Fasecontrastmicroscoop: werking, onderdelen en gebruik

Een fasecontrastmicroscoop is een lichtmicroscoop die doorzichtige, ongekleurde preparaten zichtbaar maakt, zoals levende cellen, bacteriën en gistcellen. In een gewone helderveldmicroscoop zijn zulke preparaten nauwelijks te zien, omdat ze het licht bijna niet dempen. Fasecontrast zet de kleine vertragingen die het licht in zo’n preparaat oploopt om in verschillen in helderheid. Daardoor hoeft u niet te fixeren of te kleuren en blijven de cellen in leven. Het artikel Microscoop: types, onderdelen en gebruik behandelt de microscoop als geheel. Dit artikel gaat dieper in op fasecontrast zelf: het principe, de onderdelen, het instellen, de artefacten, de vergelijking met andere contrastmethoden en de toepassingen.

Fasecontrast in vier stappen: ringdiafragma in de condensor, vertraging van het licht in het preparaat, faseplaat in het objectief en interferentie in het beeld

Wat is een fasecontrastmicroscoop?

Een fasecontrastmicroscoop is een lichtmicroscoop met twee extra optische onderdelen: een ringvormig diafragma in de condensor en een faseplaat in het objectief. Samen zetten ze faseverschillen in het licht om in zichtbaar contrast. De techniek is bedacht voor preparaten die doorzichtig zijn en daardoor weinig licht absorberen.

Wat doet een diafragma in een microscoop?

Een irisdiafragma in de condensor regelt de opening van de lichtbundel en daarmee het evenwicht tussen contrast en resolutie. Bij fasecontrast hoort in plaats daarvan een vast ringdiafragma (annulus), dat het licht als een holle kegel op het preparaat richt. De gewone instelling van het irisdiafragma werkt dan niet meer als contrastregeling. De werking van het irisdiafragma staat uitgebreid bij Microscoop: types, onderdelen en gebruik.

Waarom zijn levende cellen zonder kleuring nauwelijks te zien?

Cellen bestaan grotendeels uit water en zijn doorzichtig. Het licht gaat er vrijwel ongedempt doorheen, dus het oog ziet geen helderheidsverschil. Wel is het licht dat door een cel gaat iets vertraagd ten opzichte van het licht dat erlangs gaat, omdat de cel optisch dichter is dan het medium. Dat verschil in fase kan het oog niet waarnemen. Fasecontrast maakt het zichtbaar.

Hoe werkt fasecontrast?

Het principe is bedacht door Frits Zernike. Het draait om het scheiden en daarna weer combineren van twee lichtbundels: het directe licht dat het preparaat niet beïnvloedt en het licht dat door het preparaat is afgebogen.

  1. Het ringdiafragma in de condensor belicht het preparaat met een holle kegel van licht.
  2. Het licht dat zonder afbuiging door het preparaat gaat, vormt de achtergrond. Het licht dat door cellen of structuren is afgebogen en vertraagd, loopt ongeveer een kwart golflengte achter.
  3. Een faseplaat in het achterste brandvlak van het objectief verschuift het directe licht nog een kwart golflengte en dempt het. Beide bundels komen nu zo samen dat ze elkaar in het beeld versterken of verzwakken.
  4. Het faseverschil is hierdoor omgezet in een verschil in helderheid, dat uw oog of de camera kan zien.

Wat is het verschil tussen positief en negatief fasecontrast?

Bij positief fasecontrast, de gangbare uitvoering, liggen cellen en structuren donker op een lichtgrijze achtergrond. Bij negatief fasecontrast is de faseplaat zo uitgevoerd dat de structuren juist helder oplichten tegen een donkere achtergrond. Welke u kiest, is deels een kwestie van smaak en deels van het preparaat. De fabrikant geeft op het objectief aan welk type het is.

Wat zie je door een fasecontrastmicroscoop?

U ziet levende, ongekleurde cellen met hun contouren, de celkern met kernlichaampjes, vacuolen, lipidedruppels en andere structuren die optisch dichter of minder dicht zijn dan hun omgeving. Ook processen zijn te volgen: celdeling, beweging van bacteriën en protozoën en het groeien en knoppen van gist. Details zijn minder scherp dan in een gekleurd preparaat, maar de cel blijft intact.

