HPLC — hogedruk vloeistofchromatografie

HPLC (High Performance Liquid Chromatography) is een van de meest toegepaste analytische technieken in het laboratorium. De methode scheidt, identificeert en kwantificeert verbindingen in een vloeibaar monster op basis van hun verdeling tussen een mobiele fase (vloeistof) en een stationaire fase (verpakt in een kolom). Doordat HPLC geschikt is voor niet-vluchtige, thermisch labiele en polaire verbindingen — stoffen die zich niet lenen voor gaschromatografie — is de techniek onmisbaar in de farmaceutische industrie, voedingsmiddelenanalyse, milieulaboratoria en biochemisch onderzoek.

Principe

Een vloeistofpomp perst de mobiele fase met hoge druk (doorgaans 200–600 bar, bij UHPLC tot 1200 bar) door een kolom gevuld met fijn verpakt stationair-fasemateriaal. Het monster wordt via een injector in de vloeistofstroom gebracht. In de kolom verdelen de afzonderlijke componenten zich voortdurend tussen de mobiele fase en de stationaire fase: stoffen met een hoge affiniteit voor de stationaire fase bewegen langzamer dan stoffen die liever in de mobiele fase blijven. Elk component verlaat de kolom op een karakteristieke retentietijd. Een detector registreert de doorstroming en software verwerkt het signaal tot een chromatogram.

Schematisch overzicht van een HPLC-systeem
Figuur 1 — Schematisch principe van een HPLC-systeem

Hoe lees je een HPLC-chromatogram?

Het chromatogram is de grafische uitvoer van een HPLC-analyse: de x-as toont de tijd (minuten), de y-as toont het detectorsignaal (mAU voor UV, of een ander eenheid afhankelijk van de detector). Elke piek vertegenwoordigt een component in het monster. De belangrijkste parameters zijn:

Parameter Definitie Toepassing
Retentietijd (RT, tR) Tijd tussen injectie en het piekmaximum van een component Identificatie door vergelijking met referentiestandaard onder identieke omstandigheden
Relatieve retentietijd (RRT) RT van component gedeeld door RT van referentiepiek (interne standaard of hoofdcomponent): RRT = tR(component) / tR(referentie) Systeemonafhankelijke identificatie van onzuiverheden in farmaceutische analyse; minder gevoelig voor kolomveroudering dan absolute RT
Piekoppervlakte Geïntegreerde oppervlakte onder de piek (mAU × min) Kwantificering via externe standaard of interne standaard; robuuster dan piekhoogte bij variabele piekbreedte
Resolutie (Rs) Rs = 2(tR2 − tR1) / (w1 + w2); waarbij w = piekbreedte aan de basis Rs ≥ 1,5 geldt als basislijnscheiding; < 1,0 is onvoldoende voor kwantificering
Symmetriefactor (As) As = b / a op 10 % van de piekhoogte; waarbij a = voorste helft, b = achterste helft As = 1,0 is perfect symmetrisch; As > 1,2 duidt op tailing; As < 0,8 op fronting. Farmaceutische norm: 0,8–1,5 (USP/Ph.Eur.)
Plaatgetal (N) N = 16 × (tR / w)2; maat voor kolomefficiëntie Hogere N = scherpere pieken. Een C18-kolom van 150 mm geeft typisch N = 8.000–15.000 platen

Stapsgewijze interpretatie van een onbekend chromatogram:

  1. Controleer de basislijn — een vlakke, stabiele basislijn voor en na de pieken duidt op een stabiel systeem. Drift wijst op onvoldoende kolomequilibratie of temperatuurschommelingen.
  2. Identificeer pieken via retentietijd — vergelijk met een referentie-injectie onder identieke condities. Gebruik RRT voor identificatie van onzuiverheden ten opzichte van de hoofdcomponent.
  3. Controleer piekvormen — symmetriefactor buiten 0,8–1,5 wijst op kolomproblematiek, onjuiste pH of te hoge monsterconcentratie.
  4. Kwantificeer via piekoppervlakte — gebruik een gekalibreerde standaardreeks (extern) of een interne standaard voor correctie van injectievolumevariatie.
  5. Beoordeel resolutie — Rs ≥ 1,5 tussen kritische paren is vereist voor betrouwbare kwantificering van onzuiverheden naast een hoofdcomponent.

