Welke centrifuge voor mijn toepassing?

De keuze voor een laboratoriumcentrifuge hangt af van vier factoren: het monstervolume, de benodigde centrifugaalkracht (RCF), het monstertype en eventuele temperatuurvereisten. Voor een uitgebreide technische toelichting raadpleegt u het artikel over laboratorium centrifuges. Kiest u de verkeerde centrifuge, dan riskeert u onvoldoende scheiding, beschadigde monsters of — bij onjuiste buiskeuze — veiligheidsincidenten. Deze keuzewijzer leidt u stapsgewijs naar de juiste centrifuge voor uw toepassing.

De vier beslissende parameters

1. Monstervolume

Het volume van uw monster bepaalt grotendeels welk type centrifuge in aanmerking komt:

Volume Buisformaat Geschikt centrifugetype
0,2–2 ml Microtubes (1,5 / 2 ml) Microcentrifuge
15–50 ml Falcon-tubes Tafelcentrifuge
50–500 ml Grote conische buizen / flessen Tafelcentrifuge (groot) of vloercentrifuge
>500 ml Centrifugeflacons Vloercentrifuge of industriële centrifuge

2. Benodigde RCF (relatieve centrifugaalkracht)

De RCF — uitgedrukt in × g — bepaalt welke deeltjes gescheiden kunnen worden. Een hogere RCF is niet altijd beter: gevoelige cellen kunnen worden beschadigd bij te hoge centrifugaalkrachten. Houd als richtlijn aan:

Toepassing Typische RCF
Bloedscheiding (serum/plasma) 1.000–2.000 × g
Celpellet (bacteriën, gistcellen) 3.000–6.000 × g
Celorganellen (mitochondriën) 10.000–20.000 × g
Virussen, membraanfragmenten 50.000–150.000 × g
Ribosomen, macromoleculen >150.000 × g

Krachten boven 20.000 × g vereisen een ultracentrifuge. Voor de meeste routine-toepassingen volstaat een tafelcentrifuge met een maximum van 10.000–15.000 × g.

3. Monstertype

Het type monster beïnvloedt zowel de rotorkeuze als de maximaal toelaatbare RCF:

  • Bloed en urine — lage tot matige RCF (1.000–3.000 × g), uitwaaierrotor (swing-out) voor optimale scheiding van bloedlagen
  • Celkweek — matige RCF (200–600 × g) om cellen te pellettiseren zonder schade; vaste-hoekrotor of uitwaaierrotor
  • Microbiologische suspensies — hogere RCF (3.000–6.000 × g); vaste-hoekrotor is efficiënt
  • Dichtheidsgradiëntscheiding — uitwaaierrotor verplicht voor ongestoorde dichtheidslagen
  • PCR-buisjes en microplaten — minicentrifuge of tafelcentrifuge met microplaatrotor

4. Temperatuurvereisten

Temperatuurgevoelige monsters — enzymen, primaire cellen, eiwitten — vereisen koeling tijdens centrifugatie. Een gekoelde centrifuge handhaaft de temperatuur nauwkeurig tussen 0 °C en 40 °C. Niet-gekoelde centrifuges zijn geschikt voor stabiele monsters zoals bloedserum of DNA-pellets.

Overzicht centrifugetypen

Beslisboom centrifuge keuzewijzer — kies het juiste centrifugetype op basis van volume, RCF en monstertype
Type Max. RCF Typisch volume Koeling Typische toepassing
Minicentrifuge ~3.000 × g 0,2–2 ml Nee PCR-buisjes, snelle spin
Microcentrifuge 15.000–21.000 × g 0,2–2 ml Optioneel DNA/RNA-precipitatie, cellyse
Tafelcentrifuge 4.000–15.000 × g 15–500 ml Optioneel Bloedscheiding, celkweek, bacteriën
Gekoelde centrifuge 4.000–20.000 × g 1,5–500 ml Ja (0–40 °C) Enzymen, primaire cellen, eiwitten
Vloercentrifuge 10.000–30.000 × g Tot meerdere liters Ja Grote volumes, industrieel
Ultracentrifuge Tot 800.000 × g Wisselend Ja Virussen, ribosomen, lipoproteïnen

Rotorkeuze: vaste hoek of uitwaaier?

Naast het centrifugetype bepaalt de rotorkeuze de kwaliteit van de scheiding:

  • Vaste-hoekrotor — buizen staan onder een vaste hoek (15°–45°). Het pellet vormt zich langs de buiswand. Geschikt voor hoge RCF en efficiënte pellettisering.
  • Uitwaaierrotor (swing-out) — buizen hangen verticaal tijdens centrifugatie. Het pellet vormt zich op de bodem. Ideaal voor dichtheidsgradiëntscheiding en bloedscheiding.
  • Vertikale rotor — buizen staan verticaal; kortste looptijden bij dichtheidsgradiënten. Wordt voornamelijk gebruikt in ultracentrifuges.

Interactieve keuzewijzer

Gebruik de onderstaande keuzewijzer om op basis van uw specifieke situatie direct naar het juiste centrifugetype te worden geleid:

Veiligheid en buitengebruikstelling

Controleer altijd of het gebruikte buistype gecertificeerd is voor de toegepaste RCF. Gebruik uitsluitend buizen die door de fabrikant zijn goedgekeurd voor de betreffende rotor. Stel de centrifuge nooit in werking met een ongebalanceerde lading — gebruik altijd een tegengewicht van gelijk volume en gewicht. Raadpleeg voor het werken met gevaarlijke pathogenen ook de BSL-klassen-richtlijnen en de relevante SOP voor centrifugegebruik.

Centrifugebuizen en toebehoren

De juiste centrifuge is pas volledig zonder de bijpassende centrifugebuizen. Zorg dat het buismateriaal (PP, PC of glas) geschikt is voor de gebruikte oplosmiddelen en de maximale RCF van uw rotor.

Bekijk het volledige assortiment laboratorium centrifuges of neem contact op voor advies over de meest geschikte centrifuge voor uw specifieke toepassing.


Disclaimer: De informatie in dit artikel is bedoeld als algemene technische toelichting. Canidae Seal B.V. / Labvakhandel.nl aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de toepassing van deze informatie in specifieke analytische, klinische of industriele situaties. Raadpleeg voor uw eigen toepassing altijd de geldende normen, vakliteratuur en de documentatie van fabrikant en apparatuur.

Bestellijst

Uw winkelwagen is leeg.