GLP — Good Laboratory Practice

Good Laboratory Practice (GLP) is een internationaal erkend kwaliteitssysteem voor niet-klinisch veiligheidsonderzoek. Laboratoria die werken onder GLP-richtlijnen garanderen dat testdata betrouwbaar, reproduceerbaar en traceerbaar zijn — een vereiste voor organisaties die onderzoeksresultaten indienen bij regulatoire autoriteiten zoals het EMA, de FDA of de NVWA.

GLP is van toepassing op een breed spectrum van testfaciliteiten: van farmaceutische CRO's en analytische laboratoria tot ecotoxicologische onderzoeksinstellingen en industriële QC-labs. De principes zijn vastgesteld door de OECD en verankerd in Europese wetgeving (Richtlijn 2004/10/EG). In Nederland voert de NVWA GLP-inspecties uit en verstrekt zij complianceverklaringen die internationaal worden erkend.

Voor laboratoria die GLP-conform werken stelt het systeem concrete eisen aan apparatuur, verbruiksartikelen, documentatie en personeel. Dit heeft directe gevolgen voor de inkoop van labmaterialen: van gecertificeerde pipetten met traceerbare kalibratie tot reagentia met lot-specifieke Certificates of Analysis (CoA's).

Kernprincipes en kernelementen van GLP

De OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) formuleert GLP als een kwaliteitssysteem dat de organisatorische processen en omstandigheden regelt waaronder niet-klinische veiligheidsstudies worden gepland, uitgevoerd, gemonitord, geregistreerd, gerapporteerd en gearchiveerd. Deze zes activiteiten vormen de ruggengraat van elk GLP-plichtig onderzoek.

Concreet zijn de OESO GLP-principes ingedeeld in vijf categorieën:

  • Organisatie en personeel — een duidelijke taakverdeling met een aangewezen Study Director die de eindverantwoordelijkheid voor de studie draagt, ondersteund door een onafhankelijke kwaliteitsborging (Quality Assurance Unit).
  • Faciliteiten en apparatuur — geschikte, goed onderhouden ruimtes en periodiek gekalibreerde meetinstrumenten met gedocumenteerde kalibratiehistorie.
  • Reagentia en testmaterialen — identiteit, zuiverheid, concentratie en stabiliteit van alle gebruikte stoffen moeten gedocumenteerd en traceerbaar zijn.
  • Protocollen en standaard werkinstructies (SOP's) — elke studie verloopt op basis van een vooraf goedgekeurd studieplan; routinetaken zijn vastgelegd in schriftelijke SOP's.
  • Rapportage en archivering — ruwe data worden onmiddellijk vastgelegd en zijn onveranderlijk; het eindrapport en alle bijbehorende documentatie worden langdurig gearchiveerd.

Wat zijn de vijf fundamentele pijlers van GLP?

Naast de OESO-indeling in vijf categorieën wordt GLP in de internationale vakliteratuur ook beschreven aan de hand van vijf fundamentele pijlers. Deze pijlers beschrijven niet de afzonderlijke principes, maar de elementen die een GLP-compliant systeem in stand houden:

  • Resources (middelen) — gekwalificeerd personeel, geschikte faciliteiten en goed onderhouden apparatuur vormen de fysieke basis van het systeem. Zonder adequate middelen kunnen de overige pijlers niet worden gerealiseerd.
  • Characterization (karakterisering) — zowel de teststof als het testsysteem (dier, cel, chemische matrix) moeten volledig zijn gekarakteriseerd voordat de studie begint. Identiteit, zuiverheid, stabiliteit en het gedrag van het testsysteem moeten zijn vastgesteld en gedocumenteerd.
  • Rules (regels) — het studieplan en de bijbehorende standaard werkinstructies (SOP's) vormen het normatieve kader. Alleen handelingen die zijn vastgelegd in een goedgekeurde SOP of een goedgekeurd studieplan mogen worden uitgevoerd.
  • Results (resultaten) — alle observaties, metingen en afwijkingen worden direct, volledig en onveranderlijk vastgelegd als ruwe data. Het eindrapport bevat alle resultaten, inclusief onverwachte bevindingen. Na afronding worden data en rapport langdurig gearchiveerd. De eisen voor het vastleggen van ruwe data sluiten nauw aan bij de ALCOA-principes voor data-integriteit.
  • Quality Assurance (kwaliteitsborging) — een onafhankelijke QA-functionaris controleert alle vier voorgaande pijlers: zij inspecteert of de middelen op orde zijn, of de karakterisering correct is uitgevoerd, of de regels worden nageleefd en of de resultaten juist zijn vastgelegd. De QA rapporteert rechtstreeks aan de testfaciliteitsleiding, niet aan de Study Director.

