Dissectie is het systematisch openen en vrijprepareren van een organisme of orgaan om de inwendige structuren zichtbaar te maken. In het laboratorium en onderwijs omvat dissectie alles van het openen van een regenworm voor een eerste kennismaking met de anatomie tot het nauwkeurig vrijprepareren van bloedvaten, zenuwen en organen bij grotere preparaten. Een dissectie is zo goed als het gereedschap waarmee zij wordt uitgevoerd. Wie met een te groot mesje fijne structuren probeert bloot te leggen, beschadigt wat hij wil bestuderen. Wie met een anatomisch pincet stevig weefsel vastpakt, verliest grip op het verkeerde moment. Dit artikel geeft een volledig overzicht van het scalpelsysteem — inclusief alle gangbare mesnummers en hun toepassingen — en gaat diep in op de overige dissectie-instrumenten: scharen, pincetten, sondes, naalden en baksystemen. Het is bedoeld voor iedereen die in het laboratorium of onderwijs met biologisch prepareerwerk te maken heeft, van de biologieleraar die een dissectieset samenstelt tot de laborant die histologisch weefsel verwerkt.
Een scalpel bestaat uit twee afzonderlijke componenten: een herbruikbaar heft en een wegwerpmesje. De verbinding tussen beide verloopt via een genormeerde bajonetfitting waarvan de afmetingen zijn vastgelegd in ISO 7740 en BS EN 27740. Dankzij die normering zijn heften en mesjes van verschillende fabrikanten onderling uitwisselbaar, zolang de fittingmaat overeenkomt. De nummering van de mesjes is fabrikant-onafhankelijk: een nr. 15-mesje van de ene leverancier heeft exact dezelfde geometrie als een nr. 15-mesje van een andere.
Er bestaan twee fittingmaten. De kleine fitting (nr. 3) is bestemd voor de mesjes met nummers 6 tot en met 16 en de fijne SM-serie (specialistische mesjes voor microchirurgie en oogheelkunde, te gebruiken op slanke driedelige fijne heften). De grote fitting (nr. 4) past bij de zwaardere mesjes met nummers 18 tot en met 27. Een mesje van de nr. 3-serie past fysiek niet op een nr. 4-heft en omgekeerd. Hoe u het verschil herkent: nr. 3-heften zijn slanker en lichter; nr. 4-heften zijn breder en zwaarder van constructie.
Heften zijn verkrijgbaar in verschillende uitvoeringen. Het standaard roestvrijstalen heft (nr. 3 of nr. 4) is het meest gebruikt: duurzaam, autoclaveerbaar en voorzien van een millimeterverdeling op de achterzijde die handig is bij het schatten van incisie-diepte of wondlengte. Het verlengde heft (nr. 3L of nr. 4L) biedt extra bereik bij diepere preparaties. Het bolvormige heft (nr. 5 voor fitting 3, nr. 6 voor fitting 4) geeft een andere gripvorm die sommige gebruikers als comfortabeler ervaren bij langdurig precisiewerk. Het slanke heft nr. 7 is lang en dun — vergelijkbaar met een pengreep — en wordt ingezet bij micropreparaties en histologisch werk waarbij vingertopcontrole centraal staat. Het ergonomische heft met getextureerd kunststof of rubber greepvlak is autoclaveerbaar en vindt toepassing in pathologie en histologie.
Naast herbruikbare heften bestaan er disposable scalpels: heft en mesje zijn hier als één geheel geleverd, steriel verpakt en bedoeld voor éénmalig gebruik. Zij worden ingezet wanneer het risico op kruisbesmetting de voorkeur geeft aan volledig wegwerpmateriaal, of wanneer sterilisatiecapaciteit ontbreekt. Uitschuifbare uitvoeringen — waarbij het mesje met een schuifmechanisme wordt afgedekt — bieden extra veiligheid bij gebruik en na afloop.
