Persoonlijke bescherming in het laboratorium

In een laboratorium wordt gewerkt met chemische stoffen, open vuur, scherp glaswerk en biologisch materiaal. Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM's) vormen de laatste verdedigingslinie tegen restrisico's die niet door technische of organisatorische maatregelen zijn weggenomen. Dit artikel geeft een overzicht van de meest gebruikte PBM's in laboratoriumomgevingen, de eisen waaraan ze moeten voldoen en de keuzeoverwegingen per toepassing.

Wat zijn persoonlijke beschermingsmiddelen?

Persoonlijke beschermingsmiddelen zijn hulpmiddelen die de drager beschermen tegen gevaren voor de veiligheid en gezondheid. Ze worden ingezet wanneer risico's niet volledig door bronaanpak of technische maatregelen kunnen worden geëlimineerd. In de Europese PBM-verordening (EU 2016/425) zijn eisen vastgelegd waaraan PBM's moeten voldoen voor CE-markering. Werkgevers zijn op grond van de Arbowet verplicht om een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) op te stellen en op basis daarvan passende PBM's ter beschikking te stellen.

PBM's zijn onderverdeeld in drie categorieën naar risicozwaarte. Categorie I omvat eenvoudige beschermingsmiddelen tegen minimale risico's. Categorie II betreft de meeste gangbare laboratorium-PBM's zoals handschoenen en veiligheidsbrillen. Categorie III omvat PBM's tegen ernstige of fatale risico's, zoals ademhalingsbescherming voor toxische stoffen.

Wie betaalt PBM's?

Op grond van de Arbowet is de werkgever verplicht om de benodigde persoonlijke beschermingsmiddelen kosteloos ter beschikking te stellen aan medewerkers. De kosten van PBM's mogen niet worden verhaald op de werknemer — ook niet via inhoudingen op het loon of eigen bijdragen.

De werkgever is daarnaast verantwoordelijk voor:

  • het onderhoud, de reiniging en tijdige vervanging van herbruikbare PBM's;
  • het instrueren van medewerkers over het correcte gebruik van de beschikbaar gestelde PBM's;
  • het bijhouden van een register van verstrekte PBM's, indien van toepassing onder de RI&E-documentatieplicht.

Wanneer een werknemer een PBM beschadigt door onzorgvuldig gebruik, kan de werkgever in bijzondere gevallen civielrechtelijk verhaal zoeken — maar dit laat de primaire verstrekkingsplicht onverlet. Raadpleeg voor de toepassing in uw laboratorium de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E).

Laboratoriumjas

De laboratoriumjas beschermt de eigen kleding en huid tegen spatten, gemorste chemicaliën en besmetting met biologisch materiaal. Of een labjas als PBM kwalificeert hangt af van de risico's in de specifieke werksituatie. Als werkkleding beschermt hij de eigen kleding; als PBM beschermt hij de drager tegen gevaren voor veiligheid en gezondheid.

Labjas of labjacket: wat is het verschil?

Een laboratoriumjas (ook wel labjas of witte jas genoemd) reikt doorgaans tot kniehoogte en biedt daarmee bescherming aan het grootste deel van het lichaam, inclusief de dijen. Een labjacket is een kortere variant — vergelijkbaar met een werkjasje — die tot de heup of het middel reikt. Het labjacket biedt minder lichaamsoppervlak bescherming en is daardoor minder geschikt als PBM bij werk met chemicaliën of biologisch materiaal. Het labjacket wordt soms gebruikt in industriële omgevingen waar mobiliteit zwaarder weegt dan uitgebreide bescherming, of als bovenste laag in combinatie met aanvullende beschermende kleding.

Voor laboratoriumtoepassingen waarbij spatten, biologisch materiaal of ontvlambare stoffen een rol spelen, verdient de volledige laboratoriumjas de voorkeur. De norm EN 13688 stelt eisen aan beschermende kleding voor algemeen gebruik; specifiekere eisen gelden voor thermische bescherming (EN ISO 11612) en elektrostatische bescherming (EN 1149).

Wat is het verschil tussen een stofjas en een laboratoriumjas?

Een stofjas is een werkkledingstuk dat bedoeld is om de eigen kleding te beschermen tegen vuil, stof en slijtage — en kwalificeert doorgaans niet als persoonlijk beschermingsmiddel in de zin van de PBM-verordening. Een laboratoriumjas voldoet aan technische normen voor beschermende kleding (onder meer EN 13688) en is specifiek ontworpen om de drager te beschermen tegen chemische spatten, biologisch materiaal en — afhankelijk van het materiaal — thermische gevaren.

In de praktijk ziet u stofjassen met name in magazijnen, apotheken en schoonmaakdiensten; laboratoriumjassen van 100% katoen of vlamvertragend materiaal horen thuis in chemische, biologische en industriële laboratoria waar de jas als PBM fungeert. Wanneer de labjas als PBM is aangemerkt in de RI&E, gelden de verstrekkings- en onderhoudseisen van de Arbowet — zie ook de sectie risicoanalyse in het laboratorium.

Lengte en maatadvies

Een laboratoriumjas dient tot circa kniehoogte te reiken om de bovenbeenpartij afdoende te beschermen. Bij korter knielange modellen blijft een deel van het onderbeen onbeschermd; dit is acceptabel bij laag risico op spatten maar onvoldoende bij intensief werk met bijtende of toxische vloeistoffen.

