Laboratorium glaswerk

Wat voor glaswerk wordt er in een laboratorium gebruikt?

Laboratoriumglaswerk omvat een breed scala aan recipiënten, meetinstrumenten en hulpmiddelen die dagelijks in onderzoeks-, onderwijs- en industriële laboratoria worden ingezet. De meest voorkomende typen zijn bekerglazen, erlenmeyers, maatkolven, buret­ten, pipetten, reageerbuizen, petrischalen, koel­ers en destillatiekolven. Elk apparaat heeft een specifiek doel: meten, mengen, verwarmen, filtreren of opslaan van vloeistoffen en vaste stoffen.

Wat is het meest gebruikte glaswerk voor laboratoria?

Het bekerglas is verreweg het meest universeel inzetbare stuk glaswerk in het laboratorium. Lees meer over het verschil in het kennisbankartikel bekerglas of erlenmeyer: wanneer gebruik je wat?. Het wordt gebruikt voor het mengen, verwarmen en tijdelijk opslaan van vloeistoffen. Op de voet gevolgd door de erlenmeyer, die dankzij de smalle hals bijzonder geschikt is voor het schudden van vloeistoffen zonder morsen, en de maatkolf, de standaard voor het nauwkeurig bereiden van oplossingen met een exacte concentratie. Bekijk ons assortiment bekerglazen en erlenmeyers voor een overzicht van beschikbare maten en uitvoeringen.

Wat zijn de 17 soorten glaswerk?

Er bestaat geen officiële vaste lijst van precies 17 typen, maar de meest gangbare categorieën laboratoriumglaswerk zijn: bekerglas, erlenmeyer, maatkolf, reageerbuisje, petrischaal, pipet, buret, maatcilinder, Koeler (refluxkoeler), destillatiekolf, bodemkolf, scheitrechter, kristalliseerschaal, dessicator, trechter, filtreerfles en wash bottle (gaswasfles). Samen dekken deze typen vrijwel alle standaardhandelingen in een laboratorium af.

Hoe wordt laboratoriumglas gemaakt?

De meeste laboratoriumglazen zijn vervaardigd uit borosilicaatglas (type 3.3), ook bekend onder merknamen als DURAN. De grondstof — een mengsel van siliciumoxide, boorzuuroxide, natrium-/kaliumoxide en aluminiumoxide — wordt gesmolten bij circa 1600 °C in een elektrisch verwarmde smeltoven. Vervolgens wordt de gesmolten glasmassa gevormd via rotatieblazen (voor bekerglazen en erlenmeyers), persen (voor desiccatorbodems) of handmatig blazen (voor grote recipiënten vanaf 5 liter). Na het vormen worden de producten gekoeld op een transportband, voorzien van een keramisch opdruk en getemperd om restspanningen te verwijderen. Elk product doorloopt een visuele kwaliteitscontrole voor verzending.

Welk glaswerk wordt er gebruikt in een klinisch microbiologisch laboratorium?

In een klinisch microbiologisch laboratorium staan hygiëne en nauwkeurigheid centraal. De meest gebruikte glasartikelen zijn petrischalen (voor het kweken van micro-organismen op voedingsbodems), reageerbuizen en cultuurbuizen (voor vloeistofkweken), pipetten en maatkolven (voor het bereiden van media en reagentia) en erlenmeyers (voor schudkweken). Veel microbiologische laboratoria kiezen tegenwoordig ook voor eenmalig gebruik kunststof alternatieven, maar voor steriliseerbare en autoclaveerbare toepassingen blijft borosilicaatglaswerk de standaard. Bekijk ons cultuurbuizen-assortiment voor geschikte opties.

Hoe reinig je laboratoriumglaswerk?

