De keuze voor een magneetroerder of hotplate stirrer hangt af van vier vragen: heeft u verwarming nodig, welk volume roert u, hoe viskeus is het medium, en wilt u meerdere monsters tegelijk verwerken. In dit overzicht leiden wij u stap voor stap door die beslispunten. Voor achtergrondinformatie over werking, roervlo's en veiligheid raadpleegt u het kennisbankartikel over de magneetroerder en hotplate stirrer.
Als u alleen wilt mengen of oplossen bij kamertemperatuur volstaat een magneetroerder zonder verwarming. Zodra u een reactie moet opwarmen, oplossingen tegen kristallisatie moet houden of extractie bij verhoogde temperatuur uitvoert, kiest u een hotplate stirrer. Wanneer u boven 100 °C werkt of exacte temperatuurregeling nodig heeft, is een externe temperatuurvoeler noodzakelijk. Ook de keuze tussen een keramisch of aluminium verwarmingsvlak speelt hierbij een rol.
Zodra u voor een hotplate stirrer kiest, bepaalt het materiaal van de verwarmingsplaat de chemische bestendigheid en de reinigbaarheid:
Werkt u regelmatig met corrosieve oplosmiddelen of geconcentreerde zuren, kies dan altijd een keramisch verwarmingsvlak. De ATEX-uitvoeringen in de tabel hieronder zijn vaak voorzien van een chemisch bestendige keramische of kunststof plaat.
Kleine volumes (tot circa 250 ml) roert u met een compacte magneetroerder en een kleine roervlo. Voor volumes tussen 250 ml en 5 liter kiest u een standaard tafelmodel met voldoende motorvermogen. Boven de 5 liter, of bij bekers en fermentors met een hoog vloeistofniveau, wordt de magnetische koppeling het knelpunt: overweeg dan een krachtiger model of stap over op een bovenroerder (overhead stirrer).
Bij laagvisceuze vloeistoffen (water, dunne bufferoplossingen) werkt vrijwel elke magneetroerder. Bij hogere viskositeit (glycerol, siropen, geconcentreerde polymeeroplossingen) verliest de magnetische koppeling het gevecht: de roervlo blijft dan stilstaan terwijl de motor draait. Voor viskeuze media kiest u een sterke magneetroerder met een grote, zware roervlo of u schakelt over op een bovenroerder.
Het instelbare toerentalbereik bepaalt hoe intensief u kunt roeren. Een laag starttoerental — vanaf circa 50 rpm — is nuttig bij delicate mengingen waarbij u schuimvorming of luchtinslag wilt vermijden, bijvoorbeeld bij celkweekbuffers of licht beluchte reagentia. Een hoog maximumtoerental (1500 tot 2000 rpm) maakt een sterke vortex mogelijk en versnelt het oplossen van poeders in dunne vloeistoffen. Voor de meeste waterige buffers, zoutoplossingen en reactiemengsels is een regelbaar bereik van 100 tot 1500 rpm ruim voldoende.
Werkt u met vloeistoffen op de grens van de magnetische koppeling — zoals glycerolrijke mengsels of gelatineuze media — begin dan altijd laag en verhoog het toerental geleidelijk om de roervlo niet te laten doorschieten. Digitale modellen geven het exacte toerental op het display; analoge modellen bieden alleen een indicatieve schaalverdeling. Zie voor een vergelijking de sectie Analoog of digitaal? verderop.
Voor routinewerk met meerdere kleine monsters (bijvoorbeeld parallelle reacties of bufferbereiding) is een multipositie-magneetroerder efficiënt. Deze plaatsen kunnen 4, 6, 15 of meer roerposities aansturen op één apparaat. Voor incidenteel werk of grotere volumes blijft één enkelvoudig apparaat vaak de betere keuze.
De hotplate meet standaard alleen de temperatuur van het verwarmingsvlak zelf, niet die van uw vloeistof. Voor reproduceerbare processen — vooral bij titraties, kristallisaties en reacties met een nauwe temperatuurmarge — is een externe temperatuurvoeler in de vloeistof onmisbaar. De hotplate regelt dan de energie op basis van de werkelijke vloeistoftemperatuur.
Het bedieningsconcept bepaalt hoe nauwkeurig u kunt instellen en reproduceren:
Voor onderwijs, incidenteel labwerk en eenvoudige practica is analoog doorgaans voldoende. Werkt u met vaste protocollen in een gecertificeerd laboratorium, dan is een digitaal model de logische keuze — zie ook de tabel hieronder voor een overzicht per type en toepassing.
Een hotplate blijft na uitschakelen lange tijd heet. Werk nooit onbewaakt met ontvlambare oplosmiddelen op een niet-ATEX apparaat, en gebruik voor zulke toepassingen een geschikt waterbad of verwarmingsmantel in plaats van een direct verwarmd oppervlak. Controleer bij digitale modellen periodiek de kalibratie van het toerental en (bij hotplates) van de temperatuurweergave. Kies bij keramische platen voor de juiste roervlo-vorm: te grote of te snelle staafjes veroorzaken springend of stilstaand gedrag.
Een magneetroerder functioneert alleen met een roervlo — het PTFE-omhulde magneetstaafje dat u in uw bekerglas of erlenmeyer laat vallen. Niet elk model wordt standaard met een roervlo geleverd; controleer dit bij de bestelling. Let bij de keuze van de roervlo op:
Achtergrondinformatie over roervlo-coatings, reiniging en het gedrag bij hogere viscositeiten vindt u in het kennisbankartikel over de magneetroerder en hotplate stirrer.
Heeft u het geschikte type bepaald? Bekijk het assortiment magneetroerders en hotplate stirrers voor een overzicht van beschikbare modellen bij Labvakhandel.
Disclaimer: De informatie in dit artikel is bedoeld als algemene technische toelichting. Canidae Seal B.V. / Labvakhandel.nl aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de toepassing van deze informatie in specifieke analytische, klinische of industriele situaties. Raadpleeg voor uw eigen toepassing altijd de geldende normen, vakliteratuur en de documentatie van fabrikant en apparatuur.
Inloggen
Wachtwoord vergeten
Account aanmaken
Uw winkelwagen is leeg.