De nummers op scalpelmesjes hebben geen lineaire betekenis: nr. 23 is niet scherper dan nr. 10, en een hoger nummer betekent niet automatisch een groter of kleiner mesje. De nummering is historisch gegroeid en geeft uitsluitend de mesvorm aan. Elk nummer beschrijft een unieke combinatie van snijrandlengte, rugdikte, puntgeometrie en algehele afmeting. Sommige nummers zijn nauw verwant en verschillen slechts in een detail — nr. 10 en nr. 10A zijn bijvoorbeeld bijna identiek maar hebben een iets andere punthoek.
Wat de nummers wél verraden is de fittinggroep: nummers 6 t/m 16 zijn altijd nr. 3-fitting (klein heft), nummers 18 t/m 27 zijn altijd nr. 4-fitting (groot heft). Binnen elke groep is de vormvariatie aanzienlijk: van spits en driehoekig (nr. 11) tot breed en boogvormig (nr. 22), van halvemaanvormig (nr. 12) tot smal en langgerekt (nr. 15T).
Dit is de meest gestelde vraag bij mesjeselectie. Mesje nr. 10 heeft een brede, uitgesproken gebogen snijrand met een forse buik — geschikt voor lange, vloeiende sneden over een groter oppervlak. Mesje nr. 15 is als het ware een verkleinde nr. 10: dezelfde gebogen geometrie maar aanzienlijk kleiner, met een kortere snijrand en een fijnere punt. Het nr. 15-mesje geeft de gebruiker meer precisie en betere controle bij kleinere structuren, ten koste van snijrandlengte. Wie een lange huidincisie maakt, kiest nr. 10. Wie fijne preparaties uitvoert of kleine structuren wil blootleggen, kiest nr. 15.
Mesje nr. 10 en nr. 11 zijn de twee meest gebruikte mesjes in chirurgie en schoollab, maar ze zijn fundamenteel anders van opzet. Nr. 10 heeft een brede, gebogen snijrand — de buik van het mes snijdt. Het is bedoeld voor vloeiende sneden waarbij de gebruiker het mes over het weefsel trekt. Nr. 11 heeft een lange, spitse driehoekige punt met een rechte snijrand langs de onderkant — de punt snijdt. Het is ontworpen voor steekincisies en puntsgewijze sneden waarbij het mes recht naar binnen gaat. Als vuistregel: nr. 10 voor treksneden, nr. 11 voor steeksneden.
In het onderwijs en algemeen laboratoriumgebruik zijn de meest gebruikte nummers nr. 10, nr. 15, nr. 22 en nr. 23. Nr. 10 en nr. 15 zijn de werkpaarden van de kleine fitting: nr. 10 voor grotere incisies, nr. 15 voor fijn precisiewerk. Nr. 22 en nr. 23 zijn de meest gebruikte nummers van de grote fitting: nr. 22 voor de volle ronde boog, nr. 23 voor iets meer puntcontrole bij grote preparaten. In de chirurgie is nr. 15 wereldwijd het meest verkochte nummer, gevolgd door nr. 10 en nr. 22.
Chirurgische mesjes zijn verkrijgbaar in steriele en niet-steriele uitvoering. Steriele mesjes zijn individueel verpakt in folie en gesteriliseerd door gammabestraling; ze zijn direct bruikbaar zonder verdere behandeling en zijn verplicht bij ingrepen waarbij besmetting een risico is. Niet-steriele mesjes zijn per vijf of per honderd verpakt in aluminiumfolie — ze zijn beschermd tegen corrosie en vocht maar niet gesteriliseerd. Voor laboratoriumdissectie en onderwijs volstaan niet-steriele mesjes in vrijwel alle gevallen. Beide uitvoeringen zijn éénmalig gebruik; hergebruik van mesjes wordt afgeraden omdat de snijrand al na één gebruik merkbaar stomp wordt.
Mesje nr. 23 heeft een brede, volle buik — een grote snijrand met een uitgesproken boog, vergelijkbaar met de nr. 22 maar iets compacter. Mesje nr. 24 is smaller en langwerpiger van vorm: minder boogvormig, meer gericht op lange rechte of licht gebogen sneden. Voor het maken van brede incisies in dik weefsel verdient nr. 23 de voorkeur; voor langere rechte sneden in steviger materiaal is nr. 24 beter geschikt.
