Open vaatwerk in het laboratorium: schalen, schaaltjes en kleine houders

Niet al het glaswerk in het laboratorium heeft een hals of een stop. Een aanzienlijk deel van het dagelijkse werk speelt zich af in open vaatwerk: schalen voor indampen en kristalliseren, petrischalen voor microbiologische kweken, horlogeglasjes als deksel of weeghulp, weegflesjes voor hygroscopische stoffen en druppelflesjes voor reagentia. Klein van stuk, groot in toepassingswaarde — dit artikel zet het meest gebruikte open glaswerk op een rij.

Het horlogeglas

Het horlogeglas (ook: klokglas, horlogeglaasje of kijkglas; Engels: watch glass) is een cirkelvormige, licht gebogen glasschijf zonder rand. De naam verwijst naar het convexe glas van een zakhorloge, waaraan de vorm doet denken. In het laboratorium is het horlogeglas een van de meest veelzijdige en tegelijkertijd minst spectaculaire hulpmiddelen.

Als deksel op een bekerglas of kristalliseerschaal houdt het stof buiten en vermindert het de verdampingssnelheid, terwijl het glas toch transparant is en de inhoud zichtbaar blijft. Als weegschaal bij de balans dient het als onderlegger voor vaste stoffen die men later eenvoudig in een kolf wil schuiven, zonder aankoeken aan een weegbootje. Als indampschaaltje voor kleine volumes, voor het drogen van neerslag bij kamertemperatuur of in een droogstoof, voor het uitkristalliseren van kleine hoeveelheden — het horlogeglas doet het allemaal. Diameters variëren van 50 mm tot 150 mm.

Een horlogeglas verschilt van een indampschaaltje doordat het geen rand heeft en daarmee niet zelfstandig stabiel staat: het is bedoeld als hulpstuk dat op een bekerglas wordt gelegd of op een vlakke ondergrond. Een indampschaaltje heeft wel een lage rand en kan op zichzelf worden neergezet. Het horlogeglas wordt dan ook bij voorkeur schoongemaakt met water en een mild reinigingsmiddel direct na gebruik, zodat ingedroogde residuen niet inslijten in het glas. Voor het reinigen van hardnekkige anorganische residuen volstaat uitweken in verdund zoutzuur; organische residuen worden verwijderd met een geschikt oplosmiddel. Gebruik geen schuurmiddelen: het oppervlak van borosilicaatglas is krasgevoelig en een beschadigd horlogeglas geeft bij gebruik als afdekking aanleiding tot onnauwkeurige verdampingswaarnemingen.

De kristalliseerschaal

De kristalliseerschaal (ook: kristallisatieschaal, verdampingsschaal of evaporatieschaal; Engels: crystallizing dish of evaporating dish) is een laag, breed cilindrisch glas- of porseleinen vat zonder hals, met een licht uitlopende rand. De grote oppervlakte ten opzichte van het volume is bewust: hoe groter het oppervlak, hoe sneller een oplosmiddel verdampt en hoe groter de kans dat zich mooie kristallen vormen.

Bij omkristallisatie wordt de hete, verzadigde oplossing in een kristalliseerschaal uitgestort of daarin afgekoeld zodat het product uitkristalliseert. Bij indampexperimenten wordt een oplossing op een waterbad of zandbad voorzichtig ingedampt tot een rest of vaste stof overblijft. Porseleinen uitvoeringen worden gebruikt wanneer sterke verhitting vereist is, glazen schalen bij experimenten waarbij optische waarneming van de inhoud van belang is, bijvoorbeeld bij het observeren van kristalgroei.

Het verschil tussen een glazen en een porseleinen kristalliseerschaal is in de praktijk vooral een kwestie van thermische belasting en chemische resistentie. Glas is transparant en goed bestand tegen de meeste zuren en basen bij matige temperaturen, maar kan scheuren bij abrupte temperatuurwisselingen. Porselein verdraagt open vlam en hoge temperaturen beter, is ondoorzichtig en daarmee minder geschikt wanneer het kristallisatieproces visueel moet worden gevolgd. Voor langzame evaporatie bij kamertemperatuur zijn beide materialen gelijkwaardig; voor gebruik op een zandbad boven 300 °C heeft porselein de voorkeur.

Welke maten zijn er voor kristalliseerschalen?