De vijf pijlers en de tien OESO-principes zijn twee complementaire manieren om hetzelfde systeem te beschrijven. De pijlers helpen bij het begrijpen van waartoe elk onderdeel dient; de OESO-principes leggen vast wat er concreet vereist is.

Wat zijn de 10 principes van GLP volgens de OESO?

De vijf categorieën hierboven zijn een praktische samenvatting van de tien afzonderlijke principes die de OESO formeel onderscheidt. Elk principe omschrijft één specifiek onderdeel van het kwaliteitssysteem:

  1. Organisatie en personeel — de testfaciliteit heeft een aangewezen leiding (Test Facility Management) en een Study Director per studie; alle medewerkers zijn gekwalificeerd en kennen hun verantwoordelijkheden.
  2. Kwaliteitsborgingsprogramma (QA) — een onafhankelijke QA-functionaris controleert continu of het kwaliteitssysteem wordt nageleefd en rapporteert rechtstreeks aan de testfaciliteitsleiding.
  3. Faciliteiten — de testomgeving is geschikt van grootte en opbouw; activiteiten die elkaar kunnen beïnvloeden zijn fysiek gescheiden.
  4. Apparatuur, materiaal en reagentia — alle instrumenten zijn periodiek gekalibreerd en onderhouden; reagentia zijn geïdentificeerd en voorzien van vervaldatum.
  5. Testsystemen — biologische testsystemen (dieren, cellen, micro-organismen) of abiotische systemen worden correct ontvangen, gehuisvest en geconditioneerd.
  6. Test- en referentiesubstanties — identiteit, zuiverheid, stabiliteit en concentratie van de teststof en de referentiestof zijn vastgesteld en gedocumenteerd.
  7. Standaard werkinstructies (SOP's) — voor elke routinehandeling bestaat een schriftelijke, goedgekeurde standaard werkinstructie die consequent wordt gevolgd.
  8. Uitvoering van de studie — elke studie verloopt op basis van een vooraf goedgekeurd studieplan; afwijkingen worden als amendement of deviation report gedocumenteerd.
  9. Rapportage van studieresultaten — het eindrapport wordt opgesteld door de Study Director, omvat alle ruwe data en beschrijft ook afwijkingen en onverwachte bevindingen.
  10. Opslag en bewaring — alle ruwe data, het eindrapport, monsters en documentatie worden langdurig gearchiveerd in een beveiligde archiefruimte met benoemde archiefbeheerder.

De vijf categorieën eerder in dit artikel groeperen principes 1–2 (organisatie en QA), 3–5 (faciliteiten en testsystemen), 6 (materialen), 7–8 (protocollen) en 9–10 (rapportage en archief) voor de leesbaarheid samen. De volledige OESO-tekst is de juridisch bindende referentie bij GLP-inspecties door de NVWA.

Meer uitleg over de rollen van Study Director en Test Facility Management leest u in het artikel Wat is GLP?. De documentatievereisten en de ALCOA-principes voor data-integriteit komen aan bod in het artikel over documentatie en audit trail.

Welke laboratoria zijn GLP-plichtig?

GLP is wettelijk verplicht voor testfaciliteiten die niet-klinische veiligheidsdata genereren ter onderbouwing van een registratiedossier bij een regulatoire autoriteit. De verplichting geldt concreet voor laboratoria die studies uitvoeren voor de registratie van geneesmiddelen, werkzame farmaceutische stoffen, gewasbeschermingsmiddelen, biociden, industriechemicaliën (REACH), voedseladditieven, diergeneesmiddelen of cosmetica. Studies die uitsluitend voor intern gebruik of voor academische publicatie worden uitgevoerd vallen niet onder de GLP-plicht, ook al worden vergelijkbare methoden gehanteerd. De beoordeling of een specifieke studie GLP-plichtig is, ligt bij de opdrachtgever en de betrokken regulatoire autoriteit.

