pH-meting en potentiometrische titratie

pH-meting en potentiometrische titratie zijn de meest toegepaste elektrochemische technieken in het laboratorium. pH-meting bepaalt de zuurgraad van een waterige oplossing via het potentiaalverschil over een glasmembraan-elektrode. Potentiometrische titratie maakt gebruik van ditzelfde principe om het eindpunt van een titratie nauwkeurig te detecteren via de snelle verandering van de elektromotorische kracht (EMK) rondom het equivalentiepunt. Beide technieken zijn onmisbaar in de wateranalyse, farmaceutische industrie, voedingsmiddelenproductie, chemische synthese en kwaliteitscontrole.

Voor een gedetailleerde beschrijving van het meetinstrument zelf — typen, specificaties, kalibratie en onderhoud — zie het artikel De pH-meter als apparaat: werking, typen en keuze.

Principe van pH-meting

De pH is gedefinieerd als de negatieve logaritme van de waterstofion-activiteit: pH = −log(a₃₋). Een gecombineerde pH-elektrode bestaat uit een glasmembraan-elektrode (meetelektrode) en een referentie-elektrode in één behuizing. Het glasmembraan is selectief doorlaatbaar voor H⁺-ionen; het potentiaalverschil over het membraan wordt beschreven door de Nernst-vergelijking:

E = E₀ + (RT / F) · ln(a₃₋) = E₀ − 0,05916 · pH (bij 25 °C)

Elke pH-eenheid verandering geeft een potentiaalverandering van 59,16 mV bij 25 °C (Nernst-factor). Bij hogere temperaturen neemt de Nernst-factor toe; moderne pH-meters corrigeren automatisch via de ATC-functie (Automatic Temperature Compensation).

Schematisch overzicht van pH-meting en potentiometrische titratie: pH-elektrode, referentie-elektrode, pH-meter en titratiecurve
Figuur 1 — Links: pH-meting met gecombineerde elektrode. Rechts: potentiometrische titratie met eindpuntdetectie.

De pH-schaal uitgelegd: van zuur tot basisch

Wat betekent een pH-waarde van 7?

De pH-schaal loopt van 0 tot 14 en beschrijft de zuurgraad van een waterige oplossing:

pH-bereik Karakter Voorbeelden
pH 0–3 Sterk zuur Maagzuur (pH 1–2), verdund HCl, accu­zuur
pH 3–6 Zwak zuur Azijn (pH 2,9–3,5), sinaasappel­sap (pH 3,5), koffie (pH 5), regenwater (pH 5,6)
pH 7 Neutraal Zuiver water bij 25 °C; activiteit H⁺ = activiteit OH⁻ = 10⁻⁷ mol/l
pH 8–11 Zwak basisch Zeep­water (pH 9–10), baking soda (pH 8,3), zeewater (pH 8,1)
pH 11–14 Sterk basisch Ammonia (pH 11–12), natronloog (pH 13–14), bleekmiddel (pH 12)

Een lage pH betekent een hoge concentratie H⁺-ionen (zuur milieu); een hoge pH betekent een lage concentratie H⁺-ionen (basisch milieu). Elke pH-eenheid verschil correspondeert met een factor 10 in de H⁺-concentratie: pH 4 is tien keer zo zuur als pH 5 en honderd keer zo zuur als pH 6.

pH-normen voor water en laboratoriumtoepassingen

Toepassing pH-norm of -streefwaarde Norm
Drinkwater 6,5–9,5 EU Richtlijn 2020/2184; NEN 6411
Zwemwater (zwembad) 7,0–7,6 WHO zwemwater­richtlijnen
Lozings­water (afvalwater) 6,5–9,0 Activiteiten­besluit milieubeheer (NL)
Parenterale vloeistoffen (injectie) 4,5–8,5 (product­specifiek) Ph.Eur. 2.2.3
Celkweek ­medium 7,2–7,4 Fysiologisch bereik; fenol­rood­indicator controleert pH
HPLC mobiele fase (buffer) 2,0–8,0 (kolom­afhankelijk) Fabrikant­specificatie per kolom