Correct reinigen is essentieel voor betrouwbare analyseresultaten: aangedroogde reagentia, eiwitten of vetten kunnen volgende experimenten contamineren. De gangbare aanpak is: spoel glaswerk direct na gebruik om aandrogen te voorkomen, was het vervolgens met een geschikt laboratoriumdetergent en spoel daarna grondig na met gedemineraliseerd water. Voor systematische reiniging van grotere hoeveelheden glaswerk biedt een laboratorium vaatwasser of thermodesinfector een gevalideerde en reproduceerbare oplossing. Gebruik geen gewone huishoudelijke afwasmiddelen: de residuen daarvan kunnen meetresultaten beïnvloeden. Hartnäckige aanslag door kalk of metaalionen verwijdert u met een geconcentreerd zuurbad (bijv. salpeterzuur of HCl, afhankelijk van de aanslag).

Welk reinigingsmiddel u kiest hangt af van het type vervuiling, het materiaal van het glaswerk en de restwaarden die uw analyse toelaat. De reinigingsmiddel keuzewijzer helpt u stap voor stap bij die afweging.

Kan laboratoriumglaswerk in de vaatwasser?

Ja, mits u een specifiek daarvoor geschikte laboratoriumvaatwasser of thermodesinfector gebruikt. Gewone huishoudelijke vaatwassers zijn niet geschikt: de reinigingsprogramma's zijn niet afgestemd op laboratoriumresiduen, de temperatuurprogramma's zijn niet gevalideerd en de gebruikte detergenten laten residuen achter. Laboratoriumvaatwassers werken met specifieke laboratoriumdetergenten en geneutraliseerd of gedemineraliseerd naspoelwater, en kunnen worden gekwalificeerd conform EN ISO 15883. Geslepen glaswerk, kwetsbaarder maatglas en artikelen met papieren etiketten worden bij voorkeur met de hand gereinigd.

Welk type laboratoriumvaatwasser bij uw glaswerk past — sproeiarm voor open glaswerk, injectormodel voor enghalzig glaswerk of een thermodesinfector — bepaalt u met de laboratoriumvaatwasser en thermodesinfector keuzewijzer.

Wat is een eenvoudig stuk laboratoriumglaswerk?

De eenvoudigste stukken laboratoriumglaswerk zijn die welke zonder speciale bediening of kalibratie direct bruikbaar zijn. Een reageerbuisje, een bekerglas of een petrischaal zijn hiervan de meest bekende voorbeelden. Ze vereisen geen aflezing van schaalverdeling en zijn in vrijwel elk laboratorium standaard aanwezig.

Welk laboratoriumglaswerk is het meest geschikt voor het bereiden van 500 ml van een waterige oplossing van een vaste stof?

De maatkolf is hiervoor de aangewezen keuze. U lost de vaste stof eerst op in een klein volume gedemineraliseerd water in een bekerglas, giet de oplossing vervolgens kwantitatief over in een maatkolf van 500 ml en vult aan tot exact de maatstreep. De maatkolf garandeert een nauwkeurig eindvolume, wat essentieel is voor het bereiden van oplossingen met een bekende molariteit. Bekijk ons aanbod maatkolven in diverse nauwkeurigheidsklassen (A en B).

Wat is het verschil tussen klasse A en klasse B glaswerk?

Bij volumetrisch glaswerk — zoals maatkolven, buretten en pipetten — wordt een onderscheid gemaakt tussen nauwkeurigheidsklasse A en klasse B, conform ISO 1042 en DIN 12664. Klasse A heeft de strengste toleranties en is bestemd voor nauwkeurige kwantitatieve analyse, kalibratie en gereguleerde omgevingen (GLP, GMP). Klasse B heeft ruimere toleranties — doorgaans het dubbele van klasse A — en is geschikt voor routinematig laboratoriumwerk waar de hoogste nauwkeurigheid niet vereist is. Op klasse A-glaswerk is de tolerantie doorgaans ook geijkt (gecertificeerd bij levering of op aanvraag), terwijl klasse B standaard ongeijkt wordt geleverd. Voor analytisch werk en kalibratie kiest u altijd voor klasse A.

Wat zijn de vier belangrijkste soorten glaswerk?