Glazen kristalliseerschalen zijn verkrijgbaar van kleine uitvoeringen van circa 60 ml tot grote schalen van 900 ml of meer. De inhoudsaanduiding geeft het nominale volume aan; het werkelijke maximale vulvolume ligt iets lager om overlopen te voorkomen. Kleine maten (60–150 ml) worden gebruikt voor laboratoriumschaalse evaporaties en kristallisaties van beperkte batchgrootte; grote maten (500–900 ml) zijn gangbaar bij preparatieve toepassingen en bij het uitvoeren van meerdere parallelle indampexperimenten. De buitendiameter loopt evenredig mee op: bij 900 ml bedraagt die doorgaans 140 mm of meer, wat de schaal geschikt maakt als groot indampoppervlak op een waterbad. Raadpleeg voor het exacte beschikbare maatbereik het assortiment schalen en kroezen.

De petrischaal

De petrischaal (ook: Petri-schaal, kweekschaal of objectschaal; Engels: Petri dish) is een lage cilindrische glazen of kunststof schaal met een los, iets wijder deksel dat over het onderbakje schuift. De karakteristieke vorm is in 1887 geïntroduceerd door de Duitse bacterioloog Julius Richard Petri (1852–1921), die als assistent van Robert Koch werkte en de petrischaal ontwierp als verbetering op de toentertijd gebruikte stolp-methode. Het losliggende deksel laat gaswisseling toe terwijl het stof en luchtverontreinigingen weert — precies wat nodig is voor het steriel kweken van micro-organismen.

Hoe werkt het deksel van een petrischaal?

Het deksel van een petrischaal valt iets wijder uit dan het onderbakje zodat het er ruim overheen schuift zonder te verklemmen. Bij kunststof petrischalen zijn aan de binnenkant van het deksel doorgaans kleine nokjes (uitstulpingen) aangebracht. Die nokjes zorgen voor een smalle spleet tussen deksel en rand van het onderbakje, waardoor er een gecontroleerde gaswisseling plaatsvindt: koolstofdioxide en zuurstof kunnen langzaam uitwisselen, maar inslaand stof en grotere verontreinigingen worden tegengehouden. Glazen petrischalen hebben die nokjes niet en sluiten iets luchtdichter; bij langdurige incubatie van aeroëbe organismen kan dit relevant zijn voor de zuurstofvoorziening van de kweek. In de praktijk worden de dekseltype en de exacte passvorm meegenomen bij de keuze van het schaaltje voor het beoogde kweekmilieu.

De voornaamste toepassing is het kweken van bacteriën, schimmels en gisten op een gestolde voedingsbodem (agar). De agar wordt vloeibaar in de schaal gegoten en stolt tot een vaste laag waarop monsters worden uitgestreken of gestempeld. Na incubatie ontwikkelen zich kolonies die kunnen worden geteld, geïsoleerd of geïdentificeerd. Andere toepassingen zijn celcultuur (eukaryotische cellijnen in voedingsmedium), kleine evaporatie-experimenten en als opvangschaal voor kristallisatie.

Standaarddiameters lopen van 35 mm (microbiologie kleine schaal, celcultuur) tot 150 mm (grote koloniecontroles); 90 mm is de meest gangbare maat. Het verschil tussen glazen en kunststof petrischalen is functioneel bepalend: glazen petrischalen van borosilicaatglas zijn herbruikbaar en kunnen in een autoclaaf worden gesteriliseerd, wat ze geschikt maakt voor toepassingen waarbij herhaald gebruik en kostenbesparing op lange termijn zwaar wegen. Kunststof uitvoeringen in polystyreen of polycarbonaat zijn gammabestraald gesteriliseerd en bestemd voor eenmalig gebruik; zij elimineren het risico op kruisbesmetting tussen batchseries en zijn de standaard in klinische microbiologie en routinecontroles. Voor moleculair-biologische toepassingen bestaan uitvoeringen met meerdere compartimenten en met geleidende coatings voor weefselkweek. Zie ook het artikel Kweken van eencelligen en Over celkweektechnieken in het laboratorium.