De pH-elektrode

Een gecombineerde pH-elektrode bevat twee elementen in één behuizing. De meetelektrode bestaat uit een glazen bolvormig membraan (speciaal lithiumglas met hoge H⁺-selectiviteit) gevuld met een interne buffervloeistof (pH 7) en een interne referentieelektrode (Ag/AgCl). De referentie-elektrode levert een stabiel, concentratie-onafhankelijk potentiaal via een Ag/AgCl- of kalomel-systeem in een KCl-vulling die via een diafragma contact maakt met het monster.

Elektrodetypeën en hun toepassingen:

  • Standaard gecombineerde elektrode — universeel voor waterige oplossingen bij pH 0–14. Vloeistofdiafragma in keramiek of PTFE; KCl-gel of vloeistof als elektrolyt.
  • Gel-elektrode (niet-navulbaar) — onderhoudsvrij; geschikt voor routinemeting en veldwerk. Beperkte levensduur.
  • Vloeistofvulling (navulbaar) — langere levensduur; vereist regelmatige navulling met KCl-referentievloeistof. Voor nauwkeurige laboratoriummetingen.
  • Eiwit/organisch-resistente elektrode — speciale diafragma (dubbel junction, speciale elektrolyt) voor monsters met eiwitten, zware metalen of organische oplosmiddelen die het referentiediafragma van standaardelektroden verstoppen.
  • Micro-elektrode — voor kleine volumes (< 0,1 ml), celculturen, microfluidica.
  • Vlakke elektrode — voor meting op vaste of semi-vaste oppervlakken (huid, vlees, kaas, papier).
  • Penetratie-elektrode — puntvormig; voor meting in zachte vaste monsters (fruit, vlees, gel).

Kalibratie

Een pH-meter wordt gekalibreerd met gecertificeerde bufferoplossingen. Tweepuntskalibratie (pH 4,0 en 7,0 of pH 7,0 en 10,0) is standaard voor de meeste toepassingen. Driepuntskalibratie (pH 4,0, 7,0 en 10,0) geeft hogere nauwkeurigheid over het volledige bereik. Kalibratiefrequentie hangt af van de meetnauwkeurigheid en het gebruik: voor nauwkeurige metingen minimaal dagelijks; voor routinemeting elke sessie. Controleer altijd de helling (slope) na kalibratie: een nieuwe elektrode heeft een slope van 95–105 %, een verouderde elektrode < 90 % en dient vervangen te worden. Achtergrond over de bereiding en houdbaarheid van bufferoplossingen leest u in het artikel over buffers bereiden en bufferkeuze; voor de algemene bewaar- en use-by-regels van laboratoriumbuffers zie reagentia bewaren en houdbaarheidsduur.

Potentiometrische titratie

Bij potentiometrische titratie wordt de EMK van een indicatorelektrode (meestal een pH-elektrode bij zuurbazentitraties) continu gemeten terwijl titrant wordt toegevoegd. Rondom het equivalentiepunt stijgt de pH (of daalt, afhankelijk van de titratie) steil: de eerste afgeleide dpH/dV vertoont een maximum precies op het equivalentiepunt. Moderne autotitratoren doseren de titrant automatisch via een burette met stapgroottecorrectie: grotere stappen ver van het eindpunt, kleinere stappen rondom het equivalentiepunt voor nauwkeurige eindpuntbepaling.

