Welke centrifuge voor mijn toepassing?

De keuze voor een laboratoriumcentrifuge hangt af van vier factoren: het monstervolume, de benodigde centrifugaalkracht (RCF), het monstertype en eventuele temperatuurvereisten. Voor een uitgebreide technische toelichting raadpleegt u het artikel over laboratorium centrifuges. Kiest u de verkeerde centrifuge, dan riskeert u onvoldoende scheiding, beschadigde monsters of — bij onjuiste buiskeuze — veiligheidsincidenten. Deze keuzewijzer leidt u stapsgewijs naar de juiste centrifuge voor uw toepassing.

Interactieve keuzewijzer

Gebruik de onderstaande keuzewijzer om op basis van uw specifieke situatie direct naar het juiste centrifugetype te worden geleid:

Hoe werkt een laboratoriumcentrifuge?

Een laboratoriumcentrifuge laat een rotor met hoge snelheid ronddraaien. Door de centrifugaalkracht bewegen zwaardere deeltjes — zoals cellen, precipitaten of celorganellen — sneller naar de buitenkant van de rotor en slaan neer als pellet op de buiswand of -bodem. De lichtere vloeistoffractie (het supernatant) blijft bovenaan achter en kan worden afgepipetteerd.

De scheidingskracht wordt uitgedrukt als RCF (relatieve centrifugaalkracht, in × g) en is afhankelijk van het toerental (RPM) en de rotorstraal. Hoe groter de rotorstraal en hoe hoger het toerental, hoe hoger de RCF — en daarmee de scheidingskracht. Voor de relatie tussen RPM en RCF, zie de paragraaf Benodigde RCF verderop in dit artikel.

De vier beslissende parameters

1. Monstervolume

Het volume van uw monster bepaalt grotendeels welk type centrifuge in aanmerking komt:

Volume Buisformaat Geschikt centrifugetype
0,2–2 ml Microtubes (1,5 / 2 ml) Microcentrifuge
15–50 ml Falcon-tubes Tafelcentrifuge
50–500 ml Grote conische buizen / flessen Tafelcentrifuge (groot) of vloercentrifuge
>500 ml Centrifugeflacons Vloercentrifuge of industriële centrifuge

2. Benodigde RCF (relatieve centrifugaalkracht)

De RCF — uitgedrukt in × g — bepaalt welke deeltjes gescheiden kunnen worden. Een hogere RCF is niet altijd beter: gevoelige cellen kunnen worden beschadigd bij te hoge centrifugaalkrachten. Houd als richtlijn aan:

Toepassing Typische RCF
Bloedscheiding (serum/plasma) 1.000–2.000 × g
Celpellet (bacteriën, gistcellen) 3.000–6.000 × g
Celorganellen (mitochondriën) 10.000–20.000 × g
Virussen, membraanfragmenten 50.000–150.000 × g
Ribosomen, macromoleculen >150.000 × g

Krachten boven 20.000 × g vereisen een ultracentrifuge. Voor de meeste routine-toepassingen volstaat een tafelcentrifuge met een maximum van 10.000–15.000 × g.

RPM versus RCF: wat is het verschil?

Centrifugeprotocollen vermelden soms een toerental in RPM (omwentelingen per minuut) en soms een centrifugaalkracht in RCF (× g). Deze waarden zijn niet uitwisselbaar: dezelfde RPM levert op een grote rotor een hogere RCF op dan op een kleine rotor.

De omrekening verloopt via de rotorstraal (r, in mm):

  • RCF = 1,118 × r × (RPM / 1000)2

Gebruik voor protocollen altijd de RCF-waarde (× g) als referentie — deze is rotorOnafhankelijk en daarmee overdraagbaar tussen verschillende centrifuges. RPM is slechts een instelling die afhangt van uw specifieke rotor.