Onderdelen van een HPLC-systeem

Mobiele fase en reservoirs

De mobiele fase is een mengsel van oplosmiddelen dat op hoge druk door de kolom wordt gepompt. De oplosmiddelen worden bewaard in HPLC-flessen. Bij omgekeerd-fase HPLC (RP-HPLC) worden ultrapuur water en waterige buffers gecombineerd met organische oplosmiddelen zoals acetonitril of methanol. Bij normaal-fase HPLC worden apolaire oplosmiddelen (hexaan, heptaan) gebruikt in combinatie met een polaire stationaire fase. De samenstelling van de mobiele fase is een primaire sturingsvariabele voor selectiviteit en retentietijd.

HPLC-water: eisen en productie

Water is in RP-HPLC de primaire component van de mobiele fase en de meest kritische variabele voor reproduceerbaarheid. HPLC-kwaliteitswater is ultrapuur water dat voldoet aan de eisen van de relevante farmacopee of norm:

Parameter HPLC-kwaliteitseis Reden
Geleidbaarheid < 0,1 μS/cm (typ. 0,055 μS/cm) Ionische verontreinigingen verstoren UV-basislijn en buffercapaciteit
TOC (organisch koolstof) < 10 ppb Organische residuen geven storingspieken bij lage UV-golflengten (< 220 nm)
Deeltjes Vrij van deeltjes > 0,2 μm Deeltjes verstoppen kolomfrit en injector
Microbiologisch < 10 KVE/ml (voor farmaceutisch gebruik) Bacterieel afvalmateriaal (endotoxinen) veroorzaakt piekinterferenties

HPLC-water wordt geproduceerd via een combinatie van omgekeerde osmose (RO), elektro-deionisatie (EDI) en UV-oxidatie. Systemen als de LaboStar of OmniaPure leveren type 1-water conform ISO 3696 direct aan het instrument. Gebruik altijd vers bereid water — langer dan 24 uur opgeslagen ultrapuur water absorbeert CO₂ en organische verontreinigingen uit de lucht, wat de basislijn bij UV-detectie onder 220 nm verstoort. Filtreer mobiele fase altijd door een membraanfilter van 0,2 of 0,45 μm voordat het in het HPLC-reservoir wordt gevuld.

Vacuümdegassering van de mobiele fase — het verwijderen van opgeloste gassen via een membraanmodule onder vacuüm — voorkomt basislijnruis en luchtbellen in de pomp. Zie ons kennisbankartikel vacuüm in het laboratorium voor meer achtergrond over pompkeuze en vacuümopbouw.

Bij isocratische elutie blijft de samenstelling van de mobiele fase gedurende de analyse constant. Bij gradiëntelutie wordt de verhouding organisch/water geleidelijk verhoogd, waardoor verbindingen met uiteenlopende polariteit binnen één run gescheiden kunnen worden. Gradiëntelutie vereist een solventenwisselsysteem (quaternaire of binäre pomp) en een re-equilibratiestap tussen injecties.

Pomp

De HPLC-pomp levert een constante, pulsvrije vloeistofstroom bij hoge druk. Moderne reciprocerende zuigerpomp-systemen met twee of meer zuigers in fase-verschuiving geven een vrijwel pulsvrije stroom. De stroomsnelheid ligt typisch tussen 0,1 en 2,0 ml/min, afhankelijk van de kolomdiameter. Een drukregelaar bewaakt de systeemdruk; bij verstopping of te hoge viscositeit schakelt het systeem automatisch af ter bescherming van de kolom.

