Persoonlijke bescherming in het laboratorium

In een laboratorium wordt gewerkt met chemische stoffen, open vuur, scherp glaswerk en biologisch materiaal. Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM's) vormen de laatste verdedigingslinie tegen restrisico's die niet door technische of organisatorische maatregelen zijn weggenomen. Dit artikel geeft een overzicht van de meest gebruikte PBM's in laboratoriumomgevingen, de eisen waaraan ze moeten voldoen en de keuzeoverwegingen per toepassing.

Wat zijn persoonlijke beschermingsmiddelen?

Persoonlijke beschermingsmiddelen zijn hulpmiddelen die de drager beschermen tegen gevaren voor de veiligheid en gezondheid. Ze worden ingezet wanneer risico's niet volledig door bronaanpak of technische maatregelen kunnen worden geëlimineerd. In de Europese PBM-verordening (EU 2016/425) zijn eisen vastgelegd waaraan PBM's moeten voldoen voor CE-markering. Werkgevers zijn op grond van de Arbowet verplicht om een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) op te stellen en op basis daarvan passende PBM's ter beschikking te stellen.

PBM's zijn onderverdeeld in drie categorieën naar risicozwaarte. Categorie I omvat eenvoudige beschermingsmiddelen tegen minimale risico's. Categorie II betreft de meeste gangbare laboratorium-PBM's zoals handschoenen en veiligheidsbrillen. Categorie III omvat PBM's tegen ernstige of fatale risico's, zoals ademhalingsbescherming voor toxische stoffen.

Laboratoriumjas

De laboratoriumjas beschermt de eigen kleding en huid tegen spatten, gemorste chemicaliën en besmetting met biologisch materiaal. Of een labjas als PBM kwalificeert hangt af van de risico's in de specifieke werksituatie. Als werkkleding beschermt hij de eigen kleding; als PBM beschermt hij de drager tegen gevaren voor veiligheid en gezondheid.

Labjas of labjacket: wat is het verschil?

Een laboratoriumjas (ook wel labjas of witte jas genoemd) reikt doorgaans tot kniehoogte en biedt daarmee bescherming aan het grootste deel van het lichaam, inclusief de dijen. Een labjacket is een kortere variant — vergelijkbaar met een werkjasje — die tot de heup of het middel reikt. Het labjacket biedt minder lichaamsoppervlak bescherming en is daardoor minder geschikt als PBM bij werk met chemicaliën of biologisch materiaal. Het labjacket wordt soms gebruikt in industriële omgevingen waar mobiliteit zwaarder weegt dan uitgebreide bescherming, of als bovenste laag in combinatie met aanvullende beschermende kleding.

Voor laboratoriumtoepassingen waarbij spatten, biologisch materiaal of ontvlambare stoffen een rol spelen, verdient de volledige laboratoriumjas de voorkeur. De norm EN 13688 stelt eisen aan beschermende kleding voor algemeen gebruik; specifiekere eisen gelden voor thermische bescherming (EN ISO 11612) en elektrostatische bescherming (EN 1149).

Lengte en maatadvies

Een laboratoriumjas dient tot circa kniehoogte te reiken om de bovenbeenpartij afdoende te beschermen. Bij korter knielange modellen blijft een deel van het onderbeen onbeschermd; dit is acceptabel bij laag risico op spatten maar onvoldoende bij intensief werk met bijtende of toxische vloeistoffen.

Qua maatkeuze geldt als vuistregel dat de labjas comfortabel over de eigen kleding moet passen zonder te krap te zitten of de bewegingsvrijheid te beperken. Bij twijfel kiest u één maat groter: een labjas die te krap zit kan scheuren en biedt minder bescherming. Labjassen zijn beschikbaar in unisex modellen, in maten XXS tot en met XXL. Let bij aanschaf op de mouwhoogte: de mouwen van de labjas moeten de eigen kleding volledig afdekken.

Waarom is een laboratoriumjas wit?

De witte kleur heeft een praktische achtergrond: verontreinigingen — spatten van chemicaliën, bloed of andere biologische vloeistoffen — zijn op een witte jas direct zichtbaar. Dat maakt snelle signalering van besmetting mogelijk. In ziekenhuizen en medische laboratoria versterkt de witte kleur daarnaast de herkenbaarheid van zorgpersoneel. In sommige laboratoria worden gekleurde labjassen gebruikt om verschillende afdelingen of functies te onderscheiden, bijvoorbeeld blauw voor de keuken of oranje voor gevaarlijke stoffen. De technische beschermingswaarde van de jas is echter niet afhankelijk van de kleur, maar van het materiaal en de constructie.

