Atoomabsorptiespectroscopie (AAS) is een elementspecifieke analysetechniek voor de kwantificering van metalen en metalloïden in oplossingen. Het principe berust op de absorptie van elementspecifiek licht door vrije atomen in een gasvormige toestand. AAS is de meest toegepaste methode voor de bepaling van zware metalen in water, voedingsmiddelen, biologisch materiaal en industriële monsters, met detectiegrenzen in het microgram-per-liter bereik (vlam-AAS) tot nanogram-per-liter bereik (grafietoven-AAS).
Een holle-kathode-lamp (HCL) zendt licht uit op de elementspecifieke resonantiegolflengte van het te bepalen element. Het monster wordt geatomiseerd — omgezet in vrije atomen in de gasfase — in een vlam of grafietoven. De vrije atomen absorberen het licht van de HCL; de mate van absorptie is evenredig met de concentratie van het element in het monster (Beer-Lambert wet). Een monochromator isoleert de resonantielijn en een detector meet de resterende lichtintensiteit.
AAS behoort tot de atomaire spectroscopie — technieken die individuele atomen analyseren in tegenstelling tot moleculaire spectroscopie (UV-VIS, FTIR) die moleculen als geheel analyseert. Binnen de atomaire spectroscopie zijn drie basisprincipes te onderscheiden:
Het fundamentele verschil tussen AAS en UV-VIS is dan ook: AAS meet de absorptie van vrije atomen in de gasfase op één scherpe resonantielijn en is daarmee elementspecifiek; UV-VIS meet de absorptie van moleculen of ionen in oplossing over een breed golflengtebereik en geeft informatie over moleculaire structuur of de concentratie van gekleurde verbindingen. AAS vereist atomisatie (verbranden of verhitten van het monster); UV-VIS niet.
OES wordt in de praktijk gecombineerd met een inductief gekoppeld plasma (ICP-OES): het plasma exciteert atomen tot hoge energieniveaus, waarna de uitgezonden lichtlijnen simultaan voor tientallen elementen worden gemeten. Het verschil met AAS is dat ICP-OES een emissiespectrum meet (geen externe lamp nodig) en alle elementen tegelijk kan bepalen, terwijl AAS per element één lamp en één meting vereist. Zie ook het kennisbankartikel over ICP-MS en ICP-OES.
Het monster wordt via een vernevelaar als fijne aerosol in een lucht-acetyleen of lachgas-acetyleen vlam gebracht. In de vlam (temperatuur 2100–2800 °C) worden de metaalzouten geatomiseerd tot vrije atomen. Vlam-AAS is snel (meting in seconden), robuust en geschikt voor hogere concentraties (mg/l-bereik). De lucht-acetyleen-vlam is geschikt voor de meeste metalen; lachgas-acetyleen is noodzakelijk voor refractaire elementen (Al, Ba, V, Ti) die in een koelere vlam niet volledig atomiseren.
Een kleine hoeveelheid monster (5–50 µl) wordt in een grafietbuis gebracht en via een temperatuurprogramma gedroogd, verasst en geatomiseerd (tot 2700 °C). De grafietoven geeft detectiegrenzen 100–1000 keer lager dan vlam-AAS (µg/l tot ng/l bereik) en is geschikt voor kleine monstervolumes en complexe matrices. Matrixmodifiers (bijv. palladiumnitraat, magnesiumnitraat) worden toegevoegd om interferenties te onderdrukken en de atomisatietemperatuur te stabiliseren.
Elementen die vluchtige hydriden vormen (As, Se, Sb, Bi, Te, Sn, Ge, Pb) worden omgezet met natriumborhydride tot hun vluchtige hydride (bijv. AsH₃, SeH₂) en als gas in een gekwartste cel of vlam gebracht. Dit verhoogt de gevoeligheid en selectiviteit aanzienlijk en vermijdt matrixinterferenties. Arsenicum-speciatie (As(III) vs. As(V)) is mogelijk via selectieve reductie.
Kwik (Hg) heeft een hoge dampdruk bij kamertemperatuur. Na reductie met tin(II)chloride of natriumborhydride wordt het kwikdamp via een gesloten cel door het instrument gepompt. CV-AAS is de standaardmethode voor kwikbepaling in water (norm: drinkwater < 1 µg/l), vis en sediment, met detectiegrenzen tot 0,01 µg/l.