Belangrijk om te onthouden: er bestaan twee aparte nummersystemen. Fitting nr. 3 en fitting nr. 4 beschrijven de afmetingen van de bajonetkoppeling — fitting 3 is de kleine, fitting 4 de grote. Heftnummers (3, 3L, 4, 4L, 5, 6, 7, 9, B3) beschrijven de vorm en lengte van het heft zelf. Heften met de nummers 3, 3L, 5, 7, 9 en B3 hebben allemaal fitting nr. 3 en passen op de kleine mesjes (6–16). Heften 4, 4L en 6 hebben fitting nr. 4 en passen op de grote mesjes (18–27). Het heft volgt dus altijd het mesje. Een nr. 4-heft is breder, zwaarder en geschikter voor toepassingen waarbij meer kracht nodig is. Een nr. 3-heft is slanker en beter geschikt voor precisie en subtiel werk. Het heft nr. 7 is een uitzondering: lang en zeer slank, ontworpen voor een pengreep en voor microchirurgisch werk; het past op dezelfde nr. 3-mesjes.
Scalpelmesjes zijn per definitie extreem scherp — scherpte is geen eigenschap die per nummer verschilt, maar het resultaat van het slijpproces en het gebruikte staal. Alle chirurgische mesjes worden machinaal geslepen op een hoek die specifiek is voor de beoogde toepassing. Wat wel verschilt is de puntscherpte: mesje nr. 11 heeft de meest geprononceerde spitse punt van de hele reeks en is daarmee het instrument van keuze wanneer een precieze steek- of puntsincisie vereist is. Mesje nr. 15 combineert een fijne punt met een kleine gebogen snijrand en wordt ook als subtiel en nauwkeurig ervaren.
Een dissectieschaar is geen gewone schaar. De geometrie van het blad, de verhouding tussen steel en snijrand, de puntuitvoering en de stijfheid van het scharnier zijn alle afgestemd op een specifiek weefseltype en werkdiepte. De verkeerde schaar beschadigt structuren die intact moeten blijven; de juiste schaar snijdt precies wat bedoeld is zonder omliggende weefsels te raken.
Dissectiescharen worden langs twee assen ingedeeld. De eerste as is recht versus gebogen: rechte scharen geven maximale controle over de snijlijn en zijn geschikt voor vlakke, toegankelijke preparaties; gebogen scharen volgen de contour van organen en wanden en zijn onmisbaar voor het werken in lichaamsholten of rondom ronde structuren. De tweede as is grof versus fijn, uitgedrukt in het type waarnaar de schaar is vernoemd.
Mayo-scharen zijn de zwaarste dissectiescharen in algemeen gebruik. Ze hebben een korte, brede snijrand ten opzichte van de steel, zijn gebouwd voor steviger weefsel en kunnen kraakbeen, pezen, dikke bindweefsellagen en fascies doorknippen. De punten zijn doorgaans beide stomp (stomp-stomp) of één stomp en één scherp (stomp-scherp). In het laboratorium worden Mayo-scharen ingezet bij grote preparaten — complete zoogdieren, grote organen — waar ruwe opening van de buik- of borstholte vereist is. Standaardlengte is 14 tot 23 cm.
Metzenbaum-scharen zijn het werkpaard van nauwkeurig prepareerwerk. Ze onderscheiden zich van Mayo-scharen door een langere steel ten opzichte van het blad en een dunnere, fijner geslepen snijrand. Die verhouding geeft meer hefboom en minder directe kracht, wat subtielere sneden mogelijk maakt. Metzenbaum-scharen worden gebruikt voor het lossnijden van bindweefsel, het vrijprepareren van bloedvaten en zenuwen, en het knippen van dunne weefselmembranen. Ze zijn verkrijgbaar recht en gebogen, in lengtes van 14 tot 23 cm. In het universitair laboratorium zijn ze standaard bij orgaanpreparaties en bij het verwerken van histologisch materiaal.