Welke onderdelen heeft een fasecontrastmicroscoop?

Een fasecontrastmicroscoop is een gewone lichtmicroscoop met extra onderdelen. Een helderveldmicroscoop kan vaak worden uitgebreid met een fasecontrastset, mits condensor en revolver geschikt zijn.

OnderdeelPlaatsFunctie
Ringdiafragma (annulus)In de condensor, in het voorste brandvlakBelicht het preparaat met een holle kegel licht; elk fase-objectief heeft een bijpassend ringdiafragma
FaseplaatIn het objectief, in het achterste brandvlakVerschuift de fase van het directe licht en dempt het
Fase-objectiefOp de revolverBevat de faseplaat; draagt een aanduiding zoals Ph1, die per fabrikant verschilt
Condensor met revolverOnder de preparaattafelBevat de ringdiafragma’s en een positie voor helderveld
Centreerkijker (fasetelescoop)Tijdelijk in de tubus, in plaats van een oculairMaakt het centreren van het ringdiafragma ten opzichte van de faseplaat mogelijk
Lichtbron en filtersOnder de condensorLevert het licht; een groen filter wordt vaak aanbevolen voor het beste contrast

Waarvoor wordt de tubus van een microscoop gebruikt?

De tubus verbindt het oculair met de revolver en bepaalt mede de optische weg tussen objectief en oogstuk. Bij een binoculaire of trinoculaire tubus zit er ook een camerapoort op. Voor fasecontrast is de tubus van belang omdat u er het oculair uit haalt en de centreerkijker in plaatst. Meer over de typen tubus leest u in Microscoop: types, onderdelen en gebruik.

Hoe heet de bovenste lens van een microscoop?

De lens bovenaan, waar u doorheen kijkt, heet het oculair of oogstuk. De lenzen onderaan, dicht bij het preparaat, heten objectieven.

Hoe stelt u een fasecontrastmicroscoop in?

Het instellen bestaat uit twee delen: eerst de belichting correct opzetten, daarna elk ringdiafragma centreren ten opzichte van de bijbehorende faseplaat.

  1. Stel eerst Köhler-belichting in met een helderveldobjectief of in helderveldstand. De werkwijze staat bij Köhler-belichting instellen.
  2. Plaats het laagste fase-objectief en kies in de condensorrevolver het ringdiafragma dat dezelfde aanduiding heeft, bijvoorbeeld Ph1 bij een Ph1-objectief.
  3. Haal een oculair uit de tubus en plaats de centreerkijker. Focus de kijker op de faseplaat (de donkere ring) en het ringdiafragma (de heldere ring).
  4. Draai aan de centreerschroefjes van de condensor tot de heldere ring precies over de donkere ring valt.
  5. Herhaal dit voor de overige fase-objectieven met hun eigen ringdiafragma.
  6. Haal de centreerkijker weg, zet het oculair terug en stel scherp op uw preparaat.

Waarom moet het ringdiafragma bij het objectief passen?

De heldere ring van het ringdiafragma moet precies samenvallen met de donkere ring van de faseplaat. Alleen dan wordt het directe licht door de faseplaat gedempt en verschoven, terwijl het afgebogen licht ongehinderd passeert. Een objectief en een ringdiafragma met verschillende aanduidingen passen niet bij elkaar.

Wat zijn veelvoorkomende problemen bij fasecontrast?

ProbleemMogelijke oorzaakOplossing
Weinig of geen contrastVerkeerd ringdiafragma gekozen, of helderveld in plaats van faseControleer de aanduiding op objectief en condensorrevolver
Beeld aan één kant donker of ongelijkRingdiafragma niet gecentreerdOpnieuw centreren met de centreerkijker
Sterke lichte randen om cellen (halo)Eigenschap van de techniek; sterker bij hoog faseverschil of dikke structurenZie het volgende hoofdstuk; eventueel een apodiserend fase-objectief
Vlekkerig of waziger beeldVuile voorlens, lucht of olie op het objectief, vuil op de condensorReinig voorzichtig met lenspapier en geschikte reinigingsvloeistof
Beeld wisselt van sterkte door het preparaatPreparaat te dik of ongelijk van laagdikteGebruik een dunner preparaat of een dunnere vloeistoflaag

Welke beperkingen en artefacten heeft fasecontrast?