Toepassingen van potentiometrische titratie:

  • Zuurbaze-titratie — totaal-zuurgehalte in voedingsmiddelen, alkaliniteit in water, zuurgetal in olie (ASTM D974), base-number (BN) in smeermiddelen (ASTM D2896).
  • Redoxtitratie — via redox-elektrode (Pt); bepaling van oxidatiemiddelen (permanganaat, dichromaat), Fe²⁺/Fe³⁺-verhouding, COD-titratie.
  • Neerslagtitratie (Ag-elektrode) — argentometrische titratie van chloride, bromide, jodide en thiocyanaat met zilvernitraat; Volhard-methode.
  • Complexometrische titratie (ion-selectieve elektrode)EDTA-titratie van Ca²⁺, Mg²⁺, Pb²⁺, Cu²⁺ met Ca- of Cu-selectieve elektrode als indicator.
  • Karl Fischer titratie — bepaling van watergehalte via coulometrische of volumetrische titratie; bielectrometrisch eindpunt via Pt-elektroden.

Hoe voer je een potentiometrische pH-titratie uit?

Een potentiometrische zuurbaze-titratie volgt in de praktijk een vast stramien:

  1. Voorbereiding — kalibreer de pH-elektrode met minimaal twee bufferoplossingen rondom het verwachte pH-bereik en controleer de slope.
  2. Monster doseren — breng een nauwkeurig bekend volume of gewicht van het monster (analyt) in het titratievat en voeg, indien nodig, oplosmiddel toe tot de elektrode volledig is ondergedompeld.
  3. Elektrode plaatsen — dompel de gekalibreerde pH-elektrode in de oplossing en start de magneetroerder voor een homogene menging zonder luchtinslag.
  4. Titrant toevoegen — doseer de titrant van bekende concentratie stapsgewijs vanuit de buret of autotitrator; ver van het verwachte equivalentiepunt in grotere stappen, dichtbij het equivalentiepunt in kleinere stappen.
  5. EMK/pH registreren — noteer na elke toevoeging het toegevoegde volume en de bijbehorende pH- of EMK-waarde, of laat de autotitrator dit automatisch loggen.
  6. Equivalentiepunt bepalen — zet de meetwaarden uit tegen het volume titrant en bepaal het equivalentiepunt via het maximum van de eerste afgeleide (dpH/dV).
  7. Gehalte berekenen — bereken de concentratie of het gehalte van de analyt uit het volume titrant op het equivalentiepunt via de stoechiometrische verhouding (zie rekenvoorbeeld verderop in dit artikel).
  8. Elektrode naspoelen en bewaren — spoel de elektrode na afloop met water en berg haar op in de juiste bewaarvloeistof.

Titreer je met een zuur of met een base?

De keuze van de titrant volgt rechtstreeks uit de aard van de analyt: de titrant moet de tegengestelde zuur-base-eigenschap hebben. Bij een zure analyt (bijvoorbeeld azijnzuur, een vetzuur of een zuur monster met onbekend zuurgehalte) wordt getitreerd met een basische titrant, meestal natronloog (NaOH) van bekende, exact ingestelde concentratie. Bij een basische analyt (bijvoorbeeld een aminebevattende oplossing, ammoniak of een basisch reinigingsmiddel) wordt juist getitreerd met een zure titrant, meestal zoutzuur (HCl) of zwavelzuur. Het principe is in beide gevallen identiek: de titrant neutraliseert de analyt totdat de stoichiometrische hoeveelheid is bereikt, zichtbaar als de steile potentiaal­sprong rond het equivalentiepunt. Bij een onbekend monster bepaalt een eerste oriënterende pH-meting (zuur of basisch milieu) welke titrant nodig is; bij specificatiebepalingen zoals zuurgetal (ASTM D974, titreren met KOH) of base-number (ASTM D2896, titreren met HCl) ligt de keuze van de titrant al vast in de norm.

De vier soorten titratie, de titratiecurve en de berekening van het equivalentiepunt

Wat zijn de vier soorten titratie?