Iris-scharen zijn de kleinste scharen in het dissectiepakket, oorspronkelijk ontwikkeld voor oogheelkunde maar breed inzetbaar in elk prepareerwerk dat fijnere structuren vereist. Ze zijn klein (9–11 cm), licht en voorzien van fijne punten — beide scherp, of één scherp/één stomp. Iris-scharen worden gebruikt voor het snijden van dunne vliezen, zenuwweefsel, kleine bloedvaten en weefsels onder de stereomicroscoop. Gebogen uitvoeringen zijn onmisbaar voor het werken op moeilijk bereikbare plaatsen.
Knopscharen (ook wel sondescharen) hebben een stompe, afgeronde knopvormige punt aan één of beide bladen. Die knop voorkomt dat de punt bij het openen van holten het onderliggende weefsel doorprikt. Ze worden gebruikt voor het openen van de buikholte langs de midlijn, het inknippen van bloedvaten en het snijden langs de darm.
Het materiaal van dissectiescharen is vrijwel altijd roestvrij staal (RVS). Uitvoeringen met een ingelegd wolfraamcarbide-snijvlak zijn scherper en blijven langer snijden, maar zijn ook duurder. Voor routinematig schoolgebruik volstaat standaard RVS; voor intensief laboratoriumgebruik is een wolfraamcarbide-uitvoering een verantwoorde investering. Alle RVS-scharen zijn autoclaveerbaar; reinig scharnierpunt en bladen direct na gebruik om ingedroogde weefselresten te voorkomen.
Pincetten zijn in het prepareerwerk onmisbaar voor het vasthouden, positioneren en optillen van weefsels — maar de keuze voor het verkeerde type leidt tot weefselschade of verlies van controle. De drie hoofdtypen verschillen fundamenteel in puntgeometrie en daarmee in toepassingsgebied.
Een veelgestelde vraag is wat het verschil is tussen een "gewone" pincet en een chirurgisch of anatomisch pincet. Een gewone pincet — zoals een keukenpincet of cosmetisch pincet — is niet ontworpen voor weefselmanipulatie: de punten sluiten onnauwkeurig, de veerwerking is niet gecalibreerd en het materiaal is vaak te zacht voor autoclaveren. Anatomische en chirurgische pincetten zijn precisie-instrumenten van instrumentenstaal (medische kwaliteit roestvrij staal) met exact passende punten, constante veerkracht en een oppervlakteafwerking die reinigen en steriliseren mogelijk maakt. Gebruik voor prepareerwerk altijd instrumentkwaliteit.
Het anatomisch pincet (ook wel tissue forceps of gladde-punten-pincet) heeft gladde, vlakke binnenvlakken zonder tanden of opstaande randen. Het weefsel wordt samengedrukt maar niet doorboord. Dit maakt het anatomisch pincet geschikt voor kwetsbaar weefsel — dunne membranen, zenuwweefsel, bloedvatwanden — waarbij de minste beschadiging vereist is. Het nadeel is dat glad weefsel kan wegglijen, zeker wanneer het nat of vettig is. Voor het optillen van preparaten in een dompelbad of bij het oprichten van weefsel bij micropreparatie is dit het instrument van keuze.
Het chirurgisch pincet (rat-tooth forceps) heeft aan beide punten één of meer tanden die in elkaar grijpen wanneer het pincet wordt gesloten: de meest gangbare configuratie is 1×2 (één tand op de ene arm, twee tanden op de andere). De tanden geven een vaste grip op stevig weefsel — huid, fascie, peesweefsel — maar laten altijd een kleine punctie achter. In het prepareerwerk wordt het chirurgisch pincet gebruikt voor structuren waar beschadiging acceptabel is of waar een betere grip noodzakelijk is om veilig te kunnen snijden. Gebruik het nooit op bloedvaten, zenuwen of delicate orgaanoppervlakken.
Micro-pincetten en juwelierspincetten zijn uiterst fijne pincetten met spitse punten van minder dan 0,1 mm diameter aan de tip. Ze zijn bedoeld voor werk onder de stereomicroscoop of bij microscopische preparaties: het losmaken van zenuwvezels, het manipuleren van embryonaal weefsel, het plaatsen van coupes op objectglaasjes. Uitvoeringen in titanium zijn licht en niet-magnetisch; uitvoeringen in RVS zijn robuuster maar iets zwaarder. Spitse rechte punten worden gebruikt voor vlakke preparaties; gebogen punten voor werken in diepere preparaten.