Het hellendahlbakje

Het hellendahlbakje (ook: Hellendahl-bakje, kleuringsrekje of Coplin-jar in de rechthoekige variant; Engels: Hellendahl jar of staining jar) is een rechthoekig of cilindrisch glazen bakje met ribbels of groeven aan de binnenwanden, bestemd voor het tegelijk kleuren van meerdere microscopische preparaten. De groeven houden de objectglaasjes rechtop en op onderlinge afstand zodat ze aan alle zijden door de kleuringsvloeistof worden omgeven. Een standaardbakje neemt doorgaans vijf of tien objectglaasjes op.

Van welk materiaal zijn hellendahlbakjes gemaakt en hoeveel glaasjes passen erin?

Hellendahlbakjes zijn leverbaar in sodaglas en in chemisch resistent kunststof, waarvan polymethylpentaan (PMP) de meest voorkomende keuze is. Glazen uitvoeringen zijn de klassieke laboratoriumstandaard: goed bestand tegen de organische oplosmiddelen en kleuringsvloeistoffen die in histologieprotocollen worden gebruikt, autoclaveerbaar en bestand tegen reinigingsmiddelen. Kunststof uitvoeringen (PMP of polypropyleen) zijn lichtgewicht en minder breukgevoelig, wat voordelen biedt bij routinematig transport tussen verwerkingsstations. De capaciteit varieert per model: kleine bakjes bieden plaats aan vijf of tien objectglaasjes, grotere uitvoeringen nemen tot zestien of twintig glaasjes van het standaardformaat 76 × 26 mm op. Bij grotere series verdient de hogercapaciteitsvariant de voorkeur omdat minder omruimstappen nodig zijn en de doorlooptijd van het kleuringsprotocol korter is. Raadpleeg voor het beschikbare aanbod het artikel Over preparaten en kleuringen.

In de histologie en microbiologie worden hellendahlbakjes gebruikt bij kleuringsprotocollen zoals de Gram-kleuring, de Giemsa-kleuring en de hematoxyline-eosine (HE)-kleuring. Een set van bakjes met oplopende reagentia (fixatief, kleurstof, spoeling, counterstain, ontwatering) maakt het mogelijk een serie preparaten systematisch en reproduceerbaar te verwerken. Zie ook het artikel Over preparaten en kleuringen voor een uitgebreide beschrijving van kleuringsprotocollen.

Het verschil tussen een Hellendahl-bakje en een Coplin-jar is constructief: de Coplin-jar is cilindrisch van vorm en heeft verticale groeven aan de binnenwand, terwijl het Hellendahl-bakje rechthoekig is uitgevoerd met schuine groeven die objectglaasjes onder een kleine hoek laten hangen. Beide bevatten objectglaasjes volledig in vloeistof, maar de rechthoekige Hellendahl-uitvoering biedt ruimte aan meer glasjes (tot twintig) en is daarmee efficiënter bij grotere series. In de dagelijkse praktijk worden beide namen regelmatig door elkaar gebruikt.

Het weegflesje

Het weegflesje (ook: weegglaasje of weegglas; Engels: weighing bottle) is een laag cilindrisch flesje met een nauwsluitende geslepen glasstop. Het onderscheidt zich van een gewoon flesje door de uiterst nauwsluitende stop: de massa van flesje plus stop moet constant blijven tijdens het wegen, en zelfs een kleine hoeveelheid adsorptie van vocht of uitdamping van het monster verstoort de weging.

Weegflesjes worden gebruikt voor het nauwkeurig afwegen van hygroscopische, vluchtige of luchtgevoelige stoffen. Het gevulde flesje wordt gewogen, de inhoud overgebracht, en het lege flesje opnieuw gewogen; het gewichtsverschil geeft de hoeveelheid stof. Bij gravimetrische analyses, kalibraties en primaire standaarden is het weegflesje onvervangbaar. Vóór gebruik wordt het flesje meestal gedroogd in een droogstoof en daarna afgekoeld in een exsiccator om vochtopname tijdens afkoeling te voorkomen. Zie ook het artikel Gravimetrische analyse voor de precisie-eisen die daarvoor gelden.

Weegflesjes zijn verkrijgbaar in hoge (tallform) en lage (shortform) uitvoering. De hoge uitvoering biedt meer volume bij gelijke diameter en is handiger wanneer een spatel moet worden ingebracht; de lage uitvoering heeft een kleinere opening en is beter geschikt voor vluchtige vloeistoffen omdat de verdampingsoppervlakte kleiner is.