Injector en autosampler

Het monster wordt via een injectielus in de vloeistofstroom gebracht. Handmatige injectoren (Rheodyne-type) zijn geschikt voor sporadisch gebruik; autosamplers plaatsen monsters automatisch en bieden hoge reproduceerbaarheid (RSD < 0,5 % op injectievolume). Het injectievolume varieert van 1 tot 100 µl, waarbij kleinere volumes scherpere pieken geven maar lagere gevoeligheid.

Kolom

De scheidingskolom bepaalt in grote mate de selectiviteit van de analyse. Standaard analytische kolommen hebben een inwendige diameter van 4,6 mm en een lengte van 50–250 mm. UHPLC-kolommen (Ultra-High Performance LC) gebruiken deeltjes van 1,7–1,8 µm en bereiken aanzienlijk hogere plategetallen bij kortere analysetijden.

De meest gebruikte kolomtypen zijn:

  • C18 (octadecyl) — apolare stationaire fase voor omgekeerd-fase HPLC; universeel inzetbaar voor de meeste organische verbindingen.
  • C8 (octyl) — minder retentief dan C18; geschikt voor sterk apolaire verbindingen en als alternatief bij elutieproblematiek.
  • HILIC (Hydrophilic Interaction Liquid Chromatography) — voor hydrofiele en sterk polaire verbindingen (suikers, aminozuren, nucleotiden) die niet retineren op C18.
  • Ion exchange (IEX) — scheiding op lading; toegepast in eiwitanalyse, ionenanalyse en oligonucleotiden.
  • Size exclusion (SEC/GPC) — scheiding op molecuulmassa; standaard voor polymeerkarakterisering en eiwitaggregaatanalyse.
  • Chirale kolommen — scheiding van enantiomeren op basis van stereospecifieke interacties; vereist in farmaceutische kwaliteitscontrole (ICH Q6A).
Dwarsdoorsnede van een HPLC-kolom met twee migrerende componentbanden
Figuur 2 — Dwarsdoorsnede van de HPLC-kolom: twee componentbanden migreren met verschillende snelheid

Detectoren

De keuze van de detector bepaalt de gevoeligheid, selectiviteit en het toepassingsgebied. De meest gangbare detectoren zijn:

  • UV/Vis-detector — de meest gebruikte; meet absorptie bij een vaste golflengte (254 of 280 nm). Geschikt voor aromatische verbindingen, conjugeerde systemen en verbindingen met een chromofoor.
  • DAD (Diode Array Detector) — registreert het volledige UV/Vis-spectrum per tijdseenheid. Maakt piekzuiverheidscontrole mogelijk en geeft spectrale informatie voor identificatie.
  • Fluorescentiedetector (FLD) — hoge selectiviteit en gevoeligheid (fmol-bereik) voor van nature fluorescente of derivatiseerde verbindingen. Standaard voor PAK’s, aflatoxinen en aminozuurderivaten.
  • Brekingsindex-detector (RID) — universeel, niet-destructief; geschikt voor verbindingen zonder chromofoor (suikers, polymeren). Gevoelig voor temperatuur- en samenstellingsveranderingen van de mobiele fase; niet geschikt bij gradiëntelutie.
  • Massaspectrometer (LC-MS / LC-MS/MS) — koppeling van HPLC aan een massaspectrometer via electrospray-ionisatie (ESI) of APCI. Geeft molecuulmassa en fragmentatiepatronen; de gouden standaard voor confirmatorische analyse en spoormetingen in complexe matrices (plasma, urine, voedsel).
  • Elektrochemische detector (ECD) — selectief voor electrochemisch actieve verbindingen (catecholaminen, fenolen, nucleotiden); gebruikt in klinische neurochemie.
  • ICP-MS koppeling (LC-ICP-MS) — koppeling van HPLC aan ICP-MS via een nebulizer-interface maakt speciatie-analyse mogelijk: de bepaling van verschillende chemische vormen van hetzelfde element (As(III)/As(V), Cr(III)/Cr(VI), organotin) in milieu- en voedingsmonsters. LC-ICP-MS combineert de scheidingskracht van HPLC met de detectiegevoeligheid van ICP-MS op sub-ng/l niveau.
  • ELSD (Evaporative Light Scattering Detector) — geschikt voor verbindingen zonder UV-absorptie; detecteert alle niet-vluchtige stoffen na verdamping van de mobiele fase.

