Gelelectroforese is een standaardtechniek in het moleculaire en biochemische laboratorium waarmee DNA-, RNA- en eiwitfragmenten worden gescheiden op basis van grootte en lading in een gelmatrix onder invloed van een elektrisch veld. De techniek vormt de ruggengraat van moleculaire biologie: van het controleren van PCR-producten en het scheiden van eiwitten voor Western blot tot het analyseren van restrictiepatronen en het bepalen van DNA-fragmentgroottes voor klonering. SDS-PAGE is daarnaast de standaard-zuiverheidscontrole na elke stap in een eiwitzuivering-workflow. Afhankelijk van de te scheiden moleculen worden agarosegels (voor DNA en RNA) of polyacrylamidegels (voor eiwitten en kleine DNA-fragmenten) gebruikt.
Nucleïnezuren en SDS-gedenatureerde eiwitten zijn negatief geladen en bewegen in een elektrisch veld naar de positieve pool (anode). De gelmatrix werkt als een moleculaire zeef: kleine moleculen bewegen sneller door de poriën dan grote moleculen. Na afloop van de elektroforese worden de gescheiden fragmenten zichtbaar gemaakt met een kleurstof en vergeleken met een ladder (DNA-ladder of molecuulgewicht-marker) met bekende groottes.
Agarose en polyacrylamide zijn de twee gelmatrices die in de elektroforese worden gebruikt, en de keuze hangt af van het type molecuul en de gewenste resolutie. Agarosegel wordt bereid uit een polysacharide (gewonnen uit zeewier) en is geschikt voor DNA- en RNA-fragmenten vanaf circa 50 basenparen; de gel wordt horizontaal gegoten en is eenvoudig en snel te bereiden, maar biedt een grovere porositeit dan polyacrylamide. Polyacrylamidegel bestaat uit een chemisch vernet polymeer van acrylamide en bisacrylamide, wordt verticaal gegoten en biedt een fijnere, beter instelbare porositeit. Dit maakt polyacrylamide geschikt voor de scheiding van eiwitten (SDS-PAGE) en voor zeer kleine DNA-fragmenten (tot op het niveau van één basenpaar verschil), zoals bij sequencing-gels. Polyacrylamide vereist wel zorgvuldige omgang: ongepolymeriseerd acrylamide is neurotoxisch, terwijl agarose in vaste vorm geen vergelijkbaar risico met zich meebrengt.
Een standaard agarosegel-elektroforese voor DNA verloopt in vijf stappen:
Een volledige agarosegel-elektroforese, van het gieten van de gel tot het visualiseren van de banden, duurt doorgaans tussen de anderhalf en twee uur. Het gieten en stollen van de gel neemt minimaal 30 minuten in beslag, het laden van de monsters enkele minuten, de elektroforese zelf 30 tot 60 minuten afhankelijk van gelconcentratie en spanning, en de visualisatie en beoordeling nog enkele minuten. Wanneer een voorgegoten gel beschikbaar is of wanneer met een hogere spanning wordt gewerkt, kan het totale proces worden bekort tot circa één uur. SDS-PAGE voor eiwitten neemt doorgaans iets langer in beslag door de extra stap van monstervoorbereiding (verhitten met SDS-laadbuffer) en kleuring na afloop.
De DNA-ladder bevat fragmenten van bekende grootte (bijv. 100, 200, 300, 500, 1000, 2000 bp). Bandgrootte bepalen gaat als volgt:
In de praktijk doet gelsoftware (bijv. ImageJ, Bio-Rad Image Lab) deze berekening automatisch na het instellen van de ladderposities. Handmatige schatting is mogelijk door de band te vergelijken met de naastgelegen ladderband: een band die precies halverwege twee ladderbanden migreert, heeft een grootte tussen die twee waarden in. Let op: het verband is logaritmisch, niet lineair — halverwege in migratie-afstand is niet halverwege in bp.
