Fourier-transform infraroodspectroscopie (FTIR) is een analytische techniek die infraroodlicht gebruikt om de moleculaire samenstelling en structuur van stoffen te bepalen. Chemische bindingen absorberen infraroodstraling op karakteristieke frequenties die overeenkomen met hun vibratiefrequentie. Het resulterende absorptiespectrum is een moleculaire vingerafdruk waarmee verbindingen kunnen worden geïdentificeerd, mengsels worden gekarakteriseerd en chemische veranderingen worden gevolgd. FTIR wordt toegepast in de farmaceutische industrie, polymeeranalyse, voedingsmiddelenonderzoek, forensisch onderzoek en oppervlakteanalyse.
FTIR maakt gebruik van een Michelson-interferometer in plaats van een klassiek dispersief element (rooster of prisma). Een infraroodbron zendt polychromatisch IR-licht uit dat door een stralensplitser (beam splitter) in twee bundels wordt verdeeld: één naar een vaste spiegel en één naar een bewegende spiegel. Door de bewegende spiegel te verplaatsen ontstaat een padlengteverschil tussen de twee bundels, waardoor zij bij hereniging interfereren. Het resulterende signaal — het interferogram — bevat informatie over alle golflengten tegelijk. Een Fourier-transformatie zet het interferogram om in het vertrouwde IR-spectrum (transmissie of absorptie als functie van golfgetal in cm⁻¹).
Infraroodstraling beslaat een breder golfgetalbereik dan alleen het mid-IR dat in standaard FTIR wordt gemeten:
De meeste laboratoriuminstrumenten meten uitsluitend het mid-IR bereik. NIR-instrumenten zijn sneller en geschikt voor at-line en online procescontrole. Far-IR vereist speciale apparatuur en is hoofdzakelijk een onderzoekstechniek.
De lichtbron in een FTIR-instrument hangt af van het meetgebied:
Het Fellgett-voordeel (multiplex-voordeel) houdt in dat alle golflengten gelijktijdig worden gemeten, waardoor de signaal-ruisverhouding aanzienlijk beter is dan bij sequentiële meting. Het Jacquinot-voordeel (doorvoervoordeel) levert meer lichtdoorvoer op dan een spleetgebaseerd systeem. Hierdoor zijn FTIR-spectra snel te meten (seconden), nauwkeurig in golfgetal (Connes-voordeel via interne He-Ne-laserkalibratij) en geschikt voor zwakke signalen.
De klassieke methode voor vaste stoffen: het monster (1–2 mg) wordt gemalen en gemengd met droog kaliumbromiede (KBr, 100–200 mg), en daarna geperst tot een transparante tablet. KBr is transparant in het volledige mid-IR gebied (400–4000 cm⁻¹). Nadelen zijn de gevoeligheid voor vocht en de tijdrovende voorbereiding.
ATR is de meest gebruikte moderne meetmethode. Het monster wordt direct op een kristal (diamant, ZnSe of Ge) gedrukt; het IR-licht penetreert slechts een paar micrometer in het monster via een evanescent wave. ATR vereist minimale monstervoorbereiding, is geschikt voor vloeistoffen, pasta’s, films en vaste stoffen, en is niet-destructief. Een diamant-ATR-accessoire is universeel inzetbaar en chemisch resistent.
Vloeistoffen worden gemeten in gesloten cellen met ramen van NaCl, KBr of CaF₂. De padlengte (typisch 0,01–1 mm) wordt bepaald door de dikte van de spacer. Water absorbeert sterk in het IR en is moeilijk te meten; gebruik CaF₂-ramen en korte padlengten of ATR.
Diffuse reflectiespectroscopie (DRIFTS) is geschikt voor ruw poeder of oppervlakken. Het licht penetreert in het monster en wordt diffuus gereflecteerd. Geschikt voor katalysatoren, grond, medicijntabletten en coatings.