Omgekeerd-fase versus normaal-fase HPLC

Omgekeerd-fase (RP-HPLC) Normaal-fase (NP-HPLC)
Stationaire fase Apolair (C18, C8, phenyl) Polair (silica, aminopropyl, cyano)
Mobiele fase Waterig / organisch (ACN, MeOH) Apolaire oplosmiddelen (hexaan, DCM)
Elutievolgorde Polaire stoffen eerst Apolaire stoffen eerst
Toepassingen Geneesmiddelen, peptiden, vitamines, kleurstoffen Lipiden, vetoplosbare vitamines, isomeren
Marktaandeel ca. 80 % van alle HPLC-toepassingen ca. 15 %

Van HPLC naar UHPLC

Ultra-High Performance Liquid Chromatography (UHPLC) maakt gebruik van kolommen met sub-2-µm deeltjes (1,7–1,8 µm) bij drukken tot 1200 bar. De Van Deemter-vergelijking beschrijft het verband tussen stroomsnelheid en kolomefficiëntie: kleinere deeltjes verschuiven het optimum naar hogere stroomsnelheden, waardoor analyses vijf tot tienmaal sneller kunnen worden uitgevoerd bij gelijkblijvende of betere resolutie. UHPLC-systemen vereisen een speciaal ontworpen pomp, injector en verbindingskapillaren met minimaal dood volume.

Toepassingen in het laboratorium

Farmaceutische industrie

HPLC is de dominante techniek voor kwaliteitscontrole van geneesmiddelen. Toepassingen omvatten assay (gehalte werkzame stof), onzuiverheidsprofilering (gerelateerde stoffen conform ICH Q3A/Q3B), oplossingssnelheidsbepalingen, chirale zuiverheid en residuële oplosmiddelen (ICH Q3C, doorgaans via GC maar soms via HPLC). Farmaceutische methoden worden gevalideerd conform ICH Q2(R1) op specificiteit, lineariteit, nauwkeurigheid, precisie, detectielimiet en bepalingslimiet.

Voedingsmiddelen en dranken

HPLC wordt gebruikt voor de bepaling van vitamines (A, B-complex, C, D, E, K), conserveermiddelen, zoetstoffen, kleurstoffen, mycotoxinen, pesticidenresiduen, vetzuurprofielen (na derivatisering) en aminozuren. LC-MS/MS is de standaard geworden voor multi-residu-methoden voor pesticiden in groente en fruit (EN 15662).

Milieu en water

Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s), herbiciden, farmaceutische residuen in oppervlaktewater en bisfenol-A worden bepaald via RP-HPLC met fluorescentie- of MS-detectie. Drinking water monitoring conform EU-richtlijn 2020/2184 vereist gevalideerde HPLC-methoden voor een reeks microverontreinigingen.

Biochemie en life sciences

Eiwitanalyse via SEC (molecuulgewicht, aggregaatstatus), peptidenmapping na enzymatische digestie, oligonucleotidenanalyse en metabolietenprofilering (metabolomics) zijn typische biochemische toepassingen. Bij biofarmatica (monoklonale antilichamen, ADC’s) is HPLC onmisbaar voor karakterisering van glycovormen, oxidaties en deaminaties.