Het ringpincet (klemtang of tampontang) heeft een vergrendelingsmechanisme — een getande steel met kliksluiting — waarmee het pincet gesloten kan worden zonder actieve handkracht. Dit maakt het geschikt voor het langdurig fixeren van weefsel of het vasthouden van preparaten gedurende andere handelingen. In de pathologie wordt het ringpincet gebruikt voor het vasthouden van organen tijdens het wegen of fotograferen.
Gebruikstechniek: een pincet wordt gehouden tussen duim en wijsvinger, met de ringvinger als steun aan de buitenzijde van één arm. Knijp alleen zo hard als nodig is om grip te houden — overtollige kracht veroorzaakt onnodige weefselschade bij anatomische pincetten en verhoogt het risico op scheuren bij chirurgische. Werk altijd met het pincet en het scalpel in dezelfde werkrichting: pincet fixeert, mes snijdt langs het pincet af. Wissel regelmatig van hand om vermoeidheid en trilling te beperken.
Pincetten zijn verkrijgbaar in lengtes van 10 cm (fijn werk, korte arm) tot 20 cm en langer (diepe preparaties, grote preparaten). Als vuistregel geldt: kies een pincet dat minstens even lang is als de diepte waarop u werkt, zodat de vingers nooit het werkgebied hinderen. Alle RVS-pincetten zijn autoclaveerbaar; micro-pincetten van titanium eveneens, maar ze vereisen bescherming van de punten tijdens sterilisatie.
De stompe sonde (probe) is een van de meest ondergewaardeerde instrumenten in het dissectiepakket. Het is een metalen of kunststof staaf met een bolvormige of afgeronde punt, verkrijgbaar recht of licht gebogen. De sonde wordt gebruikt om kanalen, holten en lagen te verkennen vóórdat er gesneden wordt: door de sonde voorzichtig in te brengen en te bewegen voelt de gebruiker de anatomische structuur zonder die te beschadigen. Bij schooldissecties is de sonde standaard aanwezig voor het in kaart brengen van de darmloop, het verkennen van de galwegen en het openen van het pericard.
De dissectienaald (teaser needle) bestaat uit een dunne naald — recht of licht gebogen — in een houten of metalen houder. Het instrument wordt gebruikt voor het uit elkaar trekken van bindweefsel en het losmaken van structuren die niet gesneden maar gesepareerd moeten worden. Twee naalden tegelijk gebruiken geeft optimale controle: de ene naald fixeert de structuur, de andere trekt het bindweefsel weg. Bij het vrijprepareren van zenuwen en bloedvaten is de dissectienaald onvervangbaar. Wanneer dissectienaalden scherp zijn, zijn ze ook inzetbaar voor het doorprikken van membranen en het loswrikken van aanhechtingspunten.
De gekromde naald (curved probe) combineert de sondefunctie met een meer uitgesproken krom — handig voor het loshaken van structuren achter organen of het opheffen van weefsels die over andere structuren liggen.
De preparatiespatel is een plat, breed instrument zonder snijrand, gebruikt voor het opzij schuiven van organen, het oprollen van weefselflappen en het opscheppen van uitgespreide structuren. In de histologie wordt een spatelvorm ook gebruikt voor het uitspreiden van coupes op een waterbad voor plaatsing op objectglaasjes.
Een dissectiebak biedt een stabiel, vloeistofabsorberend werkvlak waarop het preparaat kan worden vastgezet. De keuze van de bodem is bepalend voor de gebruikservaring.
De klassieke wasbodem (paraffine of beeswax-mengsel) is veerkrachtig, neemt spelden goed op en biedt een lichte weerstand die voorkomt dat spelden doorschieten. Nadelen zijn verkleuring door bloed en fixatiemiddelen, moeilijker te reinigen en gevoelig voor organische oplosmiddelen. Een paraffinebodem kan worden vernieuwd door de bak te verwarmen en opnieuw te gieten.
