en uniform negatief laadt in verhouding tot hun massa. Alle eiwitten migreren daardoor op basis van grootte, ongeacht hun native lading of structuur. De scheidingsgel (resolving gel) heeft een hogere acrylamideconcentratie dan de stapelgel (stacking gel) bovenaan die alle eiwitten eerst concentreert in een scherpe startband.

Acrylamideconcentratie

  • 8 % — voor grote eiwitten (80–250 kDa): immuunglobulinen, structuureiwitten.
  • 10 % — standaard voor eiwitten van 30–150 kDa.
  • 12–15 % — voor kleine eiwitten (10–70 kDa): cytokinen, histonen, enzymen.
  • Gradiëntgel (4–20 %) — breed bereik in één gel; ideaal voor monsters met eiwitten van uiteenlopende massa.

Native PAGE

Bij native PAGE wordt geen SDS gebruikt; eiwitten behouden hun native lading en structuur. Scheiding is gebaseerd op lading, grootte én vorm. Gebruikt voor bepaling van enzymactiviteit na elektroforese (zymografie), eiwitcomplexen en conformationele studies. Banden worden zichtbaar gemaakt met Coomassie of zilverkleuring. Voor de analyse van dezelfde intacte complexen via massaspectrometrie — met exacte massa en stoichiometrie-informatie — zie native mass spectrometry.

Visualisatie van eiwitten

  • Coomassie Brilliant Blue R-250 — standaard stain; detectiegrens ca. 50 ng per band. Vereist ontkleuring met methanol/azijnzuur. Colloïdaal Coomassie (G-250) is gevoeliger en vereist minder ontkleuring.
  • Zilverkleuring — 10–50 keer gevoeliger dan Coomassie (detectiegrens 1–5 ng per band); tijdrovender maar essentieel voor sporenanalyse.
  • SYPRO Ruby — fluorescente stain (detectie bij 302/473 nm); gevoeligheid vergelijkbaar met zilver; lineair bereik over drie decaden.
  • Pre-stained molecuulgewicht marker — gekleurde of fluorescente standaard die direct na elektroforese zichtbaar is; maakt real-time monitoring van het elektroforeseproces mogelijk.

2D-gelelectroforese (2-DE)

Tweedimensionale gelelectroforese scheidt eiwitten eerst op iso-elektrisch punt (IEF, eerste dimensie) en vervolgens op massa (SDS-PAGE, tweede dimensie). Dit geeft een tweedimensionaal patroon van honderden tot duizenden eiwitten in één gel en is de klassieke methode voor proteomics. Spots worden geïdentificeerd via uitsnijden, in-gel digestie met trypsine en massaspectrometrie (LC-MS/MS).

Capillaire elektroforese (CE)

Capillaire elektroforese voert de scheiding uit in een dun glazen capillair (25–100 µm binnendiameter) gevuld met gel of buffer. De voordelen ten opzichte van gel-slab-elektroforese zijn: volledig geautomatiseerd, hoge resolutie, kwantitatief via UV-detectie, en geschikt voor biofarmatica-kwaliteitscontrole (CE-SDS voor molecuulgewicht en zuiverheid van biologica conform ICH Q6B). Capillaire agarose-elektroforese wordt ingezet voor genotypering via STR-analyse (forensisch, vaderschapstest).

Toepassingen

Moleculaire biologie

Kwaliteitscontrole van PCR-producten (zie PCR en SNP-genotypering), restrictieanalyse, verificatie van kloneringen, RNA-integriteitsbeoordeling (RIN-waarde via bioanalyzer of conventionele gel). Voor de context van RNA-isolatie en de betekenis van RIN-scores, zie het artikel over RNA-isolatie en RNA-analyse.