Methode-ontwikkeling: stapsgewijze aanpak

Een nieuwe HPLC-methode wordt doorgaans als volgt ontwikkeld:

  1. Kennis van het monster — polariteit, pKa, molecuulmassa, bekende onzuiverheden, oplosmiddelcompatibiliteit. Filtreer het monster voorafgaand aan injectie door een spuitfilter van 0,2 of 0,45 µm om de kolom te beschermen tegen deeltjes.
  2. Kolomselectie — start met C18 bij onbekende verbindingen; overweeg C8 of polaire embedded phase bij retentieproblematiek.
  3. Initieel scouting — isocratische run met 50 % ACN/water; beoordeel retentietijden en piekvormen.
  4. Optimalisatie mobiele fase — pH aanpassen (ioniseerbare stoffen), ionpaarreagens overwegen, gradiënt instellen.
  5. Detectorinstelling — kies golflengte op absorptiemaximum via DAD-spectra of literatuurgegevens.
  6. Validatie — specificiteit, lineariteit, nauwkeurigheid, precisie (herhaalbaarheid en tussentijdse precisie), LOD, LOQ en robuustheid conform ICH Q2(R1).

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen HPLC en UHPLC?

UHPLC (Ultra-High Performance LC) werkt met kolommen gevuld met sub-2-µm deeltjes bij drukken boven 600 bar (tot 1200 bar). Dit levert hogere plategetallen, kortere analysetijden en lager oplosmiddelverbruik ten opzichte van conventionele HPLC. UHPLC-systemen zijn duurder en vereisen een hoger technisch onderhoudsniveau. Niet alle bestaande HPLC-methoden zijn zonder aanpassing over te zetten naar UHPLC.

Waarom worden pieken breed of asymmetrisch?

Piekverbreding heeft meerdere oorzaken: overmatig dood volume in verbindingskapillaren, een beschadigde of verouderde kolom door onvoldoende monsterfiltratie, onjuiste pH van de mobiele fase (voor ioniseerbare verbindingen), te hoog injectievolume of ongeschikte injectie-oplosmiddel. Piekasymmetrie (tailing) wordt vaak veroorzaakt door silanolfuncties op de kolomwand die met basische verbindingen interageren; gebruik een end-capped C18-kolom of voeg een kleine hoeveelheid triëthylamine toe aan de mobiele fase.

Hoe kies ik de juiste pH voor de mobiele fase?

De pH heeft grote invloed op de retentie van ioniseerbare verbindingen. Voor zuren (pKa 3–5) werkt een mobiele fase met pH 2,5–3,0 goed: de verbinding is ongeladen en retineert op C18. Voor basische verbindingen (pKa 8–10) vermijdt pH 3 al te brede pieken, maar pH 7–8 met een stabiele hoog-pH-kolom geeft betere selectiviteit. Silicakolommen zijn stabiel tussen pH 2 en pH 8; hybride deeltjes (BEH-technologie) zijn stabiel tot pH 12.

Wanneer kies ik LC-MS in plaats van HPLC-UV?

LC-MS is noodzakelijk wanneer verbindingen geen of slechts zwakke UV-absorptie hebben, wanneer identificatie naast kwantificering vereist is, bij spooranalyse in complexe matrices (plasma, urine, plantextracten) of bij de analyse van onbekende metabolieten. HPLC-UV blijft de voorkeur voor routinematige kwaliteitscontrole van bekende verbindingen met een duidelijk chromofoor, vanwege lagere operationele kosten en eenvoudigere methodekwalificatie.

Wat kost een HPLC-systeem en welke merken zijn er?