Fasecontrast is geschikt voor dunne, doorzichtige preparaten, maar niet zonder nadelen:

  • Halo’s en schaduwranden (shade-off): rond structuren ontstaan heldere of donkere randen. Ze maken de grenzen minder scherp. Apodiserende fase-objectieven zijn ontworpen om dit te verminderen.
  • Lagere resolutie: het ringdiafragma beperkt de numerieke apertuur van het systeem, waardoor de resolutie lager is dan bij een goed ingestelde helderveldmicroscoop.
  • Dikke preparaten: bij dikke preparaten kan het beeld verstoord raken, omdat faseverschillen door de hele laag optellen.
  • Geen kleurinformatie: het beeld is grijs. Voor specifieke structuren of kleuringen kiest u een andere techniek, bijvoorbeeld fluorescentiemicroscopie of een kleuring zoals beschreven in Microscopische preparaten: voorbereiding en kleuringen.
  • Het beeld is kwalitatief: de helderheid is niet een directe maat voor de concentratie of dikte van een structuur.

Wat is het verschil tussen fasecontrast en andere contrastmethoden?

Fasecontrast is één van de technieken om doorzichtige preparaten zichtbaar te maken. De tabel zet de gangbare methoden naast elkaar.

TechniekPrincipePreparaatTypisch gebruik
HelderveldAbsorptie en verstrooiing van doorvallend lichtGekleurd of van nature gekleurdGekleurde coupes, uitstrijkjes
DonkerveldHet directe licht wordt geblokkeerd; alleen verstrooid licht bereikt het objectiefLevend of ongekleurd; kleine deeltjesBacteriën, spirocheten, deeltjes in vloeistof
FasecontrastFaseverschillen worden omgezet in helderheidsverschillenLevend of ongekleurd, dunCelkweek, bacteriën, gist, protozoën
Differentieel interferentiecontrast (DIC)Interferentie van gepolariseerd licht; reliëfachtig beeldLevend of ongekleurdGedetailleerde celstructuren, dikkere preparaten
FluorescentieGelabelde structuren zenden licht uit na excitatieGelabeld met kleurstoffen of eiwittenSpecifieke structuren en eiwitten

Wat is het verschil tussen fasecontrast en donkerveld?

Bij donkerveld blokkeert een schijf het directe licht, zodat alleen het verstrooide licht van het preparaat in het objectief komt. Structuren lichten op tegen een donkere achtergrond. Bij fasecontrast blijft het directe licht deel van het beeld en wordt de fase ervan verschoven. Fasecontrast toont daardoor meer interne structuur, donkerveld is gevoelig voor kleine deeltjes.

Wat is het verschil tussen fasecontrast en helderveld?

Helderveld gebruikt het licht dat door het preparaat wordt gedempt. Doorzichtige preparaten geven daardoor weinig contrast en moeten meestal worden gekleurd. Fasecontrast gebruikt faseverschillen en maakt kleuring overbodig. Een fasecontrastmicroscoop kan meestal ook in helderveld werken.

Wat is het verschil tussen fasecontrast en fluorescentiemicroscopie?

Fasecontrast toont de algemene morfologie van levende cellen zonder label. Fluorescentie toont alleen gelabelde structuren, maar wel heel specifiek. In de praktijk worden ze vaak gecombineerd: fasecontrast voor de contouren, fluorescentie voor de specifieke structuur. Zie fluorescentiemicroscopie.

Waarvoor gebruikt u een fasecontrastmicroscoop?

Fasecontrast is vooral nuttig als een preparaat levend en doorzichtig moet blijven.