Materiaal en brandgedrag

De keuze van het materiaal is bepalend voor de beschermingswaarde, met name bij werk met open vuur of ontvlambare stoffen:

  • 100% katoen: smelt niet bij contact met vlammen en biedt passieve brandvertraging. De dichtheid van de stof (g/m²) bepaalt in hoge mate de mate van brandvertragendheid — hoe hoger de dichtheid, hoe beter. Wasbaar op hoge temperatuur (60 °C of hoger), wat volledig reinigen en steriliseren mogelijk maakt.
  • Polyester of polyester/katoen mix: duurzamer en comfortabeler dan puur katoen, maar polyester kan bij contact met vlammen smelten en aan de huid kleven. Dit vergroot het risico op ernstige brandwonden. Niet aanbevolen bij werk met open vuur of ontvlambare stoffen, tenzij de stof een brandvertragende behandeling heeft ondergaan.
  • Brandvertragende (FR) stoffen: speciaal behandeld of geweven materiaal dat voldoet aan brandvertragende normen. Aan te bevelen bij frequent werk met open vuur of brandbare vloeistoffen.

Pasvorm en gebruik

Een labjas moet goed sluiten en lang genoeg zijn om ook de kleding onder de jas te bedekken. Mouwen van de eigen kleding mogen niet uitsteken. De jas moet altijd gesloten gedragen worden. Bij werk met open vuur geldt aanvullend dat lange haren opgestoken moeten zijn en dat licht ontvlambare kleding, sjaals en losse kledingstukken niet onder de labjas mogen uitsteken.

Regelmatig wassen is essentieel — gemorste chemicaliën kunnen door een vuile jas heen slaan naar de kleding eronder. Was de jas op de hoogst toegestane temperatuur voor het materiaal en controleer na het wassen op vlekken die kunnen duiden op restanten van chemicaliën. Een jas met onbekende chemische besmetting mag niet gedragen worden totdat de aard van de besmetting is vastgesteld.

Handschoenen

Handschoenen beschermen de handen tegen chemische stoffen, biologisch materiaal, snijwonden en thermische gevaren. De keuze van het juiste handschoentype is cruciaal: niet elk handschoen biedt bescherming tegen elke stof.

Nitril handschoenen

Nitril is het meest gebruikte materiaal voor laboratoriumhandschoenen. Nitril handschoenen zijn latexvrij en poedervrij, wat allergische reacties minimaliseert. Ze bieden goede bescherming tegen een breed scala aan chemicaliën, waaronder verdunde zuren, basen en vele organische oplosmiddelen. Beschikbaar in blauw of zwart, in maten S tot en met XL. Wegwerphandschoenen van nitril voldoen aan EN 455 (medisch gebruik) en EN 420 (algemene beschermende handschoenen).

Latex handschoenen

Latex handschoenen bieden uitstekende tactiele gevoeligheid en flexibiliteit. Ze zijn geschikt voor algemeen laboratoriumgebruik en biologisch werk, maar kunnen bij gevoelige personen allergische reacties veroorzaken. In omgevingen waar latexallergie een risico is verdienen nitril handschoenen de voorkeur.

Nitril, vinyl of latex: wat is beter?

De drie meest gebruikte materialen voor wegwerphandschoenen in het laboratorium verschillen op een aantal punten:

  • Nitril biedt de beste chemische bestendigheid van de drie en is latexvrij. Voor de meeste laboratoriumtoepassingen is nitril de eerste keuze, met name bij werk met organische oplosmiddelen, zuren en basen.
  • Latex heeft de hoogste tactiele gevoeligheid en elasticiteit, maar biedt minder chemische bescherming dan nitril en veroorzaakt bij sommige personen een allergische reactie. Geschikt voor biologisch werk waarbij fijne motoriek essentieel is.
  • Vinyl (PVC) is goedkoper dan nitril en latex, maar heeft een beduidend lagere chemische bestendigheid en permeabiliteit. Vinyl handschoenen zijn niet geschikt bij werk met organische oplosmiddelen of geconcentreerde chemicaliën. Ze worden voornamelijk ingezet bij voedselverwerking of licht biologisch werk waarbij chemische resistentie geen vereiste is.

Voor laboratoriumtoepassingen is nitril in de meeste gevallen de beste keuze vanwege de combinatie van chemische bestendigheid, allergieprofiel en tactiele gevoeligheid. Raadpleeg bij twijfel altijd de chemische bestendigheidstabel van de fabrikant.