Koppeling van FTIR aan een IR-microscoop maakt ruimtelijk opgeloste analyse mogelijk met een spatiale resolutie tot ca. 10 µm. Toepassingen zijn microplasticidentificatie, forensisch vezelonderzoek, inclusieanalyse in gesteente en degradatieonderzoek van polymeerfilms.
Het mid-IR spectrum (4000–400 cm⁻¹) wordt verdeeld in functionele-groepsgebied en vingerafdrukgebied:
Een systematische aanpak voor het interpreteren van een onbekend FTIR-spectrum:
FTIR heeft fundamentele beperkingen die bepalen wanneer een andere techniek noodzakelijk is:
FTIR is de standaardmethode voor de identificatie van polymeertypen (PE, PP, PVC, PS, PET, nylon) in kwaliteitscontrole en recycling. Degradatiegraad (oxidatie-index, carbonylindex) en additiefconcentraties (antioxidanten, vlamvertragers) worden kwantitatief bepaald via piekoppervlakteverhoudingen.
Identiteitsbevestiging van API’s en hulpstoffen conform Ph.Eur. en USP via bibliotheekvergelijking. FTIR is de snelste niet-destructieve methode voor incoming goods inspection. Polymorfiebepaling (kristalvormen van hetzelfde geneesmiddel met verschillende biologische beschikbaarheid) is een kritische toepassing in formulatieontwikkeling.
Vetsamenstelling (vetzuurprofiel, cis/trans-verhouding), vochtgehalte, eiwitgehalte en adultaratie (bijv. melamine in melkpoeder, palmolie in olijfolie) worden bepaald via FTIR in combinatie met chemometrie (PLS-regressie, PCA).
Microplasticidentificatie in water en sediment via FTIR-micro, brandstofidentificatie bij brandonderzoek, identificatie van onbekende chemicaliën bij incidentrespons en verificatie van gevaarlijke stoffen.
Voor kwantificering van verbindingen in oplossing is UV/Vis-spectrofotometrie eenvoudiger en goedkoper. Voor volledige structuuropheldering van onbekende organische verbindingen is NMR-spectroscopie de gouden standaard. Elementanalyse wordt uitgevoerd via AAS of ICP-MS/ICP-OES.
CO₂ in de atmosfeer absorbeert bij ca. 2349 cm⁻¹ en waterdamp bij 3500–3900 en 1300–2000 cm⁻¹. Deze stoorbanden zijn afwezig wanneer het instrument correct gespurgd wordt met droge stikstof of droge lucht, of wanneer de achtergrondmeting onmiddellijk voor de meting is opgenomen onder dezelfde atmosferische omstandigheden. Controleer ook of de ATR-eenheid volledig gesloten is.
Bij transmissie gaat het IR-licht door het monster heen; de padlengte bepaalt de absorptie. Bij ATR penetreert het licht slechts enkele micrometers in het monster via totale interne reflectie; de effectieve padlengte is golflengte-afhankelijk en neemt toe naar lage golfgetallen. ATR-spectra tonen daardoor relatief sterkere banden bij lage golfgetallen dan transmissiespectra van hetzelfde monster. Voor bibliotheekvergelijking is het noodzakelijk om ATR-spectra te vergelijken met ATR-bibliotheken, of een ATR-correctie toe te passen.
FTIR en HPLC zijn complementaire technieken die elk een fundamenteel ander analytisch doel dienen:
In de farmaceutische kwaliteitscontrole worden beide technieken gecombineerd: FTIR voor snelle identiteitsbevestiging van de grondstof (niet-destructief, resultaat in seconden) en HPLC voor kwantitatieve bepaling van gehalte en onzuiverheden conform farmacopee-monografieën. De twee technieken zijn complementair, niet concurrerend.
Deze pagina is onderdeel van de Labvakhandel kennisbank. Canidae Seal B.V. / Labvakhandel.nl is niet aansprakelijk voor de toepassing van deze informatie in specifieke analytische situaties.
Inloggen
Wachtwoord vergeten
Account aanmaken
Uw winkelwagen is leeg.