Titratie is een analytische methode waarbij een oplossing van bekende concentratie (titrant) nauwkeurig wordt toegevoegd aan een oplossing van onbekende concentratie (analyt) tot het equivalentiepunt is bereikt — het punt waarop de hoeveelheid titrant exact stoichiometrisch gelijk is aan de hoeveelheid analyt. Vier hoofdtypen worden onderscheiden:

Type Reactie Indicator­elektrode Typisch voorbeeld
Zuurbaze­titratie H⁺ + OH⁻ → H₂O; neutralisatie­reactie pH-elektrode NaOH titratie van azijnzuur; total acidity in wijn; alkaliniteit in drinkwater
Redoxtitratie Elektron­overdracht tussen oxidator en reductor Platina­elektrode (redox) KMnO₄ titratie van Fe²⁺; K₂Cr₂O₇ titratie; jodometrische titratie van thiosulfaat
Neerslag­titratie Vorming van slecht oplosbaar neerslag Zilver­elektrode (Ag⁺-ISE) AgNO₃ titratie van Cl⁻ (argentometrie, Volhard); chloride in kaas en vleeswaren
Complexometrische titratie Vorming van stabiel metaal­complex met EDTA of ander complexeer­middel Metaal-ISE (Ca, Cu, Pb) of ion­selectieve elektrode EDTA­titratie van Ca²⁺ (waterhard­heid); EDTA­titratie van Mg²⁺; totale hard­heid

Jodometrie is een veelgebruikt subtype van de redoxtitratie waarbij jodium (I₂) als oxidator wordt ingezet of vrijgemaakt door reactie met de analyt. Jodide (I⁻) wordt vervolgens getitreerd met natriumthiosulfaat. Toepassingen: vitamine C­bepaling, chlor in water, zuurstof via Winkler­methode.

EDTA-titratie bestaat in twee varianten: directe EDTA-titratie (EDTA wordt direct aan het metaal­ion toegevoegd) en indirecte of terug­titratie (overmaat EDTA wordt toegevoegd, waarna het overschot wordt terug­getitreerd met een metaal­standaard­oplossing; toegepast wanneer directe titratie te traag verloopt).

Wat is de potentiometrische titratiecurve?

Bij potentiometrische titratie wordt de elektrode­potentiaal (mV) of pH uitgezet als functie van het toegevoegde volume titrant (ml). De resulterende curve heeft een karakteristieke S-vorm:

  • Voor het equivalentiepunt — de potentiaal verandert langzaam; de bufferwerking van het monster dempt grote sprongen
  • Rondom het equivalentiepunt — de potentiaal verandert steil (pH-sprong van meerdere eenheden per druppel titrant); dit is de inflectiezone
  • Na het equivalentiepunt — de potentiaal stabiliseert opnieuw bij overmaat titrant

Het equivalentiepunt wordt bepaald via de eerste afgeleide (dpH/dV of dE/dV): het maximum van de afgeleide­curve correspondeert exact met het equivalentiepunt. Moderne autotitratoren berekenen dit automatisch en geven het equivalentie­volume direct als uitkomst.

Wat is het verschil tussen het equivalentiepunt en het eindpunt?

Het equivalentiepunt is het theoretische punt waarop de toegevoegde hoeveelheid titrant stoichiometrisch exact overeenkomt met de hoeveelheid analyt. Het eindpunt is het punt waarop de titratie in de praktijk daadwerkelijk wordt gestopt: bij een visuele titratie het moment van kleuromslag van de indicator, bij een potentiometrische titratie het maximum van de eerste afgeleide. Beide punten liggen idealiter zeer dicht bij elkaar, maar zijn niet per definitie identiek; het verschil tussen eindpunt en equivalentiepunt wordt de titratiefout genoemd. Potentiometrische detectie via de afgeleide­curve benadert het werkelijke equivalentiepunt doorgaans nauwkeuriger dan een visuele kleuromslag, omdat de elektrode rechtstreeks de potentiaal­sprong rond het equivalentiepunt volgt in plaats van een subjectief waargenomen kleurverandering.

Hoe bereken je de titratie en het equivalentiepunt?

De basisberekening bij titratie berust op de stoechiometrie van de reactie. Voor een zuurbaze­titratie:

n(zuur) = n(base): c₁ × V₁ = c₂ × V₂

Waarbij c₁ en V₁ de concentratie en het volume van de analyt zijn, en c₂ en V₂ de concentratie en het volume van de titrant op het equivalentiepunt.