Keuzeadvies: dikte en AQL

Naast het materiaal bepalen dikte en kwaliteitsklasse de beschermingswaarde. De dikte van nitrilhandschoenen varieert doorgaans van 0,08 tot 0,15 mm voor wegwerphandschoenen. Een dikkere handschoen biedt langere doorbraaktijden bij chemisch contact, maar vermindert de tactiele gevoeligheid. De AQL-waarde (Acceptable Quality Level) geeft aan hoeveel pinholes statistisch zijn toegestaan per partij: een lagere AQL-waarde (AQL 1,0 of lager) duidt op een hogere kwaliteitsstandaard. Voor medisch en biologisch werk wordt AQL 1,5 of lager aanbevolen.

Zweten in handschoenen

Zwetende handen bij het dragen van nitril of latex handschoenen zijn een veelvoorkomend verschijnsel. Handschoenen zijn luchtdicht en verhinderen verdamping van vochtigheid, waardoor warmte en zweet zich ophopen. Een aantal maatregelen kan dit beperken:

  • Kies de juiste maat: een te strakke handschoen belemmert de doorbloeding en vergroot transpiratie.
  • Beperk de draagduur tot wat voor de taak noodzakelijk is en wissel handschoenen bij langdurig werk.
  • Katoenen binnenhandschoenen (liner gloves) kunnen transpiratie absorberen, maar verminderen de tactiele gevoeligheid en zijn alleen geschikt bij taken waarbij geen chemisch contact te verwachten is via de buitenhandschoen.
  • Poedervrije handschoenen verminderen de kans op huidirritatie door transpiratie; gepoederde handschoenen zijn in de meeste laboratoria inmiddels niet meer toegestaan vanwege besmettingsrisico's.

Overige handschoentypen

Voor specifieke toepassingen zijn gespecialiseerde handschoenen beschikbaar. Dikke butylrubber of neopreen handschoenen bieden betere bescherming bij langdurig contact met geconcentreerde chemicaliën. Hittebestendige handschoenen zijn vereist bij werk met ovens, autoclaven of vloeibare stikstof. Raadpleeg altijd de chemische bestendigheidstabel van de fabrikant bij twijfel over de geschiktheid voor een specifieke stof.

Oogbescherming

De ogen zijn bijzonder kwetsbaar voor spatten van chemicaliën, stofdeeltjes en UV-straling. In laboratoria waar met vloeistoffen, drukopbouw of stralende bronnen wordt gewerkt, is oogbescherming in de meeste gevallen verplicht.

Wanneer veiligheidsbril, wanneer spatbril?

De keuze tussen een veiligheidsbril en een spatbril (volledig gesloten chemicaliënbril) hangt af van het risicoprofiel van de werkzaamheden:

  • Een veiligheidsbril met zijbescherming is geschikt bij laag tot matig risico op spatten: algemeen glaswerkgebruik, werken met verdunde oplossingen, stofvorming bij droge stoffen.
  • Een spatbril is vereist bij werk met geconcentreerde zuren, basen of andere bijtende vloeistoffen, bij drukopbouw in gesloten systemen, bij gebruik van grote volumes gevaarlijke vloeistoffen, en bij handelingen waarbij spatten naar het gezicht een reëel risico vormt.

Een spatbril vervangt een veiligheidsbril niet in alle situaties — bij stofvorming zonder spatrisico kan een veiligheidsbril met zijbescherming voldoende zijn. Bij combinatie van risico's (stof én spat) geniet de spatbril de voorkeur.

Is een veiligheidsbril verplicht?

Op grond van de Arbowet is de werkgever verplicht om op basis van de RI&E passende PBM's ter beschikking te stellen. Voor laboratoria betekent dit in de praktijk dat oogbescherming in vrijwel alle situaties waarbij met vloeistoffen, gassen of stof wordt gewerkt verplicht is. De specifieke vereiste — veiligheidsbril of spatbril — staat beschreven in rubriek 8 van het veiligheidsinformatieblad (VIB) van de gebruikte stof. In de praktijk hanteert men in veel laboratoria de vuistregel dat oogbescherming altijd gedragen wordt zodra men de laboratoriumruimte betreedt, ongeacht de specifieke taak.