Qua maatkeuze geldt als vuistregel dat de labjas comfortabel over de eigen kleding moet passen zonder te krap te zitten of de bewegingsvrijheid te beperken. Bij twijfel kiest u één maat groter: een labjas die te krap zit kan scheuren en biedt minder bescherming. Labjassen zijn beschikbaar in unisex modellen, in maten XXS tot en met XXL. Let bij aanschaf op de mouwhoogte: de mouwen van de labjas moeten de eigen kleding volledig afdekken.

Waarom is een laboratoriumjas wit?

De witte kleur heeft een praktische achtergrond: verontreinigingen — spatten van chemicaliën, bloed of andere biologische vloeistoffen — zijn op een witte jas direct zichtbaar. Dat maakt snelle signalering van besmetting mogelijk. In ziekenhuizen en medische laboratoria versterkt de witte kleur daarnaast de herkenbaarheid van zorgpersoneel. In sommige laboratoria worden gekleurde labjassen gebruikt om verschillende afdelingen of functies te onderscheiden, bijvoorbeeld blauw voor de keuken of oranje voor gevaarlijke stoffen. De technische beschermingswaarde van de jas is echter niet afhankelijk van de kleur, maar van het materiaal en de constructie.

Materiaal en brandgedrag

De keuze van het materiaal is bepalend voor de beschermingswaarde, met name bij werk met open vuur of ontvlambare stoffen:

  • 100% katoen: smelt niet bij contact met vlammen en biedt passieve brandvertraging. De dichtheid van de stof (g/m²) bepaalt in hoge mate de mate van brandvertragendheid — hoe hoger de dichtheid, hoe beter. Wasbaar op hoge temperatuur (60 °C of hoger), wat volledig reinigen en steriliseren mogelijk maakt.
  • Polyester of polyester/katoen mix: duurzamer en comfortabeler dan puur katoen, maar polyester kan bij contact met vlammen smelten en aan de huid kleven. Dit vergroot het risico op ernstige brandwonden. Niet aanbevolen bij werk met open vuur of ontvlambare stoffen, tenzij de stof een brandvertragende behandeling heeft ondergaan.
  • Brandvertragende (FR) stoffen: speciaal behandeld of geweven materiaal dat voldoet aan brandvertragende normen. Aan te bevelen bij frequent werk met open vuur of brandbare vloeistoffen.

Pasvorm en gebruik

Een labjas moet goed sluiten en lang genoeg zijn om ook de kleding onder de jas te bedekken. Mouwen van de eigen kleding mogen niet uitsteken. De jas moet altijd gesloten gedragen worden. Bij werk met open vuur geldt aanvullend dat lange haren opgestoken moeten zijn en dat licht ontvlambare kleding, sjaals en losse kledingstukken niet onder de labjas mogen uitsteken.

Regelmatig wassen is essentieel — gemorste chemicaliën kunnen door een vuile jas heen slaan naar de kleding eronder. Was de jas op de hoogst toegestane temperatuur voor het materiaal en controleer na het wassen op vlekken die kunnen duiden op restanten van chemicaliën. Een jas met onbekende chemische besmetting mag niet gedragen worden totdat de aard van de besmetting is vastgesteld.

Labjas wassen en drogen: praktische richtlijnen

Een labjas van 100% katoen is doorgaans machinewasbaar op 60 °C of hoger, wat ook geschikt is voor thermische desinfectie. Polyester-katoen mengsels zijn in de meeste gevallen wasbaar op 40 tot 60 °C; raadpleeg altijd het verzorgingsetiket.

Voor het drogen gelden de volgende richtlijnen:

  • Katoenen labjassen kunnen bij lage tot matige droogtemperatuur in een droger worden gedroogd, maar kunnen licht krimpen. Controleer na drogen of de pasvorm en sluiting nog intact zijn.
  • Polyester-katoen mengsels zijn doorgaans droogwas-bestendiger dan puur katoen, maar hoge droogtemperaturen kunnen de vezel aantasten. Drogen op lage temperatuur of luchten heeft de voorkeur.
  • Brandvertragende (FR) labjassen mogen niet op hoge temperatuur worden gedroogd of chemisch worden gereinigd, tenzij de fabrikant dit uitdrukkelijk toestaat. Hoge temperaturen of verkeerde wasmiddelen kunnen de brandvertragende behandeling aantasten.

Handschoenen

Handschoenen beschermen de handen tegen chemische stoffen, biologisch materiaal, snijwonden en thermische gevaren. De keuze van het juiste handschoentype is cruciaal: niet elk handschoen biedt bescherming tegen elke stof.

Nitril handschoenen

Nitril is het meest gebruikte materiaal voor laboratoriumhandschoenen. Nitril handschoenen zijn latexvrij en poedervrij, wat allergische reacties minimaliseert. Ze bieden goede bescherming tegen een breed scala aan chemicaliën, waaronder verdunde zuren, basen en vele organische oplosmiddelen. Beschikbaar in blauw of zwart, in maten S tot en met XL. Wegwerphandschoenen van nitril voldoen aan EN 455 (medisch gebruik) en EN 420 (algemene beschermende handschoenen).

Wanneer zijn nitrilhandschoenen niet geschikt?

Ondanks de brede chemische bestendigheid van nitril zijn er stoffen waartegen nitrilhandschoenen onvoldoende bescherming bieden. Nitril biedt beperkte weerstand tegen:

  • Geconcentreerde aromatische en gehalogeneerde oplosmiddelen, zoals aceton, methylethylketon (MEK), toluen en dichloormethaan. Bij contact met deze stoffen kan de doorbraaktijd van dunne wegwerpnitrilhandschoenen zeer kort zijn — soms minder dan een minuut.
  • Geconcentreerde oxiderende zuren, zoals salpeterzuur en waterstofperoxide in hoge concentraties. Butylrubber of neopreen bieden in die gevallen betere bescherming.