Wat is het verschil tussen een GLP-studie en een non-GLP-studie?

Een GLP-studie en een non-GLP-studie kunnen wetenschappelijk identiek zijn in opzet en methoden — het verschil zit uitsluitend in het kwaliteitssysteem waarbinnen de studie wordt uitgevoerd en gedocumenteerd, en in het beoogde gebruik van de data.

De meest praktische manier om het onderscheid te begrijpen:

GLP-studie Non-GLP-studie
Doel van de data Indiening bij regulatoire autoriteit (EMA, FDA, NVWA, ECHA) Intern R&D, publicatie, screening, mechanistisch onderzoek
Studieplan Verplicht vooraf goedgekeurd door Study Director; wijzigingen via formeel amendement Niet wettelijk voorgeschreven; flexibeler aan te passen
QA-toezicht Verplicht; onafhankelijke QA-functionaris auditeert studie en faciliteit Niet verplicht; interne kwaliteitscontrole naar eigen inzicht
Documentatie en archivering Alle ruwe data onveranderlijk vastgelegd; archivering 10–15 jaar verplicht Geen wettelijke archiveringstermijn; beleid bepaalt de organisatie zelf
Inspectie Testfaciliteit staat onder toezicht van NVWA (NL) of vergelijkbare autoriteit Geen verplichte overheidsinspectie

Een non-GLP-studie kan van uitstekende wetenschappelijke kwaliteit zijn, maar de data zijn niet geschikt voor gebruik in een registratiedossier. Omgekeerd is een GLP-complianceverklaring geen oordeel over de wetenschappelijke waarde van een studie — zij bevestigt uitsluitend dat het kwaliteitssysteem en de documentatie aan de OESO-normen voldoen. Meer over de inspectie en de complianceverklaring leest u in het artikel GLP-certificering in Nederland.

GLP-regelgeving: OESO-principes en FDA 21 CFR Part 58

In Europa zijn de OESO GLP-principes verankerd in Richtlijn 2004/10/EG en in Nederland omgezet via het Besluit GLP. Voor laboratoria die data indienen bij de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) geldt aanvullend de FDA-regulering 21 CFR Part 58 (Code of Federal Regulations, Title 21, Part 58). Deze regulering beschrijft grotendeels dezelfde verplichtingen als de OESO-principes — studieplan, rollen, SOP's, archivering — maar bevat enkele specifieke bepalingen die afwijken of verder gaan.

De belangrijkste praktische consequentie: laboratoria die studies uitvoeren voor zowel Europese als Amerikaanse registratiedossiers moeten beide kaders kennen en hun kwaliteitssysteem zo inrichten dat het aan beide voldoet. In de meeste gevallen is een systeem dat voldoet aan de OESO-principes ook grotendeels compliant met 21 CFR Part 58, maar formele verificatie door een gekwalificeerde regulatory affairs-adviseur blijft noodzakelijk.

Voor de audit-trail-vereisten die voortvloeien uit de FDA-regelgeving — met name de eisen voor elektronische data en handtekeningen — biedt ons artikel over audit trail en 21 CFR Part 11 aanvullende achtergrondinformatie.

Wat doet de NVWA bij GLP?

In Nederland is de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) de bevoegde autoriteit voor GLP. De NVWA voert inspecties uit bij testfaciliteiten die GLP-plichtig werk uitvoeren, beoordeelt of de faciliteit voldoet aan de OECD GLP-principes en verstrekt bij een positief oordeel een GLP-complianceverklaring. Deze verklaring — geen certificaat, maar een verklaring van compliance na inspectie — wordt internationaal erkend door andere OECD-lidstaten. Naast initiële inspecties voert de NVWA ook periodieke herinspecties uit en kan zij onaangekondigde controles uitvoeren bij signalen van non-compliance. GLP-bevindingen worden geclassificeerd naar ernst: kritisch, ernstig of gering. Bij kritische bevindingen kan de complianceverklaring worden ingetrokken.