Rekenvoorbeeld: 20,00 ml azijn­zuur­oplossing wordt getitreerd met 0,1000 mol/l NaOH. Het equivalentiepunt wordt bereikt na 18,45 ml NaOH. De concentratie azijnzuur is:

c(AZ) = (0,1000 × 18,45) / 20,00 = 0,09225 mol/l

Bij meerwaardige zuren of basen wordt de valentie­factor (n) meegenomen: c₁ × V₁ × n₁ = c₂ × V₂ × n₂.

Ion-selectieve elektroden (ISE)

Naast de pH-elektrode bestaat een breed scala aan ion-selectieve elektroden die specifiek reageren op één ionsoort. Het principe is gelijk aan de pH-elektrode: een membraan (kristallijn, vloeibaar of polymeer) met selectiviteit voor het doelion genereert een Nernst-potentiaal evenredig met de logaritme van de ionactiviteit.

  • Fluoride-ISE — LaF₃-kristalmembraan; bepaling van fluoride in drinkwater (norm 1,5 mg/l) en tandpasta. Vereist TISAB-buffer (Total Ionic Strength Adjustment Buffer) voor complexering van interfererende ionen (Al³⁺, Fe³⁺).
  • Nitraat-ISE — vloeibaar membraan; voor nitraat in water en bodemextracten. Interfererend: chloride, perchloraat.
  • Ammonium-ISE — voor NH₄⁺ in afvalwater en mest; interferentie van K⁺ vereist correctie.
  • Calcium-ISE — voor Ca²⁺ in drinkwater, melk en bloedserum.
  • Chloride-ISE — AgCl/Ag₂S kristalmembraan; voor chloride in water, voedingsmiddelen en farmaceutische producten.
  • Dissolved oxygen (DO) elektrode — amperometrische Clark-elektrode of optische sensor voor opgeloste zuurstof in water en fermentatiemedia.

Toepassingen

Wateranalyse

pH, geleidbaarheid, opgeloste zuurstof en redoxpotentiaal (Eh) zijn de vier primaire veldparameters voor wateranalyse. pH wordt gemeten conform NEN 6411/ISO 10523. Totale alkaliniteit en hardheid (Ca + Mg) via titratie conform NEN ISO 9963 en NEN 6484. De organische belasting van afvalwater wordt apart bepaald via COD- en BZV-analyse.

Farmaceutische industrie

pH-bepaling van parenterale vloeistoffen, oogdruppels en infuusoplossingen conform Ph.Eur. 2.2.3. Watergehalte via Karl Fischer titratie (Ph.Eur. 2.5.12) is een kritische kwaliteitsattribuut voor vaste doseervormen en hygroscopische grondstoffen. Zuurtal en verzepingsgetal van vette oliën (Ph.Eur. 2.5.1/2.5.6) via potentiometrische titratie.

Voedingsmiddelen

Totaalzuurgehalte in wijn (ISO 6557), vruchten en dranken via titratie met NaOH. pH als kwaliteits- en veiligheidsindicator in zuivel (wrongelvorming), vlees (PSE-vlees) en conserven. Zoutgehalte (chloride) in kaas en vleeswaren via argentometrische titratie.

Chemische industrie

Procesbewaking van zuur-base-reacties, neutralisatiestappen in syntheseprocessen, pH-bewaking van galvanische baden en reinigingsoplossingen. Zuurtal in aardoliederivaten en smeeroliën via ASTM-methoden.