Raadpleeg bij twijfel altijd de chemische bestendigheidstabel van de fabrikant van de specifieke handschoen, inclusief de opgegeven doorbraaktijd bij de betreffende stof en concentratie. Dikke herbruikbare nitrilhandschoenen (0,3 mm of dikker) bieden doorgaans langere doorbraaktijden dan dunne wegwerpmodellen van dezelfde samenstelling.

Latex handschoenen

Latex handschoenen bieden uitstekende tactiele gevoeligheid en flexibiliteit. Ze zijn geschikt voor algemeen laboratoriumgebruik en biologisch werk, maar kunnen bij gevoelige personen allergische reacties veroorzaken. In omgevingen waar latexallergie een risico is verdienen nitril handschoenen de voorkeur.

Nitril, vinyl of latex: wat is beter?

De drie meest gebruikte materialen voor wegwerphandschoenen in het laboratorium verschillen op een aantal punten:

  • Nitril biedt de beste chemische bestendigheid van de drie en is latexvrij. Voor de meeste laboratoriumtoepassingen is nitril de eerste keuze, met name bij werk met organische oplosmiddelen, zuren en basen.
  • Latex heeft de hoogste tactiele gevoeligheid en elasticiteit, maar biedt minder chemische bescherming dan nitril en veroorzaakt bij sommige personen een allergische reactie. Geschikt voor biologisch werk waarbij fijne motoriek essentieel is.
  • Vinyl (PVC) is goedkoper dan nitril en latex, maar heeft een beduidend lagere chemische bestendigheid en permeabiliteit. Vinyl handschoenen zijn niet geschikt bij werk met organische oplosmiddelen of geconcentreerde chemicaliën. Ze worden voornamelijk ingezet bij voedselverwerking of licht biologisch werk waarbij chemische resistentie geen vereiste is.

Voor laboratoriumtoepassingen is nitril in de meeste gevallen de beste keuze vanwege de combinatie van chemische bestendigheid, allergieprofiel en tactiele gevoeligheid. Raadpleeg bij twijfel altijd de chemische bestendigheidstabel van de fabrikant.

Is nitril rubber?

Nitril is een synthetisch rubber — ook aangeduid als NBR (nitrile butadiene rubber). Het wordt geproduceerd door polymerisatie van acrylonitrile en butadieen, en bevat geen natuurlijk latexeiwit. Dat maakt nitrilhandschoenen geschikt voor personen met een latexallergie. Anders dan natuurrubber (uit de Hevea-boom) is nitril volledig synthetisch van oorsprong en wordt het specifiek ontwikkeld voor de combinatie van chemische bestendigheid, rek en punctuurweerstand die voor laboratoriumgebruik vereist is.

Keuzeadvies: dikte en AQL

Naast het materiaal bepalen dikte en kwaliteitsklasse de beschermingswaarde. De dikte van nitrilhandschoenen varieert doorgaans van 0,08 tot 0,15 mm voor wegwerphandschoenen. Een dikkere handschoen biedt langere doorbraaktijden bij chemisch contact, maar vermindert de tactiele gevoeligheid. De AQL-waarde (Acceptable Quality Level) geeft aan hoeveel pinholes statistisch zijn toegestaan per partij: een lagere AQL-waarde (AQL 1,0 of lager) duidt op een hogere kwaliteitsstandaard. Voor medisch en biologisch werk wordt AQL 1,5 of lager aanbevolen.

Welke maat nitrilhandschoenen heb ik nodig?

De juiste maat handschoen is van belang voor zowel comfort als bescherming. Een handschoen die te strak zit beperkt de bewegingsvrijheid en vergroot de kans op scheuren; een handschoen die te ruim zit vermindert de tactiele gevoeligheid en kan loskomen. Meet de omtrek van uw hand op het breedste punt (over de knokkels, duim niet meegeteld) om de juiste maat te bepalen:

MaatHandommtrek (cm)
XS< 17 cm
S17 – 19 cm
M19 – 21 cm
L21 – 23 cm
XL> 23 cm

Fabrikanten kunnen licht afwijkende maatvoering hanteren; raadpleeg altijd de maattabel van de specifieke handschoen. Bij twijfel tussen twee maten kiest u de grotere maat: een iets ruimere handschoen is in de meeste laboratoriumsituaties veiliger dan een te strakke.

Zweten in handschoenen

Zwetende handen bij het dragen van nitril of latex handschoenen zijn een veelvoorkomend verschijnsel. Handschoenen zijn luchtdicht en verhinderen verdamping van vochtigheid, waardoor warmte en zweet zich ophopen. Een aantal maatregelen kan dit beperken:

  • Kies de juiste maat: een te strakke handschoen belemmert de doorbloeding en vergroot transpiratie.
  • Beperk de draagduur tot wat voor de taak noodzakelijk is en wissel handschoenen bij langdurig werk.
  • Katoenen binnenhandschoenen (liner gloves) kunnen transpiratie absorberen, maar verminderen de tactiele gevoeligheid en zijn alleen geschikt bij taken waarbij geen chemisch contact te verwachten is via de buitenhandschoen.
  • Poedervrije handschoenen verminderen de kans op huidirritatie door transpiratie; gepoederde handschoenen zijn in de meeste laboratoria inmiddels niet meer toegestaan vanwege besmettingsrisico's.