De vier meest fundamentele typen laboratoriumglaswerk zijn het bekerglas (mengen en verwarmen), de erlenmeyer (schudden en titreren), de maatkolf (nauwkeurig bereiden van oplossingen) en de maatcilinder (meten van volumes). Met uitsluitend deze vier typen zijn de meest gangbare laboratoriumhandelingen uitvoerbaar.

Wat is een veelgebruikt stuk laboratoriumglaswerk?

Naast het bekerglas — dat al aan bod kwam als meest universeel glasartikel — zijn pipetten en maatcilinders dagelijkse constanten in elk laboratorium. Pipetten worden gebruikt voor het nauwkeurig overbrengen van kleine vloeistofvolumes, van enkele microlitervolumetjes met micropipetten tot grotere hoeveelheden met glaspipetten.

Waar de glazen volumepipet zijn plaats behoudt bij kalibratiewerk, is voor routine-doseringen doorgaans een kunststof micropipet of elektronische pipet praktischer. De pipet keuzewijzer helpt u de keuze te maken op basis van uw specifieke toepassing.

Op welke andere manieren zou glaswerk in een laboratorium gebruikt kunnen worden?

Naast de directe analytische toepassingen wordt glaswerk ingezet voor langdurige opslag van chemicaliën (laboratoriumflessen), voor het filtreren van vloeistoffen en gassen (glasfilterapparatuur met fritté), voor destillatie- en refluxopstellingen, voor celkweek en microbiologie (petrischalen, cultuurflessen), en voor het visualiseren van reacties dankzij de transparantie van glas. DURAN borosilicaatglas is bovendien geschikt voor gebruik in de magnetronoven en bestand tegen temperaturen tot +500 °C kortdurend, wat het inzetbaar maakt in een breed spectrum van verwarmingstoepassingen.

Welk glaswerk heb je nodig voor destillatie?

Destillatie vereist een samengestelde opstelling van meerdere glasartikelen die nauwkeurig op elkaar aansluiten. De basisonderdelen van een laboratoriumdestillatie-opstelling zijn:

  • Rondbodemkolf — de stookkolf, gevuld met het te destilleren mengsel. Rondbodemkolven worden bij voorkeur gebruikt boven plat- of peervormige kolven omdat zij gelijkmatige verwarming bij een verwarmingsmantel of hittebad mogelijk maken.
  • Destillatienopje of Claisen-adapter — verbindt de stookkolf met de destillatiebrug en maakt het mogelijk een thermometer in de dampstroom te plaatsen.
  • Destillatiebrug (Liebig-koeler) — de koeler condenseert de damp terug tot vloeistof. Koelwater stroomt tegenstrooms door de mantel.
  • Opvangkolf — vangt het condensaat op. Gebruik een kolf met voldoende inhoud voor de te verwachten opbrengst.

Voor gefractioneerde destillatie wordt tussen stookkolf en koeler een Vigreuxkolom of een gepakte fractioneerkolom geplaatst, waarmee componenten met dicht bij elkaar liggende kookpunten beter van elkaar te scheiden zijn. Al deze verbindingen worden uitgevoerd in slijpstukglaswerk met genormeerde conische slepen (NS 14/23, 19/26 of 29/32) voor een damp- en lekdichte aansluiting. Een volledig overzicht van destillatieopstellingen en benodigde componenten vindt u in het kennisbankartikel destillatie in het laboratorium.

Welk glaswerk gebruik je voor filtratie?

Voor filtratie onder normaaldruk volstaat een glazen trechter boven een bekerglas of erlenmeyer, met een vouwfilter of filtreerpapier. Bij grotere hoeveelheden of snellere filtratie wordt vacuümfiltratie toegepast. De glasopstelling hiervoor bestaat uit:

  • Büchner-trechter (keramisch of glas) — een vlakke, geperforeerde trechter waarop filtreerpapier of een membraanfilter wordt geplaatst.
  • Afzuigfles (Kitasatofles) — een dikwandige conische fles met zijtubus voor vacuümaansluiting. De dikke wand is noodzakelijk om de onderdruk veilig op te vangen.
  • Glasfritté (poreuze glasfilter) — een gesinterde glazen schijf met gedefinieerde porositeitsklasse (P1 t/m P5 conform ISO 4793). Glasfrittés zijn chemisch bestendig en herbruikbaar, en worden ingezet wanneer filtreerpapier te weinig selectiviteit biedt of te fijn materiaal doorlaat.