Voordelen en beperkingen

Voordelen Beperkingen
Eenvoudig, snel en goedkoop Elektrode vereist regelmatig onderhoud en kalibratie
Direct resultaat in oplossing Glasmembraan kwetsbaar; niet voor HF of sterk alkalisch (>pH 13)
Breed pH-bereik (0–14) Alkalifout bij pH > 12 (Na⁺-interferentie)
Autotitratie geeft nauwkeurige eindpuntbepaling Niet geschikt voor niet-waterige matrices zonder speciale elektrode
ISE voor brede reeks ionen beschikbaar ISE gevoelig voor interfereërende ionen; activiteit ≠ concentratie

Gerelateerde technieken

Voor de bepaling van ionen in waterige oplossingen met hogere selectiviteit en multi-elementmogelijkheden is voltammetrie de aanvullende electrochemische methode. Ionenconcentraties in waterige matrices worden ook bepaald via ICP-MS/ICP-OES en AAS. Voor de analyse van anionen (F⁻, Cl⁻, NO₃⁻, SO₄²⁻) is ionenchromatografie (IC) de referentiemethode.

Veelgestelde vragen

Hoe bewaar ik mijn pH-elektrode correct?

Bewaar een pH-elektrode altijd nat: in een verzadigde KCl-oplossing (3 mol/l) of in de bewaarvloeistof van de fabrikant. Nooit in demiwater of droog bewaren — dit beschadigt het glasmembraan en de referentie-aansluiting onomkeerbaar. Schroefdoppen met een kleine hoeveelheid bewaarvloeistof zijn geschikt voor korte opslag. Hydrateer een nieuwe of droog bewaarde elektrode minimaal 30 minuten in KCl-oplossing voor gebruik.

Mijn pH-meting is instabiel of geeft afwijkende waarden — wat controleer ik?

Controleer achtereenvolgens: vervuiling van het glasmembraan (reinig met 0,1 M HCl en spoel daarna met water), verstopt diafragma van de referentie-aansluiting (week in warm water of KCl-oplossing), helling na kalibratie (< 90 % wijst op verouderd glasmembraan), temperatuurcompensatie (ATC ingeschakeld), en luchtbellen in de elektrolytbrug. Elektroden ouder dan 1–2 jaar of met zichtbare beschadiging aan het glasmembraan dienen vervangen te worden.

Hoe lang gaat een pH-elektrode mee en wanneer moet ik haar vervangen?

Bij normaal laboratoriumgebruik en correcte bewaring (nat, in KCl-oplossing) gaat een pH-elektrode doorgaans 1 tot 2 jaar mee; bij intensief gebruik of agressieve monsters kan de levensduur korter zijn. Vervanging is aan de orde zodra de slope structureel onder de 90 % van de theoretische Nernst-waarde zakt, de responstijd duidelijk toeneemt, het glasmembraan zichtbaar beschadigd of gebarsten is, of de elektrode na reiniging niet meer stabiliseert op de verwachte bufferwaarden. Periodieke controle van de slope na elke kalibratie is de betrouwbaarste manier om veroudering tijdig te signaleren.

Wat is het verschil tussen pH-activiteit en pH-concentratie?

Een pH-elektrode meet de activiteit van H⁺-ionen, niet de concentratie. Bij lage ionsterkte (< 0,1 mol/l) zijn activiteit en concentratie nagenoeg gelijk. Bij hogere ionsterkte wijken ze af door interacties tussen ionen. Voor nauwkeurige concentratiebepalingen (bijv. in zeewateranalyse) worden ionsterkte-aanpassingsbuffers (TISAB) gebruikt om de ionsterkte van monster en kalibratiebuffer gelijk te maken.

Waarom potentiometrische titratie in plaats van een visuele indicator, en wat is het verschil met volumetrische titratie?