Hoe lang kun je nitrilhandschoenen dragen?

De maximale draagduur hangt af van twee factoren: de doorbraaktijd bij de gebruikte stof en de hygiënische staat van de handschoen.

  • Doorbraaktijd: dit is de tijd die een chemische stof nodig heeft om door het handschoenmateriaal te migreren naar de binnenzijde. Fabrikanten publiceren doorbraaktijden per stof in chemische bestendigheidstabellen. Zodra de doorbraaktijd is bereikt, biedt de handschoen geen bescherming meer — ook als hij van buiten onbeschadigd lijkt.
  • Visuele integriteit: vervang de handschoen direct bij zichtbare beschadiging, perforatie of na contact met een stof waarbij de maximale blootstellingsduur is bereikt.
  • Hygiëne en kruisbesmetting: draag niet dezelfde handschoenen voor verschillende taken of stoffen. Verwijder handschoenen altijd vóór het aanraken van deurklinken, telefoons of andere oppervlakken buiten de werkzone.

Wegwerphandschoenen zijn bedoeld voor één gebruiksmoment en worden na afronding van de taak weggegooid — ook wanneer er geen zichtbare besmetting is.

Handschoenen bij eczeem of gevoelige huid

Laboratoriummedewerkers met eczeem of een gevoelige huid lopen een verhoogd risico op huidirritatie bij langdurig handschoengebruik. Handschoenen houden warmte en vocht vast, wat bestaande huidproblemen kan verergeren. Een aantal maatregelen beperkt dit risico:

  • Kies poedervrije handschoenen: talk- of maïszetmeelpoeder in gepoederde handschoenen is een bekende oorzaak van huidirritatie en contactallergie. Poedervrije nitril handschoenen hebben de voorkeur.
  • Vermijd latex bij latexallergie: latexallergie kan zich uiten als contacteczeem of — in ernstige gevallen — als systemische allergische reactie. Nitril is in dat geval de aangewezen keuze.
  • Beperk de draagduur: wissel handschoenen regelmatig en laat de handen tussendoor drogen. Was de handen na het uitdoen van handschoenen met een huidvriendelijk middel en breng daarna een beschermende handcrème aan.
  • Overleg met de bedrijfsarts: bij persisterende huidklachten door handschoengebruik is een consult bij de bedrijfsarts of dermatoloog aangewezen. De werkgever is op grond van de Arbowet verplicht om passende maatregelen te treffen.

Overige handschoentypen

Voor specifieke toepassingen zijn gespecialiseerde handschoenen beschikbaar. Dikke butylrubber of neopreen handschoenen bieden betere bescherming bij langdurig contact met geconcentreerde chemicaliën. Hittebestendige handschoenen zijn vereist bij werk met ovens, autoclaven of vloeibare stikstof. Raadpleeg altijd de chemische bestendigheidstabel van de fabrikant bij twijfel over de geschiktheid voor een specifieke stof.

Oogbescherming

De ogen zijn bijzonder kwetsbaar voor spatten van chemicaliën, stofdeeltjes en UV-straling. In laboratoria waar met vloeistoffen, drukopbouw of stralende bronnen wordt gewerkt, is oogbescherming in de meeste gevallen verplicht.

Wanneer veiligheidsbril, wanneer spatbril?

De keuze tussen een veiligheidsbril en een spatbril (volledig gesloten chemicaliënbril) hangt af van het risicoprofiel van de werkzaamheden:

  • Een veiligheidsbril met zijbescherming is geschikt bij laag tot matig risico op spatten: algemeen glaswerkgebruik, werken met verdunde oplossingen, stofvorming bij droge stoffen.
  • Een spatbril is vereist bij werk met geconcentreerde zuren, basen of andere bijtende vloeistoffen, bij drukopbouw in gesloten systemen, bij gebruik van grote volumes gevaarlijke vloeistoffen, en bij handelingen waarbij spatten naar het gezicht een reëel risico vormt.

Een spatbril vervangt een veiligheidsbril niet in alle situaties — bij stofvorming zonder spatrisico kan een veiligheidsbril met zijbescherming voldoende zijn. Bij combinatie van risico's (stof én spat) geniet de spatbril de voorkeur.

Is een veiligheidsbril verplicht?

Op grond van de Arbowet is de werkgever verplicht om op basis van de RI&E passende PBM's ter beschikking te stellen. Voor laboratoria betekent dit in de praktijk dat oogbescherming in vrijwel alle situaties waarbij met vloeistoffen, gassen of stof wordt gewerkt verplicht is. De specifieke vereiste — veiligheidsbril of spatbril — staat beschreven in rubriek 8 van het veiligheidsinformatieblad (VIB) van de gebruikte stof; let er bij aanschaf op dat nieuwe brillen voldoen aan EN ISO 16321-1 (de opvolger van EN 166, van kracht vanaf november 2025). In de praktijk hanteert men in veel laboratoria de vuistregel dat oogbescherming altijd gedragen wordt zodra men de laboratoriumruimte betreedt, ongeacht de specifieke taak.

Veiligheidsbril voor brildragers

Brildragers kunnen kiezen uit twee oplossingen: een overzetbril die over de eigen bril heen wordt gedragen, of een veiligheidsbril op sterkte. Overzetbrillen zijn direct inzetbaar en geschikt voor occasioneel gebruik; een veiligheidsbril op sterkte biedt doorgaans meer draagcomfort bij langdurig gebruik. De werkgever is niet automatisch verplicht een veiligheidsbril op sterkte te vergoeden, maar wanneer de reguliere werkzaamheden continue oogbescherming vereisen, kan dit redelijkerwijs worden verlangd.