De keuze van de filtratiemethode hangt af van de deeltjesgrootte van het neerslag, de vereiste filtretiesnelheid en de chemische aard van het filtraat. Een gedetailleerd overzicht van filtratietechnieken en glaswerk voor filtratie vindt u in het kennisbankartikel laboratorium filtratie.

Hoe bewaar je laboratoriumglaswerk?

Correct opslaan verlengt de levensduur van glaswerk en voorkomt besmetting. Bewaar schoon en gesteriliseerd glaswerk afgedekt of in een gesloten, stofvrije kast. Stapel bekerglazen en erlenmeyers niet te hoog: het gewicht van bovenliggende stukken kan scheurtjes in de rand van onderliggende stukken veroorzaken die bij verhitting doorgroeien. Slijpstukglaswerk en verbindingsstukken bergt u het best op in afzonderlijke vakken of schuimstofhouders om beschadiging van de slepen te voorkomen. Geijkt maatglas (klasse A) houdt u gescheiden van routinematig glaswerk en controleert u periodiek op beschadiging of aanslag die de kalibratie aantast.

Is tweedehands laboratoriumglaswerk een goede keuze?

Tweedehands laboratoriumglaswerk kan een kosteneffectieve optie zijn, maar vraagt om zorgvuldige beoordeling vóór gebruik. Bruikbaar tweedehands glaswerk voldoet aan de volgende voorwaarden: het is vrij van barsten, chips en krassen op meetvlakken, de maatstreep of kalibratieopdruk is onbeschadigd, en de herkomst (en eventuele vorige inhoud) is traceerbaar.

Voor routinewerk — zoals bekerglazen, erlenmeyers en petrischalen die niet voor nauwkeurige volumetrische metingen worden gebruikt — is tweedehands glaswerk doorgaans goed inzetbaar na grondige reiniging. Voor gekalibreerd maatglas (klasse A maatkolven, buretten, pipetten) is voorzichtigheid geboden: beschadiging, aanslag of slijtage aan de maatstreep kan de ijking onbetrouwbaar maken. Overweeg in dat geval hercalibratie of kies voor nieuw gecertificeerd glaswerk.

Controleer bij tweedehands slijpstukglaswerk altijd of de slepen onbeschadigd zijn en goed sluiten: een beschadigde sleep is niet te repareren en maakt de verbinding lek- of damponveilig. Raadpleeg ons kennisbankartikel slijpstuk glaswerk voor meer informatie over de eisen aan slijpverbindingen.

Welk soort glas wordt gebruikt in laboratoriumapparatuur?

Verreweg het meest toegepaste glastype in laboratoria is borosilicaatglas 3.3. Dit glas dankt zijn naam aan de samenstelling: circa 81% siliciumoxide en 13% boorzuuroxide, aangevuld met natrium-/kaliumoxide en aluminiumoxide. De bekendste merknaam is DURAN van DWK Life Sciences (voorheen Schott), maar ook PYREX en SIMAX zijn gangbare borosilicaatmerken.

Welke types glas zijn er?

Voor laboratoriumtoepassingen zijn de relevante glastypen:

  • Borosilicaatglas 3.3 (type I) — De laboratoriumstandaard. Uitstekende chemische bestendigheid, lage thermische uitzettingscoëfficiënt (3,3 × 10-6 K-1), bestand tegen thermische schok tot ΔT = 100 K. Hydrolyse­klasse 1 (ISO 719).
  • Sodakalkglas (type III) — Goedkoper en minder chemisch bestendig dan borosilicaatglas. Hydrolyse­klasse 3. Geschikt voor minder veeleisende toepassingen zoals cultuurbuizen.
  • Neutraal glas (type II) — Een oppervlaktebehandeld sodakalkglas met verbeterde hydrolysebestendigheid, vaak gebruikt in farmaceutische primaire verpakkingen.
  • Kwartsglas — Vrijwel puur SiO2, extreem thermisch bestendig en UV-transparant. Gebruikt in gespecialiseerde analytische en optische toepassingen, waaronder Raman-spectroscopie (meting door glas heen) en UV-spectroscopie.