Veiligheidsbril voor brildragers

Brildragers kunnen kiezen uit twee oplossingen: een overzetbril die over de eigen bril heen wordt gedragen, of een veiligheidsbril op sterkte. Overzetbrillen zijn direct inzetbaar en geschikt voor occasioneel gebruik; een veiligheidsbril op sterkte biedt doorgaans meer draagcomfort bij langdurig gebruik. De werkgever is niet automatisch verplicht een veiligheidsbril op sterkte te vergoeden, maar wanneer de reguliere werkzaamheden continue oogbescherming vereisen, kan dit redelijkerwijs worden verlangd.

Veiligheidsbril

Een veiligheidsbril met zijbescherming biedt basisbescherming tegen spatten en vliegende deeltjes. Hij voldoet aan EN 166 en is verkrijgbaar in uitvoeringen met en zonder anti-condens coating. Geschikt voor algemeen laboratoriumgebruik bij laag tot matig risico op spatten.

Spatbril (chemicaliënbril)

Een spatbril sluit volledig aan op het gezicht en biedt ringvormige bescherming rondom de ogen. Vereist bij werk met geconcentreerde zuren, basen of andere bijtende vloeistoffen waarbij het risico op spatten hoger is. Verkrijgbaar met indirecte ventilatie om beslaan te minimaliseren.

Gelaatsscherm

Een gelaatsscherm beschermt het gehele gezicht en wordt gebruikt als aanvulling op een veiligheidsbril bij werk met verhoogd spatrisico, drukopbouw of grote volumes gevaarlijke vloeistoffen. Het vervangt de veiligheidsbril niet — beide worden gecombineerd gedragen.

Adembescherming

Adembescherming is vereist wanneer schadelijke dampen, gassen, stof of aeroërolen niet voldoende door ventilatie of afzuiging worden beperkt. In goed geventileerde laboratoria met een zuurkast is aanvullende adembescherming vaak niet nodig; bij werken buiten de zuurkast met vluchtige of toxische stoffen kan dit echter wel vereist zijn.

Wanneer is adembescherming verplicht?

Adembescherming in het laboratorium is verplicht wanneer technische maatregelen — zoals werken in een zuurkast of lokale afzuiging — onvoldoende zijn om de blootstelling onder de wettelijke grenswaarden te houden. Concrete situaties waarbij aanvullende adembescherming vereist kan zijn:

  • Werken met vluchtige organische oplosmiddelen buiten de zuurkast, bijvoorbeeld bij monstername of het overpompen van oplosmiddelen.
  • Hanteren van poedervormige chemicaliën of toxisch stof waarbij fijnstofvorming optreedt.
  • Werken met biologische agentia waarbij aerosolvorming mogelijk is (zie ook de BSL-klasse van het materiaal).
  • Situaties waarbij de zuurkast tijdelijk buiten gebruik is of de luchtsnelheid onvoldoende blijkt.

De verplichting en het vereiste type adembescherming zijn vastgelegd in rubriek 8 van het veiligheidsinformatieblad (VIB) van de gebruikte stof.

Wat is beter, FFP2 of FFP3?

FFP2 en FFP3 zijn filterklassen voor wegwerpstofmaskers volgens EN 149. Het verschil zit in de filtratieëfficiëntie en het maximale lekpercentage:

  • FFP2 filtert minimaal 94% van de deeltjes en heeft een maximaal totaal inwaarts lek van 8%. Geschikt bij werk met matig toxisch stof en bio-aeroëroslen bij laag tot matig risiconiveau.
  • FFP3 filtert minimaal 99% van de deeltjes en heeft een maximaal totaal inwaarts lek van 2%. Vereist bij werk met hoog toxisch stof, fijn respirabel stof, biologische agentia met verhoogd infectierisico of carcinogene stoffen.

Voor de meeste laboratoriumtoepassingen waarbij stofmaskers worden ingezet — zoals het wegen van poedervormige chemicaliën of het werken met biologisch materiaal — volstaat FFP2. FFP3 is vereist wanneer de stof een hoge toxiciteit heeft of wanneer de blootstellingsgrenswaarde zeer laag ligt. Beide typen bieden geen bescherming tegen gassen of dampen.

Soorten adembescherming in het laboratorium

  • Halfgelaatsmasker met filters: geschikt voor bescherming tegen specifieke gassen en dampen. Het filtertype (A, B, E, K of combinaties) moet zijn afgestemd op de te beschermen stof. Filters hebben een beperkte levensduur en moeten tijdig worden vervangen.
  • FFP2/FFP3 maskers: filteren fijn stof en bio-aeroëroslen. FFP3 biedt de hoogste bescherming en wordt gebruikt bij werk met toxisch stof of biologische agentia. Niet geschikt voor bescherming tegen gassen of dampen.
  • Wegwerpmaskers (chirurgisch/medisch): bieden geen bescherming tegen chemische dampen en zijn niet geschikt als PBM in een chemisch laboratorium.