Veiligheidsbril

Een veiligheidsbril met zijbescherming biedt basisbescherming tegen spatten en vliegende deeltjes. De actuele Europese norm is EN ISO 16321-1 (van kracht vanaf november 2025, opvolger van EN 166). Verkrijgbaar in uitvoeringen met en zonder anti-condens coating (markering N). Geschikt voor algemeen laboratoriumgebruik bij laag tot matig risico op spatten.

Waar moet een veiligheidsbril aan voldoen?

Tot november 2025 gold voor oogbescherming de Europese norm EN 166. Vanaf 11 november 2025 is EN 166 als geharmoniseerde norm vervallen en vervangen door EN ISO 16321-1. Nieuwe producten kunnen sindsdien niet langer op basis van EN 166 worden gecertificeerd; producten met een geldig EN 166-certificaat mogen nog worden verkocht zolang dat certificaat geldig is.

De actuele norm voor oogbescherming in het laboratorium is EN ISO 16321-1. Deze norm stelt eisen aan optische kwaliteit, mechanische sterkte en markering. De markering op het montuur en de glazen geeft aan waartegen de bril beschermt:

  • Optische kwaliteit (1): de markering 1 op het glas geeft aan dat de glazen continu gedragen kunnen worden zonder noemenswaardige vertekening.
  • Stralingsfilters: U voor ultravioletbescherming, R voor infrarood, G voor zonnestraling. Deze filters zijn onder EN ISO 16321-1 opgenomen in de basisnorm — aparte normen zoals EN 170 en EN 171 vervallen daarmee.
  • Mechanische bescherming: HM voor hoge massa, C/D/E voor lage, middelhoge en hoge impactsnelheid, T voor extreme temperaturen.
  • Coatingtesten: K voor krasbestendigheid, N voor anti-condens.
  • Spatbescherming (3): de code 3 op het montuur staat voor vloeistofspuitingen; in laboratoria standaard vereist.

Controleer bij aanschaf altijd of de bril de CE-markering en de EN ISO 16321-1-certificering draagt. Raadpleeg voor de specifieke beschermingseisen het veiligheidsinformatieblad (VIB) van de gebruikte stof.

Spatbril (chemicaliënbril)

Een spatbril sluit volledig aan op het gezicht en biedt ringvormige bescherming rondom de ogen. Vereist bij werk met geconcentreerde zuren, basen of andere bijtende vloeistoffen waarbij het risico op spatten hoger is. Verkrijgbaar met indirecte ventilatie om beslaan te minimaliseren.

Gelaatsscherm

Een gelaatsscherm beschermt het gehele gezicht en wordt gebruikt als aanvulling op een veiligheidsbril bij werk met verhoogd spatrisico, drukopbouw of grote volumes gevaarlijke vloeistoffen. Het vervangt de veiligheidsbril niet — beide worden gecombineerd gedragen.

Adembescherming

Adembescherming is vereist wanneer schadelijke dampen, gassen, stof of aeroërolen niet voldoende door ventilatie of afzuiging worden beperkt. In goed geventileerde laboratoria met een zuurkast is aanvullende adembescherming vaak niet nodig; bij werken buiten de zuurkast met vluchtige of toxische stoffen kan dit echter wel vereist zijn.

Wanneer is adembescherming verplicht?

Adembescherming in het laboratorium is verplicht wanneer technische maatregelen — zoals werken in een zuurkast of lokale afzuiging — onvoldoende zijn om de blootstelling onder de wettelijke grenswaarden te houden. Concrete situaties waarbij aanvullende adembescherming vereist kan zijn:

  • Werken met vluchtige organische oplosmiddelen buiten de zuurkast, bijvoorbeeld bij monstername of het overpompen van oplosmiddelen.
  • Hanteren van poedervormige chemicaliën of toxisch stof waarbij fijnstofvorming optreedt.
  • Werken met biologische agentia waarbij aerosolvorming mogelijk is (zie ook de BSL-klasse van het materiaal).
  • Situaties waarbij de zuurkast tijdelijk buiten gebruik is of de luchtsnelheid onvoldoende blijkt.

De verplichting en het vereiste type adembescherming zijn vastgelegd in rubriek 8 van het veiligheidsinformatieblad (VIB) van de gebruikte stof.

Wat betekent FFP?

FFP staat voor Filtering Face Piece — een wegwerpstofmasker met geïntegreerd filtermateriaal. De norm EN 149 onderscheidt drie beschermingsklassen op basis van filtratieëfficiëntie en maximaal inwaarts lek:

  • FFP1: filtert minimaal 80% van de deeltjes. Geschikt bij niet-toxisch stof, zoals kalkstof of houtstof. Niet voldoende voor gebruik in een chemisch laboratorium bij blootstelling aan toxische of biologisch actieve deeltjes.
  • FFP2: filtert minimaal 94% van de deeltjes. Geschikt voor matig toxisch stof en bio-aërosolen bij laag tot matig risiconiveau.
  • FFP3: filtert minimaal 99% van de deeltjes. Vereist bij hoog toxisch stof, carcinogene stoffen of biologische agentia met verhoogd infectierisico.

Let op: geen van de drie FFP-klassen biedt bescherming tegen gassen of dampen. Raadpleeg voor meer informatie over maskertypen en toepassingen het kennisbankartikel Adembescherming in het laboratorium.

Wat is beter, FFP2 of FFP3?