Eiwitanalyse

SDS-PAGE als eerste stap voor Western blot, controle van eiwitexpressie en -zuivering, molecuulgewichtsbepaling, zuiverheidscontrole van recombinante eiwitten en analyse van post-translationele modificaties (glykosylering, fosforylering). Gelelektroforese wordt ook ingezet als kwaliteitscontrolestap in de workflow van chromatine-immunoprecipitatie (ChIP): na sonicatie van chromatine wordt het fragment-groottepatroon (200–500 bp smeer) gecontroleerd op een agarosegel vóór de immunoprecipitatiestap. Dezelfde agarosegel-kwaliteitscontrole van de chromatinefragmentverdeling geldt ook bij proximity ligation assays (Hi-C, 3C), waarbij de digestie-efficiëntie en fragmentgrootte bepalend zijn voor de uiteindelijke library-kwaliteit.

Agarosegel-elektroforese is ook de scheidingsstap bij Southern blot en Northern blot: DNA-fragmenten na restrictie-digest respectievelijk RNA-transcripten worden op grootte gescheiden voordat zij worden overgebracht naar een membraan.

Farmaceutische kwaliteitscontrole

CE-SDS en SDS-PAGE voor characterisering van monoklonale antilichamen, bepaling van aggregaatgehalte en fragmentatieproducten conform ICH Q6B en farmacopeerichtlijnen. Capillaire zone-elektroforese (CZE) voor zuiverheidscontrole van kleine moleculen en peptiden.

PCR en gelelektroforese: relatie, volgorde en verschil

PCR (polymerasekettingreactie) en gelelektroforese zijn twee verschillende technieken die in de moleculaire biologie routinematig worden gecombineerd, maar fundamenteel van elkaar verschillen:

PCR Gelelektroforese
Wat doet het? Amplificatie: vermenigvuldigt een specifiek DNA-fragment miljoenvoudig Scheiding: scheidt DNA-fragmenten op grootte in een gelmatrix
Input Template-DNA, primers, dNTP's, polymerase DNA in oplossing (PCR-product, restrictie-digest, etc.)
Output Grote hoeveelheid kopieën van het doelfragment Zichtbaar bandpatroon op gel; geen nieuw DNA
Geeft informatie over Aanwezigheid van een specifieke DNA-sequentie Grootte van fragmenten, aanwezigheid/afwezigheid van banden, relatieve hoeveelheid

Wanneer een thermocycler niet beschikbaar is — zoals in point-of-care settings — worden amplificatieproducten ook gegenereerd via isotherme amplificatiemethoden (LAMP en RPA). Deze producten zijn eveneens zichtbaar op een agarosegel, maar worden in POC-toepassingen doorgaans gedetecteerd via kleurverandering of een laterale-vloeistofstrip.

Komt PCR of gelelektroforese eerst?

PCR komt altijd eerst. De standaardwerkwijze is:

  1. PCR uitvoeren — de thermocycler amplifıceert het doelfragment in 25–35 cycli.
  2. Gelelektroforese na PCR — het PCR-product wordt op een agarosegel geladen om te controleren of de amplificatie gelukt is, of het product de juiste grootte heeft en of er ongewenste nevenproducten aanwezig zijn.

Waarom voer je na PCR een gelelektroforese uit?

Gelelektroforese na PCR dient vier doelen:

  • Succescontrole — een band op de verwachte positie bevestigt dat de PCR geslaagd is. Geen band betekent dat de PCR gefaald heeft (slechte primer-binding, template-degradatie, enzymprobleem).
  • Groottecontrole — vergelijking met de DNA-ladder bevestigt dat het product de verwachte lengte in bp heeft. Een band op een afwijkende positie wijst op fout-priming of contaminatie.
  • Specificiteitscontrole — meerdere banden (smear of extra banden) duiden op aspecifieke amplificatie; aanpassen van annealing-temperatuur of primer-ontwerp is dan nodig.
  • Kwantificering — bandintensiteit geeft een ruwe indicatie van de hoeveelheid PCR-product; voor nauwkeurige kwantificering is qPCR de aangewezen methode.