De agaroseconcentratie bepaalt de poriëngrootte en daarmee het optimale scheidingsbereik:
TAE-buffer (Tris-acetaat-EDTA) is de standaard voor analytische agarosegels; geeft scherpe banden maar heeft lagere buffercapaciteit dan TBE. TBE-buffer (Tris-boraat-EDTA) heeft hogere buffercapaciteit en is beter voor langdurige elektroforese. EDTA in de buffer chelateert Mg²⁺ en remt DNase-activiteit. Gebruik altijd verse of goed bewaarde buffer; uitgeputte buffer geeft brede, diffuse banden.
De keuze tussen TAE en TBE hangt vooral af van de fragmentgrootte en het vervolggebruik van het DNA. TAE verdient de voorkeur bij grote fragmenten (boven circa 1 kb) en wanneer het DNA na de elektroforese uit de gel moet worden geïsoleerd voor verdere toepassingen zoals klonering, omdat acetaat-ionen de DNA-extractie minder verstoren dan boraat-ionen. TBE is de betere keuze bij kleine fragmenten (onder circa 1,5 kb) en bij langere looptijden, doordat de hogere buffercapaciteit voorkomt dat de buffer tijdens een lange run uitgeput raakt en de banden gaan vervagen. Voor routinematige PCR-productcontrole, waarbij de gel niet wordt nagebruikt, is TAE in de meeste laboratoria de gangbare keuze vanwege de eenvoudige bereiding en lagere kostprijs.
Gelelektroforese kent een aantal specifieke veiligheidsaandachtspunten, maar is bij correcte werkwijze veilig uit te voeren. Ethidiumbromide is een bewezen mutageen en vereist handschoenen, een aparte werkplek en gescheiden afvalverwerking; veel laboratoria stappen daarom over op niet-mutagene alternatieven zoals GelRed of SYBR Safe. UV-transilluminatoren die worden gebruikt voor de visualisatie van EtBr-gekleurde gels brengen een risico op huid- en oogschade met zich mee, waardoor een UV-beschermscherm of -bril en blootstelling van zo kort mogelijke duur noodzakelijk zijn; blauwlicht-transilluminatoren voor GelRed of SYBR Safe vermijden dit risico grotendeels. Ongepolymeriseerd acrylamide, gebruikt bij het gieten van SDS-PAGE-gels, is neurotoxisch bij huidcontact of inademing van het poeder en vereist handschoenen en werken in een zuurkast tijdens de bereiding; de gepolymeriseerde gel zelf is niet langer gevaarlijk. Tot slot werkt elektroforese met spanningen tot enkele honderden volt, waardoor de elektrodebak nooit geopend mag worden zolang de stroom is ingeschakeld.
SDS-PAGE is de standaardmethode voor scheiding van eiwitten op molecuulmassa. SDS (natriumdodecylsulfaat) is een detergens dat eiwitten denatureert en uniform negatief laadt in verhouding tot hun massa. Alle eiwitten migreren daardoor op basis van grootte, ongeacht hun native lading of structuur. De scheidingsgel (resolving gel) heeft een hogere acrylamideconcentratie dan de stapelgel (stacking gel) bovenaan die alle eiwitten eerst concentreert in een scherpe startband.
Bij native PAGE wordt geen SDS gebruikt; eiwitten behouden hun native lading en structuur. Scheiding is gebaseerd op lading, grootte én vorm. Gebruikt voor bepaling van enzymactiviteit na elektroforese (zymografie), eiwitcomplexen en conformationele studies. Banden worden zichtbaar gemaakt met Coomassie of zilverkleuring. Voor de analyse van dezelfde intacte complexen via massaspectrometrie — met exacte massa en stoichiometrie-informatie — zie native mass spectrometry.
Tweedimensionale gelelectroforese scheidt eiwitten eerst op iso-elektrisch punt (IEF, eerste dimensie) en vervolgens op massa (SDS-PAGE, tweede dimensie). Dit geeft een tweedimensionaal patroon van honderden tot duizenden eiwitten in één gel en is de klassieke methode voor proteomics. Spots worden geïdentificeerd via uitsnijden, in-gel digestie met trypsine en massaspectrometrie (LC-MS/MS).