FFP2 en FFP3 zijn filterklassen voor wegwerpstofmaskers volgens EN 149. Het verschil zit in de filtratieëfficiëntie en het maximale lekpercentage:

  • FFP2 filtert minimaal 94% van de deeltjes en heeft een maximaal totaal inwaarts lek van 8%. Geschikt bij werk met matig toxisch stof en bio-aeroëroslen bij laag tot matig risiconiveau.
  • FFP3 filtert minimaal 99% van de deeltjes en heeft een maximaal totaal inwaarts lek van 2%. Vereist bij werk met hoog toxisch stof, fijn respirabel stof, biologische agentia met verhoogd infectierisico of carcinogene stoffen.

Voor de meeste laboratoriumtoepassingen waarbij stofmaskers worden ingezet — zoals het wegen van poedervormige chemicaliën of het werken met biologisch materiaal — volstaat FFP2. FFP3 is vereist wanneer de stof een hoge toxiciteit heeft of wanneer de blootstellingsgrenswaarde zeer laag ligt. Beide typen bieden geen bescherming tegen gassen of dampen.

Welk masker is beter: N95 of FFP2?

N95 en FFP2 zijn vergelijkbare filterklassen uit respectievelijk de Amerikaanse (NIOSH) en Europese (EN 149) normeringsystemen. Beide filteren minimaal 94–95% van de deeltjes bij een gestandaardiseerde luchtstroom. Er zijn echter relevante verschillen:

  • N95 (NIOSH, VS): getest op 0,3 µm deeltjes bij een luchtstroom van 85 l/min. Filtratieëfficiëntie minimaal 95%. Geen eis aan maximaal totaal inwaarts lek.
  • FFP2 (EN 149, Europa): getest op een combinatie van deeltjesgrootten. Filtratieëfficiëntie minimaal 94% bij totaal inwaarts lek van maximaal 8%. De norm stelt ook eisen aan de pasvorm op het gezicht.

Voor gebruik in een Europees laboratorium zijn maskers met CE-markering en EN 149-certificering (FFP2 of FFP3) de aangewezen keuze. N95-maskers zonder CE-markering voldoen formeel niet aan de Europese PBM-vereisten en kunnen in een RI&E-context niet worden gebruikt als gecertificeerd PBM. In de praktijk bieden N95 en FFP2 een vergelijkbaar beschermingsniveau, maar voor arbeidsrechtelijke doeleinden prevaleert de Europese certificering.

Soorten adembescherming in het laboratorium

  • Halfgelaatsmasker met filters: geschikt voor bescherming tegen specifieke gassen en dampen. Het filtertype (A, B, E, K of combinaties) moet zijn afgestemd op de te beschermen stof. Filters hebben een beperkte levensduur en moeten tijdig worden vervangen.
  • FFP2/FFP3 maskers: filteren fijn stof en bio-aeroëroslen. FFP3 biedt de hoogste bescherming en wordt gebruikt bij werk met toxisch stof of biologische agentia. Niet geschikt voor bescherming tegen gassen of dampen.
  • Wegwerpmaskers (chirurgisch/medisch): bieden geen bescherming tegen chemische dampen en zijn niet geschikt als PBM in een chemisch laboratorium.

Passendheidstest voor halfgelaatsmaskers

Een halfgelaatsmasker biedt alleen de beoogde bescherming wanneer het masker goed aansluit op het gezicht van de drager. Zelfs een kwalitatief hoogwaardig masker lekt bij een onvoldoende pasvorm langs de rand, waardoor de beschermingswaarde sterk afneemt.

Voor herbruikbare halfgelaatsmaskers schrijft de Arbowet voor dat werkgevers periodiek een passendheidstest (fit test) laten uitvoeren. Er zijn twee methoden:

  • Kwalitatieve fit test: de drager ruikt of proeft een teststof (bitter of zoet) terwijl het masker gedragen wordt. Een eenvoudige en snelle methode, geschikt voor de meeste laboratoriumsituaties.
  • Kwantitatieve fit test: met een meetapparaat wordt de deeltjesconcentratie binnen en buiten het masker vergeleken. Geeft een nauwkeurige fit factor en is vereist voor maskers die worden ingezet bij hoog toxische of carcinogene stoffen.

Voer na het opzetten van een halfgelaatsmasker altijd een gebruikscontrole uit: dek de uitademventiel af en blaas licht uit — het masker mag niet lekken langs de randen. Raadpleeg voor een volledig overzicht van maskertypen en keuzeoverwegingen het kennisbankartikel Adembescherming in het laboratorium.

Hoe lang mag je een FFP3-masker gebruiken?

Wegwerpmaskers van het type FFP2 en FFP3 zijn ontworpen voor éénmalig gebruik. De gebruiksduur hangt af van drie factoren:

  • Vervuiling van het filter: naarmate het filter volraakt met stofdeeltjes neemt de ademweerstand toe. Vervang het masker zodra de ademweerstand merkbaar groter wordt.
  • Vochtigheid: uitgeademde vochtigheid tast het filtermateriaal aan. Een masker dat nat aanvoelt of zichtbaar vervuild is, moet direct worden vervangen.
  • Blootstellingsniveau: bij werk met hoog toxische of carcinogene stoffen is de aanbevolen draagduur korter dan bij matig toxisch stof. Raadpleeg de fabrikantsinstructies en het veiligheidsinformatieblad (VIB) van de betreffende stof.