De siliconenbodem is inert tegenover vrijwel alle chemicaliën, inclusief ethanol en formaline, makkelijk schoon te maken en autoclaveerbaar. Spelden worden goed vastgehouden. De kleur (zwart of grijs) geeft een goed contrast met licht weefsel. Siliconenbakken zijn de standaard voor professioneel gebruik.
Formaten lopen uiteen van petrischaalmaat (Ø 9 cm, voor kleine ongewervelden en insecten) via middelformaat (20×15 cm, voor vissen, kikkers en organen) tot grote rechthoekige bakken (30×20 cm of meer, voor complete kleine zoogdieren zoals rat of muis).
Dissectiespelden in roestvrij staal zijn de standaard: corrosiebestendig, autoclaveerbaar en duurzaam. Rechte spelden worden gebruikt voor vlakke fixatie; T-spelden bieden meer grip bij het omhoogvouwen van weefselflappen. Entomologische spelden zijn dunner (0,2–0,5 mm diameter) en zijn onmisbaar voor het monteren van insecten en andere kleine ongewervelden waarbij gewone spelden het preparaat zouden beschadigen.
Snijwonden door scalpelmesjes en dissectiespelden zijn de meest voorkomende letsels in het biologielaboratorium. De risico's zijn beheersbaar met een consequente werkmethode.
Een mesje wordt nooit met blote vingers op een heft geplaatst of verwijderd. Gebruik altijd een pincet of naaldhouder: grijp het mesje aan de rug (tegenover de snijrand), schuif het over de bajonetfitting en laat het klikken. Bij verwijderen: grijp opnieuw aan de rug, druk het heft licht terug en schuif het mesje van de fitting af — altijd weg van het lichaam en weg van andere aanwezigen. Een mes verwijderaar (blade remover) is een plastic hulpstuk dat specifiek voor dit doel is ontworpen en het risico op letsel verder reduceert.
Gebruikte mesjes, dissectienaalden en spelden worden uitsluitend afgevoerd in een naaldencontainer (sharps container) — nooit in een gewone afvalbak. Een naaldencontainer wordt gesloten zodra hij voor driekwart gevuld is en als scherp afval afgevoerd.
De verplichte persoonlijke bescherming bij dissectiewerk bestaat minimaal uit een veiligheidsbril, nitril- of latexhandschoenen en een labjas. Bij gebruik van geconserveerde preparaten in formaline is adequate ventilatie of werken in een zuurkast vereist.
Dissectie-instrumenten moeten direct na gebruik worden gereinigd. Ingedroogd weefsel en bloedresten in schaarscharnieren en de bajonetgleuf van het heft zijn moeilijk te verwijderen en vormen een risico op biologische besmetting bij hergebruik. Spoel instrumenten direct na gebruik af onder koud stromend water — nooit heet water, omdat dat eiwitten denatureert en ze aan het oppervlak fixeert.
Voor grondig reinigen wordt een enzymatisch reinigingsmiddel aanbevolen: enzymatische middelen breken eiwitten, vetten en bloedresiduen af bij kamertemperatuur en zijn bijzonder effectief voor de smalle gleuf van schaarscharnieren en heftsleufjes. Zie voor meer achtergrond ons artikel over laboratoriumreinigingsmiddelen.
Herbruikbare heften en RVS-instrumenten worden gesteriliseerd in een autoclaaf bij 134 °C. Controleer vóór sterilisatie de bajonetfitting van het heft op slijtage: een versleten fitting houdt een mesje niet meer correct vast, wat een ernstig veiligheidsrisico oplevert. De fitting-afmetingen zijn genormeerd (ISO 7740); een heft waarvan de gleuf zichtbaar verwijdt of beschadigd is, dient te worden vervangen. Zie het artikel over autoclaven voor meer informatie over sterilisatieprotocollen.
Voor het openen van een varkenhart is mesje nr. 22 of nr. 23 (grote fitting, nr. 4-heft) de standaardkeuze: het hart is stevige spier die een groter mesje vereist. Voor een varkensoog wordt aangeraden met een nr. 22 de sclera te openen en vervolgens met een nr. 15 of irisschaar fijner te prepareren. Bij regenworm, kikker of kreeft volstaat een nr. 10 of nr. 15 voor alle incisies.