Wat is de grondstof voor glas en wat is de chemische samenstelling?

Glas is een amorfe, niet-kristallijne vaste stof die ontstaat door snelle afkoeling van een gesmolten mineraalmengsel. De belangrijkste grondstof is siliciumoxide (SiO2), gewonnen uit kwartszand. Gewoon vensterglas (sodakalkglas) bestaat voor circa 70–75% uit SiO2, aangevuld met natriumoxide (Na2O) en calciumoxide (CaO).

Laboratoriumglaswerk is doorgaans gemaakt van borosilicaatglas 3.3, waarvan de samenstelling afwijkt van gewoon glas:

  • ~81% siliciumoxide (SiO2)
  • ~13% boorzuuroxide (B2O3)
  • ~4% natriumoxide / kaliumoxide (Na2O / K2O)
  • ~2% aluminiumoxide (Al2O3)

De toevoeging van boorzuuroxide verlaagt de thermische uitzettings­coëfficiënt aanzienlijk (3,3 × 10−6 K−1) en verhoogt de chemische bestendigheid. Dat is precies waarom borosilicaatglas bestand is tegen thermische schok en nauwelijks reageert met zuren, basen en oplosmiddelen die in het laboratorium worden gebruikt. Er bestaat geen enkelvoudige “chemische formule” voor glas: glas is geen moleculaire stof maar een amorfe structuur waarbij SiO2 de ruggengraat vormt. Meer over de glastypen en hun eigenschappen leest u in het onderdeel Welke types glas zijn er? hierboven.

Wat is de herkomst van glas?

De oudste bekende glazen objecten dateren uit circa 3500 v.Chr. en zijn gevonden in Mesopotamië en Egypte. Aanvankelijk werd glas uitsluitend gebruikt voor sieraden en kleine houders; glazen vaatwerk voor opslag volgde rond 1500 v.Chr. Het glasblazen — waarmee complexere vormen mogelijk werden — werd rond de 1e eeuw v.Chr. ontwikkeld in de regio Syrië/Fenicië.

Laboratoriumglaswerk zoals wij dat kennen ontwikkelde zich pas in de 19e eeuw, parallel aan de opkomst van de analytische chemie. De productie van borosilicaatglas werd geperfectioneerd door het Duitse bedrijf Schott (later DWK Life Sciences) in de jaren 1880–1890, wat de basis legde voor het huidige DURAN-glaswerk dat in vrijwel elk laboratorium wordt gebruikt. Meer over het maken van laboratoriumglaswerk leest u in het onderdeel Hoe wordt laboratoriumglas gemaakt? in dit artikel.

Is borosilicaatglas geschikt voor gebruik in het laboratorium?

Ja, borosilicaatglas 3.3 is de standaard in vrijwel alle professionele laboratoria. De combinatie van hoge chemische bestendigheid (hydrolyse­klasse 1 conform ISO 719), lage thermische uitzettingscoëfficiënt en bestandheid tegen autoclaaftemperaturen maakt het bij uitstek geschikt voor analytisch werk, synthese en steriliseerbare toepassingen. Het is bestand tegen de meeste zuren, basen en organische oplosmiddelen die in laboratoria worden gebruikt. Alleen sterk geconcentreerde logen (NaOH > 30%) en watervrij fluorwaterstofzuur tasten borosilicaatglas merkbaar aan. Voor die specifieke toepassingen wordt PTFE of kwartsglas aanbevolen.

Wat zijn de twee belangrijkste soorten glas die voor glaswerk worden gebruikt?