HPLC-systemen variëren sterk in prijs afhankelijk van configuratie, detector en fabrikant:

Type systeem Prijsindicatie (nieuw) Typische toepassing
Instap-HPLC (isocratisch, UV-detector) € 15.000–30.000 Routinekwaliteitscontrole, onderwijs
Standaard HPLC (gradiënt, DAD) € 40.000–80.000 Farmaceutische QC, voedingsmiddelenanalyse, milieu
UHPLC-systeem (sub-2-μm, >600 bar) € 60.000–120.000 Hoge doorvoer, farmaceutisch onderzoek
LC-MS/MS (triple quadrupool) € 200.000–400.000 Spooranalyse, metabolomics, bioanalytisch onderzoek

De vier dominante fabrikanten van HPLC-systemen zijn Waters (Alliance, Arc, Acquity UPLC), Agilent Technologies (1100/1200/1260/1290-serie), Shimadzu (Nexera, Prominence) en Thermo Fisher Scientific (Vanquish, UltiMate). Elk merk heeft zijn eigen kolomformaten, software (Empower, OpenLAB, LabSolutions, Chromeleon) en servicestructuur. Bij aanschaf zijn naast instrumentprijs ook servicecontractkosten (typisch 5–10 % van aanschafwaarde per jaar), kolomverbruik (€ 300–800 per kolom), oplosmiddelkosten en softwarelicenties relevante factoren in de totale eigendomskosten (TCO).

Waarom is HPLC duur? De kosten worden bepaald door de precisie-engineering van de pomp (pulsvrij bij 600+ bar), de nauwkeurigheid van de autosampler (injectieprecisie < 0,5 % RSD), de thermostabiliteit van de kolomoven (± 0,1 °C) en de kwaliteit van de detector (DAD: simultaan full-spectrum bij milliseconde-tijdresolutie). UHPLC verhoogt de materiaaleisen verder door de hogere druk op alle afdichtingen en verbindingen.

Wat is klinische HPLC en kan HPLC thalassemie detecteren?

Ja. In de klinische hematologie is ion-exchange HPLC (IE-HPLC) de referentiemethode voor de analyse van hemoglobinevarianten. Toepassingen zijn:

  • HbA1c-bepaling — maat voor langetermijn bloedsuikerregulatie bij diabetes; HPLC scheidt HbA1c van HbA0 en andere hemoglobinefracties op een kationenuitwisselkolom. IFCC-gecertificeerde methoden op geautomatiseerde analyzers (Bio-Rad Variant, Tosoh G8) verwerken honderden monsters per dag.
  • Thalassemie-screening — β-thalassemie kenmerkt zich door verhoogd HbA2 (> 3,5 %) en verhoogd HbF. α-thalassemie toont een Hb Bart's-piek (γ4) bij pasgeboren screening. HPLC detecteert en kwantificeert deze fracties in één run van 6–8 minuten.
  • Sikkelcelziekte — HbS-piek (retentietijd verschoven ten opzichte van HbA) is diagnostisch voor sikkelcelziekte; HbAS (drager) en HbSS (ziekte) worden onderscheiden op basis van de HbS/HbA-verhouding.
  • Andere hemoglobinevarianten — HbC, HbD, HbE en zeldzame varianten worden geïdentificeerd via hun karakteristieke retentietijden; bevestiging via DNA-analyse of capillaire zone-elektroforese.

Wat zijn de 4 soorten chromatografie?

Chromatografie wordt ingedeeld op basis van het scheidingsmechanisme. De vier hoofdtypen zijn: adsorptiechromatografie — scheiding op basis van adsorptie aan een vaste stationaire fase (bijv. TLC, normaal-fase HPLC op silica); verdelingschromatografie — scheiding op basis van verdeling tussen twee vloeistoffasen, waarvan omgekeerd-fase HPLC (C18) de meest toegepaste vorm is; ionenuitwisselingschromatografie — scheiding op lading via ionogene groepen op de stationaire fase, toegepast in ionenchromatografie en klinische HPLC (HbA1c); en grootte-exclusiechromatografie (SEC/GPC) — scheiding op molecuulmassa via een poreuze stationaire fase. HPLC kan al deze mechanismen benutten, afhankelijk van de kolomkeuze.