Sommige wegwerpmaskers zijn voorzien van een NR-markering (Not Reusable) — deze mogen uitsluitend voor één dienst worden gebruikt. Maskers zonder NR-markering mogen in principe meerdere diensten worden gebruikt mits ze droog en onbeschadigd zijn, maar voor laboratoriumtoepassingen met toxische of biologisch actieve stoffen is eenmalig gebruik de veiligste keuze. Herbruikbare halfgelaatsmaskers met verwisselbare filters hebben een langere levensduur; zie daarvoor het kennisbankartikel Adembescherming in het laboratorium.

Aanvullende beschermingsmiddelen

Naast labjas, handschoenen, oogbescherming en adembescherming behoort gesloten schoeisel tot de basisuitrusting in het laboratorium. Open schoeisel zoals sandalen of slippers is in een laboratorium niet toegestaan: bij het morsen van chemicaliën of het vallen van glaswerk bieden ze geen enkele bescherming. Stevige, gesloten schoenen die de gehele voet afdekken zijn de minimumstandaard; veiligheidsschoenen met stalen neus zijn vereist wanneer met zware apparatuur of recipiënten wordt gewerkt.

Aanvullende beschermingsmiddelen

Afhankelijk van de specifieke werksituatie kunnen naast de basisPBM's aanvullende middelen vereist zijn:

  • Gehoorbescherming: bij gebruik van apparatuur die langdurig hoge geluidsniveaus produceert, zoals een ultrasoon bad of centrifuge zonder geluidsdemping.
  • Beschermende schorten: aanvullend op de labjas bij werk met grote volumes bijtende vloeistoffen.
  • Cryogene handschoenen: bij het hanteren van vloeibare stikstof of droog ijs; gewone nitril wegwerphandschoenen bieden geen bescherming tegen extreme koude.

Welke aanvullende PBM's vereist zijn, staat beschreven in rubriek 8 van het veiligheidsinformatieblad (VIB) van de gebruikte stof.

  • Veiligheidsschoenen: bij werk met zware objecten of gemorste chemicaliën op de vloer. Open schoeisel zoals sandalen is in een laboratorium niet toegestaan.
  • Gehoorbescherming: bij gebruik van apparatuur die langdurig hoge geluidsniveaus produceert, zoals een ultrasoon bad of centrifuge zonder geluidsdemping.
  • Beschermende schorten: aanvullend op de labjas bij werk met grote volumes bijtende vloeistoffen.

Gevaren en bijbehorende PBM's

De keuze van PBM's moet altijd zijn gebaseerd op de specifieke gevaren in de werksituatie. De meest voorkomende gevaren in laboratoria en de bijbehorende basisbescherming zijn:

  • Chemische spatten: spatbril of veiligheidsbril, nitril handschoenen, gesloten labjas
  • Open vuur / ontvlambare stoffen: katoenen labjas met hoge dichtheid, geen synthetische kleding eronder
  • Biologisch materiaal: nitril of latex handschoenen, spatbril, gesloten labjas
  • Toxische dampen / vluchtige stoffen: zuurkast als primaire maatregel, halfgelaatsmasker met passend filter als aanvulling
  • Scherp glaswerk: snijbestendige handschoenen bij het werken met scherp glaswerk of gebroken materiaal
  • Hoge temperaturen (oven, autoclaaf): hittebestendige handschoenen

De vereiste PBM's per stof staan beschreven in rubriek 8 van het veiligheidsinformatieblad (VIB): type handschoen inclusief doorbraaktijd, filtertype voor adembescherming en vereiste oogbescherming.

Gedragsregels en hygiëne in het laboratorium

Persoonlijke beschermingsmiddelen zijn de laatste verdedigingslinie — maar de beste bescherming begint bij veilig gedrag. De volgende gedragsregels gelden in vrijwel elk laboratorium als basisstandaard en vormen een aanvulling op de PBM-verplichting.

Wat zijn de gedragsregels voor laboratoria?

  • Eten en drinken: strikt verboden in het laboratorium. Voedsel en dranken kunnen chemische stoffen of biologisch materiaal opnemen via kruisbesmetting, wat bij inname tot ernstige gevolgen kan leiden. Dit verbod omvat ook kauwgom en lippenbalsem aanbrengen.
  • Haar en loshangende kleding: lang haar moet worden opgestoken of vastgezet bij het betreden van het laboratorium. Sjaals, losse sieraden en wijde mouwen die onder de labjas uitsteken verhogen het risico bij werken met open vuur of roterende apparatuur.
  • Handen wassen: altijd grondig wassen na het uitdoen van handschoenen, vóór het verlaten van het laboratorium, en in elk geval vóór eten, drinken of toiletbezoek. Gebruik zeep en water; handgel alleen als aanvulling.
  • Contactlenzen: het dragen van contactlenzen in een laboratorium is in veel instellingen afgeraden of verboden. Bij oogcontact met chemicaliën is het verwijderen van contactlenzen tijdens spoelen moeilijk en vertragen ze de decontaminatie. Brildragers raadplegen de sectie over veiligheidsbrillen voor brildragers verderop in dit artikel voor de juiste beschermingsopties.
  • Werken alleen: bij gevaarlijke werkzaamheden is het verboden om alleen in het laboratorium aanwezig te zijn zonder dat een collega in de buurt is of periodiek controle plaatsvindt.
  • Labjas buiten het laboratorium: de labjas mag niet buiten de laboratoriumruimte worden gedragen — ook niet naar de kantine of de toiletten. Dit voorkomt verspreiding van chemische of biologische besmetting naar andere ruimten.