Borosilicaatglas 3.3 en sodakalkglas zijn de twee meest gebruikte glassoorten in laboratoriumomgevingen. Borosilicaatglas is de voorkeur voor nauwkeurige en veeleisende toepassingen en kan goed geautoclaveerd worden; sodakalkglas voor eenvoudiger, minder kritische artikelen zoals sommige cultuurbuizen en wegwerpmateriaal. Een gedetailleerde vergelijking van de chemische bestendigheidklassen vindt u in onderstaande tabel, gebaseerd op DWK Life Sciences productdocumentatie:

Glastype Hydrolysebestendigheid (ISO 719) Zuurbestendigheid (DIN 12116) Alkalibestendigheid (ISO 695)
DURAN (borosilicaat 3.3) Klasse 1 Klasse 1 Klasse 2
Sodakalkglas Klasse 3 Klasse 1 Klasse 2

Bij de keuze van reageerbuizen gaat de materiaalkeuze verder dan het onderscheid tussen borosilicaat en sodakalkglas: ook binnen het borosilicaat bestaan kwaliteitsverschillen (type 3.3 en 5.1) die de toepasbaarheid voor verhitting, autoclaaf en hergebruik bepalen. De reageerbuizen keuzewijzer loodst u in vier stappen naar het juiste glastype voor uw situatie.

Waarom is laboratoriumapparatuur van glas gemaakt?

Glas heeft een combinatie van eigenschappen die het vrijwel onvervangbaar maakt in het laboratorium:

  • Chemische inertie — Borosilicaatglas reageert nauwelijks met zuren, basen, zoutoplossingen en organische stoffen. Er vindt vrijwel geen ionuitwisseling plaats tussen inhoud en glas, wat meetresultaten niet verstoort.
  • Transparantie — Processen zijn visueel te volgen zonder het systeem te hoeven openen.
  • Thermische bestendigheid — Glas is direct verhitbaar op een bunsenbrander of hitteplaat en bestand tegen autoclaaftemperaturen (121–134 °C).
  • Reinigbaarheid — Glas heeft een gladde, niet-poreuze oppervlak dat grondig te reinigen en te steriliseren is.
  • Maatnauwkeurigheid — Gekalibreerd glaswerk (pipetten, maatkolven, buretten) voldoet aan DIN/ISO-toleranties voor volumetrische nauwkeurigheid.

Is gehard glas ook veiligheidsglas?

Niet per definitie. Gehard glas (ook wel getemperd glas) is mechanisch sterker dan gewoon glas en breekt bij beschadiging in kleine, minder scherpe brokjes — vergelijkbaar met autoruiten. In de laboratoriumcontext wordt de term gehard echter zelden gebruikt; men spreekt eerder van DURAN Super Duty-uitvoeringen, die een verstevigde rand en verhoogde schokbestendigheid hebben voor intensief gebruik. Dit is niet hetzelfde als bouwkundig veiligheidsglas. Standaard laboratoriumglas breekt bij val of thermische schok in scherpe splinters — draag daarom altijd een labjas en handschoenen bij het werken met glaswerk.

Welk glaswerk wordt er in de hematologie gebruikt?

In hematologische laboratoria worden specifieke glasartikelen ingezet voor bloedonderzoek: objectglaasjes en dekglaasjes voor microscopisch bloeduitstrijkonderzoek, capillairen (haematocriettijzen) voor het bepalen van het hematocrietgetal, en reageerbuizen voor het verwerken van bloedmonsters. Veel van deze artikelen zijn tegenwoordig ook verkrijgbaar in kunststof, maar glas blijft de standaard voor microscopische toepassingen vanwege de optische helderheid en krasbestendigheid.

Wat zijn de namen van chemisch glaswerk?

De Nederlandstalige namen van de meest gebruikte chemische glasartikelen zijn: bekerglas, erlenmeyer (kegelvormige kolf), maatkolf, maatcilinder, buret, pipet, reageerbuisje, petrischaal, koeler (refluxkoeler), destillatiekolf, rondbodemkolf, scheitrechter, desiccator, trechter, filtreerfles, gaswasfles en kristalliseerschaal. In de praktijk worden ook Engelstalige termen zoals beaker, flask en burette regelmatig gebruikt, ook in Nederlandstalige laboratoriumomgevingen.