Onderwerpen in deze sectie

Wat is GLP?

Good Laboratory Practice is geen certificeringsnorm, maar een reeks principes die door overheden worden gebruikt als wettelijk toetsingskader. In dit artikel leest u waar GLP vandaan komt, voor welke soorten onderzoek het verplicht is en wat het systeem precies regelt — van de testfaciliteit tot de archivering.

Voorbeelden van GLP in de praktijk

GLP is geen abstracte norm — de principes vertalen zich in concrete dagelijkse handelingen. Enkele herkenbare voorbeelden:

  • Een analist noteert een weegresultaat onmiddellijk in het labjournal met datum, tijd en initialen — niet later of op een los kladblok. Dit is een direct uitvloeisel van het ALCOA-principe Contemporaneous.
  • Een pipet wordt voor gebruik gekalibreerd en de kalibratiegegevens worden vastgelegd met het serienummer van het instrument. Bij een afwijking buiten tolerantie wordt een deviation report opgesteld vóórdat het werk wordt voortgezet.
  • Een studie naar de acute toxiciteit van een nieuw werkzaam bestanddeel wordt vooraf volledig vastgelegd in een studieplan dat is goedgekeurd door de Study Director. Wijzigingen gedurende de studie worden als amendement gedocumenteerd, niet achteraf aangepast.
  • Na afronding van een studie worden alle ruwe data, het eindrapport en de gebruikte reagentia-CoA's overgedragen aan het archief van de testfaciliteit, waar ze minimaal tien jaar bewaard blijven.

Vijf uitgewerkte praktijkscenario's — inclusief de rol van de Study Director en de kwaliteitsborging — leest u in het sub-artikel Wat is GLP? Good Laboratory Practice uitgelegd.

GLP vs. GMP vs. GCP

GLP, GMP en GCP worden vaak door elkaar gehaald, maar hebben een heel verschillend toepassingsgebied. GLP richt zich op niet-klinisch veiligheidsonderzoek, GMP op de productie van geneesmiddelen en GCP op klinische studies met mensen. Dit artikel legt het verschil helder uit.

Wat is GXP en hoe verhoudt GLP zich daartoe?

De afkorting GXP (Good X Practice) is een verzamelnaam voor alle Good Practice-normen die worden toegepast in de farmaceutische en chemische sector. De X staat als plaatshouder voor de specifieke discipline: Laboratory (GLP), Manufacturing (GMP), Clinical (GCP) en Distribution (GDP — Good Distribution Practice).

Hoewel alle GXP-normen beogen om kwaliteit, veiligheid en betrouwbaarheid te borgen, verschilt het toepassingsgebied per norm aanzienlijk:

  • GLP — niet-klinisch veiligheidsonderzoek (pre-registratiefase)
  • GMP — productie en kwaliteitscontrole van geneesmiddelen en grondstoffen
  • GCP — klinische studies met menselijke proefpersonen
  • GDP — opslag en distributie van geneesmiddelen in de toeleveringsketen

Een product doorloopt tijdens zijn levenscyclus vaak meerdere GXP-fasen. De werkzame stof wordt eerst onder GLP-condities getest op veiligheid, vervolgens klinisch getest onder GCP en ten slotte geproduceerd en gedistribueerd onder respectievelijk GMP en GDP. GLP is daarmee altijd de eerst toepasbare norm in de cyclus. Een volledig overzicht van de overeenkomsten en verschillen tussen GLP, GMP en GCP vindt u in het artikel GLP, GMP en GCP: wat is het verschil?

GLP-certificering in Nederland

In Nederland is de NVWA de bevoegde autoriteit voor GLP-inspecties. GLP werkt niet met een certificaat maar met een complianceverklaring na inspectie. Dit artikel beschrijft hoe het inspectieproces verloopt, voor welke laboratoria inspectie verplicht is en welke stappen u zet richting GLP-compliance.