Capillaire elektroforese voert de scheiding uit in een dun glazen capillair (25–100 µm binnendiameter) gevuld met gel of buffer. De voordelen ten opzichte van gel-slab-elektroforese zijn: volledig geautomatiseerd, hoge resolutie, kwantitatief via UV-detectie, en geschikt voor biofarmatica-kwaliteitscontrole (CE-SDS voor molecuulgewicht en zuiverheid van biologica conform ICH Q6B). Capillaire agarose-elektroforese wordt ingezet voor genotypering via STR-analyse (forensisch, vaderschapstest).
Kwaliteitscontrole van PCR-producten (zie PCR en SNP-genotypering), restrictieanalyse, verificatie van kloneringen, RNA-integriteitsbeoordeling (RIN-waarde via bioanalyzer of conventionele gel). Voor de context van RNA-isolatie en de betekenis van RIN-scores, zie het artikel over RNA-isolatie en RNA-analyse.
SDS-PAGE als eerste stap voor Western blot, controle van eiwitexpressie en -zuivering, molecuulgewichtsbepaling, zuiverheidscontrole van recombinante eiwitten en analyse van post-translationele modificaties (glykosylering, fosforylering). Gelelektroforese wordt ook ingezet als kwaliteitscontrolestap in de workflow van chromatine-immunoprecipitatie (ChIP): na sonicatie van chromatine wordt het fragment-groottepatroon (200–500 bp smeer) gecontroleerd op een agarosegel vóór de immunoprecipitatiestap. Dezelfde agarosegel-kwaliteitscontrole van de chromatinefragmentverdeling geldt ook bij proximity ligation assays (Hi-C, 3C), waarbij de digestie-efficiëntie en fragmentgrootte bepalend zijn voor de uiteindelijke library-kwaliteit.
Agarosegel-elektroforese is ook de scheidingsstap bij Southern blot en Northern blot: DNA-fragmenten na restrictie-digest respectievelijk RNA-transcripten worden op grootte gescheiden voordat zij worden overgebracht naar een membraan.
CE-SDS en SDS-PAGE voor characterisering van monoklonale antilichamen, bepaling van aggregaatgehalte en fragmentatieproducten conform ICH Q6B en farmacopeerichtlijnen. Capillaire zone-elektroforese (CZE) voor zuiverheidscontrole van kleine moleculen en peptiden.
PCR (polymerasekettingreactie) en gelelektroforese zijn twee verschillende technieken die in de moleculaire biologie routinematig worden gecombineerd, maar fundamenteel van elkaar verschillen:
Wanneer een thermocycler niet beschikbaar is — zoals in point-of-care settings — worden amplificatieproducten ook gegenereerd via isotherme amplificatiemethoden (LAMP en RPA). Deze producten zijn eveneens zichtbaar op een agarosegel, maar worden in POC-toepassingen doorgaans gedetecteerd via kleurverandering of een laterale-vloeistofstrip.
PCR komt altijd eerst. De standaardwerkwijze is:
Gelelektroforese na PCR dient vier doelen:
De combinatie PCR + gel is ook de basis voor RFLP-analyse (restrictie-fragmentlengte- polymorfisme): PCR-product wordt behandeld met restrictie-enzymen die op specifieke DNA-sequenties knippen; het resulterende bandpatroon op de gel is karakteristiek voor een bepaald genotype. Zo kan in één experiment worden vastgesteld of iemand homozygoot of heterozygoot is voor een bepaalde genetische variant.
