Een schudmachine kiest u niet op merk of catalogusprijs, maar op de combinatie van bewegingsvorm, monstervolume, temperatuurbereik en viscositeit. Een orbitale shaker die perfect is voor bacteriële suspensiekweek is ongeschikt voor het spoelen van een membraan; een vortex die in seconden een 1,5 ml-buis mengt, is nutteloos voor een 5 liter reactor. Deze keuzewijzer leidt u langs de vier beslissende parameters en verwijst voor de fysica en achtergrond naar het kennisbankartikel over roeren, schudden en mengen in het laboratorium en het achtergrondartikel over laboratoriumrotatoren en schudders.
De bewegingsvorm bepaalt de aard van de menging en het effect op het monster. Een orbitale beweging (het platform beschrijft een cirkel in het horizontale vlak) geeft wervelende menging met goede gasuitwisseling en is de standaardkeuze voor kweek in erlenmeyers en buizen. Een lineaire beweging (heen en weer in een rechte lijn) is rustiger en uniformer — ideaal voor platte containers zoals kleuringsbaden en elektroforesegels. Een wiegschudder (rocker of tilting shaker) kantelt heen en weer rond een centrale as en geeft een zachte, schuimarme menging — geschikt voor hybridisatie en bloedbuizen. Een 3D-schudder combineert kantelen, roteren en wiegen; geschikt voor visceuze mengsels en celculturen in zakken. Een vortexmenger is geen platformbeweging maar een snel roterende schijf die één of enkele buizen tegelijk in seconden mengt — bedoeld voor kortdurende, krachtige menging, niet voor continue processen.
Een schudder zonder verwarming werkt op omgevingstemperatuur. Voor microbiële groei bij 37 °C, mesofiele fermentatie of andere temperatuurafhankelijke reacties is een incubatieschudder nodig: een schudder met een gesloten kamer en geregelde luchttemperatuur. Uitvoeringen met koeling maken werk mogelijk onder omgevingstemperatuur (bijvoorbeeld bij 4 °C voor eiwitwerk). Voor zoogdierceltoepassingen die pH-controle vereisen bestaan schudders met CO₂-regeling — of u plaatst een compacte orbitale shaker in een CO₂-incubator. Kies de temperatuurregeling op basis van uw toepassing: 37 °C standaard, koeling voor gevoelig eiwitwerk, en CO₂-regeling alleen wanneer levende zoogdiercellen langdurig moeten worden geïncubeerd.
Het draagvermogen van het platform en het toerentalbereik moeten passen bij de belasting. Een tafelmodel-shaker is doorgaans geschikt voor enkele erlenmeyers tot circa 2 liter; grotere volumes of veel vaten tegelijk vragen om een vloermodel met een groter platform en een sterkere motor. Onthoud dat het aangegeven maximumtoerental van de fabrikant meestal geldt bij een lege of licht belaste tafel — bij volle belasting daalt de haalbare snelheid en kunnen trillingen ontstaan. Voor evenwichtige loop moeten vaten symmetrisch worden verdeeld, zoals bij een centrifuge. Voor grote of zware belastingen gelden lagere haalbare toerentallen dan bij lichte tafelmodellen.
De amplitude — ook wel orbitdiameter of slaglengte genoemd — is de diameter van de cirkel die een punt op het platform beschrijft. Dit getal staat altijd in de specificaties van de fabrikant en heeft directe invloed op de menging. Een kleine uitslag (5–10 mm) geeft subtiele, trillingachtige menging en is geschikt voor microtiterplaten, reageerbuizen en gesloten vessels met kleine volumes. Een grote uitslag (19–25 mm of meer) geeft krachtigere wervelmenging en is nodig voor erlenmeyers van 500 ml en groter, waarbij de vloeistof actief moet circuleren voor voldoende zuurstoftoevoer. Kiest u een shaker met een te kleine amplitude voor grote kolfvolumes, dan mengt de vloeistof onvoldoende — ook al staat het toerental hoog. Kiest u een te grote amplitude voor kwetsbare kleine volumes, dan ontstaat spettering of beschadiging van cellen.