Het druppelflesje

Het druppelflesje (ook: reagensflesje met pipet, druppelaar of druppelflacon; Engels: dropping bottle of reagent dropper bottle) is een smal glazen flesje — doorgaans 30 ml tot 100 ml — met een glazen of kunststof schroefdeksel waar een capillair pipetje (druppelpipet) in is ingebouwd. Door het flesje zacht samen te drukken (bij kunststof) of voorzichtig te kantelen (bij glas) komen vloeistofdruppels een voor een uit het pipetje.

Welke sluitingtypen zijn er voor druppelflesjes?

In laboratoriumpraktijk komen drie basisuitvoeringen voor. De klassieke glazen uitvoering heeft een glazen capillair pipetje met een rubberen bol als afzuigmechanisme: door de bol in te drukken en los te laten, zuigt het pipetje vloeistof op die vervolgens druppelsgewijs wordt afgegeven. Dit type is chemisch vrijwel universeel inzetbaar maar vergt manuele bediening. De druppelaar-insert (ook: drop-by-drop-insert) is een plastic inzetstuk in de flessenhals dat de uitmonding tot een kleine opening vernauwt; door het flesje ondersteboven te houden valt de vloeistof er vanzelf druppelsgewijs uit. Dit type is snel in gebruik en gangbaar bij waterige oplossingen. De derde variant is de knijpfles met tuit: een kunststof flesje dat men samenknijpt om vloeistof te doseren. Deze uitvoering wordt in het laboratorium minder toegepast vanwege de beperkte chemische resistentie van de fles zelf ten opzichte van sterke oplosmiddelen. Kies het type op basis van de vloeistof-eigenschappen (viscositeit, agressiviteit) en de vereiste doseerprecisie. Zie ook het artikel reagentia bewaren en houdbaarheidsduur voor de opslag van vloeistoffen in druppelflesjes.

Druppelflesjes worden gebruikt voor indicatoroplossingen, gebufferde reagentia, kleuringsoplossingen en andere vloeistoffen die in kleine, nauwkeurig te doseren hoeveelheden worden gebruikt. In de titrimetrie staan ze standaard naast de buret voor het toevoegen van indicator; in de microbiologie voor het aanbrengen van kleuringsreagentia op objectglaasjes. De glazen uitvoering is chemisch inert voor vrijwel alle laboratoriumvloeistoffen; de PE-uitvoering is goedkoper en minder breukgevoelig maar niet geschikt voor sterke oplosmiddelen.

Voor lichtgevoelige reagentia — zoals zilvernitraatoplossingen, jodiumoplossingen of kaliumpermanganaat — bestaan druppelflesjes in bruin glas. De amberkleur filtert UV- en zichtbaar blauw licht en verlengt de houdbaarheid van de oplossing aanzienlijk. Bij twijfel over de keuze tussen glas en kunststof geldt als vuistregel: gebruik glas voor geconcentreerde zuren, oxiderende reagentia en oplosmiddelen zoals aceton of ethylacetaat; gebruik PE of HDPE voor waterige oplossingen en basische reagentia. Controleer bij nieuwe reagentia altijd de compatibiliteitslijst van de fabrikant. Voor de complete bewaar- en use-by-regels per reagens-type zie het artikel reagentia bewaren en houdbaarheidsduur.

Open vaatwerk in de praktijk

Overzicht van het meest gebruikte open vaatwerk in het laboratorium

De illustratie toont de beschreven stukken open vaatwerk op schaal naast elkaar. Opvallend zijn de grote vormverschillen die elk een specifieke functie dienen: van het brede indampoppervlak van de kristalliseerschaal tot de nauwsluitende stop van het weegflesje.

Bekijk ons assortiment schalen, kroezen en horlogeglasjes, petrischalen en microtiterplaten en overig glaswerk voor het volledige aanbod.


Disclaimer: De informatie in dit artikel is bedoeld als algemene technische toelichting. Canidae Seal B.V. / Labvakhandel.nl aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de toepassing van deze informatie in specifieke analytische, klinische of industriële situaties. Raadpleeg voor uw eigen toepassing altijd de geldende normen, vakliteratuur en de documentatie van fabrikant en apparatuur.

Bestellijst

Uw winkelwagen is leeg.