3. Monstertype

Het type monster beïnvloedt zowel de rotorkeuze als de maximaal toelaatbare RCF:

  • Bloed en urine — lage tot matige RCF (1.000–3.000 × g), uitwaaierrotor (swing-out) voor optimale scheiding van bloedlagen
  • Celkweek — matige RCF (200–600 × g) om cellen te pellettiseren zonder schade; vaste-hoekrotor of uitwaaierrotor
  • Microbiologische suspensies — hogere RCF (3.000–6.000 × g); vaste-hoekrotor is efficiënt
  • Dichtheidsgradiëntscheiding — uitwaaierrotor verplicht voor ongestoorde dichtheidslagen
  • PCR-buisjes en microplaten — minicentrifuge of tafelcentrifuge met microplaatrotor

4. Temperatuurvereisten

Temperatuurgevoelige monsters — enzymen, primaire cellen, eiwitten — vereisen koeling tijdens centrifugatie. Een gekoelde centrifuge handhaaft de temperatuur nauwkeurig tussen 0 °C en 40 °C. Niet-gekoelde centrifuges zijn geschikt voor stabiele monsters zoals bloedserum of DNA-pellets.

5. Budget en beschikbare ruimte

Naast technische eisen bepalen ook de beschikbare ruimte en het budget welk type centrifuge in aanmerking komt:

Type Indicatieve aanschafprijs Ruimte
Minicentrifuge Enkele tientallen tot circa € 150 Minimaal; past naast elk apparaat
Microcentrifuge (ongekoeld) € 300–800 Klein tafelmodel
Tafelcentrifuge (ongekoeld) € 500–2.000 Middel tafelmodel; rotor wisselen kost ruimte
Gekoelde centrifuge (benchtop) € 2.000–10.000+ Groter tafelmodel; vereist ventilatie rondom
Vloercentrifuge / hoge-snelheidscentrifuge € 10.000–50.000+ Vloermodel; eigen vaste opstelplaats vereist

De prijzen zijn richtprijzen voor nieuwe apparatuur; gereviseerde tweedehands modellen van A-merken als Eppendorf of Hettich zijn doorgaans aanzienlijk goedkoper en een reëel alternatief voor laboratoria met een beperkt budget. Heeft u vragen over welk model past bij uw toepassing en budget? Bekijk ons assortiment laboratorium centrifuges of neem contact op voor advies.

Overzicht centrifugetypen

Beslisboom centrifuge keuzewijzer — kies het juiste centrifugetype op basis van volume, RCF en monstertype
Type Max. RCF Typisch volume Koeling Typische toepassing
Minicentrifuge ~3.000 × g 0,2–2 ml Nee PCR-buisjes, snelle spin
Microcentrifuge 15.000–21.000 × g 0,2–2 ml Optioneel DNA/RNA-precipitatie, cellyse
Tafelcentrifuge 4.000–15.000 × g 15–500 ml Optioneel Bloedscheiding, celkweek, bacteriën
Gekoelde centrifuge 4.000–20.000 × g 1,5–500 ml Ja (0–40 °C) Enzymen, primaire cellen, eiwitten
Vloercentrifuge 10.000–30.000 × g Tot meerdere liters Ja Grote volumes, industrieel
Ultracentrifuge Tot 800.000 × g Wisselend Ja Virussen, ribosomen, lipoproteïnen

Microcentrifuge of tafelcentrifuge: wanneer kiest u welk type?

Het voornaamste onderscheid ligt in het buisformaat en de maximale RCF:

  • Microcentrifuge — ontworpen voor microtubes van 0,2 tot 2 ml. Haalt doorgaans 15.000–21.000 × g en past op een kleine werkbench. Geschikt voor DNA- en RNA-precipitatie, cellyse en snelle spinrondes in moleculair-biologisch werk.
  • Tafelcentrifuge — werkt met buizen van 15 tot 500 ml (Falcon-tubes, grote conische buizen) en biedt een bredere rotorkeuze, inclusief uitwaaierrotoren voor bloedscheiding en celkweek. De maximale RCF ligt doorgaans tussen 4.000 en 15.000 × g, maar high-speed varianten bereiken 20.000 × g.