AAS kent drie typen interferenties:
AAS is de referentiemethode voor metaalanalyse in drinkwater conform ISO 15586 (GFAAS) en ISO 11885 (ICP-OES). Lood, cadmium, arseen, kwik, chroom en koper in drinkwater worden bewaakt conform EU-richtlijn 2020/2184. Vlam-AAS is geschikt voor Ca, Mg, Fe, Mn, Zn, Cu; grafietoven-AAS voor Pb, Cd, As, Se, Cr op sporniveau.
Zware metalen in voedingsmiddelen (EC-verordening 1881/2006) worden bepaald via GFAAS of ICP-MS. Kaliumbepaling in voedingsmiddelen, natrium en calcium in zuivel, en ijzer- en zinkbepaling in verrijkte voedingsmiddelen worden via vlam-AAS uitgevoerd.
Lood in bloed (biomonitoringsnorm < 50 µg/l voor kinderen), serumelektroly-ten (Na, K, Ca, Mg), kwik in urine en arsenicum in haar zijn typische klinische toepassingen. De grafietoven biedt de nodige gevoeligheid voor biologisch materiaal in kleine volumes.
Resterende katalysatormetalen (Pd, Pt, Rh, Ir) in API’s worden bepaald conform ICH Q3D (elementaire onzuiverheden). AAS is geschikt voor individuele elementbepalingen; ICP-MS biedt hogere doorvoer bij multi-elementanalyse.
AAS is in de forensische wetenschap een gevestigde analysetechniek voor elementbepaling in sporenmateriaal. De belangrijkste forensische toepassingen zijn:
AAS is een beproefde en breed toegepaste techniek, maar kent specifieke beperkingen die de keuze voor ICP-OES of ICP-MS kunnen rechtvaardigen. Een overzicht:
De vuistregel: AAS is de kosteneffectieve keuze voor laboratoria die routinematig een beperkt aantal elementen bepalen in series van monsters met een vergelijkbare matrix. Zodra meer dan vijf elementen per monster bepaald moeten worden, of wanneer de monstermatrix sterk varieert, biedt ICP-OES of ICP-MS een hogere totale efficiëntie ondanks de hogere instrumentinvestering.
Voor multi-elementanalyse met hogere doorvoer is ICP-MS/ICP-OES de voorkeursmethode. Voor moleculaire identificatie en structuuranalyse zijn FTIR-spectroscopie en NMR-spectroscopie de aangewezen technieken. UV/Vis wordt ingezet voor niet-elementspecifieke absorptiemetingen; zie UV/Vis-spectrofotometrie.
Voor de analyse van vaste monsters zonder destructie is XRF (röntgenfluorescentiespectrometrie) een complementaire techniek: XRF bepaalt elementsamenstelling direct op het vaste monster en vereist geen oplossing, maar biedt hogere detectiegrenzen dan GF-AAS. AAS en XRF worden vaak gecombineerd: XRF voor snelle screening van vaste monsters, AAS voor nauwkeurige kwantificering van specifieke elementen in oplossing.
De holle-kathode-lamp zendt licht uit op de exacte resonantiegolflengten van het element waarvan de kathode is gemaakt. Alleen dit element absorbeert dit licht in de atomisator, wat de hoge selectiviteit van AAS verklaart. Multi-elementlampen (bijv. Ca/Mg of Cu/Zn) bestaan, maar geven een lagere lichtstroom per element dan enkelelementlampen.
Kies grafietoven-AAS wanneer de concentratie van het te bepalen element onder de detectiegrens van vlam-AAS valt (typisch < 0,1 mg/l), wanneer het monstervolume beperkt is (< 0,5 ml), of wanneer directe analyse van complexe matrices (bloed, urine, slib) zonder volledige destructie gewenst is. Vlam-AAS heeft de voorkeur voor routineanalyse van hogere concentraties vanwege eenvoud en snelheid.
Deze pagina is onderdeel van de Labvakhandel kennisbank. Canidae Seal B.V. / Labvakhandel.nl is niet aansprakelijk voor de toepassing van deze informatie in specifieke analytische situaties.
Inloggen
Wachtwoord vergeten
Account aanmaken
Uw winkelwagen is leeg.