De combinatie PCR + gel is ook de basis voor RFLP-analyse (restrictie-fragmentlengte- polymorfisme): PCR-product wordt behandeld met restrictie-enzymen die op specifieke DNA-sequenties knippen; het resulterende bandpatroon op de gel is karakteristiek voor een bepaald genotype. Zo kan in één experiment worden vastgesteld of iemand homozygoot of heterozygoot is voor een bepaalde genetische variant.

Wanneer kies je gelelektroforese in plaats van een andere techniek?

Gelelektroforese is de aangewezen methode wanneer het doel is om DNA-, RNA- of eiwitfragmenten te scheiden op grootte en het resultaat zichtbaar te maken als bandpatroon, bijvoorbeeld voor het controleren van een PCR-product, het beoordelen van restrictiepatronen of het inschatten van eiwitgrootte. Voor toepassingen waarbij geen scheiding nodig is maar uitsluitend kwantificering van een bekend doelwit, is ELISA vaak sneller en gevoeliger, omdat geen gel hoeft te worden gegoten of gelopen. Wanneer een nauwkeurige, automatisch kwantificeerbare meting van DNA- of RNA-hoeveelheid nodig is in plaats van een visuele bandinschatting, is qPCR geschikter. Voor de exacte molecuulmassabepaling van eiwitcomplexen in oplossing, zonder denaturatie, is SEC/GPC of native massaspectrometrie de betere keuze. En wanneer hoge resolutie, automatisering en kwantitatieve UV-detectie belangrijker zijn dan eenvoud en lage kosten, verdient capillaire elektroforese de voorkeur boven klassieke gel-slab-elektroforese. Voor routinematige, goedkope en snel uit te voeren controle van DNA-fragmenten blijft agarosegel-elektroforese in de meeste laboratoria de standaardkeuze.

Gerelateerde technieken

SDS-PAGE is de verplichte eerste stap voor Western blot. Voor immunologische kwantificering van eiwitten zonder voorafgaande elektroforese is ELISA de aangewezen methode. Absolute molecuulmassabepaling van macromoleculen in oplossing gaat via SEC/GPC. PCR-producten worden gecontroleerd via agarosegel vóór SNP-genotypering. Celoppervlakte-analyse van eiwitexpressie na isolatie van gesorteerde populaties gaat via flowcytometrie. Voor sequentiebepaling van DNA-fragmenten na elektroforese is DNA-sequencing (Sanger-methode) de klassieke vervolgstap.

Veelgestelde vragen

Waarom lopen mijn DNA-banden scheef of diffuus?

Scheve banden worden veroorzaakt door een ongelijkmatig elektrisch veld (beschadigd elektrode-systeem, ongelijke contactpunten) of door agarose die niet goed is gestold. Diffuse banden ontstaan door te lange elektroforese (oververhitting, uitgeputte buffer), te hoge spanning, of te laag DNA-gehalte per band. Controleer ook of de gel voldoende bedekt is met buffer en of de spanning niet te hoog is (80–100 V aanbevolen voor standaard agarose).

Wat zijn normale elektroforese-resultaten?

Een normaal of geslaagd resultaat toont scherpe, duidelijk afgebakende banden op de verwachte positie ten opzichte van de ladder, zonder smear (uitgesmeerd signaal) of dubbele banden waar er één wordt verwacht. Bij PCR-gels betekent dit een heldere band in de monsterlanes op de juiste bp-grootte, geen band in de negatieve controle (NTC) en wel een band op de verwachte positie in de positieve controle. Bij restrictie-digests komt het aantal banden overeen met het verwachte aantal knipplaatsen van het gebruikte enzym. Afwijkende resultaten — geen band, een band op de verkeerde positie, een smear in plaats van scherpe banden, of onverwachte extra banden — wijzen op problemen met de monstervoorbereiding, primer-specificiteit, enzymactiviteit of DNA-kwaliteit, en worden hieronder verder toegelicht.