Bij klassieke visuele titratie signaleert een pH-indicator (bijv. fenolftaleine, methylrood) het eindpunt via kleurverandering. Bij potentiometrische titratie detecteert een elektrode het equivalentiepunt via de potentiaal­sprong. Voordelen van de potentiometrische methode:

  • Gekleurde of troebele monsters — in donkere bieren, oliën, sappen en sterk gekleurde vloeistoffen is een kleur­indicator onleesbaar; de elektrode werkt onafhankelijk van de monsterkleur
  • Hogere nauwkeurigheid — het equivalentiepunt via de eerste afgeleide is exacter dan visuele kleurschatting; herhaalbaarheid beter dan 0,1 % bij autotitratie
  • Niet-waterige media — olie­zuurgetal (ASTM D974), base­number in smeermiddelen en titraties in aceton of isopropanol hebben geen kleur­indicator voor het correcte pH­bereik; potentiometrisch werkt wel
  • Automatisering — autotitratoren detecteren het eindpunt automatisch en berekenen direct het gehalte; geen subjectieve kleur­beoordeling

Potentiometrische vs. volumetrische titratie: volumetrische titratie is de overkoepelende term voor alle titratie­methoden waarbij volume van de titrant wordt gemeten; potentiometrische titratie is een subtype waarbij de eindpunt­detectie electrochemisch plaatsvindt in plaats van visueel. Alle potentiometrische titraties zijn volumetrisch; niet alle volumetrische titraties zijn potentiometrisch.

Wat is een blanco-titratie en waarom is die nodig?

Een blanco-titratie is een titratie van het oplosmiddel of de matrix zonder de analyt, uitgevoerd onder dezelfde omstandigheden als de eigenlijke bepaling. Het verbruik aan titrant bij de blanco wordt afgetrokken van het titrantverbruik van het monster, zodat verontreinigingen in reagentia, CO₂-opname uit de lucht (bij sterk basische titranten) of een eigen zuur-baseachtergrond van het oplosmiddel niet ten onrechte aan de analyt worden toegeschreven. Bij potentiometrische titraties met lage analytconcentraties of bij niet-waterige titraties (zoals zuurgetalbepaling volgens ASTM D974) is een blanco-correctie vrijwel altijd noodzakelijk voor een betrouwbaar resultaat.

Wat is conductometrische titratie en hoe verschilt het van potentiometrische titratie?

Bij conductometrische titratie wordt de elektrische geleid­baarheid (conductiviteit, in mS/cm) van de oplossing gemeten als functie van het toegevoegde volume titrant, in plaats van de potentiaal of pH. Het eindpunt wordt gevonden als het minimum of buigpunt in de conductiviteitscurve.

Potentiometrische titratie Conductometrische titratie
Wat wordt gemeten? Elektrode­potentiaal (mV) of pH Elektrische geleid­baarheid (mS/cm)
Eindpunt­detectie Steilste punt van de S-curve (maximum eerste afgeleide) Minimum of buigpunt in de geleid­baarheids­curve; soms twee lineaire takken die kruisen
Gevoelig voor Activiteit van een specifiek ion (H⁺, Ag⁺, F⁻ etc.) Totale ion­concentratie in oplossing; niet ion­specifiek
Beste toepassing Zwakke zuren/basen, neerslag­titraties, gekleurde matrices, niet-waterige media Sterk zuur/base, zeer verdunde oplossingen, matrices met interfererende elektrode­vergiftiging
Is potentiometrie hetzelfde als conductometrie? Nee. Beide zijn electrochemische titratie­methoden maar meten andere grootheden. Potentiometrie meet potentiaal (V); conductometrie meet geleid­baarheid (S/cm). Ze worden soms gecombineerd op moderne multi­parameter titratoren.

Bij Labvakhandel vindt u pH-meters en elektroden, buretten en indicatoren en pH-papier voor titraties. U kunt natuurlijk ook contact op nemen voor advies bij de keuze van de juiste elektrode of titratieopstelling voor uw toepassing.

Onderdeel van: Voedingslaboratorium


Disclaimer: De informatie in dit artikel is bedoeld als algemene technische toelichting. Canidae Seal B.V. / Labvakhandel.nl aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de toepassing van deze informatie in specifieke analytische, klinische of industriële situaties. Raadpleeg voor uw eigen toepassing altijd de geldende normen, vakliteratuur en de documentatie van fabrikant en apparatuur.

Bestellijst

Uw winkelwagen is leeg.