Werkt u met kleine moleculair-biologische monsters (≤ 2 ml) en heeft u hoge RCF nodig? Kies dan een microcentrifuge. Werkt u met grotere volumes of celkweekmateriaal in Falcon-tubes? Dan past een tafelcentrifuge beter bij uw workflow.

Wanneer kiest u een minicentrifuge?

Een minicentrifuge is kleiner en goedkoper dan een microcentrifuge en haalt een maximale RCF van circa 3.000 × g. Dat is voldoende voor snelle spindowns zonder hoge scheidingskracht:

  • PCR-buisjes en strips kort afcentrifugeren vóór amplificatie
  • Vloeistof uit een dekseltje terugslingeren
  • Columnfilters kort aandrukken bij snelle extractiemethoden

Een minicentrifuge is niet geschikt als vervanging voor een microcentrifuge: de maximale RCF is te laag voor DNA-precipitatie, eiwitpelletering of bacteriënsedimentatie. Werkt u met microtubes en heeft u RCF boven 3.000 × g nodig? Kies dan een microcentrifuge. Voor nog grotere volumes of een bredere rotorkeuze past een tafelcentrifuge.

Meer over de typen centrifuges en hun snelheidsbereiken vindt u in het artikel laboratorium centrifuges: werking, typen en praktische tips.

Rotorkeuze: vaste hoek of uitwaaier?

Naast het centrifugetype bepaalt de rotorkeuze de kwaliteit van de scheiding:

  • Vaste-hoekrotor — buizen staan onder een vaste hoek (15°–45°). Het pellet vormt zich langs de buiswand. Geschikt voor hoge RCF en efficiënte pellettisering.
  • Uitwaaierrotor (swing-out) — buizen hangen verticaal tijdens centrifugatie. Het pellet vormt zich op de bodem. Ideaal voor dichtheidsgradiëntscheiding en bloedscheiding.
  • Vertikale rotor — buizen staan verticaal; kortste looptijden bij dichtheidsgradiënten. Wordt voornamelijk gebruikt in ultracentrifuges.

Interactieve keuzewijzer

Gebruik de onderstaande keuzewijzer om op basis van uw specifieke situatie direct naar het juiste centrifugetype te worden geleid:

Veiligheid en buitengebruikstelling

Controleer altijd of het gebruikte buistype gecertificeerd is voor de toegepaste RCF. Gebruik uitsluitend buizen die door de fabrikant zijn goedgekeurd voor de betreffende rotor. Stel de centrifuge nooit in werking met een ongebalanceerde lading — gebruik altijd een tegengewicht van gelijk volume en gewicht. Raadpleeg voor het werken met gevaarlijke pathogenen ook de BSL-klassen-richtlijnen en de relevante SOP voor centrifugegebruik.

Centrifugebuizen en toebehoren

De juiste centrifuge is pas volledig zonder de bijpassende centrifugebuizen. Zorg dat het buismateriaal (PP, PC of glas) geschikt is voor de gebruikte oplosmiddelen en de maximale RCF van uw rotor.

Bekijk het volledige assortiment laboratorium centrifuges of neem contact op voor advies over de meest geschikte centrifuge voor uw specifieke toepassing.

Zodra u een centrifuge heeft gekozen, biedt de SOP centrifuge een kant-en-klare werkinstructie voor dagelijks gebruik, balancering en onderhoud.

Meer lezen in de kennisbank


Disclaimer: De informatie in dit artikel is bedoeld als algemene technische toelichting. Canidae Seal B.V. / Labvakhandel.nl aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de toepassing van deze informatie in specifieke analytische, klinische of industriele situaties. Raadpleeg voor uw eigen toepassing altijd de geldende normen, vakliteratuur en de documentatie van fabrikant en apparatuur.

Bestellijst

Uw winkelwagen is leeg.