Wat is het verschil tussen een DNA-ladder en een molecuulgewicht-marker?

Een DNA-ladder bestaat uit fragmenten van bekende grootte in basenparen (bp) voor gebruik op agarosegels. Een molecuulgewichtmarker (MW-marker of protein ladder) bestaat uit eiwitten met bekende massa in kilodalton (kDa) voor gebruik op SDS-PAGE. Pre-stained markers zijn direct zichtbaar tijdens elektroforese; unstained markers vereisen kleuring na afloop.

Hoe wordt gelelektroforese gebruikt voor ziektedetectie en genotypering?

Gelelektroforese is in meerdere klinische en diagnostische contexten een primaire of aanvullende methode:

Ziekte / toepassing Wat laat de gel zien? Methode
Sikkelcelanemie Hemoglobine-elektroforese toont HbS-band op afwijkende positie ten opzichte van HbA. HbSS (ziekte): alleen HbS-band. HbAS (drager): zowel HbA als HbS zichtbaar Alkalische of zure cellulose-acetaat-elektroforese; tegenwoordig vaak vervangen door HPLC of capillaire elektroforese
Thalassemie Verhoogde HbA2- en HbF-fracties bij β-thalassemie; Hb Bart's bij α-thalassemie Hemoglobine-elektroforese of HPLC; bevestiging via DNA-analyse
Erfelijke ziekten (genotypering) Na PCR + restrictie-digest: karakteristiek bandpatroon per genotype. Homozygoot normaal: één band. Homozygoot mutant: één andere band. Heterozygoot: twee banden PCR-RFLP; ook allel-specifieke PCR gevolgd door gel
Infectieziekten Aanwezigheid van pathogeen-specifiek PCR-product op verwachte bp-positie bevestigt infectie (bijv. HPV-genotypering, MRSA-screening) Multiplex PCR gevolgd door gel; elk pathogeen geeft band op eigen positie
Forensisch / vaderschapstest STR-profiel: meerdere banden per locus; patroon is uniek per individu. Kind erft één allel per locus van elke ouder Capillaire elektroforese (automatisch); vroeger agarosegel via RFLP
Kankerdiagnostiek Verlies van heterozygositeit (LOH): tumor-DNA toont afwezigheid van één allel dat in normaal weefsel wel aanwezig is; microsatelliet-instabiliteit (MSI) geeft extra banden PCR van microsatelliet-loci gevolgd door capillaire elektroforese

Hoe lees je een PCR-gel af?

Een correcte interpretatie van een PCR-gel verloopt als volgt:

  1. Identificeer de ladder-lane — de lane met meerdere evenly-spaced banden is de DNA-ladder. Noteer de positie van elke bekende grootte.
  2. Controleer de negatieve controle — de no-template control (NTC) mag geen band tonen. Een band in de NTC wijst op contaminatie van reagentia of pipetten.
  3. Controleer de positieve controle — de positieve controle moet een band tonen op de verwachte positie. Ontbreekt deze band, dan is de PCR gefaald ongeacht de monsterresultaten.
  4. Beoordeel de monster-lanes — aanwezigheid van een band op de verwachte bp-positie = positief resultaat. Geen band = negatief of gefaalde PCR. Band op verkeerde positie = aspecifiek product.
  5. Schat de bandgrootte — vergelijk de positie met de naastgelegen ladderbanden via de logaritmische interpolatie beschreven in de sectie over bandgroottebepaling.

Bij Labvakhandel vindt u naast elektroforesesystemen ook pipetten en pipetpunten voor het laden van de gel.


Disclaimer: De informatie in dit artikel is bedoeld als algemene technische toelichting. Canidae Seal B.V. / Labvakhandel.nl aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de toepassing van deze informatie in specifieke analytische, klinische of industriële situaties. Raadpleeg voor uw eigen toepassing altijd de geldende normen, vakliteratuur en de documentatie van fabrikant en apparatuur.

Bestellijst

Uw winkelwagen is leeg.