GLP-eisen aan apparatuur en materialen

GLP stelt strenge eisen aan kalibratie, validatie en traceerbaarheid van apparatuur. Maar ook de gebruikte chemicaliën en reagentia vallen onder het systeem: identiteit, zuiverheid en lotnummer moeten te allen tijde verifieerbaar zijn. Dit artikel geeft concrete aandachtspunten voor inkoop en beheer. Zie voor een overzicht van de gangbare zuiverheidskwaliteiten en bijbehorende normdocumenten ons artikel over zuiverheidsgraden van chemicaliën. Voor apparatuur die gebruikmaakt van water — zoals autoclaafkamers en vaatwassers — is ook de waterhardheid van het voedingswater een relevant kwaliteitsparameter. Ook de kalibratie van temperatuursensoren valt onder de apparatuureisen.

GLP en labverbruiksartikelen

Verbruiksartikelen in een GLP-lab moeten traceerbaar zijn. Dat betekent: lot-specifieke CoA's, vastgelegde opslagcondities en een inkomstregister. Dit artikel beschrijft welke eisen gelden voor kritische materialen en waar u op moet letten bij de inkoop van GLP-geschikte labverbruiksartikelen.

Documentatie en audit trail

Als het niet gedocumenteerd is, is het niet gebeurd — dat is de kern van GLP. Dit artikel behandelt SOP's, raw data-vereisten, de ALCOA-principes voor data-integriteit en de archiveringsverplichtingen die gelden na afronding van een studie.Meer over de volledige levenscyclus van monsters — van ontvangst tot verwijdering — leest u in ons artikel over sample management in het laboratorium.

Wat is het verschil tussen GLP en ISO 9001?

ISO 9001 en GLP worden beide gehanteerd als kwaliteitssysteem in laboratoriumomgevingen, maar hebben een fundamenteel verschillend karakter. ISO 9001 is een generieke managementnorm voor kwaliteitsmanagementsystemen, die van toepassing is op elk type organisatie en gericht is op procesbeheersing en klanttevredenheid. GLP is een specifiek, door overheden opgelegd kwaliteitssysteem voor niet-klinisch veiligheidsonderzoek, met als primair doel de betrouwbaarheid en traceerbaarheid van testdata voor regulatoire indiening.

Een ISO 9001-gecertificeerd laboratorium voldoet daarmee niet automatisch aan GLP. Omgekeerd biedt een GLP-complianceverklaring geen vervanging voor ISO 9001-certificering. De systemen kunnen goed naast elkaar worden geïmplementeerd: GLP-vereisten voor SOP's, documentatie en kalibratie overlappen deels met ISO 9001-vereisten, maar GLP kent aanvullende verplichtingen voor onafhankelijke QA-functies, studieplannen en archiveringstermijnen die buiten de ISO 9001-scope vallen. Ons kennisbankartikel over ISO 9001: kwaliteitsmanagement en certificering in het laboratorium geeft meer achtergrond over deze norm.

ISO 17025: de accreditatienorm voor testlaboratoria

GLP en ISO 17025 worden regelmatig in één adem genoemd, maar zijn verschillende kwaliteitssystemen met een ander toepassingsgebied. In ons kennisbankartikel over ISO 17025 leggen we het verschil uit en beschrijven we wanneer accreditatie verplicht is en wat het accreditatietraject inhoudt. Lees het artikel over ISO 17025 en laboratoriumaccreditatie.

Bij Labvakhandel vindt u balansen, pipetten en pH-meters geschikt voor GLP-conforme laboratoria.

Onderdeel van: Farmaceutisch lab


Disclaimer: De informatie in dit artikel is bedoeld als algemene technische en regulatoire toelichting. Canidae Seal B.V. / Labvakhandel.nl aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de toepassing van deze informatie in specifieke situaties. Raadpleeg voor uw eigen toepassing altijd de geldende wet- en regelgeving, de relevante normen en de uitvoerende autoriteiten of toezichthouders (zoals ECHA, Nederlandse Arbeidsinspectie, ILT of de bevoegde accreditatie-instantie).

Bestellijst

Uw winkelwagen is leeg.