Voor een volledig overzicht van de veiligheidsregels die gelden voor chemische werkzaamheden in een onderwijssetting, zie het kennisbankartikel Veilig werken in het scheikundelokaal.

Noodvoorzieningen in het laboratorium

Noodvoorzieningen zijn het vangnet wanneer PBM's en veilig gedrag onvoldoende zijn gebleken. De aanwezigheid en bereikbaarheid van noodmiddelen is in de meeste laboratoria wettelijk verplicht en wordt gecontroleerd bij een risicoanalyse (RI&E).

Nooddouche en oogdouche

Bij huidcontact met bijtende of toxische stoffen moet de getroffen huid of slijmvlieszone onmiddellijk en gedurende minimaal 15 minuten worden gespoeld met ruim water. Een nooddouche biedt daarvoor een constante watertoevoer over het gehele lichaam; een oogdouche is specifiek ontworpen voor het spoelen van de ogen bij een lage druk die het hoornvlies niet beschadigt.

  • Nooddouche en oogdouche moeten bereikbaar zijn binnen 10 seconden lopen vanuit elke werkplek in het laboratorium.
  • De watertemperatuur van een nooddouche dient lauw te zijn (15–37 °C) om onderkoeling bij langdurig spoelen te voorkomen.
  • Test de voorzieningen periodiek op werking; stilstaand water in de leiding spoelt u voor gebruik door.

Brandblusmiddelen

In een laboratorium worden doorgaans CO2-blusser en blusdeken als primaire blusmiddelen aangehouden. Een poederblusser is in laboratoria minder wenselijk omdat het poeder apparatuur en reagentia onherstelbaar kan beschadigen. De blusdeken is met name geschikt voor het doven van kleding- of personenbrand.

  • Controleer jaarlijks de keuringsvervaldag van brandblusmiddelen.
  • Gebruik nooit water op brandende organische oplosmiddelen — dit verspreidt de brand.
  • Weet vóór aanvang van werkzaamheden waar de dichtstbijzijnde blusser en blusdeken zich bevinden.

EHBO-koffer

Een laboratorium-EHBO-koffer bevat naast de standaard EHBO-middelen aanvullende materialen die specifiek zijn voor chemische of biologische incidenten, zoals brandwondengel, oogspoelaampullen en nitrile handschoenen voor de hulpverlener. De inhoud en keuring van de EHBO-koffer moeten zijn afgestemd op de risico's in de specifieke werksituatie, zoals beschreven in de RI&E.

Zorg dat alle medewerkers weten waar de EHBO-koffer zich bevindt en wie de aangewezen EHBO-er is. Bij ernstige ongelukken — zoals ingestie van een gevaarlijke stof, diep snijwonden of brandwonden groter dan een handpalm — belt u direct 112.

PBM's in ATEX-zones: aanvullende eisen bij brandbare stoffen

Wanneer in het laboratorium gewerkt wordt met brandbare oplosmiddelen in een ATEX-geclassificeerde zone, gelden aanvullende eisen aan persoonlijke beschermingsmiddelen bovenop de standaard laboratoriumPBM's:

  • Antistatische labjas: synthetische vezels zoals polyester bouwen statische elektriciteit op die in een explosieve atmosfeer een ontstekingsbron vormt. Draag uitsluitend een katoenen of antistatische (ESD-gecertificeerde) labjas in ATEX-zones.
  • ESD-schoeisel: antistatische schoenen geleiden statische lading af via de vloer. Vereist in ATEX-zones en bij het overpompen van brandbare vloeistoffen.
  • Vonkvrije handschoenen: gebruik nitril of butyl handschoenen — geen metalen ringen of armbanden dragen die vonken kunnen veroorzaken bij contact met apparatuur.
  • Spatbril of gelaatsscherm: bij werk met brandbare vloeistoffen altijd gecombineerd met de overige ATEX-maatregelen.

De verplichting tot het dragen van ATEX-geschikte PBM's moet zijn vastgelegd in het explosieveiligheidsdocument (EVD) als onderdeel van de RI&E. Lees meer over ATEX-zoneclassificatie, wettelijke eisen en explosieveilige apparatuur in het kennisbankartikel ATEX in het laboratorium ›

Onderhoud en vervanging van PBM's

PBM's bieden alleen bescherming wanneer ze in goede staat verkeren. Wegwerphandschoenen en -maskers worden na één gebruik weggegooid. Herbruikbare PBM's zoals veiligheidsbrillen, spatbrillen en labjassen moeten regelmatig worden gereinigd en gecontroleerd op beschadigingen. Een beschadigde of verouderde PBM moet direct worden vervangen.

Droge, schone handen zijn een basisvereiste voor het correct dragen en afzetten van PBM's; welk type papieren handdoekrol of -doekje daarvoor het meest geschikt is — afhankelijk van dispensersysteem, laagopbouw en omgevingstype — is samengevat in de keuzewijzer voor papieren handdoekrollen.

Zie ook

Zie ook: Nitril handschoenen | Labjassen 100% katoen | Oogbescherming & veiligheidsbrillen | Adembescherming & maskers | GLP-kennisbank | ATEX in het laboratorium


Disclaimer: De informatie in dit artikel is bedoeld als algemene technische toelichting. Canidae Seal B.V. / Labvakhandel.nl aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de toepassing van deze informatie in specifieke analytische, klinische of industriële situaties. Raadpleeg voor uw eigen toepassing altijd de geldende normen, vakliteratuur en de documentatie van fabrikant en apparatuur.

Bestellijst

Uw winkelwagen is leeg.