  • Celkweek: beoordelen van morfologie, dichtheid en deling van cellen in kweekschalen en kweekflessen, vaak met een omgekeerde microscoop. Zie Celkweektechnieken in het laboratorium.
  • Microbiologie: bekijken van bacteriën, gist en protozoën in natte preparaten, inclusief beweeglijkheid. Voor het tellen zie telkamer en hemocytometer.
  • Klinisch en diagnostisch werk: ongekleurde natte preparaten, bijvoorbeeld urinesediment.
  • Onderwijs: levend materiaal zoals wangcellen, gist en vijverwater zonder kleuring.
  • Milieu- en watermicroscopie: plankton en andere kleine organismen in levende toestand.

Hoe herken je gist onder de microscoop?

Gistcellen zijn ronde tot ovale cellen die door knopvorming delen. Een kleinere dochtercel hangt aan de grotere moedercel. In fasecontrast liggen de cellen als losse, scherp omlijnde figuren in het veld, vaak met een zichtbare vacuole. Gisten zijn groter dan bacteriën, en dat helpt bij het onderscheiden. Een veelgebruikte tweede methode is een kleuring zoals methyleenblauw. Meer over eencellige organismen vindt u in het artikel Kweken van eencelligen.

Hoe zien mensen as eruit onder de microscoop?

Crematie-as bestaat grotendeels uit mineraal materiaal van het bot en bevat geen herkenbare cellen of weefsels meer. Onder de microscoop ziet u vooral onregelmatige, harde deeltjes en fragmenten. Voor forensisch of medisch onderzoek is gespecialiseerd onderzoek nodig, geen eenvoudige lichtmicroscoop.

Wie ontwikkelde de fasecontrastmicroscoop?

De fasecontrastmicroscoop is ontwikkeld door de Nederlandse natuurkundige Frits Zernike, hoogleraar in Groningen, begin jaren dertig van de twintigste eeuw. Hij kreeg in 1953 de Nobelprijs voor de Natuurkunde voor zijn demonstratie van de fasecontrastmethode en met name voor de uitvinding van de fasecontrastmicroscoop. Zonder deze techniek moesten cellen worden gefixeerd of gekleurd, waarmee de processen in de cel stilvallen.

Wie heeft de microscoop uitgevonden?

De samengestelde microscoop wordt vaak toegeschreven aan de Middelburgse brillenmaker Zacharias Janssen, rond 1590, al is de exacte toeschrijving onder historici omstreden. Antonie van Leeuwenhoek uit Delft slaagde er in de zeventiende eeuw in met zelfgeslepen lenzen levende micro-organismen te beschrijven. Het artikel over microscopen geeft de geschiedenis uitgebreider.

Heeft Nederland de microscoop uitgevonden?

Nederland speelt een grote rol in de geschiedenis van de microscoop, via Janssen, Van Leeuwenhoek en later Zernike met het fasecontrast. Of de microscoop strikt een Nederlandse uitvinding is, is onder historici een punt van discussie.

Veelgestelde vragen over microscopen

Welke typen microscopen zijn er?

De hoofdgroepen zijn lichtmicroscopen (helderveld, donkerveld, fasecontrast, DIC, fluorescentie, stereomicroscoop) en elektronenmicroscopen (SEM en TEM). Daarnaast bestaan er speciale uitvoeringen zoals confocale microscopie, super-resolutiemicroscopie en omgekeerde microscopen voor celkweek.

Waar wordt een microscoop voor gebruikt?

Een microscoop maakt structuren zichtbaar die voor het blote oog te klein zijn. Toepassingen lopen uiteen van onderwijs en diagnostiek tot celkweek, microbiologie, materiaalonderzoek en kwaliteitscontrole.

Wat zie je door een microscoop?

Dat hangt af van het type microscoop, de vergroting en het preparaat. Een lichtmicroscoop toont cellen, bacteriën en weefselstructuren. Een elektronenmicroscoop gaat veel verder en toont tot op atomaire schaal. In het artikel Microscoop: types, onderdelen en gebruik staat per vergroting wat zichtbaar wordt.

Wat kan je allemaal onder een microscoop leggen?

Onder een lichtmicroscoop legt u een objectglas met een natpreparaat of een permanent preparaat onder een dekglas. Dikkere voorwerpen zoals insecten, mineralen of elektronica bekijkt u liever onder een stereomicroscoop.