Is GC beter dan HPLC?

GC en HPLC zijn complementaire technieken die elk hun eigen toepassingsgebied hebben — de vraag welke beter is, hangt volledig af van de stof en de analysedoelstelling. GC (gaschromatografie) is geschikter voor vluchtige, thermisch stabiele verbindingen (oplosmiddelen, residuële oplosmiddelen, vluchtige organische stoffen, aroma's) en biedt doorgaans hogere resolutie en gevoeligheid voor die klasse stoffen. HPLC is onmisbaar voor niet-vluchtige, thermisch labiele, polaire of hoogmoleculaire verbindingen zoals geneesmiddelen, eiwitten, suikers, nucleotiden en kleurstoffen die bij GC-temperaturen ontleden of niet verdampen. In de farmaceutische industrie geldt als vuistregel: als een stof niet via GC kan worden geanalyseerd, is HPLC de standaardkeuze. GC-systemen zijn doorgaans goedkoper in aanschaf en onderhoud; HPLC-systemen zijn veelzijdiger inzetbaar. Voor vluchtige oplosmiddelresiduen (ICH Q3C) wordt GC gebruikt; voor de werkzame stof zelf vrijwel altijd HPLC.

Wat is de regel van 3 in HPLC?

De "regel van 3" is geen officiële norm maar een veelgebruikte vuistregel in de HPLC-praktijk die verwijst naar drie kritische systeemparameters die tegelijkertijd acceptabel moeten zijn voordat een analyse als valide wordt beschouwd: (1) resolutie Rs ≥ 1,5 tussen het kritische paar pieken — bij lagere resolutie is betrouwbare kwantificering van naburige componenten niet mogelijk; (2) symmetriefactor (As) tussen 0,8 en 1,5 — pieken buiten dit bereik wijzen op kolomproblematiek of onjuiste methodeomstandigheden; (3) plaatgetal (N) voldoende hoog voor de gebruikte kolom en analysedoel — typisch N ≥ 2.000 voor eenvoudige scheidingen, N ≥ 10.000 voor complexe matrices. In farmaceutische validatie (ICH Q2(R1)) wordt daarnaast gevraagd om minimaal drie onafhankelijke bepalingen (triplicaat) voor precisie-aantoning, wat soms ook als "de regel van 3" wordt aangeduid. In de praktijk worden alle drie de systeemparameters bij systeemgeschiktheidscontrole (SST) getoetst vóór elke analyseserie.

Gerelateerde technieken

HPLC is een variant van vloeistofchromatografie (LC) — de overkoepelende techniek waarbij een vloeibare mobiele fase wordt gebruikt voor scheiding.

Voor vluchtige en thermisch stabiele verbindingen is gaschromatografie (GC) de aangewezen methode. Wanneer specifiek ionenanalyse in waterige matrices wordt gevraagd, biedt ionenchromatografie (IC) hogere selectiviteit. Voor snelle kwalitatieve screening in vroeg stadium van methode-ontwikkeling kan dunnelaagchromatografie (TLC) als goedkope oriëntatie dienen. Voor molecuulgewichtskarakterisering van polymeren en biofarmaceutica is grootte-exclusiechromatografie (SEC/GPC) de aangewezen methode.

Voor HPLC-verbruiksmaterialen vindt u bij Labvakhandel cuvetten, membraanfilters (0,2 en 0,45 µm) voor monstervoorbereiding, spuitfilters en vials en flacons voor monsterbewaring.


Deze pagina is onderdeel van de Labvakhandel kennisbank. De informatie is bedoeld als algemene technische toelichting. Canidae Seal B.V. / Labvakhandel.nl is niet aansprakelijk voor de toepassing van deze informatie in specifieke analytische situaties. Raadpleeg altijd de geldende farmacopee-monografieën, normen en validatievereisten voor uw toepassing.

Bestellijst

Uw winkelwagen is leeg.