Gelelektroforese is de aangewezen methode wanneer het doel is om DNA-, RNA- of eiwitfragmenten te scheiden op grootte en het resultaat zichtbaar te maken als bandpatroon, bijvoorbeeld voor het controleren van een PCR-product, het beoordelen van restrictiepatronen of het inschatten van eiwitgrootte. Voor toepassingen waarbij geen scheiding nodig is maar uitsluitend kwantificering van een bekend doelwit, is ELISA vaak sneller en gevoeliger, omdat geen gel hoeft te worden gegoten of gelopen. Wanneer een nauwkeurige, automatisch kwantificeerbare meting van DNA- of RNA-hoeveelheid nodig is in plaats van een visuele bandinschatting, is qPCR geschikter. Voor de exacte molecuulmassabepaling van eiwitcomplexen in oplossing, zonder denaturatie, is SEC/GPC of native massaspectrometrie de betere keuze. En wanneer hoge resolutie, automatisering en kwantitatieve UV-detectie belangrijker zijn dan eenvoud en lage kosten, verdient capillaire elektroforese de voorkeur boven klassieke gel-slab-elektroforese. Voor routinematige, goedkope en snel uit te voeren controle van DNA-fragmenten blijft agarosegel-elektroforese in de meeste laboratoria de standaardkeuze.
SDS-PAGE is de verplichte eerste stap voor Western blot. Voor immunologische kwantificering van eiwitten zonder voorafgaande elektroforese is ELISA de aangewezen methode. Absolute molecuulmassabepaling van macromoleculen in oplossing gaat via SEC/GPC. PCR-producten worden gecontroleerd via agarosegel vóór SNP-genotypering. Celoppervlakte-analyse van eiwitexpressie na isolatie van gesorteerde populaties gaat via flowcytometrie. Voor sequentiebepaling van DNA-fragmenten na elektroforese is DNA-sequencing (Sanger-methode) de klassieke vervolgstap.
Scheve banden worden veroorzaakt door een ongelijkmatig elektrisch veld (beschadigd elektrode-systeem, ongelijke contactpunten) of door agarose die niet goed is gestold. Diffuse banden ontstaan door te lange elektroforese (oververhitting, uitgeputte buffer), te hoge spanning, of te laag DNA-gehalte per band. Controleer ook of de gel voldoende bedekt is met buffer en of de spanning niet te hoog is (80–100 V aanbevolen voor standaard agarose).
Een normaal of geslaagd resultaat toont scherpe, duidelijk afgebakende banden op de verwachte positie ten opzichte van de ladder, zonder smear (uitgesmeerd signaal) of dubbele banden waar er één wordt verwacht. Bij PCR-gels betekent dit een heldere band in de monsterlanes op de juiste bp-grootte, geen band in de negatieve controle (NTC) en wel een band op de verwachte positie in de positieve controle. Bij restrictie-digests komt het aantal banden overeen met het verwachte aantal knipplaatsen van het gebruikte enzym. Afwijkende resultaten — geen band, een band op de verkeerde positie, een smear in plaats van scherpe banden, of onverwachte extra banden — wijzen op problemen met de monstervoorbereiding, primer-specificiteit, enzymactiviteit of DNA-kwaliteit, en worden hieronder verder toegelicht.
Een DNA-ladder bestaat uit fragmenten van bekende grootte in basenparen (bp) voor gebruik op agarosegels. Een molecuulgewichtmarker (MW-marker of protein ladder) bestaat uit eiwitten met bekende massa in kilodalton (kDa) voor gebruik op SDS-PAGE. Pre-stained markers zijn direct zichtbaar tijdens elektroforese; unstained markers vereisen kleuring na afloop.
Gelelektroforese is in meerdere klinische en diagnostische contexten een primaire of aanvullende methode:
Een correcte interpretatie van een PCR-gel verloopt als volgt:
Bij Labvakhandel vindt u naast elektroforesesystemen ook pipetten en pipetpunten voor het laden van de gel.
Disclaimer: De informatie in dit artikel is bedoeld als algemene technische toelichting. Canidae Seal B.V. / Labvakhandel.nl aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de toepassing van deze informatie in specifieke analytische, klinische of industriële situaties. Raadpleeg voor uw eigen toepassing altijd de geldende normen, vakliteratuur en de documentatie van fabrikant en apparatuur.
Inloggen
Wachtwoord vergeten
Account aanmaken
Uw winkelwagen is leeg.