De keuze van een laboratoriumbalans wordt bepaald door twee vragen: welke afleesbaarheid heeft u minimaal nodig, en welke maximale capaciteit moet het instrument aankunnen. Daarnaast speelt mee of u massa wilt bepalen of juist een vochtgehalte, en welke eisen uw kwaliteitssysteem stelt aan kalibratie en verificatie. Voor de technische achtergrond bij de begrippen op deze pagina verwijzen wij u naar het kennisbankartikel over laboratoriumbalansen, klassen en ijken. Deze keuzewijzer leidt u stap voor stap naar het type balans dat aansluit bij uw toepassing.
De afleesbaarheid (d) is de kleinste stap die het display toont. Deze parameter bepaalt direct het balanstype. Voor het bereiden van standaardoplossingen en kwantitatieve analyses is een afleesbaarheid van 0,1 mg (4 decimalen, de zogenaamde 4-cijferige analytische balans) de gangbare keuze. Voor kritische wegingen van uiterst kleine hoeveelheden — spoorelementen, nanopartikels, kostbare referentiestandaarden — is een semi-microbalans (0,01 mg) of microbalans (0,001 mg / 1 µg) nodig. Voor routinemetingen aan grotere volumes volstaat een precisiebalans met een afleesbaarheid van 0,01 g of 0,1 g.
De maximale capaciteit (Max) is de zwaarste massa die de balans kan wegen zonder mechanische of elektronische overbelasting. Analytische balansen bewegen zich doorgaans tussen 80 en 320 g; precisiebalansen tussen 200 g en enkele kilogrammen; microbalansen tussen circa 6 en 100 g. Houd er bij de keuze rekening mee dat de nettocapaciteit (Max minus de taralast van bekerglas, weegflesje of weegpapier) altijd lager ligt dan de nominale capaciteit. Bij een analytische balans van 220 g met een bekerglas van 80 g resteert netto 140 g.
Het onderscheid tussen een analytische balans en een precisiebalans zit in twee kenmerken: de afleesbaarheid en de aanwezigheid van een glazen tochtscherm. Een analytische balans is voorzien van een gesloten weegkamer met een tochtscherm, werkt op basis van elektromagnetische krachtcompensatie en leest af tot 0,1 mg of fijner. Een precisiebalans heeft een open weegplateau, is toegankelijker voor omvangrijke recipiënten en leest af tot 0,01 g of 0,1 g. De analytische balans valt onder verificatieklasse I, de precisiebalans doorgaans onder klasse II.
Bij interne kalibratie beweegt een motortje in de balans een intern referentiegewicht op de weegcel, waarna de balans zichzelf corrigeert. Bij externe kalibratie plaatst u zelf een los, gecertificeerd kalibratiegewicht op het plateau. Interne kalibratie zorgt voor de dagelijkse afstelling bij wisselende omgevingscondities en gebeurt bij veel moderne balansen automatisch bij een geregistreerde temperatuurwijziging. Externe kalibratie met een OIML-gewicht (E2 of F1) blijft aanbevolen als periodieke controle van zowel de balans als het interne gewicht. Zie voor de achtergrond het kennisbankartikel over kalibratie en verificatie.
Wilt u geen massa maar een vochtpercentage bepalen, dan is een vochtbalans (moisture analyzer) het aangewezen instrument. Een vochtbalans combineert een precisieweegschaal met een halogeen- of infraroodverwarmingseenheid en bepaalt het vochtgehalte via de loss-on-drying-methode. Het resultaat is beschikbaar binnen 2 tot 20 minuten. Voor referentiemetingen of arbitrage blijft de klassieke droogstoofmethode of Karl Fischer-titratie de norm.
De onderstaande beslisboom volgt de belangrijkste vragen in volgorde: eerst het doel van de weging, daarna de vereiste afleesbaarheid, en tot slot — binnen de analytische klasse — de gewenste maximale capaciteit.
Gebruik de onderstaande keuzewijzer om via een paar vragen tot een concreet advies te komen. Elke keuze leidt naar een resultaatscherm met de aanbevolen balans, specificatietabel en directe link naar het assortiment.
Naast het balanstype zelf bepalen de opstellocatie en de omgevingscondities de betrouwbaarheid van uw weegresultaten. Reserveer voor een analytische balans of microbalans een stabiele, trillingsvrije weegtafel — bij voorkeur in een aparte weegkamer of tegen een dragende wand — buiten het directe bereik van ventilatieopeningen, deuren en apparatuur die trillingen veroorzaakt. Zorg voor een stabiele omgevingstemperatuur en beperk de luchtvochtigheid tot een waarde waarbij statische lading geen rol speelt (doorgaans 40 – 60 % RH). Bij de aanschaf hoort ook een set OIML-kalibratiegewichten in de juiste klasse: F1 volstaat voor de meeste analytische balansen, E2 is aanbevolen voor traceerbare kalibraties in gereguleerde omgevingen zoals GLP of GMP.
Bij intern laboratoriumgebruik is ijken (wettelijke verificatie) niet verplicht. Voor apotheken, medische laboratoria, handelstransacties en officiële metingen ten behoeve van wetgeving is een geijkte balans wél wettelijk vereist — zie de Nederlandse Metrologiewet. Voor accreditatie onder ISO/IEC 17025 is een jaarlijkse kalibratie met traceerbaar certificaat (DAkkS of RvA) de gangbare eis.
Bij Labvakhandel vindt u een breed assortiment analytische balansen, precisiebalansen, microbalansen en vochtbalansen, aangevuld met OIML-kalibratiegewichten en weegaccessoires. Bekijk het assortiment laboratoriumbalansen of neem contact op voor advies bij de keuze van het juiste weegbereik en de benodigde nauwkeurigheid voor uw toepassing.
Disclaimer: De informatie in dit artikel is bedoeld als algemene technische toelichting. Canidae Seal B.V. / Labvakhandel.nl aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de toepassing van deze informatie in specifieke analytische, klinische of industriele situaties. Raadpleeg voor uw eigen toepassing altijd de geldende normen, vakliteratuur en de documentatie van fabrikant en apparatuur.
Inloggen
Wachtwoord vergeten
Account aanmaken
Uw winkelwagen is leeg.