Een praktische vuistregel: check of de fabrikant een aanbevolen kolfmaat per amplitudewaarde vermeldt. Protocollen in de microbiologie geven de gewenste amplitude soms expliciet op (bijvoorbeeld 25 mm bij 200 rpm voor een erlenmeyer van 1 liter). Meer achtergrond over de relatie tussen toerental en menging vindt u in het kennisbankartikel over roeren en mengen in het laboratorium.
Het platform van een shaker is zelden universeel bruikbaar zonder het juiste opzetstuk. Er zijn twee basisopties:
Let bij de aanschaf op welke klemmen (accessoires) de fabrikant levert of apart aanbiedt, en of die passen bij de vaatmaten die u gebruikt. Sommige platformen hebben een vaste rasterindeling; andere bieden vrije positionering. Voor incubatieschudders met een gesloten kamer is platformruimte extra kritisch, omdat u niet zomaar een groter klemformaat kunt monteren dan de kamer toelaat.
Bij vloeistoffen met een dynamische viscositeit boven circa 100 mPa·s (dikke oplossingen, polymeeroplossingen, harspreparaten) is een schudder doorgaans niet meer effectief — er ontstaat te weinig bulkstroming voor uniforme menging. Voor deze toepassingen is een overhead stirrer (bovenroerder) de aangewezen keuze: een motor die van bovenaf een roeras met verwisselbaar roerblad aandrijft. De keuze tussen bovenroerder en magneetroerder wordt in de kennisbank uitgebreid behandeld; als vuistregel geldt: magneetroerder tot ongeveer 5 liter en lage tot matige viscositeit, bovenroerder daarboven of bij hoge viscositeit. Zie het achtergrondartikel over viscosimetrie en reologie voor het meten van viscositeit.
Analoge shakers stellen toerental en — indien aanwezig — tijd in via draaiknoppen zonder digitale weergave. Ze zijn robuust, direct te bedienen en voldoende voor routinematig werk waarbij exacte herhaalbaarheid van het toerental niet essentieel is. Digitale modellen tonen het ingestelde en gemeten toerental (rpm) op een display, hebben doorgaans een instelbare timer en slaan instellingen soms op als protocol. Voor werk onder GLP- of GMP-richtlijnen, waarbij toerental en incubatietijd in het laboratoriumjournaal worden vastgelegd, is een digitaal model vereist: het geeft een betrouwbare, aantoonbare instelling die de analist kan noteren en reproduceren.
Een bijkomend voordeel van digitale modellen is dat veel uitvoeringen een alarm of automatische stop hebben als het platform na onbalans tot stilstand komt — een veiligheidsfunctie die bij analoge modellen ontbreekt. Kiest u een digitaal model, controleer dan of het toerental ook daadwerkelijk gemeten wordt (gesloten regelkring) of alleen ingesteld — bij modellen zonder feedback daalt de werkelijke snelheid bij toenemende belasting zonder dat het display dit toont.
Een buisroller (tube roller of roller mixer) rolt buizen continu langs hun lengteas, zodat de inhoud in beweging blijft zonder krachtige schudbeweging. Dit is de aangewezen keuze wanneer bezinking of klontering ongewenst is maar de vloeistof niet schuimvrij moet worden gehouden op een wiegschudder — typisch voor bloedbuizen, sedimenten en suspensies van grotere deeltjes. Buisrollers zijn niet geschikt voor het beluchten van celkweken of voor het mengen van vloeistoffen in erlenmeyers.
Bekijk het assortiment roeren, schudden en mengen of neem contact op voor persoonlijk advies bij de keuze van het juiste type voor uw toepassing, monstervolume en temperatuurvereisten.
Disclaimer: De informatie in dit artikel is bedoeld als algemene technische toelichting. Canidae Seal B.V. / Labvakhandel.nl aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de toepassing van deze informatie in specifieke analytische, klinische of industriële situaties. Raadpleeg voor uw eigen toepassing altijd de geldende normen, vakliteratuur en de documentatie van fabrikant en apparatuur.
Inloggen
Wachtwoord vergeten
Account aanmaken
Uw winkelwagen is leeg.