Aanvullende beschermingsmiddelen

Afhankelijk van de werksituatie kunnen aanvullende PBM's vereist zijn:

  • Veiligheidsschoenen: bij werk met zware objecten of gemorste chemicaliën op de vloer. Open schoeisel zoals sandalen is in een laboratorium niet toegestaan.
  • Gehoorbescherming: bij gebruik van apparatuur die langdurig hoge geluidsniveaus produceert, zoals een ultrasoon bad of centrifuge zonder geluidsdemping.
  • Beschermende schorten: aanvullend op de labjas bij werk met grote volumes bijtende vloeistoffen.

Gevaren en bijbehorende PBM's

De keuze van PBM's moet altijd zijn gebaseerd op de specifieke gevaren in de werksituatie. De meest voorkomende gevaren in laboratoria en de bijbehorende basisbescherming zijn:

  • Chemische spatten: spatbril of veiligheidsbril, nitril handschoenen, gesloten labjas
  • Open vuur / ontvlambare stoffen: katoenen labjas met hoge dichtheid, geen synthetische kleding eronder
  • Biologisch materiaal: nitril of latex handschoenen, spatbril, gesloten labjas
  • Toxische dampen / vluchtige stoffen: zuurkast als primaire maatregel, halfgelaatsmasker met passend filter als aanvulling
  • Scherp glaswerk: snijbestendige handschoenen bij het werken met scherp glaswerk of gebroken materiaal
  • Hoge temperaturen (oven, autoclaaf): hittebestendige handschoenen

De vereiste PBM's per stof staan beschreven in rubriek 8 van het veiligheidsinformatieblad (VIB): type handschoen inclusief doorbraaktijd, filtertype voor adembescherming en vereiste oogbescherming.

PBM's in ATEX-zones: aanvullende eisen bij brandbare stoffen

Wanneer in het laboratorium gewerkt wordt met brandbare oplosmiddelen in een ATEX-geclassificeerde zone, gelden aanvullende eisen aan persoonlijke beschermingsmiddelen bovenop de standaard laboratoriumPBM's:

  • Antistatische labjas: synthetische vezels zoals polyester bouwen statische elektriciteit op die in een explosieve atmosfeer een ontstekingsbron vormt. Draag uitsluitend een katoenen of antistatische (ESD-gecertificeerde) labjas in ATEX-zones.
  • ESD-schoeisel: antistatische schoenen geleiden statische lading af via de vloer. Vereist in ATEX-zones en bij het overpompen van brandbare vloeistoffen.
  • Vonkvrije handschoenen: gebruik nitril of butyl handschoenen — geen metalen ringen of armbanden dragen die vonken kunnen veroorzaken bij contact met apparatuur.
  • Spatbril of gelaatsscherm: bij werk met brandbare vloeistoffen altijd gecombineerd met de overige ATEX-maatregelen.

De verplichting tot het dragen van ATEX-geschikte PBM's moet zijn vastgelegd in het explosieveiligheidsdocument (EVD) als onderdeel van de RI&E. Lees meer over ATEX-zoneclassificatie, wettelijke eisen en explosieveilige apparatuur in het kennisbankartikel ATEX in het laboratorium ›

Onderhoud en vervanging van PBM's

PBM's bieden alleen bescherming wanneer ze in goede staat verkeren. Wegwerphandschoenen en -maskers worden na één gebruik weggegooid. Herbruikbare PBM's zoals veiligheidsbrillen, spatbrillen en labjassen moeten regelmatig worden gereinigd en gecontroleerd op beschadigingen. Een beschadigde of verouderde PBM moet direct worden vervangen.

Zie ook

Zie ook: Nitril handschoenen | Labjassen 100% katoen | Oogbescherming & veiligheidsbrillen | Adembescherming & maskers | GLP-kennisbank | ATEX in het laboratorium


Disclaimer: De informatie in dit artikel is bedoeld als algemene technische toelichting. Canidae Seal B.V. / Labvakhandel.nl aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de toepassing van deze informatie in specifieke analytische, klinische of industriële situaties. Raadpleeg voor uw eigen toepassing altijd de geldende normen, vakliteratuur en de documentatie van fabrikant en apparatuur.

Bestellijst

Uw winkelwagen is leeg.