Wat is leuk om onder de microscoop te zien?

Een druppel vijverwater met bewegend leven, gistcellen die knoppen, wangcellen, de opperhuid van een ui, plantendelen en zandkorrels. Bij vijverwater en gist komt fasecontrast het best tot zijn recht.

Hoe gebruik ik een microscoop?

Begin met het laagste objectief en stel scherp met de grofinstelling. Centreer het preparaat, schakel pas daarna over naar een hoger objectief en gebruik bij hogere vergrotingen alleen de fijninstelling. Stel zo nodig de belichting bij. Immersieolie hoort uitsluitend bij het 100× objectief.

Hoe werk je met een microscoop?

Werk met een schoon preparaat en schone optiek, laat de lamp na gebruik uit, draai terug naar het laagste objectief, verwijder het preparaat en dek de microscoop af. Reinig de lenzen alleen met lenspapier en geschikte vloeistof. De volledige basisregels staan in het artikel over microscopen.

Waar pak je een microscoop vast?

Pak de microscoop met één hand vast aan de arm (het statief) en ondersteun hem met de andere hand onder de voet. Houd hem rechtop, zodat de oculairen niet uit de tubus vallen, en til hem nooit op aan de tubus, de preparaattafel of de revolver.

Welke microscoop moet ik kopen?

Dat hangt af van uw preparaat en vraagstelling: helderveld voor gekleurde preparaten, fasecontrast voor levende cellen, een omgekeerde microscoop voor kweekschalen, een stereomicroscoop voor vaste voorwerpen. Het kijktype (monoculair, binoculair of trinoculair), de camera-aansluiting en de belichting spelen ook een rol. De Welke microscoop kiezen? Keuzewijzer voor laboratoria leidt u door de keuze.

Wat is de sterkste microscoop?

Een lichtmicroscoop haalt een resolutie van ruwweg 200 nanometer. Elektronenmicroscopen met aberratiecorrectie gaan daar ver onder, tot de schaal van atomen. Meer daarover staat bij elektronenmicroscopie (SEM en TEM).

Wat is de checklist 3 voor het werken met de microscoop?

Checklist 3 is een term uit het biologieonderwijs voor een controlelijst met drie fasen: vóór, tijdens en na het gebruik. De exacte formulering verschilt per methode of school. Raadpleeg de lijst van uw eigen lesmateriaal.

Wat zijn de tekenregels voor microscopie?

Teken met potlood op ongeruit wit papier, teken alleen wat u ziet, gebruik doorlopende lijnen zonder arcering en geef de vergroting aan. Label structuren met horizontale aanwijslijnen en geef de tekening een titel met preparaat en kleuring.

Ik weet niet wat ik moet tekenen. Wat kan ik doen?

Zoek bij lage vergroting een gebied met duidelijke structuren en kies daar één of enkele cellen die u bij hogere vergroting nauwkeurig tekent. Teken wat u werkelijk ziet, niet wat u verwacht. Twijfelt u, vraag dan uw docent welk onderdeel van het preparaat moet worden getekend.

Voor microscopie vindt u bij Labvakhandel lichtmicroscopen en microscoopcamera’s in de webgroep optisch onderzoek, telkamers en objectglasdispensers in glaswerk voor microbiologie, immersieolie en kleurstoffen bij kleurstoffen en reagentia voor microscopie en steriele petrischalen en kweekflessen in laboratoriumplastics. Neem contact op voor advies over een microscoop met fasecontrastoptie.

Onderdeel van: Klinisch laboratorium · Farmaceutisch lab

Geschreven door Labvakhandel, specialist in laboratoriumbenodigdheden voor bedrijven en instellingen.


Disclaimer: De informatie in dit artikel is bedoeld als algemene technische toelichting. Canidae Seal B.V. / Labvakhandel.nl aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de toepassing van deze informatie in specifieke analytische, klinische of industriële situaties. Raadpleeg voor uw eigen toepassing altijd de geldende normen, vakliteratuur en de documentatie van fabrikant en apparatuur.

Bestellijst

Uw winkelwagen is leeg.