Welke 10 soorten glaswerk worden er in het lab gebruikt?

De tien meest voorkomende glasartikelen in een standaard laboratorium zijn: bekerglas, erlenmeyer, maatkolf, maatcilinder, reageerbuisje, petrischaal, pipet, buret, trechter en refluxkoeler. Samen vormen zij de ruggengraat van vrijwel elke laboratoriumopstelling, van basisonderwijs tot professioneel onderzoek.

Welke soorten glaswerk zijn er in de chemie?

De chemie kent een onderverdeling naar functie. Voor meten en doseren: maatkolven, maatcilinders, buretten, pipetten en volumetrische glasartikelen. Voor reageren en verwarmen: bekerglazen, erlenmeyers, rondbodemkolven en reageerbuizen. Voor scheiden en zuiveren: scheitrechters, destillatiebruggen, koelers en filtreeropstellingen. Voor opslaan: laboratoriumflessen, ampullen en reagensflessen. In de organische chemie komt daar nog het slijpstukglaswerk bij, waarbij alle verbindingen via genormeerde conische slepen luchtdicht aansluiten.

Wat zijn de vier belangrijkste soorten glaswerk?

Deze vraag is hierboven al uitgebreid beantwoord — blader even terug naar het onderdeel “Wat zijn de vier belangrijkste soorten glaswerk?” voor een overzicht van bekerglas, erlenmeyer, maatkolf en maatcilinder.

Welk glaswerk wordt er gebruikt in een organisch chemisch laboratorium?

In de organische chemie staan synthese, scheiding en zuivering centraal. Daarvoor zijn de volgende glasartikelen onmisbaar: rondbodemkolven (voor verwarmingsopstellingen), refluxkoelers, destillatiebruggen en -kolven, Vigreuxkolommen voor gefractioneerde destillatie, scheitrechters (voor vloeistof-vloeistofextractie), erlenmeyers en bekerglazen. Kolfjes met geslepen glasverbindingen (normaalslijpstuk) zijn in de organische chemie standaard, omdat ze lucht- en dampdicht te sluiten zijn. DURAN borosilicaatglas is hiervoor bijzonder geschikt vanwege de hoge chemische bestendigheid tegen organische oplosmiddelen en zuren.

Wat is een ander woord voor glaswerk?

In een laboratoriumcontext worden de termen glaswerk, laboratoriumglas en glasapparatuur door elkaar gebruikt. In het Engels spreekt men van glassware of laboratory glass. Voor volumetrische instrumenten (pipetten, buretten, maatkolven) gebruikt men ook wel de term volumetrisch glaswerk of simpelweg meetglas (hoewel dat laatste in de volksmond ook specifiek voor een maatcilinder wordt gebruikt).

Welke merken glaswerk zijn er?

De meest bekende merken laboratoriumglaswerk in Europa zijn:

  • DURAN (DWK Life Sciences / voormalig Schott) — Duits borosilicaatglas, de laboratoriumstandaard wereldwijd.
  • PYREX (Corning) — Amerikaans borosilicaatglas, eveneens breed erkend.
  • SIMAX (Kavalierglass, Tsjechië) — Borosilicaatglas 3.3, kwaliteitsvol en vaak prijsgunstiger alternatief.
  • Brand — Duits merk, met name sterk in volumetrisch glaswerk en pipetten.
  • Hirschmann — Gespecialiseerd in pipetten en capillairmateriaal.

In ons assortiment werken wij primair met DURAN glaswerk voor de beste prijs-kwaliteitverhouding. Bekijk ons glaswerk-assortiment voor een volledig overzicht.


Disclaimer: De informatie in dit artikel is bedoeld als algemene technische toelichting. Canidae Seal B.V. / Labvakhandel.nl aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de toepassing van deze informatie in specifieke analytische, klinische of industriële situaties. Raadpleeg voor uw eigen toepassing altijd de geldende normen, vakliteratuur en de documentatie van fabrikant en apparatuur.

Bestellijst

Uw winkelwagen is leeg.