Ja. Scalpelmesjes zijn brede industriestandaard instrumenten die naast chirurgie ook worden ingezet in laboratoriumdissectie, histologie, pathologie, entomologie, modelmakers, leerbewerkers en diverse ambachtelijke toepassingen. De nummering en de bajonetfitting zijn genormeerd en universeel; de mesjes zijn niet beperkt tot medisch gebruik.
Een anatomisch pincet heeft gladde punten en beschadigt weefsel minimaal; een chirurgisch pincet heeft tanden die in elkaar grijpen voor een stevigere grip maar een kleine beschadiging achterlaten. Voor kwetsbaar weefsel kiest u anatomisch; voor stevig weefsel dat grip vereist, kiest u chirurgisch.
De vier belangrijkste types voor laboratoriumgebruik zijn het anatomisch pincet (gladde punten, voor delicaat weefsel), het chirurgisch pincet (getande punten, voor stevig weefsel), het micro-pincet of juwelierspincet (uiterst fijne punten, voor werk onder de microscoop) en het ringpincet of klemtang (met vergrendeling, voor langdurig vasthouden). Een gewone keuken- of cosmetische pincet is geen instrument: de punten sluiten onnauwkeurig, het materiaal is niet autoclaveerbaar en de veerkracht is niet gecalibreerd voor precisiewerk met weefsel.
Een Mayo-schaar is zwaar, heeft een kort blad ten opzichte van de steel en is bedoeld voor stevig weefsel, kraakbeen en pezen. Een Metzenbaum-schaar heeft een langer steel-blad-verhouding, is fijner geconstrueerd en geschikt voor nauwkeurig prepareerwerk in zacht weefsel. Als vuistregel: Mayo voor openen en grof snijden, Metzenbaum voor vrijprepareren.
Gebruik altijd een pincet, naaldhouder of een specifieke mes verwijderaar — nooit blote vingers. Grijp het mesje aan de rug (niet de snijrand), verwijder het van de fitting af van het lichaam en van anderen, en deponeer het direct in een naaldencontainer. Leg een gebruikt mesje nooit los op een werktafel.
Ja, mits de fittingmaat overeenkomt. De bajonetfitting is genormeerd volgens ISO 7740 en BS EN 27740. Een nr. 15-mesje van fabrikant A past op een nr. 3-heft van fabrikant B. Controleer altijd of beide voldoen aan de norm; bij afwijkende of beschadigde fittingen kan een mesje losschieten.
Mesje nr. 12 heeft een halvemaanvorm met de snijrand aan de binnenzijde van de krom. Het is ontworpen voor het snijden op plaatsen die met een conventioneel mes moeilijk bereikbaar zijn, voor het snijden rondom structuren en voor het verwijderen van hechtingen. In het laboratorium wordt het soms ingezet voor het vrijprepareren van structuren in nauwe ruimten of voor het knippen van ringvormige weefselstructuren.
Dissectie-instrumenten zijn onderdeel van een bredere instrumenten- en prepareergereedschapsketen. Zie voor aanvullende informatie onze artikelen over dissectie en prepareren in het laboratorium, preparaatkleuringen en microscopie. Voor de persoonlijke veiligheid bij prepareerwerk verwijzen wij naar het artikel over persoonlijke bescherming in het laboratorium.
Bekijk ons assortiment scalpels en chirurgische mesjes en pincetten en prepareermaterialen, of neem contact op voor advies bij het samenstellen van een complete dissectieset voor uw laboratorium of onderwijsinstelling.
Disclaimer: De informatie in dit artikel is uitsluitend bedoeld voor educatieve en informatieve doeleinden. Labvakhandel aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade die voortvloeit uit het toepassen van de beschreven technieken zonder inachtneming van de geldende veiligheidsvoorschriften en laboratoriumrichtlijnen.
Inloggen
Wachtwoord vergeten
Account aanmaken
Uw winkelwagen is leeg.